Klimaatverandering: wanneer ook centrale banken betrokken raken

@Pexels

Door Degroof Petercam

Institutionele beleggers worden vandaag de dag geconfronteerd met een toenemende druk op hun rol en verantwoordelijkheid bij de financiering van de energietransitie. De steeds strenger wordende Europese regelgeving eist van institutionele beleggers dat ze aantonen hoe klimaatrisico’s in hun beleggingsstrategieën en -processen geïntegreerd worden. Daarnaast moeten ze hun bereidheid en goede wil aantonen om de groene economie te financieren en af te stappen van de meest vervuilende economische sectoren. De regels worden bovendien vaak nog verstrengd door nationale verplichtingen (zoals Artikel 173 van de Franse wet inzake energietransitie).

Maar ligt er een gelijkaardige druk op alle institutionele beleggers? Hoe zit het bijvoorbeeld met de verplichtingen van centrale banken en financiële en monetaire regelgevers?

De Bank of England, een pionier op vlak van klimaatintegratie

In een toespraak enkele jaren geleden (2015) sprak gouverneur Mark Carney van de Bank of England over het concept van “tragedy of the horizon” en de impact van klimaatrisico’s. Ondanks zware kritiek, zogezegd omwille van het overschrijden van zijn verplichtingen en invloedssfeer, bleef hij het belang van de risico’s ten gevolge van de klimaatverandering benadrukken.

De Bank of England blijft een leider op dit vlak en was tot voor kort zelfs één van de enige actieve spelers die klimaatrisico’s trachtte te integreren. Onlangs kondigde ze de invoering aan van klimaat gerelateerde stresstests voor de bank- en verzekeringssector en vanaf 2021 zal de bank een stresstest in het hele Britse financiële systeem uitvoeren om haar veerkracht tegen de financiële risico’s van de klimaatverandering te testen. Verzekeraars houden in hun passiva en verplichtingen rekening met de risico’s ten gevolge van klimaatverandering, en dit door middel van een sterk geïntegreerde en toekomstgerichte aanpak. Maar de situatie is anders voor hun activa en investeringen.

Bovendien zullen de financiële instellingen nu een verbintenis moeten aangaan op het niveau van de raad van bestuur. Deze verbintenis zal onder meer bestaan uit het aanstellen van persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van klimaatrisico’s. De leden van de Raad van Bestuur zullen in de toekomst met andere woorden persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor dit type risico’s.

Een beweging die langzaam van start gaat

Toch is de Bank of England vandaag de dag niet langer de enige die het voortouw neemt. Ook de Franse en Nederlandse centrale banken werken hieraan. Deze laatste heeft zich ook volledig toegelegd op de kwestie van het klimaatrisico en het belang daarvan voor het risicobeheer van de financiële instellingen van het land.

De ‘One Planet Summit’ die in december 2017 plaatsvond, heeft de aanzet gegeven tot het ontstaan van een netwerk van verschillende centrale banken op het gebied van klimaatintegratie. Acht centrale banken hebben toen besloten om het Netwerk voor een Groener Financieel Systeem (Network for Greening the Financial System(NFGS)) op te zetten. Het doel van dit netwerk? Het bevorderen van de naleving van het Klimaatakkoord van Parijs. Momenteel telt het initiatief 42 leden en 8 waarnemers (centrale banken en toezichthoudende autoriteiten). Eerder dit jaar, in april 2019, brachten ze hun eerste verslag uit. Op 18 oktober 2018 ondertekenden ze een verklaring dat klimaatverandering daadwerkelijk een bron van financiële risico’s is. Het onderwerp maakt dus duidelijk deel uit van hun mandaat. Grote afwezigen? De Amerikaanse Federal Reserve en de Japanse centrale bank. Zij maken geen deel uit van het netwerk en ondertekende de verklaring niet.

Momenteel richten deze centrale banken, inclusief het NGFS, zich op de ontwikkeling van de instrumenten die risicomanagers nodig hebben.

Mark Carney is bovendien ook voorzitter van een werkgroep binnen de International Financial Stability Board, met name de Task force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD), die een reeks aanbevelingen heeft gedaan om bedrijven te helpen bij het meten van dergelijke risico’s.

Tot slot stelt de Wereldbank zich geleidelijk aan open voor het discours rond de integratie van klimaatrisico’s. Zo heeft ze haar nieuwe klimaatdoelstellingen voor 2021-2025 aangekondigd, hetgeen 133 miljard dollar aan directe financieringssteun en 67 miljard dollar aan hefboomwerking in de particuliere sector zal opleveren.

En hoe zit het met de Europese Centrale Bank?

Zoals de meeste centrale banken raakte de ECB zeer laat betrokken bij het onderwerp. Toch erkent ze vandaag de dag wel dat de klimaatverandering een van de belangrijkste bedreigingen is voor de stabiliteit van het bankwezen in het eurogebied en is ze lid van het NGFS.

De ECB heeft al enkele ethische criteria gepubliceerd voor het beheer van de pensioenportefeuilles van haar werknemers en overweegt een soortgelijke aanpak voor het beleggen van haar reserves.

Een interessante studie[1]wijst echter op het gebrek aan samenhang tussen de eisen van de Europese Commissie en haar actieplan voor duurzame financiering enerzijds en het programma voor monetaire expansie of kwantitatieve versoepeling (quantitative easing) van de ECB voor de herlancering van de Europese economie anderzijds.

De auteurs Stefano Battiston en Irène Monasterolo, respectievelijk van de universiteit van Zürich en Wenen, laten in hun paper namelijk zien in hoeverre het kwantitatieve versoepelingsprogramma van de ECB voor de terugkoop van obligaties geïnvesteerd heeft in de sectoren met de grootste CO2-uitstoot. Zo werden de meeste investeringen gedaan in koolstofintensieve sectoren zoals vervoer (bv. VW, Daimler of BMW), fossiele brandstoffen, openbare nutsbedrijven (Electricité France en Engie) en energie-intensieve activiteiten.

In maart 2015, toen ECB-president Mario Draghi zijn kwantitatieve versoepelingsprogramma lanceerde, was het doel de reële economie nieuw leven in te blazen en de effecten van zijn expansief monetair beleid te versterken. Eerst richtte het programma zich op overheidsobligaties (in juni 2016), en breidde vervolgens uit tot bedrijfsobligaties. Het programma eindigde in januari 2019 en de ECB kocht in totaal obligaties van 237 bedrijven voor een totale waarde van €177 miljard. Ze kondigde ook aan dat ze de obligaties die hun looptijd bereikt hebben, zou vervangen door andere, gelijkaardige obligaties. De samenstelling van het programma heeft dus niet alleen betrekking op het verleden en de gedane aankopen, maar ook op de toekomst en toekomstige aankopen. Het programma van de ECB voor de aankoop van obligaties draagt daardoor niet bij tot de doelstellingen van de Europese Commissie voor 2030. Ook zal zij hier in de toekomst niet aan bijdragen, voornamelijk vanwege het gebrek aan aandacht voor groene obligaties. Denk hierbij eveneens aan het feit dat de Europese Commissie erkent dat er jaarlijks bijna 180 miljard euro nodig is voor de financiering van hernieuwbare energie en elektriciteit om de doelstellingen voor 2030 te bereiken.

Verschillende studies tonen echter aan dat het niet afstemmen van het investeringsbeleid op de energietransitie – zoals het terugkoopprogramma van de ECB – kan leiden tot aanzienlijke verliezen voor beleggers met portefeuilles die zeer gevoelig zijn voor koolstofintensieve sectoren en activa. Hetzelfde geldt voor financiële instellingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking of overheden.

De Europese Investeringsbank (EIB) of de “Klimaatbank”.

Het is met deze woorden dat de toekomstige voorzitter van de Europese Commissie, mevrouw Ursula von der Leyen, de EIB aanwijst als de bank die het groenere beleid van de Commissie moet ondersteunen.

Als de ECB geen voorbeeld stelt als centrale bank en geen leider is op het vlak van klimaatverandering, moet de EIB daar iets aan doen. Als belangrijke geldschieter, voornamelijk via groene obligaties voor de financiering van diverse ontwikkelingsprogramma’s, heeft de bank ook aangekondigd dat zij zich eind 2020 mogelijks uit de investering van fossiele brandstoffen kan terugtrekken. Het plan moet nog worden goedgekeurd door de 28 lidstaten en zou dan een belangrijke mijlpaal kunnen vormen voor de centrale banken en in het bijzonder ook voor andere supranationale instanties die betrokken zijn bij de energietransitie. Vorig jaar nog heeft de EIB voor 2,5 miljard euro aan projecten op het gebied van fossiele brandstoffen gefinancierd, voornamelijk gaspijpleidingprojecten.

Klimaatverandering is een financieel risico

De belangrijkste rol van centrale banken is het bepalen van een passend monetair beleid om schokken in de economie op te vangen. Hoewel de meeste klimaat gerelateerde schokken tot nu toe een relatief kort en beperkt effect hebben gehad, zal de situatie in de toekomst wijzigen doordat deze risico’s extremer en moeilijker te voorspellen zijn. Als centrale motor van het mondiale financiële stelsel hebben de centrale banken de fiduciaire plicht om milieu-, sociale en bestuurlijke factoren, en in het bijzonder klimaatverandering, te integreren in hun investeringsstrategie en besluitvormingsproces. Daarnaast mag van hen worden verwacht dat zij een plichtsbesef en morele verantwoordelijkheid hebben om de milieudoelstellingen te financieren, zodat zij volledig in overeenstemming zijn met de doctrine die door de verschillende bestuursinstanties wordt voorgeschreven.

Raadpleeg zeker ook de MoneyStore Corner: Duurzame beleggingen

[1]Battiston, S., & Monasterolo I. (2019). How could the ECB’s monetary policy support the sustainable finance transition?Finexus: Center For Financial Networks and Sustainability (CH).

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *