Hoe het profiel van een belegger bepalen?

Wanneer een belegger in zee wil gaan met een beheerder, moet deze exact weten wat de belegger van hem wil. Zo moet hij weten hoe het zit met diens vermogenssituatie, diens kennis over beleggingen en diens houding tegenover risico’s. Niet te verwonderen dus dat de belegger aan een spervuur van vragen wordt onderworpen. Misschien wat opdringerig, maar absoluut noodzakelijk om een beheerplan op te stellen. Laten we even kijken welke gegevens vereist zijn voor een goede beheerder-beleggersrelatie.

De beheerder of beleggingsadviseur informeert in de eerste plaats naar de financiële situatie van zijn cliënt. Zo zullen hem vragen worden gesteld over zijn roerend en onroerend kapitaal, zijn inkomsten en zijn weerkerende kosten. Let wel, echter, dat beheerders zelden zullen vragen naar de situatie en het bedrag van het aanvullende pensioen waarop werd ingetekend in het kader van de tweede pijler. Nochtans vormt dit een belangrijk onderdeel van het toekomstige (en huidige!) patrimonium. Het is dus belangrijk dit onder de aandacht te brengen en te vermelden bij de vragen over het roerende patrimonium. Deze aanvullende verzekeringen bestaan immers hoofdzakelijk uit obligaties en moeten dus in aanmerking worden genomen om een evenwicht te verkrijgen bij de toewijzing van activa in portefeuilles die beheerd worden bij financiële instellingen.

Dan wordt de cliënt gepolst naar zijn financiële kennis en ervaring. De beheerder overloopt met de cliënt de verschillende producten op de markt. Hij moet weten of hij te maken heeft met een ervaren belegger of niet.

Tevens wordt nagegaan hoe de cliënt staat tegenover een eventueel kapitaalverlies. Wat zal het belangrijkste aspect zijn van de portefeuille: het rendement of de veiligheid? Welke zal zijn reactie zijn op een minwaarde na één jaar: verbitterd, geduldig of sereen?

Vervolgens somt de beheerder de soorten diensten op: discretionair beheer of adviserend beheer? Vermogensadviezen of specifieke adviezen voor bedrijfsleiders?

Ook de omvang van de portefeuille die aan de beheerder wordt toevertrouwd en de beleggingshorizon worden bekeken.

De cliënt zal zijn beleggingsdoelstellingen duidelijk moeten definiëren. Moet de portefeuille belangrijke inkomsten genereren of enkel wat inkomsten en het kapitaal laten groeien. Of wordt enkel de groei van het kapitaal op lange termijn beoogd? Er dient, tot slot, rekening te worden gehouden met eventuele opvragingen in de komende jaren: pensioen, vastgoedaankoop, schenking, …

Als laatste worden de toegelaten beleggingstypes bepaald: obligaties, aandelen, beveks, afgeleide producten, enz. In dit kader wordt het risicoprofiel van de beleggingen vastgesteld: laag risicoprofiel met maximaal 40% beleggingen in risicokapitaal, gemiddeld risicoprofiel met maximaal 70% beleggingen in risicokapitaal of hoog risicoprofiel met beleggingen in risicokapitaal die tot 100% kunnen gaan. Het is belangrijk dat de cliënt de producten aanduidt waarin hij niet wil beleggen: gestructureerde producten, enz.

Ook al kunnen deze vragen opdringerig en ongepast lijken, toch is het noodzakelijk ze te ondergaan en er correct op te antwoorden. Op die manier zal de beheerder de wensen van zijn cliënt zo optimaal mogelijk kunnen afbakenen en zijn beheer zo goed mogelijk kunnen afstemmen op die wensen.

Lees ook:

wat is MiFID?

Dit bericht is geplaatst in Beheer met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *