Duurzaamheid: Wat zijn de vijf kernboodschappen voor 2022 en de volgende jaren?

Duurzame beleggingen hebben een uitzonderlijk decennium achter de rug. Bedrijven, particulieren en politieke beleidsmakers hebben immers de handen in elkaar geslagen. Vooral die laatste zijn de afgelopen drie jaar bijzonder actief geweest.

De groeiende invloed van regelgeving is een heuse gamechanger voor duurzaamheid, en voor duurzaamheidsgegevens in het bijzonder. De zogeheten SFDR (Sustainable Financial Disclosure Regulation) legt de lat hoger, niet alleen voor extra-financiële informatieverstrekking, maar ook voor de discipline en de aanpak van duurzame frameworks.

 

De laatste twee tot drie jaar ging de aandacht vooral uit naar één dimensie: het milieu en in het bijzonder het klimaat. Niettemin heeft de gezondheidscrisis aangetoond dat de sociale pijler een sleutelrol speelt en dat de drie dimensies – ecologie, sociale aspecten en governance – nauw met elkaar verbonden zijn. Ze vereisen dus een holistische aanpak.

 

Wat nu?

 

Hierbij vindt u vijf belangrijke boodschappen voor 2022 op het gebied van duurzaamheid.

 

  1. De ESG-markt is de afgelopen vijf jaar zeer snel gegroeid en is mainstream geworden. We zien niet in waarom de sterke geldstromen richting duurzame activa van de afgelopen kwartalen opeens zouden opdrogen. Deze geldstromen opvolgen is essentieel voor het portefeuillebeheer.

 

  1. De regelgeving zal deze geldstromen op peil houden en allicht verder opdrijven. Met name de SFDR-verordening is een drijvende kracht achter de omzetting van beleggingsactiva in ESG-beleggingsoplossingen.

 

  1. De vraag zit dus duidelijk in de lift. Aan de aanbodzijde blijft het universum van groene activa relatief klein, met geografische en sectorale klemtonen. Dat kan wegen op de waarderingen. Het is van het grootste belang dat het universum wordt uitgebreid om te vermijden dat de beleggingsrisico’s bij de zogenaamde groene ‘usual suspects’ zich opstapelen. Actief beheerde portefeuilles kunnen het verschil maken.

 

  1. Als gevolg van de recent opgelopen waarderingen kunnen ESG-activa verkeerd geprijsd zijn. Daarom kunnen we vraagtekens plaatsen bij de positieve correlatie tussen ESG en financiële prestaties. Aangezien er heel veel duurzaamheidsbenaderingen zijn, ligt het antwoord niet altijd voor de hand. Een recente meta-analyse2 door het NYU Stern Center for Sustainable Business en Rockefeller Asset Management bevestigde echter de positieve en/of neutrale correlatie tussen ESG en financiële prestaties. De marktconsensus is duidelijk: ESG kan zorgen voor een meerrendement.

 

  1. Tot slot is de beschikbaarheid van gegevens een bekende uitdaging. De SFDR-verordening en met name de taxonomie hebben veel betekend voor ESG-beleggingsgegevens. De behoeften van beleggers zijn verschoven van subjectieve ESG-beoordelingen door gegevensproviders naar objectieve, ruwe ESG-gegevens die rechtstreeks van de bedrijven komen. De financiële wereld heeft behoefte aan adequate, betrouwbare en toekomstgerichte gegevens om de juiste beleggingsbeslissingen te kunnen nemen, in volledige overeenstemming met de beleidsagenda 2030-2050. Het feit dat de International Financial Reporting Standards (IFRS) Foundation dat ze de International Sustainability Standards Board (ISSB) heeft opgericht, werd dan ook goed ontvangen door de markten. Dat initiatief zal een uitgebreide wereldwijde basis leggen voor duurzaamheidsreporting voor de financiële sector, wat een veelbelovende stap in de goede richting is.

 

De wedloop naar de netto nuluitstoot blijft niet bij loze woorden!

 

Bijna alle landen hebben zich ertoe verbonden om in de komende decennia koolstofneutraal te worden. Dat heeft economische en financiële gevolgen. Ten eerste betekent dit dat tegen 2050 volledig moet worden afgestapt van fossiele brandstoffen en dat er sterk moet worden ingezet op het koolstofvrij maken van de economie. Ten tweede is dit goed voor een geraamde investeringskost van meer dan 5 biljoen dollar per jaar tot 2030, wat aanzienlijke financiële middelen vereist.

 

De afgelopen vijf jaar zijn recordjaren geweest voor groene obligaties en soortgelijke emissies. En dat is nog maar het begin. Er wordt immers een grootschalige emissie verwacht van dergelijke instrumenten de komende jaren. Dat zal de diversificatie en diepte van de markten alleen maar ten goede komen. Of ze nu vrijwillig interesse betonen in deze instrumenten of worden gedreven door regelgeving, beleggers zijn geneigd ‘groene’ activa te kopen waarvan de waarderingen wijzen op een sterk aantrekkende vraag.

 

Onder meer de Europese taxonomie zet beleggers er immers toe aan effecten die te kopen die het beste aansluiten bij de twee eerste doelstellingen van klimaatverandering (klimaatmitigatie en -adaptatie). De volgende vier doelstellingen werden onlangs geformuleerd[1].

 

Ter herinnering: de taxonomie wil duidelijkheid verschaffen over wat als ‘groen’ mag worden beschouwd. Hierdoor kan er kapitaal vloeien naar de sectoren en bedrijven die positief bijdragen tot de milieudoelstellingen die aansluiten bij de taxonomie.

 

Hoe zit het met COP 26?

 

Hoewel de landen belangrijke ambitieus hebben moeten ze op wereldschaal worden uitgerold als ze kans op slagen willen. In dat opzicht zijn de resultaten van COP 26 niet geruststellend. Het was een “COP van de rijke landen voor de rijke landen”, zoals verschillende experts hebben verklaard, en met een grote kloof tussen de officiële verklaringen van de eerste week en de concrete concessies op papier van de tweede week. Dat heeft het wantrouwen tussen landen ongezien sterk aangewakkerd – en met name tussen ontwikkelde en opkomende landen – dat de volgende conferenties snel zullen moeten wegnemen. De klimaatoorlog tussen China en de VS zorgt nu al voor geopolitieke spanningen. De mislukking van de COP 26 op verschillende belangrijke punten van internationale samenwerking en het wantrouwen tussen overheden zal de geopolitieke spanningen over dit onderwerp alleen maar doen toenemen.

 

Hoe zit het met sociaal welzijn en governance?

 

Het effect van de verordening op de sociale en governance-eisen is vooralsnog vrij beperkt gebleven, vooral wat de waardering betreft.

 

Op sociaal gebied blijft de nadruk liggen op de complexe inachtneming van de mensenrechten in de volledige waardeketen, de zogenaamde zorgplicht die Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben ingevoerd. De eerste versie van de sociale taxonomie is echter afgelopen zomer gepubliceerd. We mogen ons verwachten aan felle en weliswaar subjectieve debatten over de implementatie ervan.

 

Hetzelfde geldt voor governance: de minimumwaarborgen die in de regelgeving moeten worden ingebouwd, versterken het toezicht op incidenten en schandalen waarmee emittenten geconfronteerd kunnen worden. Bovendien we dat de aandeelhouder niet langer almachtig is. Stakeholders krijgen nu meer invloed toebedeeld. Hierdoor komt de ‘missie’ die bedrijven hebben ten opzichte van de samenleving weer op de voorgrond te staan. Dat effent het pad voor interessante debatten over het delicate evenwicht van dit ecosysteem.

 

Bezoek ook de corner voor Duurzame Beleggingen

[1] Duurzaamheid en bescherming van water en mariene hulpbronnen (1), de overgang naar een circulaire economie (2), preventie en bestrijding van verontreiniging (3) en bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen (4).

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.