De demografische transitie: nog steeds een belangrijke uitdaging

DSCN2503Door Petercam

Vergrijzing is een belangrijke uitdaging waarmee we rekening moeten houden, aangezien het een materiële impact heeft, en bovendien economisch en maatschappelijke repercussies heeft. Daardoor is het een relevant actueel thema. De wereldbevolking groeit immers met 1 % per jaar terwijl het aantal ouderen dubbel zo snel groeit. Men verwacht dat er tegen 2025 8 miljard mensen zullen wonen op onze planeet, in vergelijking met 6,9 miljard in 2010. Daarvan zullen er 1,2 miljard ouderen zijn terwijl ze in 2010 nog maar met 700 miljoen waren.

De vergrijzing heeft op twee manieren een impact op de economische groei. Eerst en vooral nemen de sociale uitgaven voor het oudere deel van de bevolking toe. Ten tweede neemt de actieve bevolking af, en dat geldt ook voor hun bijdragen aan de verschillende sociale stelsels.

Tegen 2020 zal het aantal landen dat door de Verenigde Naties wordt bestempeld als ‘sterk verouderd’, namelijk diegene waarvan meer dan 20 % van de inwoners ouder is dan 65, stijgen tot 13. Vandaag zitten Duitsland, Italië en Japan al in die categorie. Tegen 2015 zullen Finland en Griekenland daar eveneens toe behoren.

Het gaat voornamelijk over Europa, hoewel andere landen ook al als ‘oud’ worden bestempeld, met name de Verenigde Staten, Australië, Canada, Cuba en Nieuw-Zeeland.

Het probleem van de vergrijzing treft echter niet uitsluitend de ontwikkelde landen. Landen zoals Argentinië, Brazilië, Chili, China, Thailand en Turkije worden eveneens al beschouwd als oud, aangezien ze een bevolking hebben waarvan ten minste 7 % 65 of ouder is. Een ander verontrustend feit voor de opkomende landen is het tempo waarin de demografische transitie verloopt. China is hiervan een goed voorbeeld. Het veroudert immers schrikbarend snel, wat het resultaat is van de geboortebeperkingen die van toepassing zijn sinds de late jaren 70. De beroepsbevolking is enerzijds fors gedaald en het vruchtbaarheidscijfer is afgenomen, en anderzijds is de levensverwachting gestegen. De bevolking in China ouder dan 65 zal naar verwachting verdubbelen in de periode 2014-2030. Dat is dus in 26 jaar tijd, terwijl de Verenigde Staten er 69 jaar over hebben gedaan om hun bevolking te doen verdubbelen.

De vergrijzing zet druk op de arbeidsmarkt, en doet de beschikbare arbeidsreserve afnemen. De oplossing kan zitten in een toename van de arbeidsparticipatie en immigratie, maar ook in innovatie en technologische vooruitgang, wat een zegen is voor de productiviteit en het menselijke kapitaal (betere opleiding). Vergrijzing heeft dus enkele belangrijke effecten. Een analyse van de kwaliteit van de arbeidsmarkt is dus eveneens een belangrijke indicator die we moeten vergelijken met de verouderingsratio. Die laatste indicator geeft de verhouding weer van het aantal volwassenen in de actieve populatie voor het aantal oudere mensen. In Japan zullen er voor elke volwassene ouder dan 65 tegen 2020 slechts twee volwassenen op arbeidsleeftijd staan. Ook Europa zal een dergelijke evolutie doormaken met een verouderingsratio die op dezelfde termijn zal liggen tussen 2,7 en 3,3 volwassenen op arbeidsleeftijd.

Tegen 2050 zal de ratio naar verwachting 2 tegen 1 bedragen in de ontwikkelde landen en 4 tegen 1 in de opkomende landen.

We moeten dus aandacht hebben voor de samenstelling van de werkloosheidsgraad, de kwaliteit van de arbeidskracht (opleiding) en de dynamiek van innovatie om de productiviteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de groei aanhoudt.

Ten slotte zullen weinig landen hun actieve bevolking even snel zien aangroeien als in de afgelopen vijftien jaar. Die investeringskansen, op voorwaarde dat bepaalde voorwaarden zijn vervuld, met name op het gebied van opleiding, bevinden zich voornamelijk in sub-Sahara Afrika (Congo, Ivoorkust, Mozambique, Tanzania of Somalië). Die situatie is helemaal anders in landen zoals Italië of Spanje, waar de actieve bevolking tussen 2000 en 2015 een negatieve groei optekent.

De demografische transitie speelt eveneens een rol op de financiële markten, aangezien dit nauw samenhangt met een toenemende risicoaversie en bijgevolg een invloed heeft op het aanbod van zogenaamd veilige financiële activa. De theorie van de levenscyclus toont aan dat sparen en de vraag naar financiële producten voornamelijk van tel zijn tijdens de beroepsactieve levensfase. Vervolgens wordt het pensioen gefinancierd met de opbrengsten van die investeringen, waarbij het gewicht van risicovolle financiële instrumenten afneemt en er meer vraag komt naar instrumenten van hoge kwaliteit. Na de schuldencrisis in de eurozone een veilig financieel instrument vinden van goede kwaliteit is echter geen sinecure. We moeten immers ook rekening houden met de schuldgraad (bv. de landen uit de periferie), met solvabiliteit (voortdurende verhoging van het Amerikaanse schuldenplafond) en de vergrijzing van de bevolking (Japan). Bovendien gaat de kredietkwaliteit volgens de ratingbureaus eerder in dalende lijn en daalt het aantal emittenten van AAA staatspapier. Het IMF heeft bijvoorbeeld berekend dat het volume van instrumenten van hoge kwaliteit zou afnemen met 9.000 miljard dollar tegen 2016, goed voor een daling van 16 % ten opzichte van het huidige volume.

De demografische transitie is een belangrijke uitdaging voor alle economieën, met inbegrip van de opkomende landen. De toename van de actieve bevolking hangt nauw samen met een stijging van het bruto binnenlands product per capita. Hiertoe is het belangrijk om in te zetten op de opleiding en vorming van jongeren, zodat dat ze later tot een goed opgeleide en omvangrijke arbeidsbevolking behoren.  Om duurzame groei in stand te houden, moeten de opkomende landen nadenken over de ontwikkeling van hun socialezekerheidsstelsel, dat vaak nog in de kinderschoenen staat.

Onderwijs is dus een belangrijke duurzaamheidspijler die ervoor zorgt dat toekomstige generaties de fakkel kunnen overnemen.

De OECD schat dat de helft van de economische groei in de ontwikkelde landen over de laatste tien jaar te danken is aan toegenomen vaardigheden. Daarom is onderwijs, en met name hoger onderwijs, zo belangrijk in onze economie. Japan heeft zijn bevolking fors zien verouderen en is daarmee in zekere zin een voorloper geweest op het gebied van demografische transitie. In de PISA-scores behoort het land echter bij de beste leerlingen, en plaatst het zich net na de beste landen zoals China en Singapore. Japan heeft begrepen hoe belangrijk de toekomstige generaties wel zijn.

Hoewel er op het eerste gezicht misschien weinig evolutie is, blijft duurzaamheidsanalyse onverminderd van groot belang voor financiële instrumenten, aangezien het de risico’s en opportuniteiten op middellange en lange termijn in kaart brengt voor een goed geïnformeerd belegger. De vergrijzing van de bevolking is geen mythe, maar een feit. Het is een belangrijke uitdaging, aangezien het een fenomeen is met heel wat gevolgen, met name inzake de prijzen van financiële activa. Door de materiële impact ervan is een analyse van belangrijke indicatoren zoals de verouderingsratio van de bevolking, het belang van onderwijs en de opleiding van toekomstige generaties en een analyse van de arbeidsmarkt ongetwijfeld gerechtvaardigd.

Lees ook: Duurzame beleggingen

 

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *