Nuttige tips

Advertisement

Deutsche Bank

Het is hard zoeken naar rendement

7/10/2019

De beurzen doen het goed dit jaar, al krijgen ze soms met hevige turbulentie te maken. In uw zoektocht naar rendement is een voorzichtige aanpak aangewezen.

{intro artikelpagina}

Samengevat :

  • Hoewel de waarderingen van zowel de aandelen- als obligatiemarkten al sterk stegen in 2019, is er nog altijd een beperkt extra rendement mogelijk.
  • Het is raadzaam om de blootstelling aan aandelen licht te verminderen en een deel van de posities te diversifiëren naar beleggingsthema’s die de traditionele economische cyclus overstijgen en naar flexibele gemengde fondsen.
  • Voor obligaties zijn er drie mogelijke scenario’s: bedrijfsobligaties in euro op de grens tussen investment grade en high yield, investment grade bedrijfsobligaties in USD en obligaties van de groeilanden in USD.

In het derde kwartaal van 2019 zette de vertraging van de economische en bedrijfswinstgroei zich verder. De trend op de beurzen is in 2019 niettemin stijgend, met twee periodes van consolidatie in mei en augustus.

De tweets van Trump

Of de stijgende trend zich de rest van 2019 zal doorzetten is een moeilijk vraagstuk. Het ritme van de aandelen- en obligatiemarkten wordt momenteel vaak gedicteerd door Donald Trump. Telkens hij een dreigende tweet richting China slingerde, vluchtten beleggers naar de veiligheid van obligaties (laag risico of risk-off modus). Wanneer daarna de onvermijdelijke tweet kwam dat de gesprekken toch nog lopen, volgde een golf in de omgekeerde richting naar aandelen (hoger risico of risk-on modus). Op die manier nestelde het klassieke patroon – een continue afwisseling van ‘risk-on, risk off’ gedrag (waarbij beleggers telkens weer overschakelen tussen aandelen en obligaties) – zich terug stevig in de markten.

Beleggers kregen in het derde kwartaal van 2019 de schrik ook goed te pakken na de omkering van de rentecurve in de VS. Dat obligaties met kortere looptijd meer opbrengen dan die met een langere looptijd (een zogenaamde inverse rentecurve) is historisch een goede voorspeller geweest voor recessies. Al volgden die recessies gemiddeld met 22 maanden vertraging op de omkering. In die periode steeg de S&P 500 beursindex gemiddeld nog 10%. De inverse rentecurve is dus zeker geen reden om in paniek de verkoopknop in te drukken. De komende twaalf maanden wordt er voor aandelen nog een totaal rendement – inclusief dividenden – van 5% verwacht.

Brexit

Een harde brexit – zonder akkoord – zal niet alleen op de Britse beurs, maar ook op de beurzen in de eurozone schade aanrichten. De waarderingen van Europese aandelen houden geen rekening met dit worst-case scenario. Door alle onzekerheid zijn de grote centrale banken terug in actie geschoten, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Hun soepele monetaire beleid geeft niet alleen zuurstof aan de economie, maar blijft ook de aandelen- en obligatiemarkten ondersteunen.

Zoektocht

De recente acties van de centrale banken bewijzen nogmaals dat de zeer lage rente nog lange tijd zal blijven. Aantrekkelijke rendementen worden almaar schaarser, waardoor ook de zoektocht ernaar moeilijker wordt. Hoe tewerk gaan in een dergelijke omgeving? Hoewel de waarderingen van zowel de aandelen- als obligatiemarkten sterk zijn gestegen, is er nog altijd een beperkt extra rendement mogelijk. Voorzichtig tewerk gaan, is belangrijk. Daarbij zal een afweging gemaakt moeten worden tussen de eigen rendementsdoelstelling en risicotolerantie, en de opportuniteiten en risico’s in de financiële markten.

Aandelen

Beleggen in aandelen vraagt een risicoappetijt en langetermijnvisie. Ze verdienen dan ook een structurele en prominente plaats in elke portefeuille die gestoeld is op een langetermijn beleggingsfilosofie. Niettemin is het nodig om de blootstelling aan aandelen licht af te bouwen, in het bijzonder voor de traditionele regio’s zoals de Verenigde Staten, Europa en de groeilanden. Een deel van de aandelenpositie naar beleggingsthema’s die de traditionele economische cyclus overstijgen diversifiëren kan een goed idee zijn. Denk daarbij aan de gezondheidssector, veiligheid, artificiële intelligentie en duurzaamheid. Een bijkomend pluspunt van aandelen is dat het dividendrendement ruim hoger is dan het rendement op obligaties.

Obligaties

De obligatiemarkten hebben de wind in de rug. De bokkensprongen van Donald Trump jagen beleggers op geregelde tijdstippen naar kwaliteit en veilige havens. Het soepelere monetaire beleid van de Amerikaanse en Europese centrale banken zorgt voor een extra stimulans. Het gevolg laat zich duidelijk merken: meer dan 15.000 miljard dollar aan obligaties – 27% van het totaal uitstaande bedrag – heeft momenteel een negatief rendement. Dat betekent dat het interessanter is om die obligaties vandaag te verkopen dan ze aan te houden tot de eindvervaldag. Niettemin heeft nog altijd 70% van alle obligaties een positief rendement.

Uiteraard zijn ze niet allemaal van dezelfde kwaliteit. Er zit eigenlijk niet veel kwaliteitsvolle vis in deze vijver. In uw zoektocht naar rendement heeft u twee keuzes: opteren voor lagere kredietkwaliteit (kredietrisico), of voor vreemde munten die een hoger rendement bieden (wisselkoersrisico). Volgens ons hebben beide opties hun waarde. We stellen dan ook voor om beide oplossingen te combineren.

In de huidige context verdienen drie categorieën van obligaties een vermelding:

  1. Bedrijfsobligaties in euro waarvan de kredietkwaliteit op de grens tussen investment grade (hoge kwaliteit) en high yield (lagere kredietkwaliteit) zit. Het beleid van de Europese Centrale Bank ondersteunt dit type van obligaties.
  2. Investment grade bedrijfsobligaties in Amerikaanse dollar. Zij bieden nog altijd een aantrekkelijk rendement.
  3. Obligaties van de groeilanden in Amerikaanse dollar. Hoewel het handelsconflict er een negatieve impact op heeft, spelen de renteverlagingen van de Amerikaanse centrale bank (Fed) in hun voordeel. De positieve impact van de Fed is sterker dan de negatieve invloed van het handelsconflict.

Dollar

De Amerikaanse dollar zit momenteel (september-oktober 2019) aan de onderkant van de vork 1,10 – 1,15 waarin de munt zich al een tijdje beweegt tegenover de euro. De hoogste rente van de G10-munten, het verschil met de rente in euro en de status van veilige haven zijn factoren die in het voordeel van de dollar spreken. Dat de Fed haar rente aan het verlagen is, verkleint wel het renteverschil met de euro. De dollar is ook niet goedkoop, en een mogelijke interventie van de regering-Trump – die vindt dat de dollar te duur is – is niet uitgesloten. De dollar zou in de komende twaalf maanden terug richting 1,15 dollar per euro moeten evolueren.

Flexibele gemengde fondsen

In het huidige beleggingsklimaat spreken twee belangrijke argumenten in het voordeel van flexibele gemengde beleggingsfondsen. Sommige van deze fondsen hebben als expliciete doelstelling het uitkeren van hun inkomsten aan beleggers. Ze gaan daarvoor op zoek naar financiële producten die nog een aantrekkelijk rendement bieden. Via deze fondsen kan op een gediversifieerde manier mee belegd worden in deze producten. Om het risico in de portefeuille wat af te bouwen, is het mogelijk een positie in aandelen om te zetten naar een belegging in flexibele gemengde fondsen. Daarbij kan gekozen worden voor die fondsen die als voornaamste doelstelling het beheren van risico’s en het beperken van kapitaalverlies hebben.

__________________________________________________________

Waar kunt u nog rendement verwachten?

5/9/19

Traditionele beleggingen (spaarboekje, kasbons e.d.) brengen nauwelijks nog iets op. Wat zijn de alternatieven?

Samengevat:

  • De rente op spaarboekjes is historisch laag en daar komt op korte termijn geen verbetering in.
  • Voor kwaliteitsvolle obligaties in euro met vaste coupons, is het rendement ook laag. Obligaties in dollar geven een stuk meer rendement dan in euro.
  • Om echt rendement te genereren, dient u in aandelen te beleggen. U dient echter te beseffen dat rendement zoeken gelijk staat met risico nemen.
  1. Spaarboekje

De rente op spaarboekjes bij zo goed als alle banken flirt met het wettelijke minimum. Is er op korte termijn verbetering in zicht? Helaas niet.

De Europese Centrale Bank (ECB) zal haar beleidsrente zeker niet optrekken voor juni 2020. Pas nadien zal ze deze eventueel stilaan normaliseren, maar wetende dat de depositorente voor de banken op -0,40% ligt, moeten we ook daar niet veel van verwachten. Integendeel, de kans op een knip van 0,1% (van -0,40% naar -0,50%) in september 2019 is zelfs aanzienlijk verhoogd.

Die verschuiving van beleid en verwachtingen zien we ook aan de langetermijnrente: de Duitse tienjaarsrente daalde in juli 2019 tot bijna -0,40% en voorlopig wordt niet verwacht dat ze fors zal stijgen. Zeker in euro blijft de lange- en kortetermijnrente laag tot negatief.

Wie in cash wil blijven, heeft dus weinig (kans op) opportuniteiten. Rendement moet u niet verwachten. Bovendien verliest u aan koopkracht. De inflatie ligt al sinds 2010 een stuk hoger dan de rente op spaarboekjes.

2.Obligaties in euro

Wie rendement wil en toch zekerheid wil inbouwen, kan kiezen voor obligaties. Die worden op eindvervaldag aan nominale waarde terugbetaald (tenzij bij faillissement van de uitgever). Met dien verstande dat de rendementen op obligaties net als spaarboekjes grotendeels gelinkt zijn aan de rentecurve, met een supplement om het kredietrisico op de uitgever te compenseren. Voor kwaliteitsvolle obligaties in euro met vaste coupons, is het rendement dus laag.

Een alternatief voor obligaties kan zijn om voor gestructureerde productente kiezen waarbij het rendement gelinkt is aan de prestaties van een onderliggend beleggingsfonds of een aandelenindex. De opportuniteitskost voor dergelijke producten is behoorlijk laag. Voor wie kapitaalbescherming in euro wil (dit is van toepassing tenzij de uitgever failliet gaat) en toch een bepaald rendement wil hebben, zijn gestructureerde producten een aantrekkelijke piste.

3. Obligaties in dollar

Obligaties in dollar geven een stuk meer rendement dan in euro. We hebben het hier o.a. over kwaliteitsvolle Amerikaanse bedrijfsobligaties, met relatief korte looptijden. Wie meer risico wil nemen, kan kiezen voor obligaties uit de groeilanden. Tegenover het rendement staat een hoger risico. De verhouding risico-rendement is nog altijd correct.

Wie in dollar belegt, moet uiteraard rekening houden met het wisselkoersrisico. Volgens de vooruitzichten zal de dollar de komende 12 maanden binnen een kleine vork blijven: op veel extra rendement moet u niet rekenen, maar ook een mogelijk aanzienlijk verlies ligt niet in de lijn van de verwachtingen.

  1. Aandelen

Om echt rendement te genereren, moet u in aandelen beleggen. U dient echter te beseffen dat rendement zoeken gelijk staat met risico nemen, en u moet aandelen als langetermijnbelegging zien. Op de lange termijn kunnen de schommelingen van de aandelenmarkten worden uitgevlakt.

De economische context is momenteel nog altijd gunstig. De groei is voorbij zijn toppunt, maar nog altijd degelijk. De locomotief voor de globale economische groei, de VS, doet het nog altijd beter dan gemiddeld. En als de locomotief het goed doet, kunnen ook andere regio’s daarvan profiteren. De verwachting qua bedrijfswinstgroei is nog steeds positief, zij het een stuk lager dan voor 2018. Bovendien hebben de centrale banken de bocht naar een soepeler monetair beleid genomen, wat ook de beurzen ondersteunt.

Hoe in aandelen beleggen?

Als u in aandelen of aandelenfondsen belegt, kan het een goed idee zijn om de regionale blootstelling wat af te bouwen en de thematische blootstellingwat op te bouwen. Thematische aandelen zijn niet alleen goed voor extra spreiding, ze volgen ook niet noodzakelijk de normale economische cyclus. Mogelijke thema’s zijn veiligheid, vergrijzing, artificiële intelligentie en duurzaamheid.

Een andere strategie kan zijn om niet exclusief in aandelen te beleggen, maar te kiezen voor flexibele gemengde fondsen. Daar bouwt de beheerder zelf buffers in om het fonds te beschermen tegen al te veel volatiliteit, het kapitaal is echter niet beschermd. En uiteraard kunt u ook kiezen voor discretionair beheer, waarbij de beheerder de risicoblootstelling beheert volgens uw beleggersprofiel.

______________________________________________________

ECB effent de weg voor extra stimulans

6/8/19

De ECB heeft haar belangrijkste rentevoeten ongewijzigd gelaten. Maar ze opende de deur voor een renteverlaging in september en een herlancering van het aankoopprogramma van activa later dit jaar. Een analyse.

Samengevat :

– De ECB heeft de beleidsrente ongewijzigd gelaten, maar zinspeelde op een renteverlaging in september en een herlancering van het aankoopprogramma van activa later dit jaar.

– De ECB zei dat de inflatiedoelstelling symmetrisch is. Als de doelstelling van 2% als een gemiddelde eerder dan een plafond beschouwd wordt, zal dit waarschijnlijk in meer monetaire stimulus resulteren voor langer.

– Een soepeler monetair beleid zal de jacht op rendement in vastrentende effecten intensiveren. Daarbij kan de nadruk gelegd worden op het crossover-segment, dit is de grens tussen investment grade en high yield.

– Op tactisch vlak blijft voorzichtigheid echter geboden met Europese aandelen, aangezien het macro-economische en politieke klimaat uitdagend blijft.

  1. Wat is er gebeurd ?

Zoals verwacht heeft de ECB haar belangrijkste rentevoeten tijdens haar jongste vergadering in juli ongewijzigd gelaten. De officiële verklaring en de persconferentie herhaalden echter de bezorgdheid van de centrale bank over de gematigde inflatiedruk. Bovendien worden de economische vooruitzichten volgens Mario Draghi “steeds slechter”, vooral in de industriesector.

De drie belangrijkste boodschappen van de vergadering zijn:

– De vooruitzichten voor de rente werden versterkt. Volgens de ECB zullen haar rentevoeten waarschijnlijk “op het huidige niveau of lager blijven, ten minste tot de eerste helft van 2020”. De toevoeging van het woord “lager” opent de deur voor een renteverlaging in september. De bevoegde comités kregen de opdracht de mogelijkheid te onderzoeken van een trapsgewijs systeem dat tot doel heeft bepaalde bankdeposito’s vrij te stellen van een negatieve rente.

– De Raad van Bestuur gaf de comités van het Eurosysteem ook de opdracht de opties te onderzoeken voor de omvang en samenstelling van mogelijke nieuwe aankopen van activa. Daarom lijkt het waarschijnlijk dat het programma voor de aankoop van activa later dit jaar opnieuw zal opgestart worden.

– De ECB zei dat de inflatiedoelstelling symmetrisch is. Dit betekent dat periodes van inflatie onder het streefcijfer moeten worden gevolgd door periodes van inflatie boven het streefcijfer. Officieel heeft de ECB zich tot nu toe gericht op een inflatie van minder dan, maar bijna 2%. Als de 2% eerder als een gemiddelde dan als een maximumwordt beschouwd, zal dit waarschijnlijk langer en tot meer monetaire stimulus leiden.

  1. Hoe reageerden de markten?

De zinspeling naar een herlancering van het aankoopprogramma van activa in de verklaring van de ECB heeft de rendementen op staatsobligaties naar een nieuw diepterecord gebracht. De 10-jaarsrente van de Duitse Bund daalde tot -0,42% en de 10-jaarsrente in Frankrijk tot -0,18%. De Eurostoxx 50 steeg met 1%, terwijl de reactie buiten de eurozone markt meer gematigd was. De euro verloor aanvankelijk ongeveer 0,3% aan waarde ten opzichte van de dollar.

De obligatierendementen en de euro herstelden zich echter en beperkten eerdere verliezen tijdens de persconferentie van Mario Draghi. Omgekeerd werden de aandelenwinsten tijdens de persconferentie uitgehold doordat Mario Draghi extra ‘dovish’ communicatie vermeed.

  1. Wat betekent dit voor beleggers?

– De ECB maakt zich zorgen over de achteruitgang van de macro-economische situatie, de gematigde inflatiedruk en de lagere inflatieverwachtingen. Gezien de tamelijk sombere macrovooruitzichten en de politieke onzekerheid is het niet verwonderlijk dat de ECB verdere monetaire stimuleringsmaatregelen overweegt. Het effect ervan op de groei en de inflatie is echter twijfelachtig. Bedrijven in de eurozone zijn terughoudend om te investeren, vooral vanwege de onzekere politieke en economische vooruitzichten, niet vanwege de hoge financieringskosten. Een meer monetaire versoepeling hoeft niet te leiden tot een significante toename van de groei of inflatie.

De gevolgen voor de financiële markten zijn sterker. Veel Europese staatsobligaties hebben nu al een negatief rendement en een soepeler beleid van de centrale banken zullen de jacht op rendement in het obligatiesegment nog intensiever maken. Europese bedrijfsobligaties bieden in een dergelijke omgeving een aantrekkelijke ‘carry’[1].

Een piste die bewandeld kan worden in EUR Investment Grade is de voorkeur geven aan obligaties die  financiële instellingen uitgeven eerder dan die van niet-financiële instellingen.Voor niet-financiële obligaties zou het gewicht voor ondernemingen die in aanmerking komen voor het ECB-aankoopprogramma verhoogd kunnen worden. In het iets hogere risicosegment kunnen obligaties die op de grens van investment grade en high yield zitten (BBB- / BB+) een piste zijn voor diversificatie.

– Aan de andere kant zullen de financiële markten, ondanks de verwachting van extra monetaire stimulansen, gevoelig blijven voor volatiliteit. De aandelenmarkten lijken zich weinig zorgen te maken maar op tactisch vlak is het zaak om voorzichtig te blijven met Europese aandelen, aangezien het macro-economische en politieke klimaat uitdagend blijft.

Wat de valutamarkten betreft, blijft het neerwaartse potentieel van de euro wellicht beperkt. De Amerikaanse Fed zal later deze maand waarschijnlijk het monetaire beleid versoepelen en het rendementsverschil tussen de EUR en de USD zal dan afnemen. Daarom zal de EUR/USD-wisselkoers wellicht binnen een vork blijven evolueren.

[1]‘Carry’ is de opbrengst of kost om een actief aan te houden (to carry: ‘dragen, vervoeren’)

 

_____________________________________________

Hoe houdt u het hoofd koel in bange beursdagen? Vijf tips

2/7/2019

  1. Beleg op langere termijn, zeker als u belegt in risicovolle activa. De vuistregel: hoe meer risico u neemt, hoe langer uw beleggingshorizon moet zijn. Risicovolle activa zijn volatieler, met hogere pieken en dalen. Die grote schommelingen kunnen op de langere termijn worden uitgevlakt.
  2. Let op de fundamentals. Indien het bredere economische kader geen correctie rechtvaardigt, kan er een herstel volgen.
  3. Win informatie in, maar laat uw hoofd niet gek maken. Een groot verschil met pakweg 20 jaar geleden is de overvloed aan beursinformatie op het internet. Als belegger krijgt u vandaag de dag veel meer prikkels om beleggingsbeslissingen te nemen of te herzien. Veel beleggers zijn daardoor sneller geneigd om emoties te laten primeren op ratio.
  4. Ken uzelf. Maakt de volatiliteit van de beurzen u zenuwachtig? Hebt u de neiging om beleggingsbeslissingen te nemen waar u later spijt van hebt? Dan is het misschien beter om uw beleggingen te delegeren aan professionals, die veel minder geneigd zijn om emoties te laten spelen. Dat kan bijvoorbeeld via discretionair beheer waarbij u het beheer van uw beleggingen uitbesteed aan een expert.
  5. Wil u zelf de vinger aan de pols te houden van uw beleggingsportefeuille maar niet constant het hoofd te breken over de activa-allocatie? Dan kan u kiezen voorflexibele gemengde fondsen, waarbij de fondsenbeheerders op flexibele wijze de onderliggende activa-allocatie bepalen. Uiteraard kan u in dit geval om op het even welk moment uw keuze van fondsenbeheerder bijsturen.

________________________________________

Belegd blijven is de boodschap

11/6/2019

2018, en zeker het laatste kwartaal, was – zacht gezegd – geen fantastisch beursjaar. Behoorlijk wat beleggers dumpten hun activa. Maar wat bracht het op om het hoofd koel te houden?

Samengevat:

  • Wie zijn activa in december verkocht, heeft een groot deel van de daaropvolgende beursstijging gemist.
  • Op de lange termijn worden koersschommelingen vaak uitgevlakt, en blijft het advies: ‘blijf belegd’.

Het laatste kwartaal van 2018 bezorgde heel wat beleggers koude rillingen. De sterke daling op de beurs was eerder het gevolg van vrees voor een economische recessie en het aanhoudende handelsconflict, maar de economische fundamentals zelf gaven geen reden tot paniek.

Emoties bleken eens te meer een slechte raadgever. Wie zijn activa verkocht, heeft een groot deel van de daaropvolgende beursstijging gemist. Wie het hoofd koel hield, heeft in vele gevallen de verliezen van 2018 al (meer dan) terugverdiend.

Verkocht in 2018 – stijging gemist

Ter illustratie: de koersevolutie van de Euro Stoxx 50® tot en met 30 april 2019 (Bron: Bloomberg).


Lichtblauwe lijn:u had op 1 augustus 2018 1.000 euro belegd in de Euro Stoxx 50® en verkocht die positie op 27 december 2018.

Donkerblauwe lijn:u behield uw positie op 27 december 2018.

  • Wie zijn aandelen op 27 december 2018 verkocht, miste een stijging van 18,94%.
  • Wie op 31 oktober verkocht, miste nog altijd een stijging van 9,26%.
  • Zelfs wie op de daling van het laatste trimester anticipeerde en op 28 september verkocht (dus vóór de beurzen zwaar daalden), miste nog altijd een stijging van 2,78%.

De conclusie is telkens dezelfde: op geen enkel moment, of het nu net voor of tijdens het slechte vierde kwartaal was, heeft het geloond om te verkopen. Wie belegd bleef, heeft in de meeste gevallen het belangrijke verlies van 2018 onverhoopt snel kunnen recupereren.

Timing is (heel) moeilijk

Dat wie belegd bleef, uiteindelijk beter af was dan wie verkocht, is geen alleenstaand geval. Timing op de beurs is sowieso bijzonder moeilijk: niemand weet precies wanneer de top of de bodem bereikt is, om precies op het juiste moment te kopen of te verkopen. Emoties spelen ook een rol: vaak houden beleggers dalende activa nog een tijdje bij, om uiteindelijk toch te verkopen – net voor het moment dat de beurzen weer opveren. Op de lange termijn worden koersschommelingen uitgevlakt, en blijft het advies: ‘blijf belegd’. Want wie alles verkoopt als de beurzen sterk gedaald zijn, heeft veel kans om ook de betere beursdagen te missen.

Lange termijn

Neem nu de S&P 500-index over de periode van 1996 tot augustus 2017 (grafiek 2). Tijdens die 21 jaar was er de dotcom-bubbel, waarin zo goed als alle ICT-aandelen zware klappen kregen, én de financiële crisis van 2008, toen de index ongeveer 50% van zijn waarde verloor. En toch: wie in 1996 10.000 dollar in S&P 500-activa belegde, kreeg na 21 jaar 59.738 dollar terug: bijna een verzesvoudiging.

Ter illustratie: de prestatie van een belegging van 10.000 USD in de S&P500 tussen 2 januari 1996 en 25 augustus 2017 (bron: Bloomberg).

Sterker nog: wie probeerde te timen en daardoor de tien beste beursdagen miste, zag die winst halveren: maal 3 in plaats van maal 6. Nog altijd winst, en het is uiteraard niet erg waarschijnlijk dat iemand alletien pieken mist, maar het illustreert hoe een poging tot timing vaak nefast kan aflopen.

Blijf bij uw plan

De conclusie: blijf bij uw doelstellingen. Win informatie in, kies op basis van die informatie en uw beleggersprofiel een beleggingsstrategie en houd u aan die strategie. Zorg voor een goede spreiding, evalueer uw strategie geregeld en toets ze aan de realiteit, maar ga niet halsoverkop handelen op basis van emoties. Beleggen op de beurs is een zaak van de lange termijn.

____________________________________________

Trends in het fondsenlandschap

9/5/2019

  • Beleggen houdt altijd risico’s in. Bij dalende financiële markten kunnen beleggers verlies lijden. Flexibele gemengde fondsen kunnen het gewicht in aandelen, obligaties en liquiditeiten (cash) aanpassen in functie van actuele en verwachte marktverschuivingen. Hun focus ligt hierbij vaak op het onder controle houden van het neerwaartse risico.
  • Naast financiële aspecten, zoals bescherming en rendement, groeit ook het besef dat niet-financiële factoren zoals verantwoord beleggen, belangrijk zijn. In de beleggingswereld wordt in dit opzicht veelal gesproken over ‘ESG’, voluit Environmental (milieu), Social (maatschappij) en Governance (deugdelijk bestuur). Meer en meer fondsenhuizen gaan ook deze niet financiële factoren integreren in hun beleggingsbeleid omdat ze zien dat deze elementen een toegevoegde waarde bezorgen aan het algemeen beheer van hun fondsen.
  • Ook thematische fondsen die beleggen in aandelen rond bepaalde langetermijnthema’s winnen vandaag aan populariteit zoals robotica, artificiële intelligentie, ecologie en vergrijzing. Al is er altijd het gevaar dat het een hype is en deze kunnen even snel overwaaien als ze opkomen. Daarom dat thema’s met een groot en breed universum de voorkeur dragen.

Gaan duurzaamheid en rendement samen?

Kiezen voor een duurzaam fonds hoeft niet te betekenen dat u moet inleveren op rendement. DWS, het fondsenhuis van Deutsche Bank, concludeerde aan de hand van de analyse van meer dan 2.000 ESG-studies dat in 92% van deze studies een positief of ten minste neutrale relatie tussen ESG- en financiële prestaties vertoonde. Niet bepaald onlogisch als je nog maar denkt aan het feit dat bijvoorbeeld tevreden werknemers productiever kunnen zijn en investeringen in betere energie-efficiëntie algemene kosten kunnen doen dalen en zo de winstgevendheid van bedrijven doen stijgen.

Wenst u meer te weten over beleggen in duurzame en gemengde fondsen, dan kan u hier gratis en geheel vrijblijvend Money Expert, de fondsenspecial van het beleggingsmagazine van Deutsche Bank, aanvragen.

_____________________________________________

Actie ondernemen na de recente beursrally?

9/4/2019

De beurscorrectie eind 2018 heeft plaatsgemaakt voor een krachtige rally. Hoe kan de belegger zich in de markten positioneren? En wat zijn de mogelijkheden?

Samengevat:

– In de VS en Europa hebben de aandelenmarkten al een groot deel van de verwachte stijging voor 2019 gerealiseerd.

– Het lijkt gepast om te blijven beleggen, maar een iets defensievere positionering aan te nemen.

– Drie opties, zonder de relevantie van een thematische benadering van beleggen uit het oog te verliezen.

Nu het eerste kwartaal 2019 er bijna op zit, kunnen aandelenbeleggers globaal genomen tevreden terugblikken. De scherpe correctie van december 2018 was ons ingegeven door overdreven pessimisme omtrent de wereldwijde groeivooruitzichten en bedrijfswinsten.

Een beursrally volgde op de paniek

De correctie die eind vorig jaar een paniekgolf veroorzaakte op de beurzen, maakte kort daarop plaats voor een krachtige beursrally. De hernieuwde risicobereidheid op de financiële markten werd grotendeels aangewakkerd door twee factoren:

  • het meer inschikkelijke monetair beleidsdiscours van de Federal Reserve (Fed)
  • de hoop dat de Verenigde Staten en China weldra de strijdbijl zouden begraven gezien de vorderingen in hun onderhandelingen over het handelsverkeer

Resultaat: in de Verenigde Staten veerde de S&P 500-index liefst 19% op sinds zijn dieptepunt vlak voor Kerstmis, waardoor hij nu zelfs hoger staat dan begin 2018. In Europa wist de DJ Stoxx 600 een winst van 11,7% te boeken, waarmee hij zijn toch vrij forse verliezen van vorig jaar nagenoeg volledig goedmaakte, ondanks de minder gunstige conjunctuur en de aanhoudende politieke onzekerheid.

Blijf belegd maar neem een meer defensieve positionering aan

Fundamenteel kan men op middellange termijn vasthouden aan het opbouwend advies voor aandelen aangezien de huidige economische cyclus wel gevorderd is, maar nog niet ten einde. Vandaar is het nog steeds aangeraden om in de markt te blijven. In tactisch opzicht, dit wil zeggen op kortere termijn, vraagt het snelle en opmerkelijke herstel van de beurzen toch enige reflectie. De opportuniteiten op vlak van waardering die zich na de koersval van eind 2018 aandienden, zijn grotendeels verdwenen en een consolidatie van de winsten zou ons na de forse vooruitgang van de voorbije maanden niet abnormaal lijken. Aangezien de aandelenmarkten reeds een groot deel van de voor 2019 verhoopte stijging binnenhaalden, lijkt het aangewezen om de allocatie binnen de portefeuilles deels te herbekijken en een meer defensieve positionering aan te nemen.

3 opties voor beleggers

Concreet kan deze oefening op 3 verschillende manieren gebeuren, afhankelijk van uw risicobereidheid. Enkele opties op een rijtje, gerangschikt volgens afnemend risiconiveau:

– De 1steoptie bestaat erin te herbeleggen in een aandelenfonds dat zich richt op een defensieve sector zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg. De vraag en de uitgaven in de gezondheidszorg blijven structureel stijgen en verwacht wordt dat de innovatie in geneesmiddelen en technologie nieuwe groeikansen zal blijven opleveren voor de medische sector.

– Een 2deoptie is kiezen voor een flexibel gemengd fonds: met deze aanpak kunt u grotendeels blijven meegenieten van een eventuele verdere stijging van de beurskoersen, maar vermindert u de risico’s in geval van een marktinzinking dankzij het actieve en flexibele beheer.

– De 3deoptie is zich richten op gestructureerde producten met kapitaalbescherming op eindvervaldag. Deze aanpak komt er in feite op neer dat u uw winst vastklikt zonder naar de toekomst toe af te zien van mogelijke meerwaarden als de beurzen er verder op vooruitgaan.

Thematisch beleggen niet uit het oog verliezen

Los van deze beschouwingen is een thematische benadering zinvol. Beleggingsthema’s op lange termijn, zoals veiligheid, artificiële intelligentie of duurzame ontwikkeling vormen megatrends die het kader van de traditionele economische cyclus overstijgen.

Voor beleggers zijn het interessante pistes om het aandelenluik in de portefeuilles verder te diversifiëren, terwijl ze op lange termijn uitzicht bieden op meerwaarde.

_____________________________________________

Welke beleggingshorizon past het best bij mij?

8/3/2019

Samengevat

  • Uw beleggingshorizon hangt af van het beleggingsproduct, uw financiële doelstellingen en uw leeftijd.
  • Hoe vroeger u met beleggen start, hoe hoger het potentieel rendement u mag verwachten.

Uw buurman zegt 3 jaar, in de krant leest u 5 jaar en uw toenmalige leraar economie vertelde u dat 10 jaar de norm is. Wie heeft nu eigenlijk gelijk?

Wel, ze kunnen alle 3 gelijk hebben… De ‘ideale’ periode om een belegging aan te houden hangt namelijk van verschillende factoren af.

  1. Het beleggingsproduct zelf

De algemene regel is: hoe risicovoller het product, hoe langer de beleggingshorizon. Een langere beleggingshorizon is immers nodig zodat uw belegging zich kan herpakken nadat de beurs minder presteerde.

Belegt u in individuele aandelen? Dan raadt men een horizon van minstens 10 jaar aan. Als u enkel in aandelen belegt, is niet alleen een lange horizon belangrijk. Uw geld voldoende spreiden over verschillende aandelen, regio’s en sectoren is dat evenzeer. Hiervoor zijn fondsen vaak een slimmer alternatief.

Voor fondsen rekent u best op een horizon van minimum 5 à 8 jaar. Veel hangt af van het fonds zelf. Elk fonds hanteert namelijk een eigen strategie en risicobeleid. Voor fondsen met een hogere risicoscore (een score van 5, 6 of het maximum van 7 op de risicoschaal – vaak aandelenfondsen en dynamische gemengde fondsen) hanteert u best een langere horizon.

Uiteraard zijn er ook uitzonderingen op de algemene regel. Obligaties en gestructureerde producten hebben namelijk doorgaans een vervaldatum. Koopt u een obligatie met een looptijd van 5 jaar, of koopt u eentje van 15 jaar? Dan zal uw beleggingshorizon er helemaal anders uitzien indien u de obligatie de hele looptijd wil houden. Bij bepaalde verzekeringsproducten zoals een tak 21 en tak 23-belegging hangt uw horizon ook sterk af van uw pensioenplannen en leeftijd.

  1. Uw eigen financiële doelstellingen

Wilt u volgend jaar een huis kopen? Of begint uw dochter straks aan haar studies architectuur (5 jaar)? Dan kunt u het geld dat u hiervoor wil aanboren beter niet risicovol beleggen. Over een relatief korte periode (bijvoorbeeld 5 jaar) kunnen risicovolle activa immers sterk schommelen.

Als u uw geld op een specifieke datum binnen een relatief korte termijn nodig heeft, kiest u beter beleggingen met bescherming of zonder risico. Heeft u een heel lange beleggingshorizon (zoals bv. tot uw pensionering), dan kan u wel voluit de kaart trekken van risicovolle activa zoals gemengde fondsen of zelfs aandelenfondsen. Nadert u later uw pensioenleeftijd, dan heeft u alle tijd om stap voor stap over te schakelen naar beleggingen met bescherming of zonder risico.

Bent u tevreden met een rendement dat een beetje lager ligt, indien het risico hierdoor vermindert? Dan kan u uw beleggingshorizon relatief kort houden. Heeft u een hoger rendement voor ogen? Dan opteert u best voor een langere beleggingshorizon.

3. Uw leeftijd

Hoe jonger u bent, hoe meer tijd u heeft om een hoger beleggingsrendement na te streven. Maar in de praktijk houden mensen op jongere leeftijd net het minst over van hun inkomen. Omdat ze bijvoorbeeld alleen of samen gaan wonen, eventueel aan gezinsuitbreiding doen of vastgoedplannen hebben.

Op jonge leeftijd is het dus een kwestie van goed afwegen. Hoe vroeger u echter met beleggen kunt starten (kapitalisatie-effect), hoe hoger het potentieel rendement u mag verwachten. De volgende simulatie maakt dat duidelijk:

  • Carla (30) belegt elke maand 100 euro via een periodiek beleggingsplanin een beleggingsfonds en dat doet ze 15 jaar lang. In totaal zal ze 18.000 euro belegd hebben. Daarna stopt ze met maandelijks geld te storten, maar ze laat de beurs wel nog 10 jaar lang met haar belegging werken. Op haar 55e zal haar kapitaal 43.312,88 euro bedragen bij een gemiddeld rendement van 5 procent per jaar.
  • Karel (40 jaar) belegt ook maandelijks 100 euro via een periodiek beleggingsplanin een beleggingsfonds. Dat doet hij net als Carla 15 jaar lang, dus ook voor een totaalbedrag van 18.000 euro. Na 15 jaar verkoopt hij zijn beleggingen om een oldtimer te kopen. Op zijn 55e zal zijn kapitaal 26.590,35 euro bedragen bij een gemiddeld rendement van 5 procent.

Carla en Karel beleggen elk 18.000 euro: Carla gedurende 25 jaar en Karel gedurende 15 jaar. Op langere termijn mag Carla bij eenzelfde jaarlijks gemiddeld rendement een hoger rendement verwachten.

Beleggen op lange termijn doet u dus niet alleen om pieken en dalen op de beurs uit te vlakken. U doet het dus best ook voor het rendement. 10 jaar langer met hetzelfde bedrag beleggen levert in de bovenstaande simulatie 16.722,53 euro meer op.

Op oudere leeftijd kan het voor velen aangewezen zijn om defensiever te beleggen. U houdt dan bv. beter een iets hogere positie in spaargeld aan, voor bijvoorbeeld onverwachte gezondheidsuitgaven of als de beurs minder goed presteert. U dient er immers ook rekening mee te houden dat een volledig beursherstel meestal enkele jaren duurt.

_____________________________________________

Hét juiste instapmoment voor uw beleggingen kiezen

6/2/19

Voor een optimaal rendement dient u op het juiste moment in te stappen en uit te stappen. Maar wanneer is nu dat ‘juiste’ moment? En hoe vermindert u het risico van een heel slechte timing?

Samengevat:

  • Voor uw beleggingen zult u altijd rekening moeten houden met onvoorziene omstandigheden. Als schrik om de juiste timing u weerhoudt, dan is periodiek beleggen een optie.
  • Door periodiek te beleggen, belegt u elke maand een klein stuk van uw belegbaar vermogen. Zo voorkomt u dat u al uw belegbaar vermogen ‘te vroeg’ of ‘te laat’ belegt.
  • Behalve in de tijd spreiden, is het ook belangrijk om uw eigenlijke beleggingsinstrumenten te spreiden. Ook daarvoor bestaan oplossingen.
    Handelsspanningen, monetaire politiek van de centrale banken, brexit … Wacht ik niet beter tot het wat rustiger wordt?

Onzekerheden zijn van alle tijden en dus ook onlosmakelijk verbonden aan beleggen. Er zullen altijd verkiezingen zijn. Geopolitieke machtsverhoudingen zullen blijven verschuiven. Enzovoort. U zult voor uw beleggingen altijd rekening moeten houden met onvoorziene omstandigheden. En u zult ook bereid moeten zijn om met schommelingen om te gaan. Maar gebeurtenissen die u vandaag weerhouden om te beleggen, kunnen morgen slechts een voetnoot in de geschiedenis zijn. Want net door te wachten en te blijven wachten, kunnen er opportuniteiten ontglippen.

Als u op heel lange termijn kijkt, dan gedragen aandelen en obligaties zich nochtans relatief voorspelbaar. Hoewel de markten de voorbije decennia heel wat pieken en dalen tonen, ziet u wel een duidelijk stijgende lijn op de lange termijn. Credit Suisse onderzoekt elk jaar hoe verschillende spaar- en beleggingsformules het deden sinds 1900[1], en dat op basis van hun reëel rendement. Aandelen zouden een winst genereren van 6,5% per jaar – alle beurscrisissen zoals de crash van 1929 meegerekend. Obligaties zouden jaarlijks 2% winst hebben gemaakt. Een spaarrekening 0,8%.

  1. Is het vandaag te laat/te vroeg/net gepast om te beginnen met beleggen?
    Een spaarboekje brengt momenteel niets op. Integendeel: door de inflatie daalt de koopkracht van uw spaargeld. Dat zal de komende jaren wellicht niet snel veranderen. Beleggen – als u maandelijks geld opzij kunt zetten, geen vastgoed- of andere plannen hebt en u een hoger risico aanvaardt – hoeft niet direct met grote bedragen. Eerst jarenlang het kapitaal bij elkaar sparen en dan pas beleggen levert trouwens doorgaans minder op dan meteen te beleggen.

Als schrik om de juiste timingu weerhoudt, dan is periodiek beleggen een optie. U stopt dan elke maand of elk kwartaal een bedrag in een beleggingsfonds. Zo voorkomt u dat u al uw belegbaar vermogen ‘te vroeg’ of ‘te laat’ belegt. Het is wel belangrijk dat u die regelmaat aanhoudt. Ook als het minder goed gaatop de beurs. Het omgekeerde geldt evenzeer: in euforie achter de markt aanlopen en er dan extra veel geld in pompen, is ook geen goed idee.

Naast het timingaspect, is er namelijk ook het emotioneel aspect van beleggen. Hoewel beleggers soms denken dat ze puur rationeel handelen, zie je in de praktijk dat velen de neiging hebben om in te stappen na een periode van stijgingen om uit te stappen na een periode van daling. Dit gedrag kost op lange termijn een flink stuk rendement.Door periodiek te beleggen – en die regelmaat aan te houden – vlakt u ook het risico uit dat u uw beslissingen vooral op sentiment baseert.

  1. Valt er iets te vinden voor beleggen op korte termijn?

Mensen trekken soms naar de beurs met het idee om op korte termijn snel rijk te worden. Om daarin te slagen, moet u keer op keer op het juiste moment kopen en verkopen. De wind kan deze speculanten misschien eventjes in de rug zitten, maar op lange termijn zal de realiteit hen inhalen. Risicovolle beleggingsproducten hebben vaak een aangeraden beleggingshorizon van 5 jaar of langer. Daarom zijn ze niet geschikt voor de korte termijn.Gaat u toch voor de korte termijn, dan zijn spaarboekjes of kwalitatieve obligaties in euro een piste. Maar in beide gevallen is de verwachte opbrengst heel miniem.

Beleggen op lange termijn is dus de boodschap voor wie een zeker risico wenst te nemen. Spreiding is daarbij een sleutelbegrip. Uw belegbaar vermogen dus niet in één keer beleggen, maar spreiden over de tijd. Dat kunt u bijvoorbeeld door periodiek te beleggen. Maar behalve in de tijd spreiden, is het ook belangrijk om ook uw eigenlijke beleggingsinstrumenten te spreiden. Wil u in aandelen beleggen? Dan belegt u beter niet in individuele aandelen, maar in aandelenfondsen. Zo’n fonds overkapt doorgaans tientallen tot zelfs honderden verschillende aandelen. Op die manier spreidt u het risico als een of meerdere aandelen het bijvoorbeeld minder doen. Hetzelfde geldt voor obligaties: obligatiefondsen met een goede spreiding zijn meestal een veiligere keuze.
Kiest u dan best voor aandelen- of obligatiefondsen? Als die vraag u weerhoudt om te beleggen, dan zijn flexibele gemengde fondsen een interessante keuze. Aandelenfondsen beleggen in aandelen en obligatiefondsen beleggen in obligaties. Bij een flexibel gemengd fonds geldt die beperking niet. In dat geval bepaalt de professionele beheerder van het fondsof hij meer de nadruk legt op aandelen of obligaties. Verwacht hij bijvoorbeeld onweer op de markten, dan is hij vrij om aandelenposities af te bouwen en zijn cashpositie op te krikken. Met een flexibel gemengd fonds hoeft u zich geen zorgen te maken hoeveel u op welk moment moet beleggen in aandelen of obligaties en in welke producten. U laat het beheer over aan een professional die over de emoties in de markten heen kan kijken.

[1]‘Credit Suisse Global Investment Returns Yearbook 2018’ (Elroy Dimson, Paul Marsh, Mike Staunton), februari 2018. De volledige studie is beschikbaar (pdf) op www.credit-suisse.com/media/assets/corporate/docs/about-us/media/media-release/2018/02/giry-summary-2018.pdf

 

_____________________________________________Zijn de markten zich aan het aanpassen aan de realiteit?

9/1/2019

Het beursjaar 2018 eindigt met een sterke daling. De markten lijken zich meer te focussen op risico’s (geopolitiek, het einde van het soepel monetair beleid van de centrale banken, etc.) dan op de nog steeds solide economische fundamenten. Wat moet de belegger verwachten?

Samengevat:

  • Financiële markten hebben het zwaar te verduren eind 2018
  • Een Amerikaanse of mondiale recessie wordt niet verwacht in 2019
  • De reactie van de markt lijkt overdreven, maar er moet op worden toegezien dat de perceptie geen realiteit wordt.

2018 lijkt te eindigen op een hobbelige noot. Recente dalingen hebben ervoor gezorgd dat de Dow Jones en S&P 500 sinds begin 2018 een duidelijk negatieve prestatie optekenen(respectievelijk -7,0% en -7,5%; alle cijfers in dit artikel gaan van 01/01/2018 tot en met 20/12/2018)). Met Europese aandelen is het nog slechter gesteld, met de Stoxx Europe 600 13,5% lager sinds begin 2018. Azië was niet immuun voor deze evolutie, waarbij China’s CSI bijvoorbeeld daalde met 23,9%.

Hogere volatiliteit, een rode draad doorheen 2018

Begin2018 waren hogere niveaus van volatiliteit te verwachten in een laatcyclische omgeving en werd er gewaarschuwd dat portefeuilles bijgesteld moesten worden om dit te anticiperen Ondanks de volatiliteit en aanhoudende politieke zorgen zou de wereldwijde groei de overhand nemen: in de zin van “groei overtreft de geopolitiek”. Gedurende het grootste deel van dit jaar was dit duidelijk het geval en zelfs nu is het economische momentum sterk in de VS en elders, voldoende om de renteverhoging door de Fed uit te lokken. Maar is het beleggingsverhaal nu desondanks fundamenteel aan het veranderen?

De markten evolueren eerder op het ritme van de risico’s dan op dat van de fundamentals

Markten worden altijd gedreven door verwachtingen over de toekomst. En op dit moment kiezen markten er duidelijk voor om zich te concentreren op weerbarstige geopolitieke kwesties. Het gaat hierbij vooral over de handelsspanningen tussen China en de VS, maar ook over politieke kwesties in Europa en elders. Elke beoordeling van dit soort problemen kan worden beïnvloed door informatie van voorbijgaande aard of door ongefundeerde hoop op een toekomstige richting – wat betekent dat visies snel kunnen veranderen en bijgevolg markten destabiliseren.

Zullen de markten nu bezwijken voor pessimisme door een toekomstige recessie in te prijzen? Bekijk zowel aandelen als de olieprijs. Voor aandelen hebben de recente koersdalingen, afgezet tegen de huidige inkomsten, de koerswinstverhoudingen zodanig verlaagd (S&P 500: 17% sinds begin 2018), dat dit meestal alleen gezien wordt rond recessies (mediaan van 25%). Op de oliemarkt waren zelfs kleine neerwaartse bijstellingen van de vooruitzichten van de vraag naar olie voldoende om de prijzen scherp omlaag te duwen, omdat beleggers aan een situatie van aanhoudend overaanbod van olie denken.

Er wordt geen recessie verwacht

Een Amerikaanse of mondiale recessie wordt nog steeds niet verwacht in 2019. Wat de recente macro-economische gegevens betreft, is het Amerikaanse groeiverhaal nog steeds overtuigend.We zien geen van de klassieke indicatoren van een dreigende recessie, zoals een stijging van het aantal ontslagen. Het totale arbeidsinkomen – een goede voorspeller van de consumentenbestedingen – blijft groeien met ongeveer 5% per jaar. De groei van het bbp is duidelijk minder krachtig in andere ontwikkelde markten,maar de inkoopmanagersindexen (PMI) van de meeste economieën blijven boven de drempel van 50 procent. Krappe arbeidsmarkten en lage werkloosheidscijfers ondersteunen ook de groei van de particuliere consumptie, zelfs in economieën met een lage groei van het bbp.

Een situatie om van dichtbij opgevolgd te worden door beleggers

Een aanhoudende hoge marktvolatiliteit kan de groei afremmen door investerings- of consumptiebeslissingen te ontmoedigen, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat deze de groei in het rood zal duwen. In een dergelijke omgeving is het echter wel van cruciaal belang dit in de gaten te houden. Met name de neerwaartse winstgroeiherziening voor 2019 (voor de MSCI AC World) is versneld gedaald van -0,1% in oktober naar -0,9% in november. Hoewel de winstgroei solide zou moeten blijven, zou deze onder het recente niveau kunnen blijven.

Waakzaam blijven alvorens gerustgesteld te worden?

Samengevat, kunnen de marktbewegingen van de laatste weken gewoon een aanpassing aan een nieuwe waargenomen realiteit geweest zijn– maar dergelijke vaststelling zou wel eens overdreven pessimistisch kunnen zijn. We moeten erover waken dat deze perceptie niet in realiteit wordt omgezet. Om in 2019 de markten te zien stabiliseren, hebben we waarschijnlijk bewijzen nodig dat de bedrijfswinsten in grote lijnen in overeenstemmingzijn met de verwachtingen evenals enkele bijkomende aanwijzingen van beleidsmakers dat de centrale bankenbereid zullen zijn om het beleid zo nodig aan te passen aan de economische groei. Dit zijn belangrijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan, maar we verwachten op beide gebieden geruststelling.

______________________________________________________________

Waarom zijn de markten beducht voor een rentestijging?

6/12/2018

Tot tweemaal toe dit jaar werden de beurzen wereldwijd aan het wankelen gebracht door de plots stijgende rente. En telkens vond die stijging eerst plaats in de Verenigde Staten, om zich vervolgens uit te breiden naar de rest van de wereld.
Samengevat:

  • De rente stijgt als gevolg van de stijgende inflatie en het einde van buitengewone steunmaatregelen door de centrale banken.
    • Een stijging van de rentetarieven betekent niet noodzakelijkerwijs minder goede bedrijfsresultaten.
    • Door de volatiliteit van de aandelenmarkten kiezen sommige beleggers al voor obligaties. Maar een structurele stap in die richting is nog niet zichtbaar.

Wat geeft de aanzet voor rentestijgingen?

De obligatierente laat nu al bijna 40 jaar een geleidelijke daling optekenen. De evolutie bereikte recentelijk haar dieptepunt als gevolg van de financiële crisis van 2008. Om de economie terug op het goede spoor te krijgen opteerden de grote centrale banken voor een ongekend en ultra-accommoderend beleid.Dat ging gepaard met verlagingen van de beleidsrente en liquiditeitsinjecties die de obligatierente deed terugvallen tot historisch lage of zelfs negatieve niveaus.

De centrale bankiers tonen zich vandaag tevreden omdat ze met hun beleid het wankele vertrouwen een duw in de rug hebben gegeven, de wereldwijde groei weer op de sporen gekregen hebben en de financiële markten fors ondersteund hebben. De rente is ondertussen opnieuw aan het stijgen, maar niet overal en niet met dezelfde intensiteit. De afgelopen tien jaren daalde de rente als gevolg van de economische crisis en de tussenkomsten van de centrale banken. Vandaag stijgt ze door de aantrekkende inflatie en het einde van de uitzonderlijke maatregelen van de centrale banken.

Is een rentestijging slecht nieuws voor de economie?
Wie rentestijging zegt, zegt duurdere kredieten, zowel voor bedrijven als gezinnen. De eerste reactie van de markten op een rentestijging is dus veeleer negatief omdat de aandelenbeleggers moeilijkere tijden zien aankomen. Nochtans leidt een rentestijging niet noodzakelijk tot slechtere bedrijfsresultaten. Hogere rentevoeten wijzen doorgaans op een goed vormpeil van de economie en dus betere winstvooruitzichten voor de bedrijven.

Alles is echter een kwestie van timing, renteniveaus en intensiteit van de stijging. Te hoge inflatieverwachtingen zouden de rentevoeten doen stijgen en zouden de centrale banken verplichten om het monetair beleid te verstrakken, wat een economie zou kunnen verstikken. Een trapsgewijze rentestijging (ons scenario) zou daarentegen lichter “verteerbaar” zijn. Zo kondigde de Fed op 28 november aan dat de beleidsrente dicht bij haar neutrale niveau zit, wat ons scenario bevestigt.

Welke impact, en op welke activaklassen?

Aandelen:de rente zou moeten stijgen omwille van de voortgezette economische groei en de geleidelijke normalisatie van de monetaire politiek. Deze vaststelling, in combinatie met solide bedrijfsresultaten, is ondersteunend voor de aandelenmarkten. Daarom zou de impact van de rentestijging, die weliswaar ook gepaard gaat met een hogere volatiliteit op de beurzen, beperkt moeten blijven. Bovendien blijft het dividendrendement in Europa een stuk hoger dan het obligatierendement. Het algemene renteniveau zou dus serieus moeten stijgen vooraleer obligaties voor meer concurrentie zorgen ten opzichte van aandelen en zo op de beurskoersen wegen.

Obligaties:rendementen en prijzen van obligaties evolueren in omgekeerde richting, een rentestijging heeft dus een negatieve impact op de waarde van obligaties in portefeuille. Maar aangezien obligaties op vervaldag aan nominale waarde terugbetaald worden, realiseert de belegger geen verlies, tenzij hij voor vervaldag verkoopt aan een prijs lager dan de nominale waarde. Voor nieuw uit te geven obligaties zal een hogere coupon aangeboden worden, waardoor deze opnieuw interessanter kunnen worden. De rente in euro is echter nog steeds extreem laag, zodat voorlopig weinig beleggers de weg terug naar obligaties zullen vinden. Daarenboven dekt de geboden rente nauwelijks of niet de inflatie waardoor de belegger wel aan koopkracht verliest.

Naarmate de rente hogere regionen opzoekt, en naarmate een bepaalde drempel overschreden wordt, die voor ieder individu anders is, zullen meer beleggers de overstap maken van risicovol naar meer veilig beleggen. De toegenomen volatiliteit op de aandelenmarkten doet beleggers al eens twijfelen om die omslag nu al te maken, een structurele beweging van aandelen naar obligaties zien we echter nog niet.

_____________________________________________

Hoe navigeren tussen angst en kansen?

12/11/2018

Volatiliteit zal de financiële markten blijven beïnvloeden, al mag dat u niet afschrikken om geïnvesteerd te blijven. Een actuele doorlichting van de financiële markten.

Samengevat:

  • Aandelen blijven de voorkeur genieten boven obligaties.
  • De aversie bij beleggers voor groeilanden heeft de waarderingen van hun aandelenmarkten een stuk aantrekkelijker gemaakt.
  • Flexibele gemengde beleggingsfondsen gaan door een turbulente periode. Niettemin blijven ze best de kern van een beleggingsportefeuille uitmaken.

De aandelenmarkten vinden dit jaar moeilijk de weg omhoog. Ze worden ook gekenmerkt door een grotere volatiliteit.

Deze is een typisch fenomeen van de late fase waarin de economische cyclus zich nu bevindt. Komt daarbij dat de Amerikaanse centrale bank de rente aan het optrekken is. Dat zal een einde maken aan een lange periode van goedkoop geld.

De volatiliteit biedt kansen voor attente beleggers. Vandaar dat aandelen de voorkeur blijven genieten boven obligaties. De rente blijft relatief laag, en de bedrijfswinsten zitten nog steeds in de lift.

  1. Aandelen – VS

De Amerikaanse beurzen surfen nog altijd op een positief elan. Dit jaar werden opnieuw records neergezet. De economische groei is er hoger dan in de andere grote ontwikkelde landen, en de bedrijfsresultaten zijn er uitstekend. Ook de vooruitzichten voor Amerikaanse aandelen blijven positief.

De verwachtingen voor de bedrijfsresultaten liggen hoog, maar de Amerikaanse bedrijven hebben een erg sterke reputatie wat betreft het waarmaken of zelfs overtreffen van die verwachtingen. Niettemin zijn er enkele onzekerheden, zoals het sluimerende handelsconflict – dat tot nu toe maar een beperkte impact had op de Amerikaanse beurzen – en de komende parlementsverkiezingen.
2. Aandelen – eurozone

In de eurozone eiste het handelsconflict en de hetze in Italië zijn tol op de aandelenmarkten. Vooral de bankaandelen – die in de aandelenindex zwaar doorwegen – deden het niet goed. De sterk presterende technologie-aandelen hebben daarentegen maar een gering gewicht in de index. Het is wachten op een ommekeer voor aandelen uit de eurozone. Die kan er komen als het handelsconflict wat afkoelt – erg belangrijk voor een open economie als de eurozone.
3. Aandelen – groeilanden

De appetijt voor aandelen uit de groeilanden is geslonken. Dat is een gevolg van de crisis in landen als Turkije en Argentinië. De groeilanden zijn echter een erg heterogene groep, en het kind mag niet met het badwater weggegooid worden. Veel groeilanden zijn vandaag financieel sterker dan tijdens de vorige crisis.

De aversie bij beleggers voor groeilanden heeft de waarderingen van hun aandelenmarkten een stuk aantrekkelijker gemaakt.
4. Obligaties

Het rendement op bedrijfsobligaties van goede kwaliteit in euro blijft verwaarloosbaar. Bent u als belegger vooral op zoek naar kapitaalbescherming? Dan zijn financiële producten waarvan het kapitaal is beschermd maar de coupon afhangt van de prestatie van een onderliggende index of beleggingsfonds mogelijk interessante opties.

Wie op zoek is naar rendement in obligaties kan kiezen voor obligaties uit de groeilanden, die een correcte vergoeding bieden voor het hogere risico. Die rendementen werden ook een stuk aantrekkelijker na de tegenvallende prestaties van de jongste maanden. Ook hier is wel selectiviteit geboden.

  1. Flexibele gemengde fondsen

Flexibele gemengde beleggingsfondsen gaan momenteel door een turbulente periode. De financiële markten (aandelen, obligaties) zetten erg verschillende prestaties neer, en ook binnen de aandelen zijn er grote verschillen tussen de regio’s en sectoren. Elk fonds is op zijn eigen manier flexibel, waardoor de prestaties van deze fondsen op korte termijn sterk kunnen uiteenlopen. Niettemin kunnen deze flexibele gemengde fondsen de kern van de beleggingsportefeuille blijven uitmaken. Een ruime diversiteit aan beheerstrategieën en -stijlen die elkaar goed aanvullen, is dan wel aangewezen. Kortom, gezien de volatiliteit is het niet eenvoudig om aan- en verkopen goed te timen. Zeker indien men zich zou laten leiden door emotionele argumenten. Handelen op basis van emoties kan leiden tot verliezen.

_____________________________________________

Het wel en wee van 10 jaar ECB

8/10/2018

Is 0,11% rente op het spaarboekje het nieuwe normaal? Een terugblik op 10 jaar monetair beleid van de Europese Centrale Bank, en een vooruitblik.

Samengevat:

  • 10 jaar na de financiële crisis heeft de Europese Centrale Bank (ECB) het landschap voor Belgische spaarders en beleggers aardig hertekend.
  • Ontdek welke impact de gebeurtenissen van de afgelopen 10 jaar op uw rendement van morgen hebben.

In 2008 nam de Europese Centrale Bank (ECB) buitengewone maatregelen. Die waren nodig als reactie op de bankencrisis die Europa in het hart trof. De subprime-crisis die in de VS was ontsproten, had zich verspreid via toxische producten die op de balansen van de meeste Europese banken stonden.

  1. De Europese Centrale Brandweer

Na de eerste schokgolven, met onder meer het faillissement van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers, viel de interbancaire markt in 2008 zo goed als stil. Banken wilden geen geld meer aan elkaar uitlenen. De ECB besloot daarom al snel om de banken een onbeperkte hoeveelheid geld uit te lenen aan een vaste rente. Zo nam ze een stuk de rol van de interbancaire markt over.

  1. Van 3,75% rente naar 1% en terug naar 1,5%

De koers waartegen banken geld konden ontlenen, zakte tot 1% in mei 2009 (in najaar 2008 was dit nog 3,75%). Ondertussen had de Europese economie de ergste recessie meegemaakt sinds het interbellum. Alles wees er op dat consumentenprijzen eerder snel zouden dalen in plaats van stijgen. De beleidsrente bleef bijna twee jaar op 1% vastgenageld.

Rond die periode maakte de ECB waarschijnlijk haar enige fout. Hoewel de bankencrisis in de eurozone stilaan overvloeide naar een staatsschuldencrisis, focuste de ECB zich vooral op haar mandaat om de inflatie te beheersen. Vanaf het voorjaar van 2011 bedroeg de inflatie echter meer dan 2,5%. Dit leidde ertoe dat de ECB haar beleidsrente twee keer verhoogde tot 1,50%. Dat bleek een vergissing.

  1. Een nieuwe ECB-voorzitter, een nieuwe reeks renteverlagingen

Vlak na zijn aantreden in november 2011 gaf Mario Draghi het startschot voor nieuwe renteverlagingen in de eurozone. Aangezien de inflatie begon te dalen, totdat er uiteindelijk een dreigende deflatie ontstond (een blijvende prijsdaling), verlaagde de ECB de volgende vijf jaar de rente uiteindelijk tot 0%.

  1. Daar is de negatieve rente

Hoewel een beleidsrente van 0% ongezien was in de eurozone, ging de ECB midden 2014 nog een stapje verder. Om banken te dwingen geld uit te lenen aan bedrijven en particulieren, lanceerde de ECB een negatieve rente op geldoverschotten die banken bij de ECB parkeerden. Dat had tot gevolg dat banken moesten betalen om ongebruikt geld bij de ECB te stallen. Deze depositorente werd eerst vastgeprikt op -0,10% in juni 2014 om uiteindelijk in het voorjaar van 2016 te zakken tot -0,40%. Dat niveau is vandaag nog steeds van kracht.

  1. Opkoop van staatsobligaties

In de zomer van 2012 bereikte de schuldencrisis in Europa zijn hoogtepunt. De rente op staatsobligaties nam gestaag toe: in Ierland en Portugal klom de 10-jarige rente op nieuwe staatsobligaties boven de 10%. In Griekenland zelfs tot 30%. Die hoge rente werd onhoudbaar en de fundamenten van de eurozone vertoonden al kleine barsten. De ECB schoot de eurozone opnieuw te hulp. Ditmaal met de lancering van een gloednieuw wapen: het massaal opkopen van staatsobligaties uit de hele eurozone.

  1. “Whatever it takes”

In juli 2012 leverde de ECB-voorzitter in London zijn beroemdste toespraak af. Daar verklaarde hij dat de ECB er ten alle koste (whatever it takes)alles aan zou doen om de eurozone te redden. Op de financiële markten werd het self fulfilling-effect meteen zichtbaar: beleggers kochten opnieuw Europese schuldpapieren en de rente begon te dalen.

Hoewel de belofte om obligaties op te kopen aanvankelijk soelaas bracht, moest de ECB in 2015 nog fors optreden. Het deflatiespook dreigde op dat moment harder dan ooit. De ECB besloot daarom om niet alleen druk te zetten op de kortetermijnrente, maar ook op de langetermijnrente, via de aankoop van staatsobligaties met een looptijd van minstens 2 jaar. De maatregel werkte: op alle markten zakten de tarieven. Maar het duurde echter tot het najaar van 2016 voordat de inflatie uiteindelijk boven de 0,5% piepte, na meer dan twee jaar te hebben geflirt met de deflatiedrempel.

  1. To bubble or not to bubble

Hoewel de ECB puik huiswerk afleverde, is het beleid ook fors bekritiseerd. Haar beleid is eveneens een potentiële bron van speculatieve bubbels, met name op de vastgoed- en aandelenmarkten. De heel lage rente moedigde mensen aan om hypotheken te nemen en dreven beleggers tegelijk in de richting van aandelen. In een klimaat van lage rente bieden aandelen immers een mooier perspectief op rendement dan obligaties. De ECB verdedigde zich op deze kritiek door met enkele studies te zwaaien. Daaruit bleek dat bij gebrek aan aankopen van obligaties de inflatiesituatie slechter zou zijn geweest dan nu.

  1. Ondertussen op uw spaarboekje…

Hoe u het ook bekijkt, de afgelopen jaren had het beleid van de ECB een groot effect op alle Belgen. Terwijl u voor 2008 op gereglementeerde spaarrekeningen soms meer dan 3% rente kreeg, is dat op de meeste gezakt tot 0,11%. Hetzelfde geldt voor kasbons, obligaties en termijnrekeningen: alle vastrentende beleggingen zagen hun opbrengsten verdampen. Om toch een zeker rendement te halen, is het nu noodzakelijk om risico’s te nemen, bijvoorbeeld door te beleggen. Dit hebben veel beleggers ook gedaan, wat de aandelenindexen de afgelopen jaren de hoogte heeft ingestuwd.

  1. Wat brengt de toekomst?

Vandaag leunt de inflatie in de eurozone bijna tegen de 2% aan, wat ook de doelstelling van de ECB is. Maar het is afwachten of de prijsstijgingen van blijvende aard zijn. Toch kan de ECB het zich stilaan veroorloven om een deel van de ondersteunende maatregelen af te bouwen. Ondertussen heeft de ECB haar obligatie-aankopen verminderd en zal ze die in principe voor het einde van het jaar volledig stopzetten.

Een eerste renteverhoging wordt echter niet verwacht voor de zomer van 2019. Bovendien duurt het gewoonlijk lange tijd eer het monetaire beleid zijn stempel drukt op de hele rentecurve. En dat betekent dus ook dat de forse rentestijgingen op gereglementeerde spaarrekeningen en andere populaire beleggingen nog niet voor morgen zullen zijn.

_____________________________________________

Een regelmatig inkomen uit uw kapitaal verkrijgen? Een handleiding

14/9/2028

Net een woning verkocht, een pensioenkapitaal ontvangen of een grote som geërfd? Dan kunt u dit vermogen aanwenden om een regelmatig inkomen te genereren. Lees onze analyse.

Naarmate u de pensioenleeftijd nadert, zal uw financieel plaatje er anders beginnen uitzien. De reden is simpel: na uw pensioen zal uw inkomen wellicht drastisch dalen (zie kader). Om uw levensstandaard te kunnen handhaven, is het nodig om tijdens uw loopbaan uw financiële reservesaan te leggen.

Door de aanvullende pensioenspaarregelingen van de tweede pijler (via uw werkgever) of derde pijler (privé) krijgt u wellicht een mooi bedrag als u met pensioen gaat. Maar is dat wel voldoende? En wat kunt u nu precies doen met dit geld dat u van uw groepsverzekering of levensverzekeringsfonds ontvangt? Hoe kunt u ermee een zeker rendement behalen?

Sparen: geen risico, maar…

De eerste stap die u kunt overwegen is de gereglementeerde spaarrekening. In België zijn de voordelen van het spaarboekje talrijk. Ten eerste vallen deze rekeningen onder de wettelijke depositobescherming van 100.000 euro per volmachtshouder en per financiële instelling. Sparen is momenteel dan ook de veiligste keuze. Ten tweede is de eerste schijf rente van 960 euro (inkomstenjaar 2018), per jaar en per belastingplichtige vrijgesteld van de roerende voorheffing van 30%. Daarom is het ook een ​​fiscaal interessante oplossing. Tot slot is een spaarrekening heel liquide: indien nodig is uw geld onmiddellijk beschikbaar.

Drie grote voordelen dus. Maar er is één (heel) groot nadeel: de historisch lage rente. Die is momenteel zo laag dat een gereglementeerde spaarrekening nauwelijks rendementoplevert. En zeker onvoldoende rendement om in een betekenisvol, regelmatig inkomen te voorzien. Om extra rendement en inkomsten te krijgen, zal u dus een zeker risico moeten nemen.

Gestructureerde producten: een strategie op maat

Indien ze passen bij uw beleggersprofiel en uw risicotolerantie, kunnen sommige gestructureerde producteneen oplossing zijn. In de meeste gevallen zijn dit schuldinstrumenten waarvan de opbrengst afhangt van een vooraf bepaald scenario. Het rendement kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan de evolutie van een beursindex, een fonds of een korf van fondsen, een rentevoet of zelfs inflatie. Vaak wordt het rendement uit zo’n product uitgekeerd onder de vorm van een jaarlijkse coupon (zoals bij gewone obligaties) of in een eenmalige coupon op het einde van de looptijd van het product. Deze coupons zijn evenwel onderworpen aan de roerende voorheffing van 30%. Opgelet: deze bescherming is geen absolute garantie omdat de uitgever mogelijk niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. U zult ook rekening moeten houden met eventuele instapkosten.

In de overgrote meerderheid van de gevallen hebben gestructureerde producten een vooraf bepaalde looptijd (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar). Om zich tegen eventueel kapitaalverlies te beschermen, geven beleggers vaak de voorkeur aan gestructureerde producten met het recht op 100% terugbetaling op de vervaldag. Opgelet: deze bescherming is geen absolute garantie omdat de uitgever mogelijk niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. U zult ook rekening moeten houden met eventuele instapkosten.

Gestructureerde producten hebben dus verschillende voordelen. Aan de ene kant ligt hun potentieel rendement hoger dan dat van klassieke bankproducten.Aan de andere kant kunt u, afhankelijk van de door u gekozen strategie, wel min of meer de omvang van het regelmatig inkomen inschatten. Bovendien is het aanbod aan gestructureerde producten voldoende gevarieerd. Op die manier kunt u een deel van uw vermogen spreiden over verschillende producten met verschillende strategieën, verschillende looptijden en uitgevers. Zo spreidt u de risico’s.

Gestructureerde producten zijn namelijk niet zonder risico. U moet altijd rekening houden met het risico op kapitaalverlies indien de uitgever niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Bij gestructureerde producten in vreemde valuta geldt er een wisselkoersrisico.

Daarnaast is er ook het liquiditeitsrisico: als u voor het einde van de vervaldag een deel van uw geld wil terugvorderen, bent u afhankelijk van de prijzen op de secundaire markt. Op die manier riskeert u rendement te verliezen als de coupon gekoppeld is aan de evolutie van een index, fonds, rentecurve, enzovoort. Ten slotte is er ook een herbeleggingsrisico: op de vervaldatum hangen uw herinvesteringsmogelijkheden af van de toestand van de financiële markten op dat moment.

Aandelenmarkten: flexibiliteit heeft zijn prijs

Terwijl gestructureerde producten een zeker comfort bieden, zijn ze wellicht niet de ideale oplossing voor beleggers die een hoge graad van flexibiliteit voorop stellen. Bent u een belegger met een duidelijke beleggingshorizon, de nodige ervaring en kennis en kunt u met volatiliteit omgaan? Dan kan de aandelenmarkt een mogelijkheid zijn, indien dit binnen uw risicoprofiel past. Om een potentieel regelmatig inkomen te genereren kunt u in dat geval de voorkeur geven aan aandelen die een dividend uitkeren. Niettemin blijven individuele aandelen bijzonder riskant voor particuliere beleggers.

Daarom zijn flexibele gemengde fondsen1een mogelijk alternatief. De beheerders van deze fondsen beleggen in aandelen, obligaties en andere activa. Door hun flexibel beleid kunnen deze fondsen hun blootstelling aan de financiële markten herzien op basis van de risico’s die de beheerder verwacht. Op die manier streven deze fondsen een dubbel doel na: profiteren van het opwaartse potentieel van de aandelenmarkten én bescherming opbouwen tegen neerwaartse risico’s. Sommige van deze flexibele gemengde fondsen beogen bovendien een regelmatig inkomen uit te keren.Dit doen ze door bijvoorbeeld in dividendaandelen, (al of niet risicovollere hoogrentende) obligaties en zelfs in valuta te beleggen.

Voordat u zich inschrijft voor een van deze fondsen, gaat u uiteraard eerst na of dit type beleggingen bij uw doelstellingen en risicoprofiel past. Hoewel ze gediversifieerd zijn en professioneel beheerd worden, blijven fondsen risicovolle producten zonder kapitaalbescherming.

Voordat u zich op de financiële markten begeeft, is het belangrijk om even voor de spiegel te staan. U moet immers goed de afweging maken of u een deel tot al uw opgebouwd vermogen via uw belegging wenst bloot te stellen aan een risico in de hoop een regelmatig inkomen te ontvangen.

Een oplossing met levenslange rente

Een andere piste is om in te tekenen op een oplossing dat u een minimumrente garandeert voor het leven. Dit type instrument – onder meer berekend op basis van de leeftijd waarop u intekent, het bedrag van de premie en de periodiciteit van de rente – bestaat onder de vorm van een levensverzekering (tak 21 of tak 23) en stelt u in staat om een regelmatig inkomen te genereren. Dat inkomen kan bijvoorbeeld maandelijks zijn, naast het wettelijke pensioen en eventuele andere extra middelen (inkomsten uit onroerende goederen, enz.) die u ontvangt. Gedurende de hele levensduur van het product (tot uw overlijden) wordt het ingebrachte startkapitaal belegd in een onderliggend product, zoals een fonds.

Het voordeel van zo’n oplossing is meteen duidelijk: u weet welk minimumbedrag aan rente u levenslang zal ontvangen.Of u na de startdatum nog 10, 20 of 40 jaar leeft, verandert hier niets aan. In sommige gevallen kan de rente zelfs worden verhoogd, in het bijzonder wanneer de onderliggende waarde een goede prestatie op de beurs neerzet. De renteperiode geniet vaak van een gunstig belastingstelsel en in sommige gevallen is er zelfs geen belasting verschuldigd³.

Na het overlijden van de verzekerde wordt de betaling van de rente beëindigd. De toekomst van het resterende kapitaal hangt af van de productomstandigheden. Als u voor een klassieke levensverzekering hebt gekozen, wordt het kapitaal aan de verzekeringsmaatschappij overgelaten. Voor bepaalde soorten levensverzekeringen wordt het resterende kapitaal echter terugbetaald aan de begunstigden in geval van overlijden.4 Dit laatste type oplossing komt tegemoet aan de schrik om een stuk vermogen te zien ontsnappen aan uw erfgenamen in het geval van een vroeg overlijden. In ieder geval weet u zeker dat u een minimale rente ontvangt tot het einde van uw dagen.

 

Een aanvullend inkomen: ja, maar waarom?

In België bedraagt het pensioen na een volledige loopbaan 1.220,86 euro3. Door de lage activiteitsgraad na 60 jaar, bedraagt het feitelijk ontvangen gemiddelde slechts 1.065 euro voor een werknemer. Voor zelfstandigen daalt dit gemiddelde zelfs tot 740 euro. Nochtans loopt u bij het ouder worden net een steeds groter risico op toenemende uitgaven, zoals gezondheidskosten. Na het pensioen kunnen ook andere recreatieve uitgaven stijgen. U heeft wellicht immers niet uw hele leven gewerkt om thuis voor altijd op de sofa te blijven zitten.

Alternatief voor ‘couponeters’

Veel beleggers bouwden decennia voor de crisis van 2008 losbrak, regelmatige inkomsten op via obligatiecoupons (of kasbons). Door de forse daling van de obligatiekoersen over 10 jaar, is deze optie echter riskanter geworden, toch als we willen kiezen voor sterke uitgevers van eerste rang met uitgiften in euro’s.

 

_____________________________________________

Drie potentiële risico’s voor de beurzen in de komende maanden

14/8/2018

Na maanden van onafgebroken koersstijgingen die de beurzen in januari 2018 naar nieuwe historische records voerden, stak volatiliteit opnieuw de kop op.

Samengevat:

  • Op 6 juli traden de eerste door Washington aangekondigde invoerheffingen in werking.
  • De wereldwijde groei blijft het goed doen met de Verenigde Staten en China als de twee belangrijkste locomotieven.
  • De midterm-verkiezingen in de Verenigde Staten zullen cruciaal zijn voor Donald Trump.
    Politieke spanningen en een dreigende handelsoorlog brachten de aandelenmarkten in vertwijfeling, maar tot vandaag vonden de beurzen steun in de goede economische kerncijfers. Toch zijn een aantal risico’s niet geweken en enkele daarvan zouden de markten de komende maanden opnieuw aan het wankelen kunnen brengen. Wij staan stil bij de 3 belangrijkste ervan.
    Handelsoorlog

Er gaat geen dag voorbij of Donald Trump slaat de beurzen om de oren met een of andere protectionistische maatregel. Op 6 juli traden de eerste door Washington aangekondigde invoerheffingen in werking: op ingevoerde Chinese producten ter waarde van 34 miljard dollar. China reageerde prompt door van zijn kant het equivalent aan heffingen op te leggen. De beurzen reageerden nauwelijks doordat deze aankondigingen reeds verwerkt waren in de koersen.

De dreigementen van de Amerikaanse president om Europese auto’s te belasten en om Chinese importgoederen tot mogelijk 500 miljard dollar te belasten (wat neerkomt op nagenoeg alle goederen afkomstig uit China) zorgden wel voor nervositeit bij de beleggers.

Hoewel Peking zich niet zal laten intimideren, gaan wij er toch vanuit dat de spanningen niet zullen leiden tot een regelrechte en grootschalige “handelsoorlog”, wat niet wegneemt dat het steekspel van maatregelen, tegenmaatregelen en compromissen voor de nodige beroering kan blijven zorgen op de beurzen.

  1. Wereldwijde economische vertraging

De wereldwijde groei blijft het goed doen en zou dit jaar kunnen uitkomen op 3,9%, met de Verenigde Staten en China als de twee belangrijkste locomotieven.

Toch ziet het ernaar uit dat na bijna 10 jaar van expansie de Amerikaanse economie stilaan het einde van de cyclus nadert. De belastinghervorming gaf de Amerikaanse bedrijven een nieuwe boost, maar het effect daarvan zal vroeg of laat wegebben. Voor de komende twee jaar verwachten wij echter geen recessie in de Verenigde Staten.

In China zet de economie haar zachte landing voort en de laatste statistieken voor het tweede kwartaal wijzen op een lichte vertraging van de industriële productie en van de groei (tot 6,7%).

In de Eurozone werden de groeiverwachtingen onlangs neerwaarts bijgesteld (tot 2,1% voor 2018) omdat de Europese Commissie vreest dat de politieke spanningen zullen aanhouden en dat de protectionistische maatregelen niet zonder gevolgen zullen blijven.

Hoe dan ook evolueert de wereldwijde groei nog steeds in een gunstige omgeving, wat in het voordeel van de beurzen werkt. Tegelijk zullen de beleggers steeds meer op hun hoede zijn voor signalen van economische vertraging. En die kunnen er sneller dan voorzien komen als de handelsspanningen verder zouden oplopen.

  1. (Geo-)politieke risico’s

Het migratiebeleid in Europa blijft zorgen baren. In afwachting van een gemeenschappelijke oplossing wordt de toon harder, worden grenzen gesloten en blijft extreemrechts terrein winnen. De eerste grote leider die wankelde, was Angela Merkel. Zwaar onder druk gezet door haar regeringspartner (de CSU) restte de Bondskanselier geen andere keuze dan te plooien en een verstrenging van haar migratiebeleid te aanvaarden. Afgezien van het menselijke aspect zou deze crisis op termijn nefaste effecten kunnen hebben voor de Europese economie.

De midterm-verkiezingen (november 2018) in de Verenigde Staten zullen cruciaal zijn voor Donald Trump. Van het resultaat zal de machtspositie van de republikeinen in het Congres afhangen. Een verschuiving van de meerderheid zou het einde kunnen betekenen voor de hervormingen die de sterke man van Washington wil doorvoeren en zou mogelijk een negatieve weerslag kunnen hebben op de Amerikaanse beurzen.

De Europese Commissie waarschuwde Italië al voor budgettaire ontsporingen, terwijl het na Griekenland het land is met de hoogste overheidsschuld in Europa. Ze is ook beducht voor het voornemen van de Italiaanse coalitie om belangrijke hervormingen op de lange baan te schuiven. Spanningen op de Italiaanse schuld en bij uitbreiding op de euro zijn de komende maanden dan ook niet uitgesloten.

_____________________________________________

Wie zijn de favorieten van het economische WK?

3/7/2018

Het WK voetbal in Rusland, van 14 juni tot 15 juli, is een goed moment om de deelnemende landen met een economische bril te bekijken. De machtsverhoudingen zijn er vaak helemaal anders dan wat men op het voetbalveld te zien krijgt… Lees ons speciaal dossier.

Samengevat:

Het ziet ernaar uit dat de competitie tussen de verschillende nationale economieën meedogenloos wordt.

De toename van het protectionisme, het voorzienbare einde van de economische cyclus en de progressieve vermindering van het genereuze monetaire beleid zorgen voor redelijk wat uitdagingen voor de landen die elkaar zullen treffen op het WK.

Ziehier een paar economische pronostieken voor de landen die – al dan niet – meedoen aan de voetbalcompetitie.

Het WK voetbal in Rusland, van 14 juni tot 15 juli, is een goed moment om de deelnemende landen met een economische bril te bekijken. De machtsverhoudingen zijn er vaak helemaal anders dan wat men op het voetbalveld te zien krijgt…

Twee grote scheidsrechters… die schitteren door hun afwezigheid op het wereldkampioenschap.

Gezien door een economische bril zijn de grote afwezigen op het wereldkampioenschapde Verenigde Staten en China, samen goed voor 40% van de wereldeconomie. Deze twee zwaargewichten zullen in de komende maanden voor de groei een belangrijke scheidsrechtersrol spelen.

Verwacht wordt dat de Amerikaanse economie zich verder zal herstellen en zijn expansie zelfs zal versnellen. De werkloosheidsgraad zou verder dalen. De grote uitdaging voor de Verenigde Staten is echter zijn dubbel tekort: zowel de handelsbalans als de overheidsfinanciën zijn nog nooit zo diep in het rood gegaan. De vrijgevige belastingpolitiek van president Trump zal het overheidstekort allicht geen goed doen. Wat het handelsonevenwicht betreft, wijst niets erop dat de protectionistische maatregelen van het Witte Huis het verwachte effect zullen opleveren, namelijk een terugkeer van bedrijfsactiviteiten naar het land.

Chinazou dan weer zijn overgang naar een meer consumptiegerichte economie verderzetten, wat volgens de laatste prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gepaard zou gaan met een lichte vertraging van de groei. De Chinese groei bedroeg vorig jaar 6,9% en zal sowieso hoog blijven in vergelijking met de andere wereldmachten. Het blijft ook afwachten hoe de Aziatische reus zal evolueren nu de VS een handelsoorlog heeft ontketend.

We mogen er dus van uitgaan dat de twee scheidsrechters van de wereldeconomie de komende maanden in goede conditie blijven. Hoe ze er echter zullen voorstaan bij het volgende wereldkampioenschap, in 2022 in Qatar, is nog onduidelijk. Men zegt immers dat de grootste economie ter wereld zich aan het einde van een cyclus bevindt…

Japan en zijn vergrijzende ploeg

Japan, na de VS en China de derde grootste economie ter wereld, maakt wel zijn opwachting voor het wereldkampioenschap van 2018. Het land van de rijzende zon koestert evenwel geen grote economische ambities. De Japanse groei zou dit jaar immers vertragen tot 1,2%. Vorig jaar bedroeg die nog 1,7%. De economische expansie van Japan wordt ingetoomd door de demografie van het land. Zoals het IMF het formuleert “blijven de vooruitzichten op middellange termijn matig, vooral als gevolg van het teruglopen van de actieve bevolking”.

Ook al heeft Japan een vergrijzingsprobleem, toch heeft het nog steeds een zwakke inflatie. Dit kan de Bank van Japan, de centrale bank van het land, ertoe aanzetten om zijn aankoopbeleid van overheidsobligaties nog een tijdlang te voort te zetten om de langetermijnrente onder controle te houden. Als gevolg van deze terugkerende zwakheden heeft het land de gewoonte gekweekt om alles in te zetten op de aanval in de vorm van zijn grootste troef: exporterende bedrijven. Het spreekt voor zich dat dit het land erg afhankelijk maakt van de wereldconjunctuur. In dat opzicht stemt een handelsoorlog, die bovendien ingeleid werd door hun oude vriend Amerika, niet bepaald tot optimisme…

De Europese landen: niet allemaal op dezelfde lijn

Naast de drie economische grootmachten zijn de grootste teams van de economische competitie van Europese komaf. Zowel Duitsland, Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk zijn vertegenwoordigd op het WK in Rusland, ook al is het Engeland dat voor de Britten de honneurs waarneemt. Het laatste dat we echter kunnen zeggen is dat hun conditie vergelijkbaar is.

De Duitse kampioenen, die zich in 2014 nog tot wereldkampioen voetbal kroonden liggen nu al uit het tornooi. Op economisch vlak zetten ze nog steeds de toon. De Duitse groei bereikte vorig jaar 2,5% van het BBP en zou dat niveau volgens het IMF dit jaar moeten aanhouden. Het land laat ook een begrotingsoverschot van 38 miljard euro optekenen, of 1,2% van het BBP. De werkloosheidsgraad heeft er een dieptepunt bereikt en bedraagt 3,4% van de actieve bevolking. Maar zoals bij alle grote teams is het net in goede tijden dat men problemen mag verwachten.

Als coach van een natie met een hele reeks troeven, zit kanselier Angela Merkel met een luxeprobleem. De Duitse kapitein werd aangevallen door extreem-rechts voor haar immigratiebeleid en tegelijk getackeld door de eurosceptici. Om haar land toch te kunnen besturen zag ze zich verplicht een grote ploeg samen te stellen en konden de socialisten niet op de bank blijven zitten. Een dergelijke ploeg valt echter moeilijker te leiden. Op Europees en mondiaal niveau krijgt de sterkste economie van de eurozone regelmatig kritiek voor het overschot op zijn handelsbalans, dat anderen lager willen zien.

In haar lentevooruitzichten benadrukt het IMF dat “Duitsland over een begrotingsmarge beschikt die het zou moeten gebruiken om de overheidsinvesteringen te verhogen in de domeinen die de potentiële groei zullen versnellen (…)”. Meer overheidsinvesteringen in Duitsland zou als belangrijk gevolg hebben dat de import van de rest van de eurozone stijgt, wat het makkelijker zou maken om binnen de eurozone opnieuw een evenwicht van de vraag te bereiken. De sterke punten van de Duitse Mannschaft zouden wel eens zijn zwakheden kunnen worden.

Frankrijk: gouden toekomst als het zijn hervormingen verderzet

Frankrijkvan zijn kant, dat erin slaagde de dubbel WK en EK van 1998 en 2000 op zijn naam te schrijven, lijkt momenteel één bouwwerf.Onder impuls van president Emmanuel Macron zijn de lang uitgestelde maar broodnodige hervormingeneindelijk in gang gezet. Hierover zegt het IMF in haar jaarlijkse overzicht van de Franse economie dat Frankrijk de “aanvoerder is van de hervormingen in Europa”, en moedigt het land aan om zo verder te gaan. Frankrijk zou zo zijn overheidstekort kunnen verminderen.

We mogen niet vergeten dat Frankrijk nog niet zo lang geleden het laatste land was van de eurozone dat een gele kaart riskeerde wegens een buitensporig overheidstekort. Het handelstekort – Frankrijk is een netto-importeur – wordt geleidelijk aan kleiner. Voor dit wereldkampioenschap is het nog wat vroeg maar de Franse economie lijkt een gouden toekomst tegemoet te gaan als het land zijn inspanningen volhoudt.

Dat geldt helemaal niet voor het Verenigd Koninkrijk, in het wereldkampioenschap vertegenwoordigd door Engeland. Nu de gevolgen van de Brexitzich steeds duidelijker aftekenen (een groei die het laat afweten, bedrijven die het nationale grondgebied verlaten, de nationale munt onder druk, enz.), wordt het land geconfronteerd met te lage bedrijfsinvesteringen als gevolg van de onzekerheid over de handelsakkoorden die van toepassing zullen zijn nadat het land de Europese Unie heeft verlaten.

Spanje onzeker, België stagneert

Achter de drie grootste Europese economieën lijken de andere formaties ter plaatse te blijven trappelen.

Spanje, altijd kandidaat voor een wereldtitel, zou zijn economische groei kunnen zien vertragen. Italië, dat zich deze keer zelfs niet kon kwalificeren voor het wereldkampioenschap, doet het nauwelijks beter. Het voornaamste probleem van deze twee landen is welbekend: de werkloosheidsgraad blijft er veel te hoog (15,9% in Spanje en 11,2% in Italië). Te veel jongeren blijven op de reservebank zitten. De jeugdwerkloosheid loopt in Italië op tot 33,1%, in Spanje is zelfs tot 34,4%. Deze variabelen hebben de bal klaargelegd voor een reeks populistische partijendie met name Italië in grote politieke onzekerheid hebben gestort. De vraag stelt zich dan ook hoe deze landen er tegen het volgende wereldkampioenschap zullen voorstaan…

Overigens zien we de kleinere economieën niet het voortouw nemen, niet tijdens dit WK en evenmin erna. Zo zal Belgiënet zoals veel andere landen zijn groei zien stagneren. Is het niet dit jaar, dan toch in 2019. België heeft een kleine, open economie, en riskeert te lijden onder de toename van het protectionisme, datde wereldhandel dreigt te vertragen. België zou ook last kunnen hebben van de aanhoudende stijging van de energiekosten in het kielzog van de heropleving van de olieprijzen. Dat komt vooral omdat de Belgische inflatienog steeds hoog is in vergelijking met het gemiddelde van de eurozone.

Energie: een te bedwingen parameter

Olie kreeg in de aanloop naar het wereldkampioenschap al meteen veel aandacht: het WK begon met een interessante Russisch-Saoedische aftrap op 14 juni, nog geen week voor de langverwachte bijeenkomst van de OPEC-landen (de organisatie van olie-exporterende landen). Met een productie van zo’n 11 à 11,5 miljoen vaten ruwe olie per dag zijn Rusland en Saoedi-Arabië concurrenten van de Verenigde Staten voor de titel van grootste olieproducent ter wereld.

Olie blijft in de komende maanden en jaren een cruciale rol spelen. Meer nog dan het monetaire beleid van de centrale banken is het de prijs van een vat ruwe olie die op het gebied van inflatie voor regen of zonneschijn zorgt. We weten ook hoe hoog de kosten zijn van energie-import voor de groeilanden. Nu de olieprijzen sneller stijgen dan ze willen, zouden Saoedi-Arabië en Rusland het wel eens op een akkoord kunnen gooien om hun productie te verhogen. De twee landen lieten verstaan bezorgd te zijn dat een te hoge prijs per vat uiteindelijk de vraag naar ruwe olie zou kunnen drukken.

Er zal ook gepoogd worden om een tegengewicht te bieden aan de verlaging van de olieproductie van Iran, dat van de Verenigde Staten een rode kaart kreeg in de vorm van nieuwe sancties. De vermindering van de Iraanse export wordt geschat op een miljoen vaten per dag, ook al produceert het land in weerwil van de situatie 4 miljoen vaten olie per dag. Met dat land, waarvan de economie sterk afhankelijk is van zijn handelsoverschot, valt dus weinig zaken te doen. Iran blijft overigens kampen met een bijzonder hoge werkloosheidsgraad.

De Afrikaanse landen spelen in een andere divisie

Met een productie van net geen 2 miljoen vaten per dag speelt Nigeriamisschien niet mee met de grote jongens, maar tekende zijn nationale ploeg wel present op het wereldkampioenschap, net zoals Senegal. Maar ondanks de dollarinkomsten uit de olie-export blijft de armoede in Nigeria drie mensen op vier treffen. De Nigeriaanse economie kan geen grote ambities koesteren zolang de corruptie er welig tiert.

Deze vaststelling geldt overigens voor heel wat Afrikaanse naties die meedingen in deze editie van het wereldkampioenschap. Noord-Afrika was dankzij Marokko, Tunesië en Egypte, goed vertegenwoordigd in de competitie. Deze landen blijven na de ‘Arabische lentes’ evenwel tegen gigantische economische uitdagingen aankijken. De werkloosheid is er namelijk bijzonder hoog. Het IMF merkt overigens op dat de stijging van de olieprijzen voor deze landen tot slechtere prognoses heeft geleid. Ze importeren immers allemaal olie.

Het juiste moment voor Brazilië?

De vooruitzichten lijken beter vooreen aantal Latijns-Amerikaanse landendie meedoen aan het WK. Het IMF stelt vast dat “het herstel in Latijns-Amerika zich doorzet”. De groei zou in 2018 stijgen naar 2,0% en naar 2,8% in 2019. Dat is een aantrekkelijk vooruitzicht. De Zuid-Amerikanen, beroemd voor hun behendigheid met de bal, zouden bijgevolg ook op economisch vlak wel eens in rang kunnen stijgen. Daarbij mogen we echter een aantal terugkerende zwakheden niet uit het oog verliezen: problematische overheidstekorten, een hoge werkloosheid in landen zoals Brazilië, Colombia en Argentinië, en, vooral dan voor dit laatste land, een inflatie die dringend onder controle gebracht moet worden…

Bovendien kan de stijging van de dollareen handicap van formaat worden voor economieën die de gewoonte hebben om voor hun schulden te kiezen voor de munt van de Verenigde Staten. We denken hier met name aan Argentinië en aan Mexico. Tegelijk kent Brazilië een windstilte die mooi samenvalt met het WK. Na de lange recessie in 2015 en 2016, vond de Braziliaanse economie de weg terug naar de groei(+1% vorig jaar). Die groei zou in 2018 stijgen tot 2,3% en volgend jaar zelfs 2,5% bereiken dankzij de gestegen privéconsumptie en de hogere investeringen. Brazilië lijkt dus een uitgelezen kans te hebben, ook al kan de politieke onzekerheid de komende maanden roet in het eten gooien.

En de outsiders?

Ver van de favorieten in de competitie die in Rusland wordt uitgevochten, zijn er een aantal Europese groeilanden met goede troeven. Los van hun structurele werkloosheid genieten Kroatië en Servië van meer dan redelijke economische vooruitzichten. Het is echter vooral Polen dat zich als een serieuze concurrent profileert. De Poolse economie, gedragen door een sterke binnenlandse consumptie, profiteert van een beleid dat de bedrijven erg goed gezind is, wat een groei zou moeten opleveren van boven de 3% over een periode van ten minste twee jaar.

Tijdens dit wereldkampioenschap en erna houden we ook de economieën in het oog die afhankelijk zijn van scheidsrechter China, zoalsZuid-Korea of Australië, waar de grondstoffen vooral China ten goede zijn gekomen. Met groeicijfers rond de 3% voor de komende jaren, zijn dit twee landen die kunnen meetellen.

De glorieuze onzekerheid van de… dollar

Wat is een sportcompetitie zonder zijn traditionele onverwachte gebeurtenissen? Hetzelfde geldt voor de economie, waar rekening gehouden moet worden met de dollar, die zowat de weersvoorspeller is van het WK der economieën.

Het scheidsrechterteamzal een hartig woordje meepraten over het financiële veld mocht zich op de deviezenmarkt zwaar weer voordoen: De Federal Reserve (Fed), de centrale bank van de Verenigde Staten, zou zijn rentetarieven in de komende kwartalenverder verhogen, wat de groene bankbriefjes uiteraard een duw in de rug moet geven. De vraag is hoe snel de Amerikaanse munt in waarde gaat toenemen en wat hiervan de invloed zal zijn op onder meer de grondstofprijzen. Ziedaar een mooie economische onzekerheid, minstens even mooi als de glorieuze onzekerheid van de sport…

_____________________________________________

8 goede redenen om te beleggen in Azië

11/6/2018

Jaar na jaar tekent Azië (excl. Japan) mooie groeicijfers op. Er is een shift aan de gang van zware industrie naar technologie. Daarnaast zwengelt de koopkracht aan. Welke opportuniteiten biedt deze regio voor beleggers?

Samengevat:

  • Azië (excl. Japan) tekent jaar na jaar mooie groeicijfers op. Er is een shift aan de gang van zware industrie naar technologie. Plus: de koopkracht zwengelt er aan.
  • Als regio biedt het nog steeds kansen voor beleggers die bereid zijn een hoger risico te aanvaarden.

Beleggen in Azië: is dat (nog) de moeite?

In 2017 klommen de Aziatische aandelenindexen (excl. Japan) gemiddeld 38%. Daarmee was Azië de best presterende regio ter wereld. Maar als u kijkt naar de evolutie sinds begin 2008, dan ziet u dat de korf van Aziatische aandelenindexen (MSCI Asia excl. Japan) nog steeds 10% achterop hinkt ten opzichte van de totale wereldindex (MSCI AC World).

Is er potentieel om die achterstand bij te benen?

8 elementen wijzen er op dat de inhaalbeweging van de jongste jaren zich nog zal doorzetten, en de wereldindex zelfs kan overtreffen.

  1. De economische groei is erg solide

In 2017 bedroeg die voor de hele regio (excl. Japan) 6,1%. De belangrijkste sterkhouder China tekende 6,9% groei op, India 6,8% en Zuid-Korea 3,1%. Voor de hele regio (excl. Japan) verwachten analisten 6% groei in 2018.

  1. Nog steeds in herstelfase

Landen als China en India (herstelfase) zitten nog niet zo ver in de economische cyclus als Europa (expansie) en de VS (late cyclus). Er is dus nog potentieel.

  1. Gunstige koers/winst-verhoudingen

De koers/winst-verhoudingen (k/w) van Aziatische aandelen (k/w MSCI Asia excl. Japan = 12,2) liggen gemiddeld een pak lager dan die van Amerikaanse (k/w S&P500 = 17,5) en Europese aandelen (k/w Eurostoxx600 = 14,4)

  1. Hoge verwachtingen over bedrijfswinsten

Economen verwachten in 2018 een stijging van 15% voor de bedrijfswinsten in Azië (excl. Japan). Voor Europa liggen de verwachtingen op 8%, voor de VS op 12%.

  1. Winstverwachtingen opwaarts bijgesteld

Vorig jaar stelden heel wat analisten hun winstverwachtingen voor beursgenoteerde Aziatische bedrijven opwaarts bij. Uit het verleden blijkt dat opwaarts bijgestelde bedrijfswinsten een goede voorspellende waarde hebben voor de beursprestaties.

  1. Meesurfen op de mondiale groeigolf

Omdat Azië sterk exportgericht is, profiteert de regio van de globale economische groei en het globaal stijgend consumentenvertrouwen.

  1. Regionale economie in transitie

De Aziatische economie zelf is ook in een overgangsfase: terwijl de export sterk blijft, stijgt de binnenlandse consumptie. Bovendien is er een industriële shift van grondstoffen naar technologie. Terwijl grondstofverwerkende bedrijven 10 jaar geleden nog 20% van de Aziatische aandelenkorf (excl. Japan) uitmaakten, is dat vandaag slechts de helft. Terzelfder tijd steeg de weging van technologiebedrijven van 17% naar 39%.

  1. Meer dan alleen China

In het voetspoor van China, steken ook andere landen op economisch vlak een tandje bij. Zo ontgroeit India met zijn populatie van 1,3 miljard mensen stilaan zijn status als landbouweconomie. Daarnaast is er ook nog de groep van zogenaamde ASEAN-landen (Association of Southeast Asian Nations). Dit is een associatie van 10 landen in Zuid-Oost Azië, waarvan de 5 belangrijkste (Indonesië, Thailand, Maleisië, Filippijnen en Singapore) vorig jaar nog een groei neerzetten van 5,2%.

Met welke risico’s moet ik rekening houden als belegger?

  • De financiële markten zijn er over het algemeen een stuk volatieler dan de Europese en Amerikaanse. Het opwaarts potentieel kan hoger liggen, maar het neerwaarts potentieel dus ook.
  • Het opkomend protectionisme kan sterk exportgerichte economieën zoals Zuid-Korea benadelen.
  • De stijgende rente in de VS vergroot de kans dat beleggers kapitaal uit Azië terugtrekken om te herbeleggen in de VS, zoals we dat ook al in het verleden zagen.
  • Tot slot zijn er ook (nog steeds) geopolitieke spanningen in de regio.

Hoe kan ik inspelen op het groeipotentieel?

Voor Deutsche Bank is Azië een van de 10 grote beleggingsthema’s voor 2018. Maar als particuliere belegger is het een minder evidente markt die door zijn omvang en complexiteit moeilijk behapbaar is. Daarom vinden we dat een actief beheerd fonds hier een meerwaarde biedt voor beleggers die een bepaald risico willen en kunnen aanvaarden.

______________________________________________

Tijd om obligaties boven aandelen te verkiezen?

Door Deutsche Bank Belgium

7/5/2018

De trendwijziging lijkt ingezet: wereldwijd begint de rente langzaam maar zeker te stijgen. Wat betekent dat voor beleggers?

Samengevat:

  • Ook al stijgt de rente wereldwijd langzaam maar zeker, toch is het afgeraden om nu al in obligaties te stappen. Aandelen verdienen de voorkeur, als dat binnen uw beleggersprofiel past.
  • Wenst u toch in obligaties te beleggen, dan bieden obligaties van groeilanden de beste risico-rendementsverhouding.

1.De rente stijgt. Is dat goed of slecht nieuws?

Dat is uiteraard goed nieuws. De rente stijgt omdat de macro-economische groei eindelijk op ritme geraakt. Zowel in de groeilanden als in de ontwikkelde landen groeit de economie sneller dan voorheen.

Los van de economische groei wordt de geleidelijke rentestijging ook ondersteund door de beleidswijziging van de centrale banken: de Federal Reserve in de VS en de Europese Centrale Bank. De jongste jaren hebben die de obligatiekoersen enorm ondersteund, waardoor de rendementen naar beneden werden geduwd. Nu is de Fed begonnen met de beleidsrente beetje bij beetje op te trekken en bouwt ze haar balans obligaties langzaam af. Ook de ECB verandert het geweer stilaan van schouder. Tot eind 2017 kocht ze maandelijks voor 60 miljard euro obligaties op. Vandaag is dat de helft. Doordat de centrale banken de obligaties minder ondersteunen, kunnen de koersen zakken en de rendementen stijgen.

  1. Is het in dit klimaat een goed idee om in obligaties te stappen?
  • In een context van sterke economische groei presteren aandelen beter dan obligaties. Aandelengenieten dus onze voorkeur indien deze passen bij uw beleggersprofiel.
  • Wil u toch obligaties aankopen, dan geven obligaties van groeilandende beste risico-rendementsverhouding. In dat geval neemt u er wel een muntrisico bij.
  1. Wanneer kan ik best instappen?

Daar valt geen datum op te plakken. De beleidsrente zal nog een aantal jaren heel laag blijven. We verwachten pas midden 2019 een eerste verhoging van de Europese beleidsrente. Er is dus zeker geen haast bij om in obligaties te stappen.

Een trigger om in te stappen zou zijn als de risicopremie op obligaties zou stijgen. Dat is de premie die de uitgever betaalt bovenop het tarief voor een risicoloze lening, als compensatie voor het kredietrisico dat de belegger op de uitgever neemt. Vandaag zitten we helemaal aan de bodem en wordt het kredietrisico onvoldoende vergoed. Op termijn zal de risicopremie wel normaliseren waardoor ook andere obligaties dan die van groeilanden een correcte vergoeding zullen geven voor het kredietrisico.

  1. In afwachting van het juiste instapmoment: wat zijn vandaag de verschillende alternatieven in het obligatiesegment?
  • Obligaties met variabele rente, waarvan de coupon groter wordt naarmate de rente stijgt. Maar die zijn zeldzaam. Wel worden er af en toe gestructureerde producten uitgegeven die daarop inspelen, maar ook die zijn dun gezaaid.
  • Fondsen die actief inspelen op de duratie. Duratie geeft aan hoe gevoelig een instrument is aan schommelingen van de rentevoeten. Obligaties hebben normaal gesproken een positieve duratie: als de rente stijgt, daalt de waarde van een obligatie. Maar fondsbeheerders kunnen via afgeleide producten inspelen op die duratie. Zo zijn er zelfs fondsbeheerders die de mogelijkheid hebben om een negatieve duratie te verkrijgen, en dus juist waarde creëren bij stijgende rente. Maar: als de rente tegen de verwachtingen in toch niet verder stijgt, kunnen de verliezen oplopen. Uitsluitend in dat soort fondsen beleggen, is af te raden.
  • Zoveel mogelijk obligaties met korte looptijdin portefeuille houden. Het rendement zal laag zijn, maar de vervaldag ligt dichter. Als binnen pakweg drie jaar de rente een stuk hoger ligt, dan kunt u herbeleggen op een hoger niveau.
  1. Wat met obligaties die ik al in portefeuille heb?

Obligaties met een negatief netto restrendement op de vervaldag kunt u beter nu verkopen. Met negatief rendement bedoelen we dat het totaalinkomen bij vervaldag, alle coupons meegerekend, lager ligt dan bij verkoop vandaag.
Is het restrendement nog altijd positief en bent u tevreden met uw coupons, dan kunt u uw obligaties houden. Let wel op met speculatieve obligaties die een gedisciplineerde opvolging van het kredietrisico vragen.

_____________________________________________

10 essentiële vragen voor jouw bankier

10/4/2018

Kunnen we even kennismaken?

De persoon die verantwoordelijk wordt voor jouw geld zal heel wat over jou te weten komen. Logisch dus dat je hem/haar ook wat beter wilt leren kennen. Welke ervaring heeft die persoon, heeft hij of zij bepaalde specialiteiten en volgt hij of zij regelmatig een extra opleiding? Ben je ook benieuwd of hij getrouwd is of wie haar personal trainer is? Vraag maar raak. Maar begin met de essentials.

Waarom deze bank?

Ben je al klant, dan is het interessant om dit weer even op een rijtje te zetten. En ben je van plan om van een andere bank over te stappen, dan is deze vraag essentieel. Wat is de meerwaarde van deze bank? Wat onderscheidt haar?

Hoe gaan jullie samenwerken?

Kan je jouw adviseur contacteren wanneer je maar wil? Per telefoon, e-mail of via sociale media? Bereikbaarheid is een cruciaal criterium. Hoe vaak jullie een afspraak inplannen, hangt af van jouw persoonlijke situatie, maar zorg zeker voor een paar face to face- momenten per jaar. Niet alleen om antwoord te krijgen op specifieke vragen, maar ook om te kunnen anticiperen op de veranderingen in jouw leven. Voor je een belangrijke beslissing neemt, vraag je toch ook raad aan je vrienden, aan mensen die je vertrouwt, en dat doe je vast niet via de telefoon. Hetzelfde geldt voor een afspraak met je bankier!

Matchen de ambities?

Definieer om te beginnen de ambities van je bankportefeuille: wat is jouw beleggingshorizon, wat zijn de risico’s en wat zijn jouw toekomstplannen? Je financiële gedrag is natuurlijk anders als je van plan bent om een mooie reis te maken dan als je vooral geld wil beleggen en mikt op een zo hoog mogelijk rendement. Dit is een heel brede vraag, maar wel de basis van alles. Kortom: maak een duidelijk balans op van jouw huidige situatie en toekomstige projecten.

Hoe zit het met de kwaliteit?

Uiteraard wil je alleen kwalitatief hoogstaande bankproducten in je portefeuille. Heb je nog nooit belegd? Dan is dit het moment om met je adviseur op zoek te gaan naar de beste producten van het moment en te kijken welke het hoogste rendement opleveren. Je moet je durven afvragen of de bankproducten ‘van het huis’ die de traditionele banken voorstellen wel toereikend zijn. Misschien kan jouw bank je betere oplossingen op de financiële markt voorstellen?

Krijg je van hen een globaal advies, ook over producten van andere financiële instellingen? Als jouw adviseur je enkel kant- en klaarproducten voorstelt, geen globale visie heeft en geen rekening houdt met producten die elders worden aangeboden, dan moet je hem of haar een wake-up call geven. Zachtjes, uiteraard!

Welk kostenplaatje?

Zijn de beheerskosten van mijn portefeuille gestegen? Zo ja, waarom? En zo nee, waarom niet? Zijn er instapkosten bij het beleggen? Misschien stellen die kosten op zich niet zo veel voor. Maar op het einde van het jaar presenteren bepaalde banken toch een onverwacht hoge rekening. Zorg er dus voor dat je van in het begin een transparant beeld hebt van het kostenplaatje, zo kom je niet voor vervelende verrassingen te staan.

Hoe proactief is je adviseur?

Als een van jouw producten wijzigt of als iets niet meer bij jouw profiel past, neemt jouw bank dan contact met jou op? In de drukte van je dagelijkse leven, kan het gebeuren dat je nieuwe informatie mist en financiële kansen laat schieten. Op dat moment moet jouw adviseur zich proactief opstellen en ervoor zorgen dat jouw financiële belangen verdedigd worden. Waarom heb je hem/haar anders?

Wat met de effecten die je meebrengt vanuit een andere bank?

Als je jouw portefeuille overzet vanuit een andere bank, dan is het belangrijk dat jouw bankier die effecten goed mee opvolgt. Je moet een breed advies krijgen over een grote waaier aan producten. Dat is belangrijk om een goed advies te kunnen geven, en om jou te kunnen begeleiden bij het maken van de juiste keuze.

Krijg ik goed advies als er in mijn privéleven iets gebeurt?

Een bank is natuurlijk geen psychotherapeutisch centrum. Maar als iemand gaat scheiden, of uit elkaar gaat, een naaste verliest of een carrièreswitch maakt, dan is het belangrijk om te kunnen rekenen op iemand die je ondersteunt in het maken van financiële beslissingen. Het is belangrijk dat je snel een afspraak kunt maken zodat je niet wakker moet liggen van praktische zaken op een moment dat je met zware stress of emoties moet omgaan…

Bespaar je kostbare tijd?

Het is belangrijk dat je zeker weet dat jouw bank oplossingen aanreikt om jou zoveel mogelijk te ontlasten. Je moet het beheer van jouw bankzaken kunnen delegeren aan specialisten die zich ontfermen over jouw portefeuille en jou regelmatig updates bezorgen. Is dit het geval? Slaap dan gerust op beide oren!