Naar een vernieuwende en constructieve hervorming van de directe belastingen

Micael Castanheira, Onderzoeker bij het FNRS (Fonds de la Recherche Scientifique), prof. economie ULB, Bruno Colmant, Prof. dr. Vlerick Business School, UCL, Lid van de Koninklijke Academie van België, Etienne de Callataÿ, Econoom, Bank Degroof en gastdocent universiteit van Namen, Alexandre de StreelProf. universiteit van Namen, Pierre Pestieau, Prof. ULg, CORE

Door Isabelle de Laminne

Vandaag de dag lijkt het evident, en zelfs hoognodig, om ons belastingstelsel in zijn geheel te herzien. Over deze kwestie hebben vijf economen met elk een verschillende achtergrond zich tijdens een bezinningsweekend gebogen. Hun concrete voorstellen zijn gebundeld in een document dat ze samen hebben opgesteld op basis van een consensus. In dit artikel belichten we hun voorstellen met betrekking tot de personenbelasting en de vennootschapsbelasting.

Moeten we naar een globalisatie van de inkomsten van natuurlijke personen?

Het belastingstelsel, zoals we dat nu kennen in België, werd ingevoerd in 1962. Het steunt op twee pijlers, namelijk globalisatie (of cumulatie) van de inkomsten en hun belastingheffing tegen een progressieve belastingvoet per schijf. Vandaag zijn de belastingen op inkomsten in theorie geglobaliseerd, maar er bestaan zoveel vrijstellingen en niches dat ze dat in de praktijk niet langer meer zijn. Door de invoering van fiscale vrijstellingen en niches zijn zowel horizontale als verticale ongelijkheden ontstaan. De belastingen op inkomsten uit arbeid zijn progressief, maar die progressiviteit gaat aan de onderkant van de loonschaal zo snel dat de progressiviteit van het barema beperkt is. Enerzijds is de belastingheffing bij de middenklasse vrij hoog. Anderzijds heeft ons stelsel geleid tot een bepaalde convergentie naar een gemiddelde belastingvoet die al snel aanleunt – als we ABStractie maken van de fiscale aftrekken – bij een zo goed als constante belastingvoet.

Ons stelsel blijft distributief, maar de globalisatie kwam in 1985 op de helling te staan toen de Roerende voorheffing bevrijdend werd gemaakt: daar waar deze voorheffing nu een definitieve belasting op roerende inkomsten is, worden beroepsinkomsten en vervangingsinkomsten nog steeds progressief belast.

Vandaag zijn we van mening dat het wenselijk is de belastingbasis en de globalisatie van de inkomsten uit te breiden, niet alleen om budgettaire redenen, maar ook om redenen van rechtvaardigheid en transparantie. Deze globalisatie moet echter geleidelijk in de tijd worden doorgevoerd en gepaard gaan met maatregelen, zoals de herziening van de barema’s of nog, de toepassing van coëfficiënten per soort inkomsten (waardoor het, bijvoorbeeld, mogelijk is een belastingvoet op kapitaal te handhaven die rekening houdt met de internationale fiscale concurrentie, maar ze tegelijkertijd ook opnieuw progressief maakt voor bepaalde types activa). De herziening van de barema’s moet ook zorgen voor meer progressiviteit van de belastingen. Door al de inkomsten te globaliseren zou de reële situatie van de inkomsten van de burgers duidelijk worden en zouden al de inkomsten van een natuurlijke persoon op rationele en billijke wijze kunnen worden belast door de inkomsten uit arbeid minder te sanctioneren.

We denken ook dat het ABSoluut noodzakelijk is ons belastingstelsel te vereenvoudigen en te harmoniseren door de al te talrijke fiscale niches, die economisch niet te verantwoorden zijn, af te bouwen. We zouden ook de voorzieningen in de PB inzake milieu kunnen herzien. Deze voorzieningen zouden kunnen samengaan met, of zelfs vervangen worden door, hogere accijnzen op de uitstoot van vervuilende stoffen met daaraan verbonden een forfaitaire cheque die de meerkost, ten minste voor een gemiddeld huishouden, zou compenseren. De fiscale niches die behouden blijven, zouden moeten worden verantwoord door duidelijke marktinefficiënties die enkel via de PB op doeltreffende wijze kunnen worden gecorrigeerd.

Hoe de vennootschapsbelasting hervormen? Moeten de notionele interesten behouden blijven?

België staat op een keerpunt in zijn industriële ontwikkeling. Ons land moet de nodige maatregelen nemen om een heropleving, die gebaseerd is op een gewijzigde technologische situatie, niet aan zich te laten voorbijgaan. Om de economie te stimuleren, moeten we de vennootschapsbelasting anders gaan benaderen. Deze belasting speelt een cruciale rol in de oprichting, vestiging en ontwikkeling van bedrijven in België. Naast de fiscale niches, moet het stelsel van de vennootschapsbelasting ABSoluut grondig worden hervormd. Vandaag zijn er verschillende factoren die pleiten voor een herziening van de notionele interesten. 2014 zou een gunstig moment kunnen zijn. De reële rentevoeten zijn negatief en de bedrijven beschikken over meer kapitaal.

Maar, men mag de notionele interesten ook niet van de ene dag op de andere afschaffen. Daarom stellen we voor ze geleidelijk te laten uitdoven over een periode van vijf jaar, even snel als de daling van de nominale belastingvoet voor vennootschappen. Op die manier kan een budgettaire neutraliteit behouden blijven. Ook zou de impact van deze geleidelijke uitdoving op het concurrentievermogen van België om de twee jaar moeten worden geëvalueerd. Dit zou kunnen betekenen dat de notionele interesten toch behouden blijven, maar dat ze niet meer zo hoog zijn als vandaag.

We stellen eveneens voor de belastingvoet voor vennootschappen even snel te verminderen als de afschaffing van de fiscale niches, om zo tot een nominale belastingvoet te komen die overeenkomt met het Europese gemiddelde. Verder nog stellen we voor, nog steeds met het oog op die budgettaire neutraliteit, fiscale stimuli te creëren voor jonge innoverende bedrijven (naar het Franse model van de ‘Jeunes Entreprises Innovantes’ of ‘JEI’). Bovendien zou kunnen worden onderzocht hoe men venture capital zou kunnen aanmoedigen. Om die doelstellingen te bereiken in het kader van een budgettaire neutraliteit, stellen we voor het bijzonder belastingstelsel dat KMO’s genieten, uit te breiden naar grotere bedrijven via een lagere belastingvoet voor vennootschappen of nog, de aftrekken voor beroepskosten te verminderen om te vermijden dat men in de praktijk de minst efficiënte bedrijven voortrekt. Een ander voorstel zou zijn ervoor te zorgen dat er meer neutraliteit is tussen de uitoefening van een beroep via een vennootschap of als natuurlijk persoon. We stellen eveneens voor de vrijstellingen voor intercommunales te schrappen en ze op te nemen in de VENB.

Deze fiscale voorstellen dienen te worden gezien in hun geheel en mogen niet worden beschouwd als maatregelen die elk op zich moeten worden genomen. Zoniet, dreigen ze hun budgettaire neutraliteit en rechtvaardigheid te verliezen. Klik hier voor toegang tot het volledige document « Economische denkpistes en inzichten  – Nieuwe structurele richtingen voor België »:

De vertaling in het Nederlands werd uitgevoerd met steun van Bank Degroof

Dit bericht is geplaatst in Club der wijzen met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *