Overdracht

Nagelmackers

Heeft uw toekomstige nalatenschap een internationaal kantje?

Door Astrid Dutré, Senior Estate Planner, Bank Nagelmackers

15/6/2022

Misschien heeft uw toekomstige nalatenschap wel een internationaal kantje … U bezit een tweede verblijf in het buitenland? U bent aandeelhouder in een Franse immovennootschap? Of uw kinderen wonen in het buitenland?

 

Volgens welk recht zal uw nalatenschap dan verdeeld worden? En welke fiscale behandeling is van toepassing?

 

In het verleden gaven internationale nalatenschappen vaak aanleiding tot onduidelijkheden en waren ze voer voor discussie.

Om die problemen te verhelpen, is sinds een aantal jaar de Europese erfrechtverordening van kracht. Dat is een verzameling nieuwe en uniforme regels die gelden in alle lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk.

Bij uw overlijden zal uw nalatenschap verdeeld worden volgens het erfrecht van het land waar u bij uw overlijden uw gewone verblijfplaats had. Verhuist u bijvoorbeeld naar Oostenrijk, dan zal het Belgische erfrecht niet langer van toepassing zijn op de vererving van uw nalatenschap. Het Oostenrijkse recht zal in principe van toepassing zijn.

Europa biedt u de mogelijkheid om zelf een rechtskeuze te maken. U kunt kiezen voor het recht van het land waarvan u de nationaliteit hebt op het ogenblijk van uw keuze of bij uw overlijden. Die keuze moet uitdrukkelijk gebeuren, bijvoorbeeld in uw testament.

 

En wat met de te betalen erfbelasting?

 

Belangrijk hierbij is dat de erfbelasting/successierechten niet geharmoniseerd zijn. Iedere lidstaat beslist zelf hoe de successierechten worden geheven, wat het ene land uiteraard fiscaal aantrekkelijker kan maken dan het andere. Dat betekent ook dat uw tweede verblijf zowel in het land waar u woont, als in het land waar het tweede verblijf gelegen is, bij uw overlijden kan belast worden.

Bent u een Belgisch rijksinwoner op het moment van uw overlijden en bezit u een tweede verblijf in het buitenland, dan zal de fiscus dat tweede verblijf steeds belasten, ongeacht de ligging van dat goed. Uw wereldvermogen wordt immers belast.

Enkel met Frankrijk en Zweden bestaan dubbelbelastingverdragen om die dubbele belasting te vermijden.

In België bestaat wel een verrekeningsregel voor in het buitenland gelegen vastgoed. De in België verschuldigde erfbelasting op dat geërfde buitenlandse vastgoed zal verminderd worden met de reeds geheven belasting in het buitenland.

 

En wat met mijn buitenlandse effectenportefeuille?

 

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 3 juni 2021 beslist dat deze Belgische wettelijke bepaling discriminerend is. Enkel de buitenlandse belasting op het in het buitenland gelegen vastgoed wordt namelijk verrekend en niet de in het buitenland betaalde belasting over buitenlandse roerende goederen.

De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) liet al weten rekening te zullen houden met dit arrest. Concreet betekent dit dus dat de Belgische erfbelasting verminderd mag worden met de in het buitenland betaalde erfbelasting op onroerende én roerende goederen.

Tot nu toe wachten we nog steeds op een interventie van de regionale wetgevers om de wet in overeenstemming te brengen met het arrest van het Grondwettelijk Hof.

 

Conclusie

  • Voor alle nalatenschappen met een internationaal aspect: als hoofdregel geldt dat de gehele nalatenschap (roerende en onroerende goederen) zal verdeeld worden volgens het erfrecht van het land waar de overledene zijn laatste gewone verblijfplaats had.
  • De Europese erfrechtverordening laat u toe te kiezen voor een ander recht, namelijk dat van uw nationaliteit.
  • Op fiscaal vlak verandert er niets! De Europese erfrechtverordening beïnvloedt enkel de verdeling van uw nalatenschap. Elke lidstaat blijft zelf bevoegd voor de heffing van de successierechten.

 

Deze publicatie heeft een louter informatief karakter en verbindt geenszins de bank. Zij houdt geen rekening met uw persoonlijke situatie en kan in geen geval gelijkgesteld worden met een juridisch of fiscaal advies.

 


Bankrekeningen: wat moet er gedaan worden bij het overlijden van een naaste?

Door Sophie Slits en Pieter Haine, senior legal advisors bij Nagelmackers

10 Mei 2022

 

Wat gebeurt er na een overlijden met de bankrekeningen van de overledene (blokkering van de rekeningen, sluiting van de rekening van de overledene – opening van de rekening van de erfgenamen)?

Een geliefde die overlijdt, is iets waar men ongetwijfeld liever niet aan denkt. Toch is het belangrijk dat men weet wat er moet gebeuren onmiddellijk of kort na het overlijden en voor welke zaken men enkele maanden de tijd heeft. Dit is een overzicht van de stappen die gezet moeten worden bij de bank van de overledene.

 

Contact opnemen met de bank

 

De erfgenamen van de overledene moeten de bank(en) verwittigen waar de overledene tegoeden bezat. Die tegoeden van de overledene worden geblokkeerd en kunnen pas gedeblokkeerd worden na de afhandeling van bepaalde formaliteiten.

 

Blokkering

 

Zodra de bank op de hoogte is van het overlijden van een rekeninghouder, blokkeert zij:

  • alle tegoeden op naam van de overledene;
  • de tegoeden op naam van de echtgeno(o)t(e) van de overledene (ongeacht het huwelijksstelsel);
  • de tegoeden op naam van de overledene en zijn/haar echtgeno(o)t(e);
  • de tegoeden op naam van de overledene en een derde persoon;
  • en ten slotte de tegoeden op naam van de overledene, zijn/ haar echtgeno(o)t(e) en een derde.

 

Is er een kluis, dan wordt die verzegeld. Eventuele volmachten die de overledene aan anderen heeft gegeven, komen te vervallen.

 

Staat van de rekeningen, opnemingen en stortingen

 

De bank bezorgt, op basis van de lijst 201, een overzicht van alle tegoeden van de overledene op de datum van het overlijden aan de Federale Overheidsdienst Financiën (hierna de FOD Financiën).

 

Het opsturen van deze lijst maakt deel uit van de verplichtingen van de bank en ontslaat de erfgenamen niet van hun verplichting om een aangifte van nalatenschap in te dienen. Ondanks deze blokkering is het onder bepaalde voorwaarden toch nog mogelijk betalingen te verrichten die verband houden met de nalatenschap (bv. begrafeniskosten, ziekenhuisfacturen …).

 

De echtgeno(o)t(e) of de wettelijke samenwoner kan van de bank een voorschot krijgen op zijn/haar deel van het saldo van de geblokkeerde rekeningen voor de betaling van dagelijkse uitgaven. Dat voorschot mag niet meer bedragen dan de helft van wat er op de rekeningen staat, met een maximum van 5.000 euro. Indien de echtgeno(o)t(e) of de wettelijke samenwoner van deze mogelijkheid frauduleus gebruik maakt om een hoger bedrag af te halen, worden hem/haar twee sancties opgelegd: hij/zij wordt geacht de nalatenschap zonder meer aanvaard te hebben en hij/zij moet deze som aan de andere erfgenamen terugbetalen.

 

Op de rekeningen, ook al zijn ze geblokkeerd, kunnen nog stortingen worden uitgevoerd.

 

Deblokkering

 

Zodra de bank officieel op de hoogte is van de wettige erfgenamen van de overledene, worden de rekeningen gedeblokkeerd.

 

De bank informeren kan op twee manieren:

  • Via een attest van erfopvolging, afgeleverd door de ontvanger van het registratiekantoor. Die aflevering is gratis, maar kan slechts onder bepaalde omstandigheden. Er mag geen testament of huwelijkscontract zijn en er mogen geen handelingsonbekwame – bv. minderjarige – erfgenamen zijn. In die gevallen is het verplicht een beroep te doen op een notaris.
  • Via een akte van erfopvolging opgemaakt door de notaris.

 

Vooraleer een kluis gedeblokkeerd wordt, moet er eerst een officiële inventaris van de inhoud opgemaakt worden. Dat gebeurt hetzij door een medewerker van de bank, hetzij door een notaris. De FOD Financiën wordt eveneens uitgenodigd.

 

De inventaris moet ondertekend worden door alle erfgenamen en de afgevaardigde van de FOD Financiën indien die aanwezig is.

 

Vrijgeven van de fondsen

 

De erfgenamen willen dat de fondsen vrijgegeven worden. Er werd een attest van erfopvolging of een akte van bekendheid van de notaris bezorgd. Welke andere documenten moeten de erfgenamen ondertekenen om de rekening(en) te laten deblokkeren en de fondsen te laten vrijgeven?

 

Volgens een Febelfin-circulaire moet de notaris of het registratiekantoor sedert 1 juli 2012 in deze documenten de afwezigheid, het bestaan of de vereffening van fiscale en/of sociale

schulden vastleggen.

 

De vrijgave van de tegoeden van de nalatenschap door de bank hangt dus af van de afwezigheid of de vereffening van schulden.

 

Twee hypotheses zijn mogelijk:

 

  1. Een notaris wordt belast met de vereffening van de nalatenschap. Het team dat verantwoordelijk is voor Nalatenschappen binnen de bank volgt zijn instructies nauwgezet op. In sommige gevallen echter beperkt de tussenkomst van de notaris zich tot het opstellen van de akte van bekendheid. Dan komt hij niet tussen bij de vereffening en moet er contact worden opgenomen met de erfgenamen.
  2. Er wordt geen notaris belast met de vereffening van de nalatenschap. De bank moet dan contact opnemen met de erfgenamen zodra hun identiteit werd vastgesteld. De erfgenamen moeten aan de bank duidelijke en nauwkeurige instructies geven over de bestemming van de geërfde tegoeden.

 

Gezien de complexiteit van bepaalde verrichtingen en hun civiele en fiscale implicaties, is het ten sterkste aangeraden om een notaris of persoonlijk adviseur te raadplegen.

 


Wat is het erfrecht van een echtgenoot die getrouwd is onder het stelsel van scheiding van goederen?

Door Sophie Slits en Astrid Dutré, senior legal advisors Nagelmackers

11 April 2022

 

Wanneer een koppel getrouwd is onder het stelsel van scheiding van goederen en kinderen heeft, denkt men vaak dat – in geval van een overlijden – de goederen van de overleden persoon volledig toegewezen worden aan de kinderen. Dat komt doordat tijdens het leven van het echtpaar, de vermogens van partners wel degelijk gescheiden zijn. Nochtans is de aanname dus niet correct.

Welk huwelijksstelsel ook wordt gekozen, de langstlevende echtgenoot heeft altijd het erfrecht op de goederen van de overleden echtgenoot.

Onder het huwelijksstelsel van scheiding van goederen omvat de nalatenschap van de overleden echtgenoot zijn eigen goederen, plus de helft van de onverdeelde goederen van het koppel.

 

Vruchtgebruik en reserve van de echtgenoot

 

Indien er geen contract of testament is, krijgt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap en krijgen de kinderen de naakte eigendom. Via een huwelijkscontract of een testament kan die wettelijke verdeling gewijzigd worden, mits naleving van de reserve van de echtgenoot. Die reserve omvat het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap en moet minstens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad omvatten.

 

Een echtgenoot onterven?

 

Er zijn maar twee mogelijkheden om zijn echtgenoot te onterven, onder welk stelsel men ook getrouwd is:

 

  • Indien er kinderen uit een eerste huwelijk zijn, kunnen de echtgenoten de Valkeniers-clausule opnemen in hun huwelijkscontract. Zo beslissen ze om het erfrecht te beperken of in te trekken. Het recht om in de gezinswoning te blijven wonen en de huisraad te gebruiken, blijven wettelijk echter minimaal zes maanden gelden. Om een dergelijke clausule op te nemen in het huwelijkscontract, is het aan te raden een notaris te raadplegen. Er moet namelijk een specifieke procedure gevolgd worden.

 

  • In geval van een feitelijke scheiding, kan het erfrecht van de echtgenoot ingetrokken worden door de onterving op te nemen in een testament. De langstlevende echtgenoot kan dus via een testament volledig onterfd worden indien aan volgende drie voorwaarden voldaan wordt:
  1. de echtgenoten moeten minstens zes maanden feitelijk gescheiden zijn;
  2. de erflater moet via een gerechtelijke akte een aparte woning gevorderd hebben;
  3. na die gerechtelijke akte mogen de echtgenoten niet opnieuw zijn gaan samenwonen.

 


Waarom aan vermogensplanning doen?

Door Sophie Slits & Astrid Dutré, Senior Legal Advisor – Estate & Tax Planning, Bank Nagelmackers

22/3/2022

 

Steeds meer mensen plannen hun successie door bijvoorbeeld een testament op te stellen, een schenking te doen of hun huwelijkscontract te wijzigen.

 

Maar is het echt noodzakelijk om bijzondere stappen te ondernemen om zijn vermogen toe te wijzen na een overlijden?

 

Neen, de toewijzing van goederen uit een nalatenschap wordt in werkelijkheid door de wetgever bepaald. Die heeft de erfgenamen ingedeeld in verschillende categorieën, ook wel ‘ordes’ genoemd, naargelang hun verwantschapsband met de overledene.

Plant de erflater zijn nalatenschap dus niet, dan zullen de wettige erfgenamen een welbepaald deel van de nalatenschap ontvangen.

 

De goede huisvrede

 

Waarom dan aan successieplanning doen? De verdeling van zijn vermogen kan dan zelf bepaald worden, met inachtneming van de wettige erfgenamen (de kinderen en huwelijkspartner). Zo kan afgeweken worden van wat door de wetgever voorzien wordt. Op die manier kunnen geliefden beschermd worden of kan bepaald worden welke goederen aan welke erfgenaam toegewezen worden.

 

De verdeling van een nalatenschap kan tot onenigheid leiden onder de erfgenamen. Door aan successieplanning te doen, kunnen conflicten en rechtszaken onder de erfgenamen vermeden worden. Een goed voorbereide nalatenschap kan de goede huisvrede bewaren.

 

De erfbelasting beperken

 

Door zijn successie te plannen, kan de erfbelasting bovendien beperkt worden. Denk bijvoorbeeld aan het schenken van roerende of onroerende goederen terwijl de erflater nog in leven is, een keuzebeding in een huwelijkscontract of legaten aan verschillende personen om een vermogen over zo veel mogelijk mensen te verdelen. Die planningsinstrumenten zullen een deel van het vermogen vrijwaren van de te betalen erfbelasting.

 

De continuïteit garanderen

 

Zijn er ten slotte specifieke activa aanwezig in het vermogen, zoals een familiale onderneming, dan kan een successieplanning voor de nodige continuïteit zorgen, zowel op het vlak van het bestuur en de zeggenschap, als op het niveau van de dividendpolitiek.

In een notendop

 

Waarom zijn successie plannen?

 

  • Om zijn partner en geliefden te beschermen;
  • Om conflicten en rechtszaken onder de erfgenamen te vermijden;
  • Om zelf te bepalen welke goederen bij welke erfgenaam terechtkomen;
  • Om de continuïteit van een familiebedrijf te garanderen;
  • Om erfbelasting te vermijden.

 


De overdracht van mijn vermogen: via een testament of schenking?

Door Sophie Slits en Astrid Dutré, senior legal advisor bij Nagelmackers

3 februari 2022

 

Er bestaan vier grote verschillen tussen een testament en een schenking in het kader van successieplanning: de belastingtarieven, de uitwerking, de discretie en de herroepbaarheid.

 

Belastingtarieven

De erf- en schenkbelasting zijn gewestelijke aangelegenheden. Elk gewest heeft zijn eigen tarieven. Om te bepalen welke tarieven van toepassing zijn, wordt er gekeken naar de laatste fiscale woonplaats van de overledene of de schenker. Woonde de overledene of de schenker in de laatste vijf jaar voor zijn overlijden of de schenking op verschillende plaatsen in België, dan gelden de tarieven van het gewest waar de overledene of de schenker in die periode van vijf jaar het langst heeft gewoond.

 

De tarieven in de erfbelasting zijn progressief en variëren tussen 3 en 80% in functie van het gewest, de graad van verwantschap en de omvang van het geërfde vermogen.

 

De schenkingsrechten bij een roerende schenking liggen vast en bedragen tussen 3 en 7% (afhankelijk van de graad van verwantschap en de woonplaats van de schenker).

 

Net als bij de successierechten is de schenkbelasting progressief bij de schenking van onroerende goederen. Ze variëren tussen 3 en 40% in functie van de graad van verwantschap tussen de schenker en de begiftigde en de waarde van het geschonken onroerend goed.

 

Uitwerking

Een testament heeft uitwerking bij overlijden. Er wordt rekening gehouden met het laatste, meest recente testament.

 

De schenking heeft onmiddellijk effect. Tenzij men schenkt met een voorbehoud van vruchtgebruik verkrijgt de begiftigde op de dag van de schenking de geschonken goederen in volle eigendom.

 

Discretie

Het testament is een eenzijdig geschrift. Een schenking daarentegen is een overeenkomst en moet door de begiftigde aanvaard worden. De begiftigde zal in principe dan ook weten wat er geschonken wordt, tenzij er sprake is van vertegenwoordiging op basis van het ouderlijk gezag of een mandaat.

 

De inhoud van een testament blijft geheim tot de erflater overlijdt. Het discrete karakter is één van de sterke punten van het testament.

 

Herroepbaarheid

De herroepbaarheid is bij een testament en een schenking ten slotte niet dezelfde. Een schenking is zoals u weet onherroepelijk: “gegeven is gegeven”. Toch bestaat er één belangrijke uitzondering op dat principe: de schenking tussen echtgenoten buiten het huwelijkscontract om. Die schenking is te allen tijde herroepbaar.

 

Een testament is steeds herroepbaar aangezien de erflater zijn laatste wil naar believen kan wijzigen. Op het moment van zijn overlijden wordt rekening gehouden met het laatste rechtsgeldig opgemaakte testament, ongeacht of het handgeschreven is of door een notaris werd opgesteld. De registratie ervan in het Centraal Register voor Testamenten (CRT) garandeert dat het ook uitgevoerd wordt.

 

Een testament opmaken of een schenking doen, zijn dus twee verschillende zaken.

 

Gezien de complexiteit van bepaalde verrichtingen en hun civiele en fiscale implicaties, is het ten sterkste aangeraden om een notaris of persoonlijk adviseur te raadplegen.

 


Nieuwe risicotermijn voor schenkingen in Wallonië: wat met Vlaanderen en Brussel?

Door Astrid Dutré, Estate planner bij Nagelmackers

20 januari 2022

De Waalse regering kondigde het in juli reeds aan en nu is het zover. Er komt een nieuwe fiscale maatregel die de niet-geregistreerde roerende schenkingen viseert, waarmee de regering schenkers ertoe wil aanzetten de schenking te registreren. Tijdens zijn leven kan iemand namelijk een deel van zijn roerend vermogen toebedelen aan wie hem lief is door te schenken.

Roerende schenking

De schenking van roerende goederen kan onderhands of via een notariële akte gebeuren. Wat is het verschil tussen beide?

  • Een notariële akte geeft de schenking een vaste datum en is tegenstelbaar aan derden. Wordt de akte voor een Belgische notaris verleden, dan is die laatste ertoe gebonden ze te laten registreren, waardoor er verplicht schenkbelasting moet betaald worden. Ook een schenking voor een buitenlandse notaris (in het verleden vaak een Nederlandse notaris) moet sinds 15/12/2020 verplicht geregistreerd worden in België. De zogenaamde Kaasroute en het daarbij horende fiscale voordeel zijn op die manier verdwenen.
  • Kiest men voor een onderhandse schenking, dan is men vrij om ze wel of niet te laten registreren.

– Wordt de schenking geregistreerd en wordt de schenkbelasting betaald, dan verdwijnen de geschonken goederen definitief uit het vermogen van de schenker en is er geen erfbelasting meer verschuldigd op het moment van zijn overlijden.

– Wordt er gekozen om de schenking niet te registreren (en dus geen schenkbelasting te betalen), dan schrijft de wet voor dat de geschonken goederen geacht worden alsnog deel uit te maken van het vermogen van de schenker indien hij binnen de drie jaar na de schenking overlijdt. De goederen zijn dan onderworpen aan erfbelasting, alsof er nooit een schenking heeft plaatsgevonden.

In een nieuw decreet van de Waalse regering is beslist om de risicotermijn van drie jaar voor niet-geregistreerde roerende goederen op te trekken naar vijf jaar. Via die nieuwe maatregel hopen ze de meest voorzichtige schenkers en begiftigden ertoe aan te zetten om de schenking te laten registreren. Zo wordt het risico uitgesloten om later successierechten te moeten betalen indien de schenker woonachtig in het Waals Gewest binnen de vijf jaar na de schenking komt te overlijden.

Risicotermijn: termijn van drie of vijf jaar?

Om te weten wat de toepasselijke risicotermijn voor een niet-geregistreerde roerende schenking is, moet bepaald worden welk gewest bevoegd is. In principe is dat het gewest waar de overledene (schenker) zijn fiscale woonplaats heeft. In geval van een verhuis, moet rekening gehouden worden met de regionale regels die van toepassing zijn.

 

 

Inwerkingtreding Waals decreet

Het nieuwe Waalse decreet trad op 1 januari 2022 in werking. Die nieuwe fiscale regel viseert roerende schenkingen uitgevoerd na die datum. De termijn van drie jaar blijft van toepassing voor alle schenkingen gedaan voor 1 januari 2022. Het bewijs van de schenking moet dus zorgvuldig bewaard worden!

Hoeveel bedraagt de schenkbelasting?

De schenkbelasting is regionale materie. Het tarief dat op de schenking wordt toegepast, is dat van het gewest waar de schenker op het ogenblik van de schenking zijn fiscale woonplaats heeft.
De schenkingstarieven variëren ook volgens de verwantschapsband tussen de schenker en de begiftigde. Ze zijn vlak voor roerende schenkingen: er wordt één enkel tarief toegepast, los van de waarde van het geschonken goed.

 

Een bankschenking registreren

Ter herinnering: bij een notariële schenking gebeurt de registratie automatisch. De notaris brengt alle formaliteiten in orde.

Een onderhandse roerende schenking kan op elk moment geregistreerd worden, zowel op het ogenblik van de schenking als later. Zowel de schenker als de begiftigde kunnen daartoe het initiatief nemen.

Daarvoor moet een afspraak gemaakt worden bij een kantoor Rechtszekerheid of bij een infocenter van de FOD Financiën.

In Vlaanderen zal het kantoor Rechtszekerheid de akte onmiddellijk registreren en er een vaste datum aan verlenen. Vervolgens zal dat kantoor het dossier overmaken aan de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) die een uitnodiging tot betaling naar de betrokkene zal versturen.

In het Waals en Brussels Gewest moet de ‘pacte adjoint’ aan het kantoor Rechtszekerheid bezorgd worden, waarna de schenkbelasting (belastbare basis = de waarde van de geschonken goederen) betaald wordt op een rekening van het kantoor. De registratie zal pas na betaling uitgevoerd worden.

Conclusie

Meer dan ooit is het duidelijk dat elk gewest zijn eigen regels uitzet in het kader van de erf- en schenkbelasting. Indien men een verhuis overweegt, kan men zich best goed informeren over de regels en de fiscaliteit waarmee rekening gehouden moet worden.

 


 

Waarom een testament opmaken?

 

Door Astrid Dutré en Sophie Slits, Senior Estate Planners bij Bank Nagelmackers

 

07 december 2021

 

In geval van een overlijden bepaalt de wetgever wie de erfgenamen zijn en waar zij recht op hebben. Met een testament kan afgeweken worden van de wettelijke regels.

Een testament heeft voorrang op de wettelijke regeling. Toch is men niet volledig vrij om via testament zijn volledige vermogen toe te bedelen aan wie hem lief is. De wetgever heeft duidelijke grenzen gesteld aan ieders beschikkingsvrijheid. Bepaalde familieleden hebben in ieder geval recht op een deel van de nalatenschap. Dat deel heet de ‘reserve’, die familieleden zijn de ‘reservataire erfgenamen’. Het deel dat na de toekenning van de reserve overblijft, is het beschikbare deel dat iemand tijdens zijn leven kan schenken of bij testament kan toebedelen aan wie hij wil.

Heeft de erflater kinderen, dan is hun reserve gelijk aan de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen. Die helft wordt onder hen in gelijke delen verdeeld. De andere helft is het beschikbaar deel.

De langstlevende huwelijkspartner is ook een reservataire erfgenaam. Zijn of haar reserve is tweevoudig. Hij of zij heeft recht op het vruchtgebruik op de helft van de goederen van de nalatenschap en heeft in elk geval het volledige vruchtgebruik op de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad.

Werd het beschikbaar deel overschreden en de reserve aangetast, dan kunnen de reservataire erfgenamen bij de rechtbank een vordering tot inkorting instellen om op die manier het aangetaste deel van de reserve terug te eisen.

Is een testament nuttig en soms ook noodzakelijk?

In bepaalde gezinssituaties laat een testament toe bepaalde vergetelheden van de wetgever op te vangen.

Feitelijke samenwoners erven niet automatisch van elkaar terwijl het erfrecht van de wettelijke samenwoners beperkt is tot het vruchtgebruik op de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad. Het kan dus nuttig zijn om elkaar te bevoordelen via een testament. Ook voor echtgenoten kan het interessant zijn een testament op te maken. Op die manier kunnen ze elkaar meer toebedelen dan wat de wet voorziet. Hebben de erflaters kinderen, dan moeten ze uiteraard ook rekening houden met hun reserve.

In een nieuw samengesteld gezin zijn de pluskinderen geen wettige erfgenamen. Wil een plusouder zijn vermogen volledig of deels aan zijn pluskinderen nalaten, dan zal een testament noodzakelijk zijn.

Legaten aan de kleinkinderen

Heeft de erflater kinderen, dan zijn zij de wettige erfgenamen en zullen zij in eerste lijn erven. Wil een grootouder een deel van zijn vermogen rechtstreeks aan zijn kleinkinderen nalaten, dan zal hij dat moeten voorzien in een testament.

Zo kan een grootouder in zijn testament het beschikbaar deel of een fractie daarvan rechtstreeks toebedelen aan zijn kleinkinderen.

Het testament kan bepalen dat de toebedeling van het beschikbaar deel in volle eigendom gebeurt (de kleinkinderen zullen dan bij een overlijden de volle eigendom bekomen) of in vruchtgebruik aan de langstlevende echtgenoot of de ouder van de kleinkinderen (de kleinkinderen zullen dan pas later de volle eigendom van de aan hen gelegateerde goederen ontvangen).

Conflicten vermijden

Verwacht men ruzie over de verdeling van het vastgoed, discussies rond het lot van de gezinswoning of getouwtrek tussen de erfgenamen, dan kan een duidelijk testament een uitstekend middel zijn om de familievrede te bewaren.

Om zich ervan te verzekeren dat zijn laatste wensen gerespecteerd worden, kan de erflater een testamentuitvoerder aanstellen die zal waken over de goede uitvoering van het testament.

Een vriend(in) bevoordelen

Maar wat indien de erflater iemand anders wenst te begunstigen in zijn testament? Dat kan uiteraard ook. Of het nu een buur, goede vriend, een goed doel, gemeente of stichting is. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon kan in een testament begunstigd worden.

 

Voor natuurlijke personen zal de door hen te betalen erfbelasting op het aan hen gelegateerde vermogen bepaald worden op basis van de graad van verwantschap met de erflater. Voor rechtspersonen zijn er specifieke tarieven voorzien.

Onterven van een kind of huwelijkspartner?

Het is niet mogelijk een kind volledig te onterven. Het is immers een reservataire erfgenaam. Het is wel mogelijk zijn/haar wettelijk erfdeel te beperken tot zijn/haar reserve op basis van een testament.

Wat met de echtgenoot in geval van een feitelijke scheiding?

 

De echtgenoot blijft een wettige erfgenaam en zal in principe erven. Door de opmaak van een testament kan datvoorkomen worden. De echtgenoot van wie men feitelijk gescheiden leeft, kan volledig onterfd worden als de volgendedrie voorwaarden vervuld zijn: de echtgenoten leven sinds minstens zes maanden feitelijk gescheiden van elkaar, zehebben via een gerechtelijke akte een afzonderlijk verblijf gevorderd en ze hebben het samenwonen na die akte nietopnieuw hervat.


Het testament: de belangrijkste zaken op een rijtje!

10 november 2021

 

Bij het opstellen van een testament moeten een aantal zaken in acht genomen worden. Zo is het erg belangrijk rekening te houden met welke erfgenamen een reserve hebben en hoe groot die reserve is.

Een testament is strikt persoonlijk. Het is dus niet mogelijk om als man en vrouw een gezamenlijk testament op te maken.

De goederen die op basis van een testament verkregen worden, zijn onderworpen aan successierechten.

 

Welke soorten testamenten bestaan er?

 

In België bestaan drie soorten testamenten:

  • Het eigenhandig testament: dit is enkel geldig indien de erflater het zelf opgesteld, met de hand geschreven, gedateerd en ondertekend heeft.
  • Het notarieel testament: dit testament wordt voor een notaris en getuigen opgemaakt. De notaris schrijft het op basis van de werkelijke wil van de erflater. Het wordt vervolgens door de notaris voorgelezen waarbij hij een bevestiging zal vragen aan de erflater. Nadien wordt het ondertekend door de erflater in aanwezigheid van twee getuigen.
  • Het internationaal testament: dit testament hoeft niet handgeschreven te zijn. De erflater kan dit zelf opstellen bij hem thuis of laten opstellen door een derde zoals een jurist of een fiscalist. Het biedt de nodige zekerheid over de uitvoering aangezien het testament aangeboden wordt aan een notaris in aanwezigheid van twee getuigen. Dit testament wordt niet voorgelezen en daarom is het vertrouwelijk.

 

Een testament laten registreren in het centraal register voor testamenten (crt)

 

Als een testament wordt opgemaakt, wil men uiteraard ook zeker zijn dat het uitwerking zal krijgen. Daarom is de registratie van het testament in het CRT belangrijk.

Het CRT is een databank die de gegevens bevat van alle notariële en internationale testamenten. Om die reden krijgt de opmaak van een notarieel testament soms de voorkeur. De notaris zal er namelijk op toezien dat het notarieel testament ingeschreven wordt. De uitwerking ervan is dus gegarandeerd.

Ook een eigenhandig geschreven testament kan in deze database worden opgenomen, voor zover het in bewaring werd gegeven bij een notaris en hem of haar verzocht werd de gegevens ervan in te schrijven in het CRT.

In dat register worden enkel de gegevens over de identiteit van de erflater, de naam van de notaris en zijn kantoor en de datum van de akte opgenomen. De inhoud van het testament blijft uiteraard geheim zolang de erflater leeft.

Na een overlijden wordt het CRT geraadpleegd mits voorlegging van een overlijdensakte of een ander document dat het overlijden bewijst. Enkel de naam van de notaris die het testament bewaart, de datum en het soort testament worden dan meegedeeld.

 


Wat is een DBI-bevek? Wat zijn de voordelen?

21 oktober 2021

 

Ter herinnering: een DBI-bevek (Definitief Belaste Inkomsten) is een distributiebevek specifiek voor vennootschappen. Hij belegt (vrijwel) uitsluitend in ‘goede aandelen’ (namelijk aandelen uitgegeven door vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of een gelijkaardige buitenlandse belasting). Die bevek heeft als doel jaarlijks minstens 90% van de ontvangen inkomsten – na aftrek van vergoedingen, commissies en kosten – uit te keren.

 

Wat met de roerende voorheffing?

 

We stellen echter vast dat 30% roerende voorheffing wordt ingehouden wanneer een DBI-bevek een dividend heeft uitgekeerd. Klopt dit? Wat met de verwachte fiscale voordelen?

 

Dat klopt inderdaad! Er wordt altijd Belgische roerende voorheffing (ten belope van 30%) op die dividenden ingehouden door de financiële instelling (de bank), net zoals in principe het geval is bij dividenden van individuele aandelen.

In de vennootschapsbelasting wordt die ingehouden roerende voorheffing verrekend in hoofde van de vennootschap die het inkomen verkrijgt. Die voorheffing is dus niet bevrijdend, maar slechts een voorschot op de te betalen belastingen.

 

Vennootschapsbelasting

 

Het fiscaal voordeel van de DBI-bevek betreft dus de belastbaarheid in de vennootschapsbelasting van de inkomsten (dividenden) en de eventueel gerealiseerde meerwaarden bij verkoop/afkoop/terugkoop van DBI-bevek-aandelen. Het gaat dus helemaal niet over de inhouding van de Belgische roerende voorheffing.

In principe zijn alle inkomsten en gerealiseerde meerwaarden uit de beleggingen (in casu dividenden) belastbaar in de vennootschapsbelasting.

 

Dankzij het voordeel van de DBI-aftrek zijn de inkomsten (dividenden) en de gerealiseerde meerwaarden op de DBI-bevek-aandelen aftrekbaar of vrijgesteld van de vennootschapsbelasting. Daarin ligt het belang van deze fiscaalvriendelijke belegging ten opzichte van traditionele aandelenfondsen of individuele aandelen.

 

Zijn er voorwaarden?

 

Er is geen participatie vereist (noch een bepaalde bezitsduur) om de fiscale voordelen van de DBI-bevek te genieten. Toch mogen ook bij een dergelijke belegging – net als bij iedere andere belegging – het risicoprofiel van de belegger, zijn beleggingshorizon, het diversificatieprincipe of de voordelen van bepaalde stelsels waar de vennootschap van profiteert (zoals het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting) niet uit het oog verloren worden.

 

Wist u dat?

 

Een vennootschap die gebruikmaakt van het zogenaamde liquidatiereservesysteem kan bijvoorbeeld beslissen om dit soort beleggingsproduct te gebruiken. Uiteraard zijn enkel fiscale redenen niet voldoende om te beginnen met beleggen. Zowel de beleggingshorizon als de aard van deze belegging (100% aandelenproduct) moeten overwogen worden.

 


Wat is het verschil tussen een geschenk en een schenking?

2/09/2021

 

Bij speciale gelegenheden denken ouders of grootouders er vaak over om wat extra geld in een envelopje of via een overschrijving aan hun kinderen of kleinkinderen te geven. Kan dat zomaar? Zijn er aandachtspunten of alternatieven? En hoe bekijkt de fiscus dit?

 

Geschenk: ja, indien het niet om een te groot bedrag gaat.

 

Het is uiteraard mogelijk om (klein)kinderen een geschenk geven voor speciale gelegenheden. Denk maar aan het behalen van een diploma, een goed rapport, een huwelijk, een eerste kindje of de aankoop van een eigen huis.

Maar als dat geschenk enkele tientallen of zelfs duizenden euro’s vertegenwoordigt, dan is het toch opletten geblazen.

 

Herkwalificatie naar een schenking

 

Het gelegenheidsgeschenk riskeert dan als een schenking te worden gekwalificeerd. En aan die kwalificatie hangen andere fiscale en ook juridische gevolgen vast.

De zogenaamde gelegenheidsgeschenken worden immers niet belast. Schenkingen worden daarentegen in principe wel getaxeerd in de schenkbelasting.

Voor hand- en bankgiften geldt er een risicotermijn van 3 jaar.

Is er geen schenkbelasting betaald en overlijdt de schenker binnen die risicotermijn, dan dienen de kinderen of kleinkinderen op het ontvangen bedrag erfbelasting te betalen.

Dat risico kan vermeden worden door de schenking te laten registreren en de schenkbelasting te betalen.

 

Waar ligt de grens tussen een gelegenheidsgeschenk en een schenking?

 

Het geschenk moet in verhouding staan tot het vermogen van de schenker. Als principe geldt dat  gelegenheidsgeschenken maximaal tot 1 % van het totale vermogen (roerend en onroerend samen) mogen bedragen. Dat heeft echter geen wettelijke basis en vloeit voort uit een gebruik.

Zoals de naam doet vermoeden, moet het geschenk bovendien gebeuren naar aanleiding van een ‘speciale’ gelegenheid (kerst, verjaardag, huwelijk …).

In plaats van de (klein)kinderen een envelopje met geld te geven, is het beter om dit via een bankoverschrijving te doen. Daarbij mag gerust de speciale reden van de overschrijving vermeld worden, bijvoorbeeld: “Proficiat met je diploma of goed rapport! Dat de zomervakantie maar snel en onbezorgd kan beginnen.” …

 

Wist je dat?

 

Gelegenheidsgeschenken worden in tegenstelling tot schenkingen niet belast. En er bestaan gelukkig wel een aantal vuistregels bestaan om bij speciale gelegenheden belastingvrij te schenken.

 

 


Wanneer en hoe kan afstand worden gedaan van een erfenis?

3 augustus 2021

 

Het is mogelijk om afstand te doen van een erfenis. Hieronder een voorbeeld ter illustratie.

Jan is gehuwd met Carla. Ze hebben samen drie kinderen. De vader van Jan leeft nog en aangezien hij enig kind is, zal Jan bij het overlijden van zijn vader diens vermogen erven. Jan vraagt zich af of de erfenis van zijn vader niet rechtstreeks naar zijn kinderen kan gaan. Ze kunnen een duwtje in de rug zeker gebruiken! Maar wat moet hij doen?

 

Generatiesprong

 

Het klopt inderdaad dat men bij het overlijden van een ouder de nalatenschap zal erven en daar erfbelasting op zal moeten betalen.

De te betalen successierechten hangen af van de woonplaats van de ouder bij zijn overlijden. De tarieven variëren van 3 tot 30% in Brussel en Wallonië en van 3 tot 27% in het Vlaams Gewest.

 

De erfenis van een ouder rechtstreeks aan zijn kinderen laten toekomen – ook wel bekend als de generatiesprong – is zeker mogelijk.

Mensen leven immers langer en tegen de tijd dat zij van hun ouders erven, hebben ze dat vermogen niet meer zo hard nodig. Er wordt dan beslist om die erfenis rechtstreeks naar de eigen kinderen, de kleinkinderen van de grootouder dus, te laten gaan.

Maar hoe gaat dit dan concreet in zijn werk?

 

De nalatenschap van de ouder kan op het moment van zijn overlijden verworpen worden. Door die verwerping wordt afstand gedaan van alle activa en passiva. De kinderen van de erfgenaam nemen dan zijn plaats in. Door de verwerping erft de ouder niets. Opgelet: het is niet mogelijk de erfenis slechts gedeeltelijk te verwerpen. De verwerping dient bovendien voor de notaris te gebeuren.

 

En wat moeten de kinderen dan nog betalen?

 

Terwijl de verwerping in heel België door dezelfde juridische regels wordt beheerst, is de fiscale uitkomst ervan in ieder gewest anders.

In Vlaanderen wordt de te betalen erfbelasting voor ieder kind (kleinkind van de overledene) bepaald op basis van het erfdeel dat hij/zij ontvangt. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd of in alle geval toch hoe minder erfbelasting er moet betaald worden.

In Brussel en Wallonië zullen de kinderen (kleinkinderen van de overledene) de successierechten moeten betalen die het kind (van de overledene) had moeten betalen indien die de nalatenschap aanvaard zou hebben.

Omwille van het ‘alles of niets’-karakter is de verwerping geen groot succes. Daarom hebben zowel de Vlaamse als de Waalse decreetgever een regeling uitgewerkt waarin een gedeeltelijke erfenissprong mogelijk is.

 

Wist u dat?

 

Na het overlijden van een ouder kan er in Vlaanderen gekozen worden om de erfenis deels of zelfs volledig door te schenken aan zijn kinderen. Daar moeten geen schenkingsrechten op betaald worden

Ook in Wallonië bestaat een soortgelijke regeling, alleen is het daar nog wachten op de definitieve datum waarop de regeling in werking treedt.

Die doorgeefschenking is zowel in Vlaanderen als in Wallonië aan bepaalde voorwaarden en termijnen gebonden. Indien iemand na het overlijden van (een van) zijn ouder(s) zijn kinderen mee wil betrekken in de afwikkeling van de erfenis met het oog ook op zijn eigen vermogensplanning, dan wordt dit het best rechtstreeks met een notaris besproken.

 


Hoe wordt een tweede verblijf in Frankrijk belast?

Door Solange Saghbini, Senior Tax Advisor – Estate Planning bij Bank Nagelmackers

20 juli 2021

 

De ligging en het aangename klimaat maken van Frankrijk het land bij uitstek voor een tweede verblijf. Eigenaars van een tweede verblijf in Frankrijk, zijn daar uiteraard ook verschillende belastingen en taksen verschuldigd. Frankrijk is immers bevoegd om belastingen te heffen op onroerende goederen die zich op zijn grondgebied bevinden.

Maar hoe zit het in België?  Moeten er nog andere belastingen betaald worden op een tweede verblijf in het buitenland? Hier volgt de situatie vanuit de personenbelasting. Die geldt niet alleen voor een tweede verblijf in Frankrijk, maar voor alle landen waarmee België dubbelbelastingverdragen heeft gesloten.

 

Wat is het principe?

Een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd)

 

Onroerende inkomsten moeten anders berekend en aangegeven worden. Hieronder een stand van zaken.

 

Inkomsten 2020 – Aanslagjaar 2021 (aangifte in te dienen dit jaar dus)

Tot aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) moeten die buitenlandse inkomsten in de fiscale aangifte opgenomen worden door de ‘brutohuurwaarde’ te vermelden. Dat zijn de huurinkomsten die verdiend hadden kunnen worden indien de woning een volledig jaar verhuurd was.

Voor Frankrijk is het door de fiscus toegestaan om gebruik te maken van de ‘valeur locative cadastrale’ en voor Spanje van de ‘valor cadastral’.

Het aangegeven bedrag wordt door de fiscus automatisch verminderd met een kostenforfait van 40%.

De onroerende inkomsten uit buitenlands vastgoed (gelegen in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag sloot) worden in principe niet ‘an sich belast’ in België, maar worden wel in rekening gebracht om het toepasselijke belastingtarief te bepalen op de overige (in België) belastbare inkomsten. Dat heet het progressievoorbehoud.

Inkomsten 2021 – Aanslagjaar 2022 (aangifte in te dienen in het voorjaar van 2022)

Vanaf aanslagjaar 2022, inkomstenjaar 2021, wordt de aangifte van buitenlandse inkomsten onder druk van Europa in lijn gebracht met de regeling die al jaren geldt voor de tweede verblijven die in België gelegen zijn.

Het Europees Hof heeft zich uitgesproken over het verschil in fiscale behandeling tussen een tweede verblijf gelegen in het buitenland en in België voor een Belgische rijksinwoner. Het Hof oordeelde dat België het vrije verkeer van kapitaal schond aangezien de huurwaarde voor een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd) of de werkelijk ontvangen huuropbrengsten (indien verhuurd) over het algemeen hoger zijn dan de forfaitaire belastbare grondslag die geldt voor een in België gelegen onroerend goed (al dan niet verhuurd). Dat verschil in behandeling kon Belgische rijksinwoners er volgens het Hof toe aanzetten af te zien van een investering in het buitenland.

De taxatie van die buitenlandse onroerende inkomsten zal dus ook gebeuren op basis van het kadastraal inkomen, op dezelfde manier als voor de in België gelegen onroerende goederen. De forfaitaire kostenaftrek van 40% verdwijnt. De onroerende inkomsten van in het buitenland gelegen vastgoed (verhuurd of niet) zullen bepaald worden op basis van het kadastraal inkomen verhoogd met 40%.

 

Interesten betaald voor de financiering van het vastgoed kunnen in mindering gebracht worden.

 

De fiscale impact van die verandering zal in principe erg beperkt zijn vermits die onroerende inkomsten vrijgesteld zijn van belasting met progressievoorbehoud.

Concreet betekent dat dat de fiscale administratie een kadastraal inkomen zal toekennen aan dat in het buitenland gelegen vastgoed, aangehouden door een Belgische rijksinwoner. Om het kadastraal inkomen vast te stellen zal de administratie zich baseren op de nettohuurwaarde van die onroerende goederen in 1975 en indien ze niet over die gegevens beschikt, zal het kadastraal inkomen gelijk zijn aan 5,3% van de actuele normale verkoopwaarde vermenigvuldigd met een correctiefactor die varieert naargelang het jaar van verwerving.

Bezit men reeds in het buitenland gelegen vastgoed waarvan  de inkomsten in het verleden al aangegeven werden in de fiscale aangifte, dan zal de fiscale administratie zelf in de loop van 2021 contact opnemen om de gegevens te verzamelen die pertinent zijn om het kadastraal inkomen te bepalen.

Is dat niet het geval (recente aankoop na 31/12/2020 of geen vorige aangifte), dan moeten die goederen spontaan aangeven worden bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen. De gegevens van het vastgoed alsook de actuele verkoopwaarde moeten meegedeeld worden.

indien er geen aangifte wordt ingediend, volgt automatisch een boete.

De fiscale administratie heeft ten slotte aangekondigd dat ze van plan is om de kadastrale inkomsten vast te stellen op uiterlijk 1 maart 2022. Het hoeft niet gezegd dat dat een erg ambitieus plan is!

 


Wat gebeurt er met de gezinswoning bij een overlijden?

17/6/2021

 

Vooraleer dieper in te gaan op die vraag, moet u weten dat er aan elk overlijden twee aspecten verbonden zijn, een juridisch en een fiscaal aspect.

Enerzijds is er de vraag naar wie de nalatenschap en het aandeel in de gezinswoning gaat. Met andere woorden wie zijn de erfgenamen?

 

Anderzijds stelt zich de vraag hoeveel die vererving zal kosten. Met andere woorden: hoeveel successierechten moeten er betaald worden?

 

Het erfrecht

 

In het merendeel van de gevallen woont men in de gezinswoning met zijn of haar partner. Veel hangt af van de wijze waarop dat partnerschap georganiseerd werd.

  • In geval van een huwelijk met kinderen, erft de langstlevende huwelijkspartner bij het overlijden het vruchtgebruik op de nalatenschap van de overledene en dus ook op diens aandeel in de gezinswoning. De blote eigendom zal vererfd worden door de kinderen. Zijn er geen kinderen en steekt de gezinswoning in het gemeenschappelijke vermogen (omdat die samen werd aangekocht), dan erft de langstlevende huwelijkspartner die woning in volle eigendom. Hetzelfde geldt indien de woning in exclusieve onverdeeldheid aan beide echtgenoten toebehoort (indien gehuwd met scheiding van goederen).
  • Bij wettelijke samenwoners erft de overlevende partner eveneens het vruchtgebruik op het aandeel in de gezinswoning.
  • Bij feitelijke samenwoners voorziet de wet niets voor de overlevende partner, zelfs na verschillende jaren samenwonen. Het aandeel in de gezinswoning zal dan toekomen aan de wettige erfgenamen van de overledene, namelijk de kinderen, of bij afwezigheid daarvan, de broers/zussen of ouders of nog verdere familieleden. Als men zijn partner wil beschermen, dan zal hier actie ondernemen moeten worden. Dat kan door te opteren voor een wettelijke samenwoning dan wel huwelijkse relatie of door een testament op te maken waarin iemand zijn aandeel in de gezinswoning aan zijn partner toebedeelt.

 

Een kwestie van kosten

 

Wat kost die vererving van de gezinswoning voor de overlevende partner dan? Dat wordt bepaald door de successierechten.

  • In de drie gewesten is er een vrijstelling van erfbelasting van de gezinswoning voor de langstlevende echtgenoot. Concreet betekent dat dat het om de woning moet gaan waar het koppel een gezamenlijke woonplaats had.
  • In het Vlaams Gewest wordt die vrijstelling zelfs uitgebreid naar de wettelijk en de meer dan drie jaar feitelijk samenwonende partner.
  • In Brussel en Wallonië geldt de vrijstelling enkel in hoofde van de langstlevende huwelijks- of wettelijk samenwonende partner.
  • En wat als één of beide partners omwille van gezondheidsredenen op het ogenblik van overlijden niet meer thuis woont/wonen maar in een rust-of verzorgingsinstelling verblijft/verblijven? Gelukkig blijft de vrijstelling voor de gezinswoning ook hier gelden!

Wist u dat?

Echtgenoten kunnen op het niveau van hun huwelijkscontract afspraken maken en verder gaan dan de loutere toebedeling van het vruchtgebruik. Steekt de woning in de huwgemeenschap, dan kan dat door de opname van een zogenaamde keuzebeding. Zijn ze gehuwd onder een scheiding van goederen, dan kan dat door het huis in een zogenaamd toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen te steken en daar een keuzebeding aan te koppelen.

Ook een testament wordt vaak als planningsinstrument ingezet als het over de gezinswoning gaat. Soms noodzakelijk, bij feitelijk samenwoners, vaak nuttig als men verder wil gaan dan het vruchtgebruik dat de wet voorziet.

 


Waarvoor staat horizontale vermogensplanning? Welke mogelijkheden zijn er?

10 mei 2021

 

Horizontale planning is vermogensplanning tussen partners. Dat houdt in dat de partners in eerste instantie een planning naar elkaar uitwerken en dus nog niet naar de volgende generatie.

Dat kan het geval zijn wanneer zij geen kinderen hebben of bijvoorbeeld omdat ze van oordeel zijn dat de kinderen nog te jong zijn om hen hier reeds bij te betrekken.

 

Op welke planningsinstrumenten kan er een beroep gedaan worden?

 

  1. De schenking

 

Voor echtgenoten is dit een handig instrument, zeker omdat schenkingen tussen echtgenoten buiten het huwelijkscontract om steeds herroepbaar zijn. Dat is belangrijk mocht het huwelijk ooit op een echtscheiding uitlopen.

In de praktijk wordt aan de schenking het conventioneel beding van terugkeer gekoppeld, waardoor de geschonken goederen vrij van erfbelasting terugkeren naar de schenker indien de begiftigde voor hem zou komen te overlijden.

Een schenking tussen echtgenoten is enkel mogelijk voor eigen goederen. Goederen die tot de huwgemeenschap behoren kunnen niet aan elkaar geschonken worden.

 

  1. Huwelijkscontract

 

Een horizontale planning kan ook uitgewerkt worden via het huwelijkscontract. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de toevoeging van het keuzebeding. Dat kan zowel voor mensen gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, als zij die opteerden voor een stelsel van scheiding van goederen met toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen(TIGV).

Wat is de meerwaarde van het keuzebeding? Bij het overlijden van de partner zal de langstlevende een keuze kunnen maken uit verschillende opties rekening houdend met zijn wensen op dat ogenblik. Elke keuze zal uiteraard een verschillend fiscaal prijskaartje hebben.

 

  1. Testament

 

Bij koppels zonder kinderen is het eveneens belangrijk om na te gaan wie de wettelijke erfgenamen zijn. Mogelijks erft de langstlevende echtgenoot samen met andere erfgenamen, bijvoorbeeld de ouders, broers en zussen. Vaak is dit niet gewenst. In dat geval moet er van de wettelijke regeling afgeweken worden via een testament. Gezien de ouders niet langer reservatair beschermd zijn, kan dus alles aan de langstlevende partner nagelaten worden.

 

  1. Beding van aanwas

 

Het beding van aanwas is een contract waarin twee partijen bedingen dat bepaalde goederen, bij het overlijden van de ene partij zullen aanwassen bij de goederen van de andere.

Doordat het om een kanscontract gaat, is er op de aanwas van roerende goederen geen erf- of schenkbelasting verschuldigd. Deze planningstechniek wordt echter door de fiscus in de gaten gehouden. Elk gewest hanteert hiervoor andere vereisten. Het is belangrijk om hiervoor uw estate planner te contacteren.

 

Wist u dat?

De horizontale planning is een ‘tijdelijke’ oplossing voor bij het eerste overlijden. De langstlevende partner zal op termijn zelf verdere stappen dienen te ondernemen. Een restlegaat kan hier mogelijks een oplossing bieden.

 


Erfbelasting betalen met kunst?

Door Astrid Dutré en Pieter Haine, Senior Estate Planners bij Bank Nagelmackers Private Banking

7 April 2021

Enorm gepassioneerd door een Belgisch schilder bouwde vader door de jaren heen een mooie collectie van verschillende kunstwerken op. De kinderen delen hun vaders passie niet en bovendien passen de kunstwerken niet meteen in hun hedendaagse interieur. Kunnen de kinderen de erfbelasting betalen door middel van deze kunstwerken?

Of omgekeerd, de kinderen hebben zelf enkele kunstwerken die niet langer passen in hun nieuwe woning en hun eigen kinderen tonen geen interesse in deze werken. Kunnen

ze de erfbelasting verschuldigd bij het overlijden van hun ouders betalen met hun eigen kunstwerken?

Wie, wat en hoe betalen?

  • Elke erfgenaam, legataris of begiftigde, kan vragen om alle of een deel van de successierechten of erfbelasting te betalen via kunstwerken.
  • De minister van Financiën moet op advies van een bijzondere commissie de kunstwerken wel erkennen als onderdeel van het roerend cultureel erfgoed of ze moeten internationaal befaamd zijn.
  • Om als betaalmiddel te kunnen worden aangeboden, moeten de kunstwerken volledig deel uitmaken van de nalatenschap of op de dag van het overlijden volledig eigendom zijn van de overledene en/of zijn langstlevende echtgeno(o)te of van de erfgenamen, legatarissen of begiftigden.
  • Aan deze alternatieve betaalwijze (in vakjargon inbetalinggeving) hangen een aantal voorwaarden vast.
  • Een daarvan is dat de minister van Financiën het aanbod aanvaardt. De minister baseert zich daarvoor op het advies van een bijzondere commissie die zich uitspreekt over de aard en de waarde van de kunstwerken.
  • De ter betaling aangeboden kunstwerken worden, of ze nu deel uitmaken van de erfenis of niet, geschat door die bijzondere commissie.
  • De kunstwerken worden aan die commissie aangeboden tegen de waarde die bij de voorafgaande schatting is vastgesteld. Maakt het kunstwerk deel uit van de erfenis, dan zal bovendien rekening gehouden worden met die waarde voor de berekening van de successierechten.

Omslachtige procedure

De procedure tot betaling in kunstwerken is zwaar en tijdrovend.

  • Verzoekers hebben vier maanden de tijd vanaf het overlijden om deze aanvraag voor te bereiden en in te dienen.
  • De fiscus analyseert het dossier net als een bijzondere commissie.
  • Zolang de betaling in kunstwerken niet aanvaard is, blijven de expertisekosten ten laste van de verzoekers.
  • De kunstwerken moeten overgedragen worden aan één of meerdere musea van de staat.
  • Tot aan de overdracht van de kunstwerken dragen de verzoekers het risico.

Enkele bedenkingen

Successierechten betalen via kunstwerken geeft ons land de mogelijkheid om topwerken in eigen land te houden en te beschermen. Om onze musea echt cultureel te verrijken, moet de procedure van alternatieve betaling wel lichter worden. Tot nu toe werd deze mogelijkheid nog maar zelden gebruikt. Zo aanvaardde het Vlaamse Gewest de betaling via een collectie precolumbiaanse kunst uit de nalatenschap van dokter Paul Janssen. De collectie werd langdurig in bewaring gegeven aan het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen.

 

Naast een vereenvoudiging van de regeling dient er ook ten volle ingezet worden op het bekend maken van het bestaan ervan bij het brede publiek. Want quasi onbekend en daarom ook een gemiste kans om ons rijk cultureel erfgoed in eigen land te houden en voor iedereen toegankelijk te maken.

 


Nieuwe taks op effectenrekeningen : wat is er nieuw ?

9/3/2021

De laatste weken en maanden werd opnieuw veel gesproken over de nieuwe jaarlijkse taks op effectenrekeningen. De wet die deze taks invoert, werd op 25 februari 2021 gepubliceerd en trad de dag na haar publicatie in het Staatsblad op 26 februari in werking. Hoewel de teksten op vandaag definitief zijn, moeten bepaalde punten op juridisch en operationeel vlak nog verduidelijkt worden. Bovendien verwachten we nog enkele Koninklijke uitvoeringsbesluiten en administratieve verduidelijkingen.

U kunt meer info beluisteren als podcast


Het UBO-register: extra documentatieplicht

Door Pieter Haine, Estate Planning, Bank Nagelmackers

19/02/2021

In het kader van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, verplicht een Europese richtlijn de lidstaten om een UBO-register (‘Ultimate Beneficial Owners’) op te richten. Daarin worden alle uiteindelijke begunstigden van een vennootschap of juridische entiteit geregistreerd. Aan de hand van dat register worden de natuurlijke personen geïdentificeerd die zeggenschap hebben of geacht worden te hebben over de betrokken vennootschappen.

De wettelijke vertegenwoordigers moeten de uiteindelijke begunstigden van de vennootschap registreren via het portaal MyMinfin.

Vennootschappen, vzw’s, stichtingen, trusts en iedere andere juridische constructie (zoals een maatschap) zijn verplicht de informatie over hun uiteindelijke begunstigden te registreren.

Uiteindelijke begunstigde

Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigde:

  • iedere natuurlijke persoon met meer dan 25% van de stemrechten of meer dan 25% van de aandelen of meer dan 25% van het kapitaal van de vennootschap.
  • iedere natuurlijke persoon die zeggenschap uitoefent over de vennootschap via andere middelen.

Indien het eigendomsrecht opgesplitst is, wordt de blote eigenaar als UBO geregistreerd indien hij meer dan 25% van de aandelen bezit die het kapitaal vertegenwoordigen. De vruchtgebruiker wordt als UBO geregistreerd wanneer hij meer dan 25% van de stemrechten bezit verbonden aan de aandelen.

In de praktijk moet voor iedere begunstigde onder andere zijn volledige identiteit, de datum waarop hij UBO is geworden, zijn rijksregisternummer en zijn aandeel van de stemrechten, aandelen of het kapitaal geregistreerd worden.

De informatie over de UBO’s moet ieder jaar opnieuw bevestigd worden in het UBO-register door de wettelijke vertegenwoordigers. In 2020 werd die verplichting tot bevestiging uitgesteld tot 2021.

Nieuw : het indienen van bewijsstukken

De wettelijke vertegenwoordigers van de betrokken vennootschappen zijn verplicht om alle documenten in te dienen die aantonen dat de informatie over de geregistreerde uiteindelijke begunstigde (UBO) adequaat, nauwkeurig en actueel is. Die documenten zijn onder meer de statuten van de vennootschap, het aandelenregister en een notariële akte.

Vennootschappen die na 11/10/2020 opgericht werden, dienen deze documenten in bij hun eerste registratie. Vennootschappen die reeds voor oktober 2020 bestonden, moeten die bewijsstukken uiterlijk voor 30/04/2021 indienen.

Het UBO-register is toegankelijk voor de bevoegde autoriteiten. Elke persoon kan toegang vragen tot het UBO-register (de toegang blijft beperkt tot bepaalde informatie) indien hij zich vooraf identificeert en de administratieve kosten betaalt.

U vindt meer informatie op de website van de FOD Financiën.


De digitale kluis: een handige en onontbeerlijke oplossing

Door Pieter Haine, Estate Planning, Bank Nagelmackers

18/1/2021

Hoewel we vandaag steeds meer de stap zetten naar een paperless samenleving, blijft het belangrijk om bepaalde documenten bij te houden als bewijsmiddel. Zo bewijst een aankoopakte van vastgoed uw eigendomsrecht, een huwelijkscontract het toepasselijke huwelijksstelsel, een diploma welke studies gevolgd werden, rekeninguittreksels welke betalingen gedaan werden, enz.

Iedereen heeft zijn eigen systeem om belangrijke persoonlijke documenten te bewaren. Sommigen bewaren alles thuis op een vaste plaats, anderen huren daarvoor een bankkluis of stapelen de papieren gewoon op. Nog anderen kiezen dan weer de digitale oplossing en slaan alles op op hun computer, USB-stick of in de cloud. Het is daarbij niet alleen belangrijk om alles (online) veilig te bewaren zodat er geen commercieel misbruik kan gemaakt worden, maar ook om uw erfgenamen na uw overlijden eenvoudig toegang te verschaffen tot die informatie.

Digitale kluis

De Federatie van het Notariaat (FedNot) heeft op die behoefte ingespeeld door het digitale platform IZIMI te lanceren. Dat is een gratis digitale kluis voor elke burger waarin hij persoonlijke, gevoelige en belangrijke documenten kan bewaren. Er kan tot 200 megabyte geüpload worden.

Geboorteakte, diploma’s, verschillende contracten voor de woning, zelfs wachtwoorden voor websites en applicaties: allemaal kunnen ze hier opgeslagen worden.

Verder kan de kluis gebruikt worden om een overzicht te hebben van iemands bankrekeningen, beleggingsportefeuilles en levensverzekeringscontracten. Dat bespaart de erfgenamen op termijn veel kopzorgen. Bij het overlijden van de titularis is de notaris dan gemachtigd om de inhoud van de kluis te delen met de erfgenamen, tenzij de titularis daar anders over besliste. Ook bij leven kan de titularis die informatie reeds delen met zijn partner, kinderen, notaris of een vertrouwenspersoon.

Door wachtwoorden van e-mailaccounts en sociale media of de login voor energieleveranciers te delen met de betrokkenen, zal het na een overlijden veel eenvoudiger zijn om het nodige te doen.

In de kluis zullen ook automatisch alle akten geraadpleegd kunnen worden die sinds 2014 voor een notaris ondertekend werden. De overige akten moeten zelf toegevoegd worden.

Via de website IZIMI.be kan men zich eenvoudig aanmelden en registreren met een e-ID-kaartlezer of via itsme®.

Opvolging

Tot slot biedt IZIMI niet alleen de mogelijkheid om belangrijke en persoonlijke documenten op een veilige manier te bewaren en die na uw overlijden te delen met uw erfgenamen. In de toekomst wordt het ook een kanaal om informatie te ontvangen over allerhande belangrijke wetgevende evoluties. Meer nog, wie dat wenst zal een melding ontvangen van wetgevende evoluties die hem persoonlijk aanbelangen, mits hij daar vooraf uitdrukkelijk zijn toelating voor geeft.

Meer informatie vindt u terug op de website izimi.be

Andere websites

Als burger hebt u de laatste jaren steeds makkelijker online toegang tot belangrijke documenten.

Mypension.be biedt zo een duidelijk zicht op het wettelijk en aanvullend pensioen.

In MyMinfin worden dan weer alle documenten opgenomen die deel uitmaken van het dossier van de burger in zijn relatie tot de FOD Financiën. Het gaat dan onder meer om belastingaangiften en eigendomstitels.

Op vandaag is heel wat informatie beschikbaar via digitale platformen van de overheid. Het loont dus de moeite om die informatie te verzamelen en te bewaren in uw digitale kluis. Op die manier hebt u aan één klik genoeg om al uw belangrijke documenten terug te vinden. Ook een overzicht van uw vermogen en extra persoonlijke informatie kunnen opgenomen worden.

 

Lees ook de corner Overdracht.

 


Wat is een digitale notariële volmacht?

2 december 2020

De voorbije maanden werd iedereen gedwongen om zijn vermogenssituatie te evalueren. Is alles wel goed geregeld? Wat kan, mag en moet nog? Moeten er nog bepaalde afspraken gemaakt worden?

Belangrijke vragen die voor een antwoord vaak ook een fysiek bezoek aan de notaris vereisen. Maar wat als dat niet mogelijk is, om gezondheidsredenen, door een beperkte mobiliteit of door een nieuwe coronacrisis?

De mogelijkheid om iemand een authentieke volmacht te geven bestond reeds. Daardoor kon die persoon in uw plaats en voor uw rekening optreden. Dat kon door in het notariaat een akte te ondertekenen. Vanaf mei 2020 kan die authentieke volmacht ook van op afstand in orde gebracht worden.

De digitale volmacht zag het levenslicht! Maar waarvoor bestaat ze? En hoe werkt ze?

De digitale notariële volmacht

Door de wet van 30 april 2020 kan de authentieke volmacht ook van op afstand in orde gebracht worden. Een authentieke volmacht langs digitale weg dus, via een videoconferentie en een elektronische handtekening.

Waar de volmachtgever zich ook bevindt, de afspraak verloopt nu online en in twee stappen.

In een eerste fase zal de notaris de digitale authentieke volmacht in orde brengen. De notaris zal ter voorbereiding op deze afspraak een e-mail sturen naar de opdrachtgever met instructies en een handleiding. De volmacht wordt elektronisch ondertekend met de identiteitskaart (en de pincode) of via een applicatie zoals itsme. De volmacht kan aan een vertrouwenspersoon of een medewerker van het notariskantoor gegeven worden.

In een tweede fase zal de aangewezen lasthebber de eindakte ondertekenen in plaats van de volmachtgever.

Dankzij die twee stappen kunnen heel wat akten dus eenvoudig van op afstand geregeld worden. Denken we maar aan de aankoopakte van een woning, een schenking, een wijziging in het huwelijkscontract …

Enkel voor de opmaak van een testament kan geen volmacht aan iemand anders gegeven worden, omwille van de strikt persoonlijke aard van dit document.

Ook een notariële zorgvolmacht kan digitaal geregeld worden van op afstand! Die laat toe te anticiperen op de situatie waarbij iemand zelf geen beslissingen meer kan nemen over zijn vermogen omdat hij niet meer ten volle bewust en tot het volle besef is.

Voor de digitale volmachten die tot eind dit jaar worden opgemaakt, worden geen kosten aangerekend dankzij de maatregelen genomen in het kader van COVID-19 (wet 15/07/2020 – BS 23/07/2020).

Een notaris kan indien gewenst meer informatie bieden over de digitale volmacht en over hoe dit praktisch verloopt.


Zijn bedrijf verkopen, en nadien?

6/11/2020

Wanneer een bedrijfsleider overweegt om zijn activiteiten op korte of middellange termijn over te dragen, is het belangrijk om een balans van het vermogen op te maken. De toekomst van een bedrijfsleider en zijn gezin voorbereiden, vergt dus wel wat tijd!

Ondernemers stellen zich bij de verkoop van hun onderneming voornamelijk twee grote vragen: hun financiële onafhankelijkheid en de toekomst van hun vermogen.

Hoe zit het met de financiële onafhankelijkheid?

Het is raadzaam om een persoonlijk financieel plan op te stellen om een goede inschatting te krijgen. De samenstelling van het volledige actuele en toekomstige vermogen en de inkomsten moet beschreven worden. Vervolgens komen de persoonlijke doelen aan bod, zoals het behoud van een zeker financieel comfort en het verwezenlijken van bepaalde projecten (bijvoorbeeld de aankoop van een tweede verblijf).

Dat dient als basis om de verwachte evolutie van de inkomsten, uitgaven en portefeuille in kaart te brengen. Verschillende situaties kunnen daarbij voorzien worden (geschat rendement en inflatie). Dat financieel plan biedt een zicht op de mate van financiële onafhankelijkheid op lange termijn. Zo kunnen de nodige inkomsten bijvoorbeeld voorzien worden waar de persoon van kan leven. Het biedt bovendien een leidraad om bepaalde beslissingen te nemen over investeren in een nieuw project, een schenking doen (al dan niet onder bepaalde voorwaarden) …

En hoe zit het met de overdracht van het vermogen aan de volgende generatie?

Er wordt daarbij rekening gehouden met het volledige vermogen. Ook wordt bepaald welke goederen eigen of gemeenschappelijk zijn.

De oorsprong van de bedrijfsfondsen is daarin bepalend. Indien de persoon getrouwd bent, is het dus essentieel om te weten van wie de bedrijfsaandelen zijn. Dat hangt af van het huwelijksstelsel en de manier waarop de aandelen werden verkregen.

Eens de juridische aard van de aandelen (en op termijn het kapitaal van de aandelenverkoop) gekend is, moeten de erfgenamen nog bepaald worden. Op basis van de gezinssituatie wordt vastgesteld wie de wettelijke erfgenamen zijn en wat hun erfdeel is.

De financiële gemoedsrust van de betrokken personen is verzekerd. De erfgenamen en hun erfdeel zijn gekend. Dan is het tijd om na te denken over de overdracht van het vermogen.

Is de wettelijke erfopvolging niet zoals gewenst? Of kunnen de verschuldigde successierechten beperkt worden? Er bestaan verschillende opties voor successieplanning om te voldoen aan de noden.

Het huwelijkscontract biedt een eerste mogelijkheid. Het bepaalt onder meer hoe het vermogen verdeeld wordt tussen de partners in verschillende situaties, waaronder een overlijden. Dit planningsinstrument wordt echter amper of vaak slecht gebruikt. Nochtans biedt het de mogelijkheid om de partner een bescherming op maat te bieden, door bijvoorbeeld een eigen goed in te brengen in de gemeenschap of een keuzebeding in te lassen.

Met een testament kan dan weer afgeweken worden van de wettelijke erfopvolging, rekening houdend met de reservataire erfgenamen. Door bepaalde legaten op te stellen, kan een testament sommige erfgenamen beschermen of de verschuldigde successierechten beperken. Dat kan door een testament op te stellen dat rechtstreeks de kleinkinderen begunstigd, een restlegaat te gebruiken of de gezinswoning over te laten aan de overlevende partner.

Als een verzekeringnemer in zijn naam en ten gunste van zijn erfgenamen een tijdelijke overlijdensverzekering (doorgaans voor 3 tot 10 jaar) afsluit, wordt er bij zijn overlijden een kapitaal (in principe onveranderlijk) gestort voor de betaling van de successierechten. Hoewel het principe eenvoudig is, moet de nodige aandacht besteed worden aan de structuur van een dergelijke verzekering. Er geldt namelijk een specifieke belastingheffing voor het levensverzekeringskapitaal.

Ten slotte kunnen ook tijdens het leven reeds goederen overgedragen worden aan dierbaren via een schenking van een gedeelte van de roerende goederen. De schenkingsakte kan een onderhandse akte of een notariële akte zijn. Zijn de schenkingsrechten betaald (gewestelijke bevoegdheid – tarief tussen 3 en 7%), dan verdwijnen de geschonken goederen definitief uit het vermogen. Bij een overlijden zijn dan geen successierechten meer verschuldigd. Bij de schenking van een onroerend goed moet een notariële akte opgemaakt worden. Er zijn in dat geval progressieve schenkingsrechten verschuldigd (tussen 3 en 40% naargelang de verwantschapsband en de waarde van het geschonken goed).

Conclusie

De verkoop van zijn bedrijf, maar in het algemeen ook zijn financiële toekomst, moet goed voorbereid worden.

Na de verkoop van zijn onderneming is het belangrijk zich uitgebreid te informeren om zijn vermogen zo goed mogelijk te structureren en beheren en, op termijn, de overdracht zoals gewenst te laten verlopen.

Mogelijkheid om voordelige tarieven toe te passen in geval van een erfenis/schenking van bedrijfsaandelen:
In het Brussels Hoofdstedelijk en Vlaams Gewest geldt voor de vererving van aandelen van een familiebedrijf een vast tarief van 3 à 7% indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een schenking kan zelfs tegen 0%.In het Waals Gewest geldt voor de vererving van aandelen van een familiebedrijf een vast tarief van 0% indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.