Moet verantwoord beleggen worden gereglementeerd om meer duidelijkheid over de markt te scheppen?

@Pexels

Door DPAM

Te veel reporting maakt reporting kapot, wordt wel eens gesteld. De roots van ‘groene’ financiën gaan terug tot de allereerste SRI- en ethische fondsen, die in de 17e eeuw in de Verenigde Staten zijn ontstaan.

Langzaam maar zeker werd er meer aandacht besteed aan ecologische overwegingen. Zo is de groene financiële sector geboren. Deze groene financiële activiteiten werden gepredikt door enkele diehards, die enkele best practices op dat vlak hadden ontwikkeld. Deze praktijken vonden algemeen ingang en werden gestandaardiseerd. We denken dan vooral aan onderwerpen zoals fossiele brandstoffen, stranded assets, steenkool, enz. Pas vrij recent werd dit denkkader voor de eerste keer ingrijpend veranderd, met enerzijds artikel 173 van de wet op de energietransitie in Frankrijk en anderzijds op Europees niveau met het Actieplan voor Duurzame Financiën van de Juncker-commissie.

Reportingverplichtingen

In 2015 voerde de Franse overheid immers nieuwe extra-financiële reportingverplichtingen in die gelden voor beleggers, met name de verplichte publicatie van de koolstofafdruk (de uitstoot van alle broeikasgassen) van beleggingsportefeuilles. Nog in 2015, in het zog van het Parijse Klimaatakkoord, bleek dat de overheidsfinanciën ontoereikend zouden zijn om de investeringen te financieren die noodzakelijk zijn voor de energieomslag. Daarom is het duidelijk dat de financiële markten hierin een sleutelrol te spelen hebben. De overheid wil een gunstig regelgevend en fiscaal kader in het leven roepen voor duurzame financiën. Vanuit dat perspectief onthulde de Europese Commissie in 2018 een actieplan voor duurzame financiën dat (onder andere) beheerders en institutionele beleggers verplicht om in hun beleggingsprocessen rekening te houden met ESG-aspecten.

Europese taxonomie

Hoewel de ambitie van de Europese autoriteiten ruimer is dan enkel groene financiële activiteiten, is de huidige regelgeving gericht op E (milieu), en meer specifiek op klimaatverandering. De groene taxonomie is een echt keerpunt in de geschiedenis van de groene financiën, zeker in Europa, dat een voortrekker en pionier op dit gebied blijft. De taxonomie en de regelgeving die ermee gepaard gaat – de verordening inzake de openbaarmaking van duurzaamheidsgegevens in de financiële sector, de nieuwe strategie voor duurzame financiering en de richtlijn voor niet-financiële rapportage – is in de eerste plaats bedoeld om greenwashing tegen te gaan. Dat gebeurt door minimumstandaarden en -normen op te leggen, waardoor de markt transparanter wordt.

Kanttekeningen

Dat neemt niet weg dat er terecht enkele kanttekeningen kunnen worden geplaatst. Ten eerste moeten we stilstaan wie er baat heeft bij meer transparantie op de markt. De complexiteit van de milieu-indicatoren die in de Europese taxonomie worden beschreven, is immers technisch jargon waar de particuliere belegger waarschijnlijk weinig boodschap aan heeft. Reporting zal in dit geval dus nutteloos zijn. Meer professionele beleggers blijken echter vaak beperkte kennis te hebben van milieuzaken. Ze kunnen dus evenmin weinig aanvangen met de informatie die wordt verstrekt.

Bovendien zal de verstrekte informatie afhankelijk zijn van het feit of de vereiste elementen beschikbaar zijn. In de zeer nabije toekomst zal er een aanzienlijke kloof ontstaan tussen enerzijds de bedrijven die erg communicatief zijn en over de nodige middelen beschikken om hun databanken aan te vullen, en anderzijds de spelers die zeer concrete en specifieke projecten ontwikkelen en doorgaans kleiner zijn. Die beschikken nog steeds over de volledige batterij indicatoren die de Europese overheid eist.

Zwaar en databanken

De groene taxonomie en de wetgeving rond van extra-financiële gegevens creëren het risico dat de reporting erg zwaar wordt en dat het moeilijk wordt om aan gegevens te geraken, die immers nog niet wijdverspreid zijn. Groene financiën wordt zo het privilege van beleggers die de databanken kunnen betalen. De Europese autoriteiten willen parallel werken om de ondernemingen ertoe aan te zetten de vereiste gegevens te verstrekken die de regelgeving oplegt aan beleggers (de richtlijn betreffende niet-financiële rapportage).De richtlijn betreffende extra-financiële informatie is echter alleen van toepassing op bedrijven met een bepaalde omvang, en dan vooral Europese. Groene financiën blijven echter niet beperkt tot Europese emittenten. Verschillende landen beginnen ook verplichte ESG-reportingverplichtingen op te leggen, maar dit blijft eerder beperkt in vergelijking met de rapportagevereisten van de groene taxonomie.

Hoe staat het met kernenergie?

De verplichting om te rapporteren over de mate waarin een portefeuille aansluit bij de groene taxonomie kan ervoor zorgen dat beleggers koste wat het kost aan de regels willen voldoen.  Bovendien zullen bedrijven ertoe worden aangezet om hun portefeuilles in die zin te optimaliseren. Een opwaartse bijstelling kan aanleiding geven tot M&A strategieën en de verkoop van bepaalde activiteiten van bedrijven, zodat deze ratio op een organische wijze eveneens stijgt.

Tot slot lijst de taxonomie de activiteiten en sectoren op die in aanmerking komen voor de adaptatie- en mitigatiedoelstellingen op het vlak van klimaatverandering, en vermeldt ze de indicatoren die evalueren in welke mate ze in aanmerking komen.  Ze gaat echter voorbij aan culturele vragen en bekommernissen. Vooral de nucleaire kwestie blijft een struikelblok in de taxonomie. Met een minimale uitstoot van broeikasgassen is kernenergie voor sommigen één van de alternatieven voor fossiele brandstoffen, terwijl anderen dit helemaal niet duurzaam of groen vinden omwille van het kernafval.

Een begrijpelijk kader

Er zijn minimale ‘spelregels’ ontstaan voor een expertise die de jongste jaren mainstream is geworden. Hierdoor zijn er ook bepaalde normen en garanties nodig om de geloofwaardigheid en het professionalisme ervan te waarborgen. Er is ook echter het risico op administratieve rompslomp, dat wordt veroorzaakt door onaangepaste, onnauwkeurige en soms zelfs achterhaalde reporting. De regelgevers kijken dus aan tegen een enorme uitdaging.  Laten we hopen dat er door een beroep te doen op experts met praktijkervaring en dankzij de positieve feedbackloop die er ontstaat in verschillende landen een kader wordt gevormd, waar alle beleggers naar uitkijken. Zo kunnen ze een goed beeld krijgen van waarin hun portefeuilles nu precies beleggen.

Bezoek ook de corner Duurzame Beleggingen op Moneystore

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *