Hoe wordt een tweede verblijf in Frankrijk belast?

@Pexels

Door Solange Saghbini, Senior Tax Advisor – Estate Planning bij Bank Nagelmackers

De ligging en het aangename klimaat maken van Frankrijk het land bij uitstek voor een tweede verblijf. Eigenaars van een tweede verblijf in Frankrijk, zijn daar uiteraard ook verschillende belastingen en taksen verschuldigd. Frankrijk is immers bevoegd om belastingen te heffen op onroerende goederen die zich op zijn grondgebied bevinden.

Maar hoe zit het in België?  Moeten er nog andere belastingen betaald worden op een tweede verblijf in het buitenland? Hier volgt de situatie vanuit de personenbelasting. Die geldt niet alleen voor een tweede verblijf in Frankrijk, maar voor alle landen waarmee België dubbelbelastingverdragen heeft gesloten.

Wat is het principe?

Een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd)
Onroerende inkomsten moeten anders berekend en aangegeven worden. Hieronder een stand van zaken.

Inkomsten 2020 – Aanslagjaar 2021 (aangifte in te dienen dit jaar dus)

Tot aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) moeten die buitenlandse inkomsten in de fiscale aangifte opgenomen worden door de ‘brutohuurwaarde’ te vermelden. Dat zijn de huurinkomsten die verdiend hadden kunnen worden indien de woning een volledig jaar verhuurd was.

Voor Frankrijk is het door de fiscus toegestaan om gebruik te maken van de ‘valeur locative cadastrale’ en voor Spanje van de ‘valor cadastral’.

Het aangegeven bedrag wordt door de fiscus automatisch verminderd met een kostenforfait van 40%.

De onroerende inkomsten uit buitenlands vastgoed (gelegen in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag sloot) worden in principe niet ‘an sich belast’ in België, maar worden wel in rekening gebracht om het toepasselijke belastingtarief te bepalen op de overige (in België) belastbare inkomsten. Dat heet het progressievoorbehoud.

Inkomsten 2021 – Aanslagjaar 2022 (aangifte in te dienen in het voorjaar van 2022)

Vanaf aanslagjaar 2022, inkomstenjaar 2021, wordt de aangifte van buitenlandse inkomsten onder druk van Europa in lijn gebracht met de regeling die al jaren geldt voor de tweede verblijven die in België gelegen zijn.

Het Europees Hof heeft zich uitgesproken over het verschil in fiscale behandeling tussen een tweede verblijf gelegen in het buitenland en in België voor een Belgische rijksinwoner. Het Hof oordeelde dat België het vrije verkeer van kapitaal schond aangezien de huurwaarde voor een tweede verblijf in het buitenland (niet verhuurd) of de werkelijk ontvangen huuropbrengsten (indien verhuurd) over het algemeen hoger zijn dan de forfaitaire belastbare grondslag die geldt voor een in België gelegen onroerend goed (al dan niet verhuurd). Dat verschil in behandeling kon Belgische rijksinwoners er volgens het Hof toe aanzetten af te zien van een investering in het buitenland.

De taxatie van die buitenlandse onroerende inkomsten zal dus ook gebeuren op basis van het kadastraal inkomen, op dezelfde manier als voor de in België gelegen onroerende goederen. De forfaitaire kostenaftrek van 40% verdwijnt. De onroerende inkomsten van in het buitenland gelegen vastgoed (verhuurd of niet) zullen bepaald worden op basis van het kadastraal inkomen verhoogd met 40%.

 

Interesten betaald voor de financiering van het vastgoed kunnen in mindering gebracht worden

 

De fiscale impact van die verandering zal in principe erg beperkt zijn vermits die onroerende inkomsten vrijgesteld zijn van belasting met progressievoorbehoud.

Concreet betekent dat dat de fiscale administratie een kadastraal inkomen zal toekennen aan dat in het buitenland gelegen vastgoed, aangehouden door een Belgische rijksinwoner. Om het kadastraal inkomen vast te stellen zal de administratie zich baseren op de nettohuurwaarde van die onroerende goederen in 1975 en indien ze niet over die gegevens beschikt, zal het kadastraal inkomen gelijk zijn aan 5,3% van de actuele normale verkoopwaarde vermenigvuldigd met een correctiefactor die varieert naargelang het jaar van verwerving.

Bezit men reeds in het buitenland gelegen vastgoed waarvan  de inkomsten in het verleden al aangegeven werden in de fiscale aangifte, dan zal de fiscale administratie zelf in de loop van 2021 contact opnemen om de gegevens te verzamelen die pertinent zijn om het kadastraal inkomen te bepalen.

Is dat niet het geval (recente aankoop na 31/12/2020 of geen vorige aangifte), dan moeten die goederen spontaan aangeven worden bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen. De gegevens van het vastgoed alsook de actuele verkoopwaarde moeten meegedeeld worden.

indien er geen aangifte wordt ingediend, volgt automatisch een boete.

De fiscale administratie heeft ten slotte aangekondigd dat ze van plan is om de kadastrale inkomsten vast te stellen op uiterlijk 1 maart 2022. Het hoeft niet gezegd dat dat een erg ambitieus plan is!

Raadpleeg ook de Corner Overdracht

Dit bericht is geplaatst in Fiscaliteit met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *