Is corruptie een indicator om rekening mee te houden?

Door Petercam

Nu de eindejaarsfeesten achter de rug zijn – waarbij gerookte zalm of foie gras vragen kunnen oproepen – is het een goede gelegenheid om eens terug te blikken op het voorbije jaar. In 2013 was er immers een belangrijke verjaardag: Transparency International, de ngo die op verschillende niveaus strijdt tegen corruptie, bestond twintig jaar.

Elk jaar publiceert Transparency International zijn corruptieperceptie-Index voor meer dan 170 landen over de hele wereld. Hoewel het hier gaat over de gepercipieerde corruptie, is deze informatie van essentieel belang om na te gaan of er een gunstig of ongunstig zakenklimaat bestaat.

Bovendien zijn er verschillende verbanden gelegd tussen het corruptieniveau en armoede, gezondheid of alfabetiseringsgraad. In landen die in volle ontwikkeling zijn, is de corruptieperceptie-Index een indicator die dus heel wat ruimer gaat dan de corruptie van openbare of private instellingen. Hij geeft immers ook bijkomende informatie over de staat van een bevolking, zijn toekomst en sociale stabiliteit. Dat is belangrijke informatie waarmee de financiële gezondheid van een land kan worden beoordeeld.

In de laatste editie van 2013 werd er weinig vooruitgang opgetekend. Hoewel de Europese landen bij de beste van de klas horen, is er een verslechtering van de gepercipieerde corruptie in landen zoals Spanje, Portugal en Italië. Nochtans heeft dat laatste land vooruitgang geboekt op het vlak van de politieke beslissingen die werden genomen in 2013. Hoewel volgens de consensus de Europese landen uit de crisis geraken, zou een verslechtering van het corruptieniveau dat ontluikende herstel in de kiem kunnen smoren.

Op het Amerikaanse continent werd er weinig vooruitgang opgetekend. In Noord-Amerika zakt Canada enkele plaatsen binnen het klassement. In Zuid-Amerika behalen de meeste landen een score van minder dan 50 (op een schaal van 0 tot 100).

Het is het Afrikaanse continent dat bemoedigende resultaten neerzet, hoewel corruptie nog steeds een pijnpunt blijft. De gepercipieerde corruptie blijft nog steeds hoog, maar er werden concrete maatregelen genomen om deze plaag uit te roeien.

Er komt steeds meer wetgeving om de transparantie te verhogen en om de strijd tegen corruptie aan te gaan. We kunnen meerdere initiatieven vermelden. In Brazilië treedt er bijvoorbeeld een wet in werking die een boete oplegt tot 20 % van de inkomsten van een bedrijf die afkomstig zijn van corruptie.

Dichter bij huis heeft Frankrijk zijn werking tegen corruptie verbeterd met een systematische bescherming van personen die ongebruikelijke transacties melden (whistleblowers). De boetes staan eveneens in verhouding tot de inkomsten en zijn niet langer geplafonneerd op 1 miljoen euro.

Deze klokkenluidermechanismen (whistleblowing), waarin de Angelsaksische wereld nogal wat vertrouwen lijkt te stellen, nemen in aantal toe. Ze zijn heel wat breder verspreid in Europa, maar roepen heel wat vragen op over de bescherming van de rechten van deze klokkenluiders. Zo is er in België door het ontbreken van echte wetgeving ter zake geen juridische bescherming voor deze aanklagers, die vrezen dat ze zullen worden belaagd of ontslagen.

Die systemen om praktijken aan de kaak te stellen zijn voornamelijk van toepassing in het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Roemenië en Slovenië. De efficiëntie ervan wordt wel in vraag gesteld (bescherming van rechten, valse verklaringen enz.). Alvorens ze een oplossing kunnen bieden voor het corruptieprobleem in zijn geheel, dient er op verschillende punten nog vooruitgang te worden geboekt inzake de juridische tekortkomingen. Er moet ook een reële politieke draagkracht voor bestaan. Vandaag wordt er de voorkeur gegeven aan auditprocedures om de integriteit van informatie beter te beschermen.

Dit regelgevende kader zal naar verwachting uitbreiden dankzij de initiatieven die werden genomen om lobbypraktijken te omkaderen. De grens tussen corruptie en lobbywerk blijft immers erg vaag. Verschillende organisaties, ngo’s of andere, pleiten immers voor een betere omkadering van lobbyactiviteiten. De doelen die zij nastreven zijn perfect verdedigbaar:

  • de gelijke toegang tot beslissingnemers, zodat beslissingen geen specifiek belang zouden dienen;
  • integriteit om secundaire effecten zoals een gebrek aan transparantie, belangenconflicten enz. te vermijden;
  • en ten slotte de opspoorbaarheid van de beslissingen die werden genomen door de beslissingnemers om zo burgers volledige transparantie te bieden. Transparency International pleit voor een betere omkadering van de lobbyactiviteiten in lijn met de aanbevelingen van de OESO.

De strijd tegen corruptie wint aan belang. De factuur wordt steeds gepeperder, of het nu voor een overheid is of voor een bedrijf. Voor bedrijven is de financiële boete immers afhankelijk van de inkomsten en wordt ze niet langer geplafonneerd. Voor overheden creëert corruptie een omgeving die weinig gunstig is voor zakendoen, met directe gevolgen voor het welzijn van de bevolking en met aanzienlijke risico’s op instabiliteit. De uitdagingen die verband houden met corruptie zijn belangrijke criteria voor een belegger, of hij nu aandeel- of Obligatiehouder is. Een verwittigd belegger is er twee waard.

Lees ook: corner duurzame beleggingen

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *