Biden en de vennootschapsbelasting: een belangrijk keerpunt!

@Pexels

Door Florent Griffon, Responsible Invesment Specialist bij DPAM

Joe Biden kondigde begin april aan dat hij de Amerikaanse vennootschapsbelasting wil verhogen. Dat luidt mogelijk een belangrijk keerpunt in het fiscaal beleid van de OESO-landen in. Hierdoor zou immers een cyclus van belastingharmonisering kunnen ontstaan, na meerdere decennia van een fiscale ‘race to the bottom’ en dalende reële vennootschapsbelastingen.

 

 

Sinds het begin van de jaren tachtig is er sprake van toenemende belastingconcurrentie

 

Sinds begin jaren tachtig heeft de cyclus van deregulering aanleiding gegeven tot meer belastingconcurrentie tussen staten. Hierdoor is de reële vennootschapsbelasting geleidelijk aan gedaald. Zo is de gemiddelde wereldwijde vennootschapsbelasting gedaald van 40% in 1980 tot 24% in 2019[1]. We kunnen lang uitweiden over de voor- en nadelen van deze fiscale ‘race to the bottom’. De voorstanders ervan zullen het beschouwen als een bescherming tegen het feit dat overheden naar verluidt geneigd zijn om de fiscale druk op vennootschappen steeds verder op te voeren.

De tegenstanders ervan zullen wijzen op het feit dat het niet fair is dat verschillende economische actoren op een verschillende manier worden behandeld. De meest mobiele economische actoren kunnen uiteindelijk hun activiteiten of gerapporteerde winsten verplaatsen, terwijl de kleinste ondernemingen over het algemeen zwaarder belast blijven. Door de fiscale race to the bottom lopen de overheden geld mis en kunnen ze hun overheidsbeleid minder efficiënt voeren.

 

De OESO raamt dit tekort op 100 à 240 miljard dollar per jaar in de OESO en op 500 à 600 miljard dollar per jaar wereldwijd[2], wat erg aanzienlijk is.

 

Afbeelding 1: De neerwaartse trend in de gemiddelde vennootschapsbelasting per regio (OESO)

 

Verschillende pogingen tot harmonisatie

 

De overheden werden geconfronteerd met een afbrokkelende belastinggrondslag. Daarom hebben ze de afgelopen twintig jaar steeds meer maatregelen getroffen om de strijd aan te binden met belastingontwijking. Zo publiceerde de OESO in 2000 voor het eerst een lijst van belastingparadijzen. Vervolgens zette de G20 in 2009 in Londen het principe van sancties tegen niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden op punt. In 2015 lanceerde de OESO haar “Inclusive Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) Framework “, dat de inspanningen van 125 landen coördineert om belastingontwijking te verminderen. In de Europese Unie beperkt de ATAD-richtlijn ter bestrijding van belastingontduiking, die in 2019 in werking is getreden, al enkele veel voorkomende optimalisatiepraktijken. Er ligt momenteel een voorstel voor een Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) op tafel in de Raad.

 

Het initiatief van Biden: een vennootschapsbelasting van ten minste 15%

 

Begin april, tijdens een G20-top, had de Amerikaanse minister van Financiën, Janet Yellen, al de knuppel in het hoenderhok geworpen, door bekend te maken dat er werd gewerkt aan de vaststelling van een minimale vennootschapsbelasting. Vorige week toonde de regering-Biden opnieuw haar tanden door voor te stellen dat de OESO-lidstaten een tarief van ten minste 15% zouden invoeren, met het uitdrukkelijke doel dit tot 21% op te trekken.

 

Deze initiatieven en de verklaringen die ermee gepaard gaan, betekenen een keerpunt in de houding van de Amerikaanse regering ten opzichte van belastingontwijking en multinationale ondernemingen in het algemeen.

 

De pandemie als trigger, maar een trend voor de middellange termijn

 

Dit nieuwe Amerikaanse voluntarisme lijkt een cyclus van toenemende belastingdruk op ondernemingen en belastingharmonisatie tussen rechtsgebieden in te luiden. Door de zware economische gevolgen van de Covid-maatregelen moeten de overheden dure herstelplannen uitvoeren, hoewel ze zelf maar weinig begrotingsruimte hebben.  In dat kader geven de Verenigde Staten duidelijk blijk van hun bereidheid om extra begrotingsmiddelen te vinden door de vennootschapsbelasting op te trekken.

De regering-Biden heeft aangekondigd dat zij op deze manier 2.000 miljard dollar wil inzamelen. Maatregelen die belastingontwijking tegengaan, spelen op dat vlak een cruciale rol, want ze moeten vermijden dat vennootschappen zich onttrekken aan deze belastingverhogingen. Op middellange termijn, na de Covid-19 crisis, en aangezien de toenemende ongelijkheid in de VS hoog op de politieke agenda staat, mogen we ervan uitgaan dat de initiatieven tegen belastingoptimalisering daar, evenals in de meeste OESO-landen, zullen worden voortgezet.

We zijn dus getuige van structurele veranderingen die ook in de komende jaren gevolgen zullen hebben voor de financiële markten. Ze kunnen erop wijzen dat de overheden de multinationals geleidelijk aan opnieuw willen controleren.

 

 

Bezoek ook de corner voor Duurzame Beleggingen

[1] JP Morgan Cazenove, The Long-View: Towards a global minimum corporate

tax?, april 2021

[2] https://www.oecd.org/tax/beps/about/

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *