Lawinegevaar op de schuldenberg ?

@Pexels

Door Wim D’Haese, Head of Investment Advisory bij Deutsche Bank

Vrijwel alle regeringen en centrale banken openden de afgelopen maanden hun gereedschapskist om de sputterende economie enigszins draaiend te houden. Volledige sectoren rijden ondertussen al maanden op reservewielen.

En ook de bevolking wordt gedepanneerd met allerhande tegemoetkomingen. Hoewel die steun goed bedoeld én broodnodig is om een grotere economische crash te vermijden, blijft de vraag hoe de opgebouwde schulden draagbaar kunnen blijven.

Elke dag een nieuw wereldrecord

Het goede nieuws – of het slechte nieuws, afhankelijk van hoe het bekeken wordt – is dat er vandaag in theorie geen beperking is op het bijdrukken van geld en op de uitgifte van schuldinstrumenten. Met een spreekwoordelijke druk op de knop kan een centrale bank geld aanmaken. En kan de schuldenberg gewoon hoger worden. Dat was ooit anders. Tot de jaren 1970 bepaalden vooral de nationale goudreserves en de USD hoe hard de geldpersen wereldwijd konden draaien.

Het slechte nieuws is dat de afgelopen decennia dankbaar gebruik werd gemaakt van die mogelijkheid om schulden aan te gaan en geld bij te drukken. Zozeer zelfs dat de private en publieke schuld van de G7 in 50 jaar steeg van ongeveer 130% van het bbp tot 270 procent in 2019. Die hoge schuldgraad bij de G7 is overigens representatief voor de hele wereldeconomie: eind 2019 bedroeg de totale private en publieke schuld van alle landen ter wereld samen meer dan 300% van het wereld bbp. De schuld stemt dus overeen met de totale geldwaarde van alle geproduceerde goederen en diensten gedurende een periode van meer dan 3 jaar.

Wat bij een V-herstel?

Herstelt de economie zich volgens iets wat op een V-patroon lijkt en is het grootste besmettingsgevaar geweken? Dan zal de overheidsschuld tegenover het bbp dit jaar met zo’n 10-15 procentpunten stijgen in de meeste ontwikkelde landen. Dit zal een aanzienlijk gat in de overheidsfinanciën slaan. Om dat dicht te metselen, kunnen de belastingen stijgen. Maar tegelijk zal ook de geldkraan open moeten blijven en zullen de centrale banken het grootste deel van de zware lasten moeten verlichten door de aankoop van staatsobligaties te verhogen.

Zolang er in 2021 een opleving komt, zolang de centrale banken het rendement op obligaties laag kunnen houden, zolang de interestvoeten lager blijven dan de groeicijfers en zolang er geen problemen zijn om die schulden te herfinancieren, kan de hoge schuldgraad dus draagbaar blijven.

Dat lijken veel balletjes om in de lucht te houden. Maar het is een oefening die op langere termijn kan werken, zoals Japan aantoont. In de op 2 na grootste economie ter wereld steeg de staatsschuld de afgelopen 20 jaar van 135% van het bbp naar ongeveer 240%. De trage groei heeft er samen met de grote begrotingstekorten en nagenoeg geen inflatie toe geleid dat de overheidsschuld zo hard groeide. De centrale bank van Japan zit zelfs op een stapel schuldpapier ter waarde van ruim 100 procent van het bbp. Ondanks die situatie slaagt Japan erin het evenwicht te bewaren. Dat komt omdat het land het grootste deel van de schulden in eigen land financiert via banken, pensioenfondsen en de eigen centrale bank. De Japanse bevolking spaart bovendien constant en het land heeft een overschot op de lopende rekening en is daardoor een netto-exporteur van kapitaal.

Wat bij langdurige en terugkerende pandemieën?

In de VS zullen de markten verwachten dat de centrale bank (Fed) altijd zal helpen door directe obligatieaankopen of door de rente bij te sturen. Daar is een situatie van hoge schulden en lage rente mogelijk als de vraag voor staatspapier sterk blijft en de inflatie laag. Als de inflatie wel begint te stijgen, zal de vraag naar staatspapier waarschijnlijk dalen en zullen de centrale banken het veel moeilijker krijgen. De kans is groot dat de Fed dan nog meer Amerikaans staatspapier moet kopen. Niet alleen nieuwe emissies, maar ook het staatspapier dat beleggers niet meer willen hebben.

Het beeld in Europa is veel complexer. Onder een scenario van langdurige en terugkerende pandemieën zullen de schulden van de 4 grootste landen in de eurozone in 2021 wellicht stijgen van 92% naar 148%. Vooral Italië is een grote zorg. De verhouding tussen de staatsschuld en het bbp zou bij een negatief scenario kunnen stijgen tot iets meer dan 200% tegen het einde van 2021. Een belangrijke vraag is hoe Europa in dat geval nog bij elkaar blijft. Zullen de Noord-Europese landen de financiering van de schuld van Italië door de ECB tolereren als de inflatie stijgt? Zal Italië toezicht van Europa op haar binnenlandse politiek blijven accepteren in ruil voor het voortdurend financieren van zijn schuld? Welke weg er ook wordt ingeslagen, het is een relatief onstabiel evenwicht en de betrokkenheid van de ECB gaat vooralsnog vooral over het kopen van tijd voor een grotere oplossing.

En nu?

De schuldenberg verder ophopen met nieuwe schulden: zal dat ooit tot een lawine leiden? Een pasklaar antwoord is er niet, want we bevinden ons op ongekend terrein. Naarmate de schuldenberg toeneemt, zal die ons economische systeem wellicht kwetsbaarder maken voor financiële crises. Sinds de jaren 1970 (na de afschaffing van vaste wisselkoersen tegenover de USD) zijn de financiële crises regelmatiger geworden. Voor de jaren 1970 bestonden er financiële crises (vaak rond oorlogen), maar de frequentie was niet zo groot als na de jaren 1970. Uiteraard moet dit niet gezien worden als dé oorzaak van de schuldenberg, maar vertelt dit historisch perspectief ons over wat de toekomst kan brengen.

Lees ook corner Nuttige tips

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.