Covid-19: Welke toekomst is er weggelegd voor de volgende generaties?

@Pexels

Door DPAM

Door COVID-19 is de sociale factor weer op de voorgrond getreden, en in het bijzonder menselijk kapitaal. Dat is immers een essentieel onderdeel van een onderneming. Zo moet de werkgever preventieve en beschermende maatregelen treffen voor zijn werknemers, om ervoor te zorgen dat enerzijds de activiteiten kunnen worden verder gezet, en anderzijds om ervoor te zorgen dat de werknemer zich gesteund voelt.  Die werknemer voelt zich dan betrokken bij het bedrijf en identificeert zich met het project van het bedrijf, waar hij dan graag aan wil meewerken.

Het voorbeeld van Scandinavië

Laten we eens een vergelijking maken met de situatie van werknemers in Scandinavië, die graag opnieuw in alle rust en vertrouwen willen komen werken. Ze zijn er gerust op dat de nodige maatregelen werden getroffen. De landen en ondernemingen die kun werknemers niet gemakkelijk konden overtuigen om opnieuw naar hun werkplek te koen, kunnen hier veel lessen uit trekken. Scandinavië speelt, zoals op vele andere domeinen, vaak een voortrekkersrol op het vlak van een verantwoord en duurzaam beheer en goede beleidsmaatregelen op het vlak van human resources.

Over het algemeen worden zulke bedrijven minder zwaar getroffen door een eventuele stopzetting van hun activiteiten. Naast een doeltreffend humanresourcesbeleid, kunnen bedrijven ook nog kiezen voor een andere mogelijkheid: automatisering.

Op weg naar automatisering?

Meer automatisering kan ervoor zorgen dat de bedrijfsactiviteiten kunnen worden verdergezet. Machines zijn immers bestand tegen pandemieën en virussen. Het is evident dat het automatiseringsproces al is ingezet, en de komende jaren verder opmars zal maken. Het biedt namelijk een antwoord op zowel het probleem van de gedelokaliseerde outsourcing, als van de bescherming tegen gezondheidsrisico’s. Nochtans zijn machines geen redmiddel voor alle problemen.  Ze kunnen de mens immers niet vervangen. Daarom kunnen we ons afvragen of onze economische sectoren, maar ook onze kinderen, hier terdege op voorbereid zijn.

Is het een risico waar te weinig op wordt geanticipeerd?

De jongste PISA-studie van de OESO heeft zich in de driejaarlijkse editie van 2018 gebogen over het feit of het onderwijssysteem goed aansluit bij de evolutie van de arbeidsmarkt. We moeten jammer genoeg vaststellen dat de meeste leerlingen die werden ondervraagd door de organisatie niet zo goed voorbereid zijn op de arbeidsmarkt van de toekomst. Die is immers ingrijpend veranderd de afgelopen jaren, en de onderwijsmethodes zijn te weinig mee geëvolueerd.

Er werden jongeren van 15 jaar oud ondervraagd over hun professionele doelstellingen. De voorbeelden die worden aangehaald, zijn eerder arbeidsprofielen van de 19e en 20e eeuw, in plaats van de 21e eeuw. Het heeft misschien te maken met het feit dat er veel nieuwe banen ontstaan, waarvan weinige zelfs maar het bestaan konden vermoeden, en er dus ook niet naar streefden om deze te gaan uitoefenen.  We moeten eveneens vaststellen dat er verschillen zijn tussen de geslachten en dat ook de socio-economische achtergrond sterk bepalend is voor de dromen van onze jongeren. Zo willen jongens maar liefst zeven keer meer gaan werken in sectoren zoals informatica, communicatie en technologie.

Weinig landen kunnen zich vandaag op de borst kloppen en stellen dat hun onderwijssysteem is aangepast aan de professionele behoeften van vandaag en morgen.

Next generation EU

De financiële crisis van 2008-2009 rampzalige gevolgen gehad voor de sectoren gezondheidszorg en onderwijs, die als eerste werden getroffen door besparingsmaatregelen van de landen. Laten we hopen dat we door deze crisis niet dezelfde fouten maken, want deze crisis is misschien nog erger dan de vorige. Niet omdat we massaal geld moeten gaan uitgeven om een kwalitatief onderwijssysteem overeind te houden, of om ervoor te zorgen dat dit systeem aansluit bij de huidige en toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt, maar omdat een drastische verlaging van nu al krappe budgetten de situatie niet ten goede zou komen.

De Europese Unie wil nu 750 miljard euro vrijmaken in haar ‘Next generation EU’ plan. Het wordt interessant om te zien welke landen een deel hiervan – en in welke verhouding – zullen besteden aan onderwijs en opleiding van jongeren, maar ook van personeelsleden die de meest risicovolle banen uitoefenen. Dat moet zorgen voor een rechtvaardige en inclusieve transitie.

Bekijk ook de corner Duurzame Beleggingen op Moneystore

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *