Duurzaam en verantwoord beleggen in 2021: Tussen hoop en risico’s

@Pexels

Door DPAM

2020 was absoluut een buitengewoon jaar. Op het vlak van duurzaam beleggen bereikten de instromen naar duurzame producten records, ook tijdens de maanden februari en maart van vorig jaar. Zo werd enerzijds in Europa de kaap van 1.000 miljard dollar overschreden. Morningstar schat de totale activa onder beheer over het volledige jaar op 1.421 miljard dollar.

 

Anderzijds hebben talrijke studies aangetoond dat ESG-criteria tijdens dit volatiele jaar ook beter stand hebben gehouden. De bewijzen dat ESG-factoren de volatiliteit van winsten, koersen en het wanbetalingsrisico afvlakken, worden immers steeds overtuigender. Het opvolgen en analyseren van ESG-controverses en dergelijke creëert een aanzienlijke toegevoegde waarde, aangezien die controverses wel eens lang kunnen aanslepen en duur kunnen uitvallen. Er zijn verschillende elementen die erop wijzen dat duurzame beleggingen ook in de toekomst de wind in de zeilen zullen hebben.

Te veel regelgeving

Dat neemt niet weg dat dit positieve momentum onmiskenbaar gepaard gaat met risico’s. Hoe meer een onderneming, belegger en economische speler er prat op gaat om zich duurzaam te noemen, hoe meer het reputatierisico groeit. Ondertussen wil de regelgeving waaraan gewerkt wordt op de eerste plaats greenwashing tegengaan. Daardoor wordt de uitdaging groot. Europa wil een voortrekkersrol spelen op het vlak van duurzame beleggingen. Haar meest recente verordening zal mogelijk aanzienlijke werklast en kosten met zich meebrengen. Ook de complexiteit neemt toe, wat nefast is voor een belegger die nu al de bomen door het bos niet meer ziet.

Maar op dit moment buigen ook zowat alle landen ter wereld zich over duurzaamheidsvraagstukken en duurzame beleggingen. Er zijn al verschillende overheden die op dit vlak regelgeving hebben opgesteld, denken we maar aan de taxonomie van Japan en Canada. Er komen steeds meer lokale en individuele taxonomieën bij, zoals bijvoorbeeld in Singapore, Hongkong en Maleisië. Dat is zeker geen goede zaak voor de transparantie, die momenteel al niet geweldig is door het gebrek aan gemeenschappelijke definities en normen.

Waarderingsrisico

Het momentum en de regelgeving sturen beleggers rechtstreeks en onrechtstreeks steeds meer naar ‘groene’ beleggingen. Dat brengt ook waarderingsrisico’s met zich mee.             Bedrijven die alom worden erkend als voortrekkers op het vlak van duurzaamheid en in belangrijke mate bijdragen tot oplossingen voor ecologische en klimaatrisico’s, hebben hun financiële waarderingsparameters (K/W, EV/Ebitda of EV/omzet bijvoorbeeld) de jongste twee jaar fors zien toenemen. Die toename is hoofdzakelijk te verklaren door het feit dat zogenaamde groene emittenten op de beurs een inhaalbeweging hebben gemaakt. Door verordeningen zoals de Green Deal, de taxonomie en dergelijke is het mogelijk dat groenere bedrijven en beleggingen zelfs nog populairder zullen worden. Aangezien ondernemingen nog niet rapporteren over hun ‘bruine’ versus ‘groene’ activiteiten, moeten we er zeker op blijven toezien dat we de echte groene emittenten nauwlettend onderscheiden van de spelers die weliswaar ook een belangrijke functie vervullen en ongetwijfeld minder op het voorplan, staan maar die wel onmisbare schakels zijn zodat de groene emittenten zich waar kunnen maken.

Opportuniteiten van het ESG-momentum

Hoewel de regelgeving een beperking kan inhouden en aanzienlijke risico’s met zich kan meebrengen, blijft dit wel een opportuniteit die duurzame beleggingen met beide handen moeten grijpen. De wereldwijde autoriteiten beginnen immers niet enkel duurzaam beleggen in wetgeving te gieten, maar ook de duurzaamheid van bedrijven. China, Hongkong, Japan, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Singapore bijvoorbeeld hebben over duurzaamheid al meerdere wetten gemaakt. Het jaar 2021 zal erg interessant worden, want we zullen dan zien hoe die wetten worden toegepast en wat details ervan inhouden.

Opmars

Het feit dat er in het Witte Huis ook een nieuwe wind waait, zal ook een keerpunt betekenen voor het ecologische en duurzaamheidsbeleid. Sinds november 2020 heeft de FED ook klimaatrisico opgenomen als een financieel risico in zijn halfjaarverslag over de financiële stabiliteit. De FED sluit zich naar eigen zeggen aan bij het netwerk van centrale banken en toezichthouders die klimaatverandering officieel erkennen als een systemisch financieel risico (NGFS). Ook Latijns-Amerika laat zich niet onbetuigd. Zo heeft Brazilië al een verplicht rapport aangekondigd dat gelijkaardig is aan de TCFD-aanbevelingen.

Dankzij het engagement van China, Europa, de Verenigde Staten en ook Zuid-Korea, Japan, Colombia en Zuid-Afrika, die tegen 2050 of 2060 inzetten op klimaatneutraliteit, schaart zowat twee derde van de wereldeconomie en een ruime meerderheid van de uitstoters van broeikasgassen zich achter dit globale initiatief. Het ligt daarom voor de hand dat 2021 een scharnierjaar wordt op het vlak van de uitgifte van groene obligaties en van sociale en duurzame obligaties. Die laatste blijven een klein deel van de gelabelde obligaties (minder dan 30% van de markt), maar ze winnen steeds meer aan belang, en dat kwam al in 2020 tot uiting. Deze markt zal in 2021 verder groeien.

Wat voor de verschillende overheden op het spel blijft staan, is dat de vereiste investeringen niet teniet worden gedaan door financiële steun aan minder duurzame economische sectoren die de geleverde inspanningen neutraliseren.

 

Bezoek ook de corner voor Duurzame Beleggingen

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit, Duurzame beleggingen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *