Nieuw samengestelde gezinnen: positie en bescherming van het stiefkind

Photo041Door Belfius

De bijzondere en soms moeilijke relatie tussen stiefouders en stiefkinderen vormden altijd al een populair onderwerp voor fabels en sprookjes. De werkelijkheid is ongetwijfeld veel genuanceerder. Er zijn talloze nieuw samengestelde gezinnen die wel succesvol zijn. Hierna wordt de positie van het stiefkind belicht en enkele beschermingsmaatregelen nader bekeken.

De aanwezigheid van een stiefouder beïnvloedt in zekere mate de vermogensrechtelijke aanspraken van de kinderen in de nalatenschap van hun ouder. Zo heeft de gehuwde stiefouder in beginsel een wettelijk erfrecht op het vruchtgebruik van de ganse nalatenschap. De kinderen hebben dan slechts een erfdeel in blote eigendom op deze goederen. Juridisch zijn de kinderen dus reeds eigenaar, maar ze hebben geen recht op de vruchten van de goederen (inkomsten genieten, bewonen, verhuren,…) die de stiefouder levenslang toekomen. Deze gesplitste eigendomsverhouding tussen stiefkinderen en stiefouder kan bovendien decennialang aanhouden, in beginsel tot het overlijden van de stiefouder.

Zowel de stiefouder als het stiefkind kunnen in principe wel de omzetting van het vruchtgebruik vorderen (hiervoor verwijs ik naar het vorige verschenen artikel, in verband met de positie van de stiefouder).

De stiefkinderen kunnen bij een nakend huwelijk van hun ouder met de nieuwe partner vrezen dat hun eigen positie achteruitgaat ten opzichte van de positie van de stiefouder. Deze vrees is in zekere mate ook terecht: de erfaanspraken van de echtgenoot zijn een stuk sterker dan die van de samenwonende partner.

De ouder en de stiefouder kunnen in dat geval een zogenaamde ‘Valkeniersclausule ‘ overwegen. Deze clausule, die in het huwelijkscontract wordt opgenomen en enkel mogelijk is indien minstens één van de partners buitenhuwelijkse kinderen heeft, regelt de erfaanspraken van de ouder en de stiefouder jegens elkaar. Daarbij kunnen zij zelfs voorzien dat de erfrechten van de kinderen integraal gevrijwaard worden na het huwelijk en dat de langstlevende echtgenoot niets zal erven. Hierbij geldt slechts één beperking, de langstlevende echtgenoot dient steeds recht te hebben op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad.

Het stiefkind kan op velerlei wijzen worden begiftigd door de (stief-)ouders, bijvoorbeeld door schenkingen of bij testament. Belangrijk is dat deze begiftigingen zowel door de eigen ouder kunnen gebeuren als door de stiefouder, en dat de fiscale wetgeving (althans in het Vlaams Gewest en het Waals Gewest) voorziet dat dezelfde tarieven schenkings- en successierechten toepassing vinden voor begiftigingen vanwege de ouder als vanwege de stiefouder.

Opmerking: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorziet vooralsnog niet in dergelijke gelijkstelling van stiefkinderen.

Ten slotte kunnen de stiefouder en het stiefkind een dermate goede relatie hebben ontwikkeld, dat zelfs een adoptie wordt overwogen. De (stiefouder-)adoptie heeft belangrijke gevolgen, aangezien het geadopteerde kind voortaan ook burgerrechtelijk als kind zal worden beschouwd van de stiefouder.

Stel dat de stiefouder reeds eigen kinderen heeft, dan kan hij de stiefkinderen slechts begiftigen ten belope van het zogenaamde beschikbaar gedeelte (dit is het gedeelte van het vermogen dat niet is voorbehouden aan reservataire erfgenamen). Door de adoptie van de stiefkinderen staan alle kinderen op gelijke voet en kan elk een gelijk erfdeel bekomen.

Lees ook corner overdracht

Dit bericht is geplaatst in Overdracht met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.