Duurzaam beleggen in opmars in Azië en Oceanië

@pexels

Door BNP Paribas AM

Duurzaam beleggen kent in Azië en Oceanië een sterke opmars, maar de gehanteerde normen verschillen sterk van land tot land. Dialoog en goed bestuur kunnen tot echte verbeteringen leiden op plaatsen waar dat nodig blijkt.

De afgelopen vijf jaar vond in Azië en Oceanië een verschuiving richting duurzaam beleggen plaats. Nergens is dat duidelijker dan in Japan, waar het vermogen onder beheer van duurzame beleggingsstrategieën is gestegen van 7 miljard USD in 2014 tot meer dan 2180 miljard USD in 2019 (volgens cijfers van de Global Sustainable Investment Alliance).

Die grotere interesse is te danken aan de inspanningen van een breed front:

  • Overheden en toezichthouders – Zeven Aziatische landen introduceerden wetgeving op het aandeelhouderschap, de beurzen van Maleisië, Singapore, Taiwan en Hongkong scherpten de eisen aan op het vlak van rapportage over milieubeheer, maatschappelijke verantwoordelijkheid en behoorlijk bestuur (environmental, social & governance – ESG) en China voerde strengere milieuregels en uitvoeringsvoorschriften in.
  • Bedrijven – Het percentage Chinese bedrijven dat reageert op de vragen om inlichtingen over ESG-indicatoren van MSCI is gestegen van minder dan 10% in 2016 tot circa 60% in 2018 en lag in 2018 hoger dan bij Amerikaanse bedrijven, zo blijkt uit cijfers van MSCI.
  • Vermogensbeheerders en grote beleggers – Azië vertrok weliswaar van een laag niveau, maar kende in 2018 niettemin de sterkste stijging ter wereld van het aantal ondertekenaars van de principes inzake verantwoord beleggen (Principles for Responsible Investment).
  • Gegevensaanbieders – Dankzij een betere openbaarmaking van cijfers en een groeiende vraag konden ESG-ratingbureaus hun dekkingsgraad verbeteren en is het gemakkelijker geworden om ESG-resultaten te analyseren en te vergelijken.

Binnen de regio zijn er echter grote verschillen tussen landen in de betrokkenheid van die stakeholders en de groei van duurzame beleggingsstrategieën.

Percentage bedrijven dat vragen van MSCI naar ESG-cijfers beantwoordt

Bron: MSCI

Onbedoelde gevolgen en risico op ‘greenwashing’

De steeds grotere nadruk op duurzame beleggingspraktijken en het gebruik van ESG-scores om de prestaties van bedrijven te evalueren zijn positieve ontwikkelingen, maar hebben ook voor nieuwe uitdagingen gezorgd. Voor bedrijven wordt de verleiding om hun duurzaamheidsprestaties te verfraaien of overdrijven steeds groter. Het mag dan ook niet verrassen dat er een sterke relatie is tussen de omvang van het bedrijf en de lengte van de formele verslagen over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) of ESG-criteria.

Dat betekent dat beleggers het kaf – bedrijven die duurzaamheid beschouwen als een oefening in public relations (‘greenwashing’) – moeten scheiden van het koren – bedrijven die de omslag maken en in hun bedrijfscultuur en resultaten blijk geven van een grote inzet voor de onderliggende ESG-vraagstukken.

Voordelen van dialoog en actief aandeelhouderschap

In Azië en Oceanië is het nog moeilijker dan elders om een goed beeld te krijgen van de ESG-prestaties van een bedrijf, want er worden weinig cijfers openbaar gemaakt (zeker in vergelijking met Europa) en de regio kent vele verschillende reglementaire voorschriften en bedrijfsnormen. Daardoor beschikken beleggers vaak over onvoldoende gegevens om de ESG-resultaten van bedrijven goed te vergelijken met die van hun sectorgenoten.

Het is er dan ook nog belangrijker om bedrijven rechtstreeks aan te spreken om inzicht te krijgen in hun cultuur, prestaties en inzet op het vlak van ESG.

Lees ook corner Markten 

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *