Jacht op verspillingen!

IMG_1491 - Version 3Etienne de Callataÿ, Econoom Bank Degroof en gastdocent universiteit van Namen, Alexandre de Streel, Prof. universiteit van Namen, Olivier Lefebvre, Dokter in de economie, Luc Leruth, Prof. ULg, Pierre Pestieau, Prof. ULg en Prof. CORE

Samenvatting door Isabelle de Laminne

In een benadering die bestaat uit het analyseren en verbeteren van de efficiëntie van het overheidsbeleid, kan ook, naast de grote lijnen, eveneens worden nagedacht over een reeks “kleine besparingen” in verschillende sectoren en op verschillende bevoegdheids- en organisatieniveaus. Er zijn tal van verspillingen en, zonder ze allemaal op te noemen, kan een niet-limitatieve lijst worden opgesteld met rationele maatregelen die de inefficiënties zouden kunnen verminderen en besparingen zouden kunnen opleveren. Hierna volgt wat ook wel de “jacht op verspillingen” genoemd wordt.

Wagens en maaltijden

Elk jaar gaan er aanzienlijke sommen geld op in schadelijke uitlaatgassen in de files. In een klimaat van lage groei wegen die kosten enorm op de Belgische economie. Volgens de berekening van de OESO kosten die files tussen 3,5 en 7 miljard euro, of 1 tot 2% van het bbp. We moeten dus afstappen van die logica om mensen systematisch in files te droppen op piekuren en de burgers verantwoordelijkheid bijbrengen omtrent deze problematiek. Zoals de OESO in haar recentste verslag over België nog onderstreepte, zou het tijd zijn het statuut van de bedrijfswagens te herzien. In België rijden er immers meer dan een miljoen bedrijfswagens rond. Een maatregel zou erin kunnen bestaan om, in een bredere context van “tax shift”, of standaard, een “virtuele bedrijfswagen” te creëren. Een budget, dat overeenstemt met dat van een bedrijfswagen, zou kunnen worden besteed aan andere doeleinden (package mobiliteit, groepsverzekering, cafetariaplan, …) terwijl dezelfde fiscale voordelen behouden blijven. De OESO adviseert ook een intensiever gebruik van rekeningrijden. Werken op afstand zou ook een te overwegen een oplossing kunnen zijn om onze steden te ontlasten.

In een nogal gelijkaardig kader moeten ook de kosten van maaltijdcheques onder de aandacht worden gebracht. Ondernemingen betalen ieder jaar ongeveer 43 miljoen euro aan de uitgevers van cheques en ook handelaars betalen tussen 30 en 40 miljoen euro om die cheques in te wisselen. Er zou een afschaffing van de maaltijdcheques kunnen worden geopperd. Hoewel men van oordeel is dat de schok van een zuivere afschaffing, die ook moet worden geplaatst in het kader van een tax shift, te groot zou zijn, blijkt dat de tweederangsoplossing erin zou bestaan ze te vervangen door een belastingvrije vergoeding op de loonbrief of de beroepskosten evenredig te verhogen.

Openbare sector

Ook in de openbare sector zou een reeks besparingen op verschillende niveaus kunnen worden overwogen. Wijzigingen in wetten en reglementen hebben ervoor gezorgd dat de taken en functies van sommige grote instellingen niet meer dezelfde invulling hebben. Het zou ongetwijfeld opportuun zijn de werkingsuitgaven van die instellingen te herzien na de nieuwe bevoegdheidsverdeling. Dikwijls werden deze bevoegdheden immers verminderd. Bovendien zijn de institutionele structuren van België zeer complex. Deze complexiteit in de verschillende bevoegdheidsniveaus brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Zou het niet beter zijn om sommige institutionele structuren af te schaffen of te herzien (zoals bijvoorbeeld de provincies, het toenemende aantal intercommunales, de structuur van de TEC in vergelijking met die van De Lijn, …)? Een vraag die moet worden gesteld. En waarom op gemeentelijk vlak niet de OCMW’s (Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn) te integreren in de gemeenten, zoals dat reeds gebeurt in Vlaanderen. Nog steeds op het vlak van gemeenten en regio’s zouden we moeten beginnen nadenken over de samenwerking tussen de gemeenten en/of tussen de gemeenten en de regio’s die in bepaalde domeinen kan worden ontwikkeld: cultuurhuis, gemeentelijk zwembad voor verschillende gemeenten, … Er zouden samenwerkingsakkoorden kunnen worden ondertekend tussen de regio’s om bepaalde uitgaven en bevoegdheden te optimaliseren.

Ook in administratie zou een reeks besparingen kunnen worden overwogen. Ook een harmonisatie van de verschillende ambtenarenstatuten zou moeten worden bekeken. Bij gebrek aan een harmonisering zou er minstens niet zo een groot verschil mogen zijn tussen de behandeling van de statutaire en die van de contractuele ambtenaren om zo de flexbiliteitsbehoeften billijker te verdelen. Deze harmonisering van de statuten zou betrekking moeten hebben op alle werknemers in België: ambtenaren, loontrekkenden, zelfstandigen. Ze zou moeten gepaard gaan met maatregelen om de overstapmogelijkheden tussen de publieke en private sector aan te moedigen.

Prestige en privé

En wat te zeggen van de zogenaamde “prestige”-kosten? Bepaalde, soms megalomane, prestigeprojecten kunnen niemand onberoerd laten. De gevolgen van die uitgaven worden dikwijls a priori aangekondigd, maar worden zelden a posteriori geverifieerd. Uiteraard moet ons land ambitie hebben. Toch is het raadzaam zo voorzichtig mogelijk te zijn in de berekening van de multiplicatoreffecten die deze grote culturele, architecturale, sportieve of toeristische projecten met zich kunnen brengen.

Maar de jacht op verspillingen mag niet enkel worden beperkt tot de openbare sector. De efficiëntie van het overheidsbeleid mag immers niet los worden gezien van de efficiëntie van de privésector. Want ook de privésector moet zichzelf analyseren en middelen zoeken om zijn efficiëntie te verbeteren. Een efficiënte privésector zijn ondernemingen met de kleinste ecologische voetafdruk per eenheid toegevoegde waarde, ondernemingen die rendabeler zijn en meer belastingen opbrengen en dus meer middelen om de efficiëntie van het overheidsbeleid te verbeteren. Zoals het hoort, belangt het overheidsbeleid iedereen aan. Iedereen, waar we ook zijn, moet blijk geven van creativiteit om de efficiëntie van onze activiteiten te verbeteren. Met dergelijke houding wordt de efficiëntie van ons land beter.

Hier vindt u de link naar het volledige document “Economische denkpistes en inzichten – Voor een efficiënter overheidsbeleid” 

Dit bericht is geplaatst in Club der wijzen met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *