Overdracht

Nagelmackers

 

Wat is het verschil tussen een geschenk en een schenking?

2/09/2021

 

Bij speciale gelegenheden denken ouders of grootouders er vaak over om wat extra geld in een envelopje of via een overschrijving aan hun kinderen of kleinkinderen te geven. Kan dat zomaar? Zijn er aandachtspunten of alternatieven? En hoe bekijkt de fiscus dit?

 

Geschenk: ja, indien het niet om een te groot bedrag gaat.

 

Het is uiteraard mogelijk om (klein)kinderen een geschenk geven voor speciale gelegenheden. Denk maar aan het behalen van een diploma, een goed rapport, een huwelijk, een eerste kindje of de aankoop van een eigen huis.

Maar als dat geschenk enkele tientallen of zelfs duizenden euro’s vertegenwoordigt, dan is het toch opletten geblazen.

 

Herkwalificatie naar een schenking

 

Het gelegenheidsgeschenk riskeert dan als een schenking te worden gekwalificeerd. En aan die kwalificatie hangen andere fiscale en ook juridische gevolgen vast.

De zogenaamde gelegenheidsgeschenken worden immers niet belast. Schenkingen worden daarentegen in principe wel getaxeerd in de schenkbelasting.

Voor hand- en bankgiften geldt er een risicotermijn van 3 jaar.

Is er geen schenkbelasting betaald en overlijdt de schenker binnen die risicotermijn, dan dienen de kinderen of kleinkinderen op het ontvangen bedrag erfbelasting te betalen.

Dat risico kan vermeden worden door de schenking te laten registreren en de schenkbelasting te betalen.

 

Waar ligt de grens tussen een gelegenheidsgeschenk en een schenking?

 

Het geschenk moet in verhouding staan tot het vermogen van de schenker. Als principe geldt dat  gelegenheidsgeschenken maximaal tot 1 % van het totale vermogen (roerend en onroerend samen) mogen bedragen. Dat heeft echter geen wettelijke basis en vloeit voort uit een gebruik.

Zoals de naam doet vermoeden, moet het geschenk bovendien gebeuren naar aanleiding van een ‘speciale’ gelegenheid (kerst, verjaardag, huwelijk …).

In plaats van de (klein)kinderen een envelopje met geld te geven, is het beter om dit via een bankoverschrijving te doen. Daarbij mag gerust de speciale reden van de overschrijving vermeld worden, bijvoorbeeld: “Proficiat met je diploma of goed rapport! Dat de zomervakantie maar snel en onbezorgd kan beginnen.” …

 

Wist je dat?

 

Gelegenheidsgeschenken worden in tegenstelling tot schenkingen niet belast. En er bestaan gelukkig wel een aantal vuistregels bestaan om bij speciale gelegenheden belastingvrij te schenken.

 

 


Wanneer en hoe kan afstand worden gedaan van een erfenis?

3 augustus 2021

 

Het is mogelijk om afstand te doen van een erfenis. Hieronder een voorbeeld ter illustratie.

Jan is gehuwd met Carla. Ze hebben samen drie kinderen. De vader van Jan leeft nog en aangezien hij enig kind is, zal Jan bij het overlijden van zijn vader diens vermogen erven. Jan vraagt zich af of de erfenis van zijn vader niet rechtstreeks naar zijn kinderen kan gaan. Ze kunnen een duwtje in de rug zeker gebruiken! Maar wat moet hij doen?

 

Generatiesprong

 

Het klopt inderdaad dat men bij het overlijden van een ouder de nalatenschap zal erven en daar erfbelasting op zal moeten betalen.

De te betalen successierechten hangen af van de woonplaats van de ouder bij zijn overlijden. De tarieven variëren van 3 tot 30% in Brussel en Wallonië en van 3 tot 27% in het Vlaams Gewest.

 

De erfenis van een ouder rechtstreeks aan zijn kinderen laten toekomen – ook wel bekend als de generatiesprong – is zeker mogelijk.

Mensen leven immers langer en tegen de tijd dat zij van hun ouders erven, hebben ze dat vermogen niet meer zo hard nodig. Er wordt dan beslist om die erfenis rechtstreeks naar de eigen kinderen, de kleinkinderen van de grootouder dus, te laten gaan.

Maar hoe gaat dit dan concreet in zijn werk?

 

De nalatenschap van de ouder kan op het moment van zijn overlijden verworpen worden. Door die verwerping wordt afstand gedaan van alle activa en passiva. De kinderen van de erfgenaam nemen dan zijn plaats in. Door de verwerping erft de ouder niets. Opgelet: het is niet mogelijk de erfenis slechts gedeeltelijk te verwerpen. De verwerping dient bovendien voor de notaris te gebeuren.

 

En wat moeten de kinderen dan nog betalen?

 

Terwijl de verwerping in heel België door dezelfde juridische regels wordt beheerst, is de fiscale uitkomst ervan in ieder gewest anders.

In Vlaanderen wordt de te betalen erfbelasting voor ieder kind (kleinkind van de overledene) bepaald op basis van het erfdeel dat hij/zij ontvangt. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd of in alle geval toch hoe minder erfbelasting er moet betaald worden.

In Brussel en Wallonië zullen de kinderen (kleinkinderen van de overledene) de successierechten moeten betalen die het kind (van de overledene) had moeten betalen indien die de nalatenschap aanvaard zou hebben.

Omwille van het ‘alles of niets’-karakter is de verwerping geen groot succes. Daarom hebben zowel de Vlaamse als de Waalse decreetgever een regeling uitgewerkt waarin een gedeeltelijke erfenissprong mogelijk is.

 

Wist u dat?

 

Na het overlijden van een ouder kan er in Vlaanderen gekozen worden om de erfenis deels of zelfs volledig door te schenken aan zijn kinderen. Daar moeten geen schenkingsrechten op betaald worden

Ook in Wallonië bestaat een soortgelijke regeling, alleen is het daar nog wachten op de definitieve datum waarop de regeling in werking treedt.

Die doorgeefschenking is zowel in Vlaanderen als in Wallonië aan bepaalde voorwaarden en termijnen gebonden. Indien iemand na het overlijden van (een van) zijn ouder(s) zijn kinderen mee wil betrekken in de afwikkeling van de erfenis met het oog ook op zijn eigen vermogensplanning, dan wordt dit het best rechtstreeks met een notaris besproken.

 


Hoe wordt een tweede verblijf in Frankrijk belast?

Door Solange Saghbini, Senior Tax Advisor – Estate Planning bij Bank Nagelmackers

20 juli 2021

 

De ligging en het aangename klimaat maken van Frankrijk het land bij uitstek voor een tweede verblijf. Eigenaars van een tweede verblijf in Frankrijk, zijn daar uiteraard ook verschillende belastingen en taksen verschuldigd. Frankrijk is immers bevoegd om belastingen te heffen op onroerende goederen die zich op zijn grondgebied bevinden.

Maar hoe zit het in België?  Moeten er nog andere belastingen betaald worden op een tweede verblijf in het buitenland? Hier volgt de situatie vanuit de personenbelasting. Die geldt niet alleen voor een tweede verblijf in Frankrijk, maar voor alle landen waarmee België dubbelbelastingverdragen heeft gesloten.

 

Wat is het principe?

Een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd)

 

Onroerende inkomsten moeten anders berekend en aangegeven worden. Hieronder een stand van zaken.

 

Inkomsten 2020 – Aanslagjaar 2021 (aangifte in te dienen dit jaar dus)

Tot aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) moeten die buitenlandse inkomsten in de fiscale aangifte opgenomen worden door de ‘brutohuurwaarde’ te vermelden. Dat zijn de huurinkomsten die verdiend hadden kunnen worden indien de woning een volledig jaar verhuurd was.

Voor Frankrijk is het door de fiscus toegestaan om gebruik te maken van de ‘valeur locative cadastrale’ en voor Spanje van de ‘valor cadastral’.

Het aangegeven bedrag wordt door de fiscus automatisch verminderd met een kostenforfait van 40%.

De onroerende inkomsten uit buitenlands vastgoed (gelegen in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag sloot) worden in principe niet ‘an sich belast’ in België, maar worden wel in rekening gebracht om het toepasselijke belastingtarief te bepalen op de overige (in België) belastbare inkomsten. Dat heet het progressievoorbehoud.

Inkomsten 2021 – Aanslagjaar 2022 (aangifte in te dienen in het voorjaar van 2022)

Vanaf aanslagjaar 2022, inkomstenjaar 2021, wordt de aangifte van buitenlandse inkomsten onder druk van Europa in lijn gebracht met de regeling die al jaren geldt voor de tweede verblijven die in België gelegen zijn.

Het Europees Hof heeft zich uitgesproken over het verschil in fiscale behandeling tussen een tweede verblijf gelegen in het buitenland en in België voor een Belgische rijksinwoner. Het Hof oordeelde dat België het vrije verkeer van kapitaal schond aangezien de huurwaarde voor een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd) of de werkelijk ontvangen huuropbrengsten (indien verhuurd) over het algemeen hoger zijn dan de forfaitaire belastbare grondslag die geldt voor een in België gelegen onroerend goed (al dan niet verhuurd). Dat verschil in behandeling kon Belgische rijksinwoners er volgens het Hof toe aanzetten af te zien van een investering in het buitenland.

De taxatie van die buitenlandse onroerende inkomsten zal dus ook gebeuren op basis van het kadastraal inkomen, op dezelfde manier als voor de in België gelegen onroerende goederen. De forfaitaire kostenaftrek van 40% verdwijnt. De onroerende inkomsten van in het buitenland gelegen vastgoed (verhuurd of niet) zullen bepaald worden op basis van het kadastraal inkomen verhoogd met 40%.

 

Interesten betaald voor de financiering van het vastgoed kunnen in mindering gebracht worden.

 

De fiscale impact van die verandering zal in principe erg beperkt zijn vermits die onroerende inkomsten vrijgesteld zijn van belasting met progressievoorbehoud.

Concreet betekent dat dat de fiscale administratie een kadastraal inkomen zal toekennen aan dat in het buitenland gelegen vastgoed, aangehouden door een Belgische rijksinwoner. Om het kadastraal inkomen vast te stellen zal de administratie zich baseren op de nettohuurwaarde van die onroerende goederen in 1975 en indien ze niet over die gegevens beschikt, zal het kadastraal inkomen gelijk zijn aan 5,3% van de actuele normale verkoopwaarde vermenigvuldigd met een correctiefactor die varieert naargelang het jaar van verwerving.

Bezit men reeds in het buitenland gelegen vastgoed waarvan  de inkomsten in het verleden al aangegeven werden in de fiscale aangifte, dan zal de fiscale administratie zelf in de loop van 2021 contact opnemen om de gegevens te verzamelen die pertinent zijn om het kadastraal inkomen te bepalen.

Is dat niet het geval (recente aankoop na 31/12/2020 of geen vorige aangifte), dan moeten die goederen spontaan aangeven worden bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen. De gegevens van het vastgoed alsook de actuele verkoopwaarde moeten meegedeeld worden.

indien er geen aangifte wordt ingediend, volgt automatisch een boete.

De fiscale administratie heeft ten slotte aangekondigd dat ze van plan is om de kadastrale inkomsten vast te stellen op uiterlijk 1 maart 2022. Het hoeft niet gezegd dat dat een erg ambitieus plan is!

 


Wat gebeurt er met de gezinswoning bij een overlijden?

17/6/2021

 

Vooraleer dieper in te gaan op die vraag, moet u weten dat er aan elk overlijden twee aspecten verbonden zijn, een juridisch en een fiscaal aspect.

Enerzijds is er de vraag naar wie de nalatenschap en het aandeel in de gezinswoning gaat. Met andere woorden wie zijn de erfgenamen?

 

Anderzijds stelt zich de vraag hoeveel die vererving zal kosten. Met andere woorden: hoeveel successierechten moeten er betaald worden?

 

Het erfrecht

 

In het merendeel van de gevallen woont men in de gezinswoning met zijn of haar partner. Veel hangt af van de wijze waarop dat partnerschap georganiseerd werd.

  • In geval van een huwelijk met kinderen, erft de langstlevende huwelijkspartner bij het overlijden het vruchtgebruik op de nalatenschap van de overledene en dus ook op diens aandeel in de gezinswoning. De blote eigendom zal vererfd worden door de kinderen. Zijn er geen kinderen en steekt de gezinswoning in het gemeenschappelijke vermogen (omdat die samen werd aangekocht), dan erft de langstlevende huwelijkspartner die woning in volle eigendom. Hetzelfde geldt indien de woning in exclusieve onverdeeldheid aan beide echtgenoten toebehoort (indien gehuwd met scheiding van goederen).
  • Bij wettelijke samenwoners erft de overlevende partner eveneens het vruchtgebruik op het aandeel in de gezinswoning.
  • Bij feitelijke samenwoners voorziet de wet niets voor de overlevende partner, zelfs na verschillende jaren samenwonen. Het aandeel in de gezinswoning zal dan toekomen aan de wettige erfgenamen van de overledene, namelijk de kinderen, of bij afwezigheid daarvan, de broers/zussen of ouders of nog verdere familieleden. Als men zijn partner wil beschermen, dan zal hier actie ondernemen moeten worden. Dat kan door te opteren voor een wettelijke samenwoning dan wel huwelijkse relatie of door een testament op te maken waarin iemand zijn aandeel in de gezinswoning aan zijn partner toebedeelt.

 

Een kwestie van kosten

 

Wat kost die vererving van de gezinswoning voor de overlevende partner dan? Dat wordt bepaald door de successierechten.

  • In de drie gewesten is er een vrijstelling van erfbelasting van de gezinswoning voor de langstlevende echtgenoot. Concreet betekent dat dat het om de woning moet gaan waar het koppel een gezamenlijke woonplaats had.
  • In het Vlaams Gewest wordt die vrijstelling zelfs uitgebreid naar de wettelijk en de meer dan drie jaar feitelijk samenwonende partner.
  • In Brussel en Wallonië geldt de vrijstelling enkel in hoofde van de langstlevende huwelijks- of wettelijk samenwonende partner.
  • En wat als één of beide partners omwille van gezondheidsredenen op het ogenblik van overlijden niet meer thuis woont/wonen maar in een rust-of verzorgingsinstelling verblijft/verblijven? Gelukkig blijft de vrijstelling voor de gezinswoning ook hier gelden!

Wist u dat?

Echtgenoten kunnen op het niveau van hun huwelijkscontract afspraken maken en verder gaan dan de loutere toebedeling van het vruchtgebruik. Steekt de woning in de huwgemeenschap, dan kan dat door de opname van een zogenaamde keuzebeding. Zijn ze gehuwd onder een scheiding van goederen, dan kan dat door het huis in een zogenaamd toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen te steken en daar een keuzebeding aan te koppelen.

Ook een testament wordt vaak als planningsinstrument ingezet als het over de gezinswoning gaat. Soms noodzakelijk, bij feitelijk samenwoners, vaak nuttig als men verder wil gaan dan het vruchtgebruik dat de wet voorziet.

 


Waarvoor staat horizontale vermogensplanning? Welke mogelijkheden zijn er?

10 mei 2021

 

Horizontale planning is vermogensplanning tussen partners. Dat houdt in dat de partners in eerste instantie een planning naar elkaar uitwerken en dus nog niet naar de volgende generatie.

Dat kan het geval zijn wanneer zij geen kinderen hebben of bijvoorbeeld omdat ze van oordeel zijn dat de kinderen nog te jong zijn om hen hier reeds bij te betrekken.

 

Op welke planningsinstrumenten kan er een beroep gedaan worden?

 

  1. De schenking

 

Voor echtgenoten is dit een handig instrument, zeker omdat schenkingen tussen echtgenoten buiten het huwelijkscontract om steeds herroepbaar zijn. Dat is belangrijk mocht het huwelijk ooit op een echtscheiding uitlopen.

In de praktijk wordt aan de schenking het conventioneel beding van terugkeer gekoppeld, waardoor de geschonken goederen vrij van erfbelasting terugkeren naar de schenker indien de begiftigde voor hem zou komen te overlijden.

Een schenking tussen echtgenoten is enkel mogelijk voor eigen goederen. Goederen die tot de huwgemeenschap behoren kunnen niet aan elkaar geschonken worden.

 

  1. Huwelijkscontract

 

Een horizontale planning kan ook uitgewerkt worden via het huwelijkscontract. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de toevoeging van het keuzebeding. Dat kan zowel voor mensen gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, als zij die opteerden voor een stelsel van scheiding van goederen met toevoeging van een intern gemeenschappelijk vermogen(TIGV).

Wat is de meerwaarde van het keuzebeding? Bij het overlijden van de partner zal de langstlevende een keuze kunnen maken uit verschillende opties rekening houdend met zijn wensen op dat ogenblik. Elke keuze zal uiteraard een verschillend fiscaal prijskaartje hebben.

 

  1. Testament

 

Bij koppels zonder kinderen is het eveneens belangrijk om na te gaan wie de wettelijke erfgenamen zijn. Mogelijks erft de langstlevende echtgenoot samen met andere erfgenamen, bijvoorbeeld de ouders, broers en zussen. Vaak is dit niet gewenst. In dat geval moet er van de wettelijke regeling afgeweken worden via een testament. Gezien de ouders niet langer reservatair beschermd zijn, kan dus alles aan de langstlevende partner nagelaten worden.

 

  1. Beding van aanwas

 

Het beding van aanwas is een contract waarin twee partijen bedingen dat bepaalde goederen, bij het overlijden van de ene partij zullen aanwassen bij de goederen van de andere.

Doordat het om een kanscontract gaat, is er op de aanwas van roerende goederen geen erf- of schenkbelasting verschuldigd. Deze planningstechniek wordt echter door de fiscus in de gaten gehouden. Elk gewest hanteert hiervoor andere vereisten. Het is belangrijk om hiervoor uw estate planner te contacteren.

 

Wist u dat?

De horizontale planning is een ‘tijdelijke’ oplossing voor bij het eerste overlijden. De langstlevende partner zal op termijn zelf verdere stappen dienen te ondernemen. Een restlegaat kan hier mogelijks een oplossing bieden.

 


Erfbelasting betalen met kunst?

Door Astrid Dutré en Pieter Haine, Senior Estate Planners bij Bank Nagelmackers Private Banking

7 April 2021

Enorm gepassioneerd door een Belgisch schilder bouwde vader door de jaren heen een mooie collectie van verschillende kunstwerken op. De kinderen delen hun vaders passie niet en bovendien passen de kunstwerken niet meteen in hun hedendaagse interieur. Kunnen de kinderen de erfbelasting betalen door middel van deze kunstwerken?

Of omgekeerd, de kinderen hebben zelf enkele kunstwerken die niet langer passen in hun nieuwe woning en hun eigen kinderen tonen geen interesse in deze werken. Kunnen

ze de erfbelasting verschuldigd bij het overlijden van hun ouders betalen met hun eigen kunstwerken?

Wie, wat en hoe betalen?

  • Elke erfgenaam, legataris of begiftigde, kan vragen om alle of een deel van de successierechten of erfbelasting te betalen via kunstwerken.
  • De minister van Financiën moet op advies van een bijzondere commissie de kunstwerken wel erkennen als onderdeel van het roerend cultureel erfgoed of ze moeten internationaal befaamd zijn.
  • Om als betaalmiddel te kunnen worden aangeboden, moeten de kunstwerken volledig deel uitmaken van de nalatenschap of op de dag van het overlijden volledig eigendom zijn van de overledene en/of zijn langstlevende echtgeno(o)te of van de erfgenamen, legatarissen of begiftigden.
  • Aan deze alternatieve betaalwijze (in vakjargon inbetalinggeving) hangen een aantal voorwaarden vast.
  • Een daarvan is dat de minister van Financiën het aanbod aanvaardt. De minister baseert zich daarvoor op het advies van een bijzondere commissie die zich uitspreekt over de aard en de waarde van de kunstwerken.
  • De ter betaling aangeboden kunstwerken worden, of ze nu deel uitmaken van de erfenis of niet, geschat door die bijzondere commissie.
  • De kunstwerken worden aan die commissie aangeboden tegen de waarde die bij de voorafgaande schatting is vastgesteld. Maakt het kunstwerk deel uit van de erfenis, dan zal bovendien rekening gehouden worden met die waarde voor de berekening van de successierechten.

Omslachtige procedure

De procedure tot betaling in kunstwerken is zwaar en tijdrovend.

  • Verzoekers hebben vier maanden de tijd vanaf het overlijden om deze aanvraag voor te bereiden en in te dienen.
  • De fiscus analyseert het dossier net als een bijzondere commissie.
  • Zolang de betaling in kunstwerken niet aanvaard is, blijven de expertisekosten ten laste van de verzoekers.
  • De kunstwerken moeten overgedragen worden aan één of meerdere musea van de staat.
  • Tot aan de overdracht van de kunstwerken dragen de verzoekers het risico.

Enkele bedenkingen

Successierechten betalen via kunstwerken geeft ons land de mogelijkheid om topwerken in eigen land te houden en te beschermen. Om onze musea echt cultureel te verrijken, moet de procedure van alternatieve betaling wel lichter worden. Tot nu toe werd deze mogelijkheid nog maar zelden gebruikt. Zo aanvaardde het Vlaamse Gewest de betaling via een collectie precolumbiaanse kunst uit de nalatenschap van dokter Paul Janssen. De collectie werd langdurig in bewaring gegeven aan het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen.

 

Naast een vereenvoudiging van de regeling dient er ook ten volle ingezet worden op het bekend maken van het bestaan ervan bij het brede publiek. Want quasi onbekend en daarom ook een gemiste kans om ons rijk cultureel erfgoed in eigen land te houden en voor iedereen toegankelijk te maken.

 


Nieuwe taks op effectenrekeningen : wat is er nieuw ?

9/3/2021

De laatste weken en maanden werd opnieuw veel gesproken over de nieuwe jaarlijkse taks op effectenrekeningen. De wet die deze taks invoert, werd op 25 februari 2021 gepubliceerd en trad de dag na haar publicatie in het Staatsblad op 26 februari in werking. Hoewel de teksten op vandaag definitief zijn, moeten bepaalde punten op juridisch en operationeel vlak nog verduidelijkt worden. Bovendien verwachten we nog enkele Koninklijke uitvoeringsbesluiten en administratieve verduidelijkingen.

U kunt meer info beluisteren als podcast


Het UBO-register: extra documentatieplicht

Door Pieter Haine, Estate Planning, Bank Nagelmackers

19/02/2021

In het kader van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, verplicht een Europese richtlijn de lidstaten om een UBO-register (‘Ultimate Beneficial Owners’) op te richten. Daarin worden alle uiteindelijke begunstigden van een vennootschap of juridische entiteit geregistreerd. Aan de hand van dat register worden de natuurlijke personen geïdentificeerd die zeggenschap hebben of geacht worden te hebben over de betrokken vennootschappen.

De wettelijke vertegenwoordigers moeten de uiteindelijke begunstigden van de vennootschap registreren via het portaal MyMinfin.

Vennootschappen, vzw’s, stichtingen, trusts en iedere andere juridische constructie (zoals een maatschap) zijn verplicht de informatie over hun uiteindelijke begunstigden te registreren.

Uiteindelijke begunstigde

Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigde:

  • iedere natuurlijke persoon met meer dan 25% van de stemrechten of meer dan 25% van de aandelen of meer dan 25% van het kapitaal van de vennootschap.
  • iedere natuurlijke persoon die zeggenschap uitoefent over de vennootschap via andere middelen.

Indien het eigendomsrecht opgesplitst is, wordt de blote eigenaar als UBO geregistreerd indien hij meer dan 25% van de aandelen bezit die het kapitaal vertegenwoordigen. De vruchtgebruiker wordt als UBO geregistreerd wanneer hij meer dan 25% van de stemrechten bezit verbonden aan de aandelen.

In de praktijk moet voor iedere begunstigde onder andere zijn volledige identiteit, de datum waarop hij UBO is geworden, zijn rijksregisternummer en zijn aandeel van de stemrechten, aandelen of het kapitaal geregistreerd worden.

De informatie over de UBO’s moet ieder jaar opnieuw bevestigd worden in het UBO-register door de wettelijke vertegenwoordigers. In 2020 werd die verplichting tot bevestiging uitgesteld tot 2021.

Nieuw : het indienen van bewijsstukken

De wettelijke vertegenwoordigers van de betrokken vennootschappen zijn verplicht om alle documenten in te dienen die aantonen dat de informatie over de geregistreerde uiteindelijke begunstigde (UBO) adequaat, nauwkeurig en actueel is. Die documenten zijn onder meer de statuten van de vennootschap, het aandelenregister en een notariële akte.

Vennootschappen die na 11/10/2020 opgericht werden, dienen deze documenten in bij hun eerste registratie. Vennootschappen die reeds voor oktober 2020 bestonden, moeten die bewijsstukken uiterlijk voor 30/04/2021 indienen.

Het UBO-register is toegankelijk voor de bevoegde autoriteiten. Elke persoon kan toegang vragen tot het UBO-register (de toegang blijft beperkt tot bepaalde informatie) indien hij zich vooraf identificeert en de administratieve kosten betaalt.

U vindt meer informatie op de website van de FOD Financiën.


De digitale kluis: een handige en onontbeerlijke oplossing

Door Pieter Haine, Estate Planning, Bank Nagelmackers

18/1/2021

Hoewel we vandaag steeds meer de stap zetten naar een paperless samenleving, blijft het belangrijk om bepaalde documenten bij te houden als bewijsmiddel. Zo bewijst een aankoopakte van vastgoed uw eigendomsrecht, een huwelijkscontract het toepasselijke huwelijksstelsel, een diploma welke studies gevolgd werden, rekeninguittreksels welke betalingen gedaan werden, enz.

Iedereen heeft zijn eigen systeem om belangrijke persoonlijke documenten te bewaren. Sommigen bewaren alles thuis op een vaste plaats, anderen huren daarvoor een bankkluis of stapelen de papieren gewoon op. Nog anderen kiezen dan weer de digitale oplossing en slaan alles op op hun computer, USB-stick of in de cloud. Het is daarbij niet alleen belangrijk om alles (online) veilig te bewaren zodat er geen commercieel misbruik kan gemaakt worden, maar ook om uw erfgenamen na uw overlijden eenvoudig toegang te verschaffen tot die informatie.

Digitale kluis

De Federatie van het Notariaat (FedNot) heeft op die behoefte ingespeeld door het digitale platform IZIMI te lanceren. Dat is een gratis digitale kluis voor elke burger waarin hij persoonlijke, gevoelige en belangrijke documenten kan bewaren. Er kan tot 200 megabyte geüpload worden.

Geboorteakte, diploma’s, verschillende contracten voor de woning, zelfs wachtwoorden voor websites en applicaties: allemaal kunnen ze hier opgeslagen worden.

Verder kan de kluis gebruikt worden om een overzicht te hebben van iemands bankrekeningen, beleggingsportefeuilles en levensverzekeringscontracten. Dat bespaart de erfgenamen op termijn veel kopzorgen. Bij het overlijden van de titularis is de notaris dan gemachtigd om de inhoud van de kluis te delen met de erfgenamen, tenzij de titularis daar anders over besliste. Ook bij leven kan de titularis die informatie reeds delen met zijn partner, kinderen, notaris of een vertrouwenspersoon.

Door wachtwoorden van e-mailaccounts en sociale media of de login voor energieleveranciers te delen met de betrokkenen, zal het na een overlijden veel eenvoudiger zijn om het nodige te doen.

In de kluis zullen ook automatisch alle akten geraadpleegd kunnen worden die sinds 2014 voor een notaris ondertekend werden. De overige akten moeten zelf toegevoegd worden.

Via de website IZIMI.be kan men zich eenvoudig aanmelden en registreren met een e-ID-kaartlezer of via itsme®.

Opvolging

Tot slot biedt IZIMI niet alleen de mogelijkheid om belangrijke en persoonlijke documenten op een veilige manier te bewaren en die na uw overlijden te delen met uw erfgenamen. In de toekomst wordt het ook een kanaal om informatie te ontvangen over allerhande belangrijke wetgevende evoluties. Meer nog, wie dat wenst zal een melding ontvangen van wetgevende evoluties die hem persoonlijk aanbelangen, mits hij daar vooraf uitdrukkelijk zijn toelating voor geeft.

Meer informatie vindt u terug op de website izimi.be

Andere websites

Als burger hebt u de laatste jaren steeds makkelijker online toegang tot belangrijke documenten.

Mypension.be biedt zo een duidelijk zicht op het wettelijk en aanvullend pensioen.

In MyMinfin worden dan weer alle documenten opgenomen die deel uitmaken van het dossier van de burger in zijn relatie tot de FOD Financiën. Het gaat dan onder meer om belastingaangiften en eigendomstitels.

Op vandaag is heel wat informatie beschikbaar via digitale platformen van de overheid. Het loont dus de moeite om die informatie te verzamelen en te bewaren in uw digitale kluis. Op die manier hebt u aan één klik genoeg om al uw belangrijke documenten terug te vinden. Ook een overzicht van uw vermogen en extra persoonlijke informatie kunnen opgenomen worden.

 

Lees ook de corner Overdracht.

 


Wat is een digitale notariële volmacht?

2 december 2020

De voorbije maanden werd iedereen gedwongen om zijn vermogenssituatie te evalueren. Is alles wel goed geregeld? Wat kan, mag en moet nog? Moeten er nog bepaalde afspraken gemaakt worden?

Belangrijke vragen die voor een antwoord vaak ook een fysiek bezoek aan de notaris vereisen. Maar wat als dat niet mogelijk is, om gezondheidsredenen, door een beperkte mobiliteit of door een nieuwe coronacrisis?

De mogelijkheid om iemand een authentieke volmacht te geven bestond reeds. Daardoor kon die persoon in uw plaats en voor uw rekening optreden. Dat kon door in het notariaat een akte te ondertekenen. Vanaf mei 2020 kan die authentieke volmacht ook van op afstand in orde gebracht worden.

De digitale volmacht zag het levenslicht! Maar waarvoor bestaat ze? En hoe werkt ze?

De digitale notariële volmacht

Door de wet van 30 april 2020 kan de authentieke volmacht ook van op afstand in orde gebracht worden. Een authentieke volmacht langs digitale weg dus, via een videoconferentie en een elektronische handtekening.

Waar de volmachtgever zich ook bevindt, de afspraak verloopt nu online en in twee stappen.

In een eerste fase zal de notaris de digitale authentieke volmacht in orde brengen. De notaris zal ter voorbereiding op deze afspraak een e-mail sturen naar de opdrachtgever met instructies en een handleiding. De volmacht wordt elektronisch ondertekend met de identiteitskaart (en de pincode) of via een applicatie zoals itsme. De volmacht kan aan een vertrouwenspersoon of een medewerker van het notariskantoor gegeven worden.

In een tweede fase zal de aangewezen lasthebber de eindakte ondertekenen in plaats van de volmachtgever.

Dankzij die twee stappen kunnen heel wat akten dus eenvoudig van op afstand geregeld worden. Denken we maar aan de aankoopakte van een woning, een schenking, een wijziging in het huwelijkscontract …

Enkel voor de opmaak van een testament kan geen volmacht aan iemand anders gegeven worden, omwille van de strikt persoonlijke aard van dit document.

Ook een notariële zorgvolmacht kan digitaal geregeld worden van op afstand! Die laat toe te anticiperen op de situatie waarbij iemand zelf geen beslissingen meer kan nemen over zijn vermogen omdat hij niet meer ten volle bewust en tot het volle besef is.

Voor de digitale volmachten die tot eind dit jaar worden opgemaakt, worden geen kosten aangerekend dankzij de maatregelen genomen in het kader van COVID-19 (wet 15/07/2020 – BS 23/07/2020).

Een notaris kan indien gewenst meer informatie bieden over de digitale volmacht en over hoe dit praktisch verloopt.


Zijn bedrijf verkopen, en nadien?

6/11/2020

Wanneer een bedrijfsleider overweegt om zijn activiteiten op korte of middellange termijn over te dragen, is het belangrijk om een balans van het vermogen op te maken. De toekomst van een bedrijfsleider en zijn gezin voorbereiden, vergt dus wel wat tijd!

Ondernemers stellen zich bij de verkoop van hun onderneming voornamelijk twee grote vragen: hun financiële onafhankelijkheid en de toekomst van hun vermogen.

Hoe zit het met de financiële onafhankelijkheid?

Het is raadzaam om een persoonlijk financieel plan op te stellen om een goede inschatting te krijgen. De samenstelling van het volledige actuele en toekomstige vermogen en de inkomsten moet beschreven worden. Vervolgens komen de persoonlijke doelen aan bod, zoals het behoud van een zeker financieel comfort en het verwezenlijken van bepaalde projecten (bijvoorbeeld de aankoop van een tweede verblijf).

Dat dient als basis om de verwachte evolutie van de inkomsten, uitgaven en portefeuille in kaart te brengen. Verschillende situaties kunnen daarbij voorzien worden (geschat rendement en inflatie). Dat financieel plan biedt een zicht op de mate van financiële onafhankelijkheid op lange termijn. Zo kunnen de nodige inkomsten bijvoorbeeld voorzien worden waar de persoon van kan leven. Het biedt bovendien een leidraad om bepaalde beslissingen te nemen over investeren in een nieuw project, een schenking doen (al dan niet onder bepaalde voorwaarden) …

En hoe zit het met de overdracht van het vermogen aan de volgende generatie?

Er wordt daarbij rekening gehouden met het volledige vermogen. Ook wordt bepaald welke goederen eigen of gemeenschappelijk zijn.

De oorsprong van de bedrijfsfondsen is daarin bepalend. Indien de persoon getrouwd bent, is het dus essentieel om te weten van wie de bedrijfsaandelen zijn. Dat hangt af van het huwelijksstelsel en de manier waarop de aandelen werden verkregen.

Eens de juridische aard van de aandelen (en op termijn het kapitaal van de aandelenverkoop) gekend is, moeten de erfgenamen nog bepaald worden. Op basis van de gezinssituatie wordt vastgesteld wie de wettelijke erfgenamen zijn en wat hun erfdeel is.

De financiële gemoedsrust van de betrokken personen is verzekerd. De erfgenamen en hun erfdeel zijn gekend. Dan is het tijd om na te denken over de overdracht van het vermogen.

Is de wettelijke erfopvolging niet zoals gewenst? Of kunnen de verschuldigde successierechten beperkt worden? Er bestaan verschillende opties voor successieplanning om te voldoen aan de noden.

Het huwelijkscontract biedt een eerste mogelijkheid. Het bepaalt onder meer hoe het vermogen verdeeld wordt tussen de partners in verschillende situaties, waaronder een overlijden. Dit planningsinstrument wordt echter amper of vaak slecht gebruikt. Nochtans biedt het de mogelijkheid om de partner een bescherming op maat te bieden, door bijvoorbeeld een eigen goed in te brengen in de gemeenschap of een keuzebeding in te lassen.

Met een testament kan dan weer afgeweken worden van de wettelijke erfopvolging, rekening houdend met de reservataire erfgenamen. Door bepaalde legaten op te stellen, kan een testament sommige erfgenamen beschermen of de verschuldigde successierechten beperken. Dat kan door een testament op te stellen dat rechtstreeks de kleinkinderen begunstigd, een restlegaat te gebruiken of de gezinswoning over te laten aan de overlevende partner.

Als een verzekeringnemer in zijn naam en ten gunste van zijn erfgenamen een tijdelijke overlijdensverzekering (doorgaans voor 3 tot 10 jaar) afsluit, wordt er bij zijn overlijden een kapitaal (in principe onveranderlijk) gestort voor de betaling van de successierechten. Hoewel het principe eenvoudig is, moet de nodige aandacht besteed worden aan de structuur van een dergelijke verzekering. Er geldt namelijk een specifieke belastingheffing voor het levensverzekeringskapitaal.

Ten slotte kunnen ook tijdens het leven reeds goederen overgedragen worden aan dierbaren via een schenking van een gedeelte van de roerende goederen. De schenkingsakte kan een onderhandse akte of een notariële akte zijn. Zijn de schenkingsrechten betaald (gewestelijke bevoegdheid – tarief tussen 3 en 7%), dan verdwijnen de geschonken goederen definitief uit het vermogen. Bij een overlijden zijn dan geen successierechten meer verschuldigd. Bij de schenking van een onroerend goed moet een notariële akte opgemaakt worden. Er zijn in dat geval progressieve schenkingsrechten verschuldigd (tussen 3 en 40% naargelang de verwantschapsband en de waarde van het geschonken goed).

Conclusie

De verkoop van zijn bedrijf, maar in het algemeen ook zijn financiële toekomst, moet goed voorbereid worden.

Na de verkoop van zijn onderneming is het belangrijk zich uitgebreid te informeren om zijn vermogen zo goed mogelijk te structureren en beheren en, op termijn, de overdracht zoals gewenst te laten verlopen.

Mogelijkheid om voordelige tarieven toe te passen in geval van een erfenis/schenking van bedrijfsaandelen:
In het Brussels Hoofdstedelijk en Vlaams Gewest geldt voor de vererving van aandelen van een familiebedrijf een vast tarief van 3 à 7% indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een schenking kan zelfs tegen 0%.In het Waals Gewest geldt voor de vererving van aandelen van een familiebedrijf een vast tarief van 0% indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *