Het terugkomen van fusie- en overnameactiviteit ?

Door Fidelity

De Braziliaanse miljardair Jorge Paulo Lemann werd met open armen ontvangen toen hij Warren Buffett vroeg om gezamenlijk een bod te doen op Heinz. Het concern in witte bonen in tomatensaus en ketchup is een typische Buffett-onderneming: een solide, voorspelbare groei; kleine terugkerende aankopen die niet worden beïnvloed door conjunctuur of mode; een voor concurrenten bijna onneembare vesting in de vorm van één van ’s werelds meest herkenbare merken; en nog jaren van groei in de opkomende markten voor de boeg.

Ooit gebruikte het “Orakel van Omaha” voor een van zijn andere langlopende investeringen de volgende woorden, die Buffetts enthousiasme voor dit soort ondernemingen goed weergeven: “Coca Cola is de beste grote onderneming ter wereld. Geen bedrijf ter wereld heeft zo’n krachtige merknaam. Het wordt verkocht voor een zeer bescheiden prijs. Bijna iedereen vindt het lekker – de consumptie per hoofd van de bevolking stijgt elk jaar in bijna elk land. Er is geen product dat zich daar mee kan meten.” Welnu, vervang de naam Coca Cola door Heinz en het zouden precies Buffetts woorden kunnen zijn voor de aankoop van deze week.

Het wekt geen verbazing dat Buffett aangeeft al sinds de jaren tachtig een dossier bij te houden over Heinz. De vraag is eigenlijk meer waarom hij het bedrijf niet eerder heeft opgekocht. Heinz is typisch zo’n onderneming uit de top 50 van de NYSE, die perfect zou passen in de portefeuille van Buffett voor zijn favoriete duration – voor eeuwig. En als wij ervan uitgaan dat de investering voor de lange termijn is, dan zouden al die critici die beweren dat er te veel is betaald voor Heinz, er weleens goed naast kunnen zitten.

Wat voor beleggers echter nog interessanter is aan de Heinz-deal van Buffett, is wat het zegt over de weer oplevende fusie- en overnamemarkt. Immers, ondanks het feit dat het prijskaartje van USD 28 miljard voor Heinz zelfs voor Buffett-begrippen vrij fors is, is de transactie slechts de zoveelste mega-overname die de laatste weken de krantenkoppen haalt.

Na vijf jaren waarin de melkkoe van de zakenbanken was uitgemolken, gaat er nu nauwelijks een dag voorbij zonder dat er weer een lucratieve deal wordt bekendgemaakt. Ontegenzeggelijk zijn we nog ver verwijderd van het niveau van de grote private-equitygolf van de jaren 2006-2007. Toch steekt de waarde van overnames al flink uit boven die van vorig jaar. Zijn de magere jaren dan eindelijk voorbij?

Het lijdt geen twijfel dat bepaalde aspecten van een duurzame toename van de fusie- en overnameactiviteit gewoon waarneembaar zijn. De eerste daarvan is goedkope financiering. De financiële logica achter een deal is gemakkelijk te meten. Als de financieringskosten van een deal lager zijn dan de verworven inkomsten of kasstromen, dan heeft de deal zin, tenminste als de overige omstandigheden gelijk blijven. Deze financiële rekenkunde maakt een vrij dwingende indruk vandaag de dag, des te meer vanwege de kracht van de balansen van veel ondernemingen. Als het gaat om vermindering van de schuldenlast, dan loopt de bedrijfswereld flink voor op de private en de publieke sector.

Een tweede aspect is vertrouwen, iets dat zich gestaag heeft ontwikkeld sinds de financiële crisis. Mark Warham van Barclays omschreef het als volgt: eerst moesten bedrijven het vertrouwen in hun eigen duurzaamheid herstellen; daarna moesten ze er zich van vergewissen dat hun potentiële doelen in goeden doen waren; inmiddels zijn ze wat minder angstig dat de markt hen voor schut zal zetten.

Uiteraard is het ironisch dat mensen bij bedrijfsfinanciering, net als bij beleggingen op de aandelenmarkt, hun geld het liefst uitgeven als de prijzen hoog zijn. Ondanks het feit dat de verhouding tussen schuld en winst in veel gevallen recentelijk is verbeterd, zijn wij nog altijd een flink eind verwijderd van het leverage-niveau gedurende de overnamegolf van zes à zeven jaar geleden.

Het derde aspect is economische logica. In een wereld met lage groei, waarin de excessen van de schuldengolf langzaam en pijnlijk worden weggewerkt, hebben bedrijven de grootste moeite om hun aandeelhouders ervan te overtuigen dat ze intern groei kunnen genereren – vooral omdat de winstmarges zich al op een historisch hoogtepunt bevinden. In een dergelijk klimaat zijn transacties voor managers een manier om te kopen wat ze zelf niet kunnen produceren.

Twee zwaluwen maken nog geen zomer, en opgemerkt moet worden dat de grote overnames van de afgelopen weken allemaal plaats hebben gevonden aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, waar het herstel al wat meer voet aan de grond heeft gekregen. Het lijkt er echter op dat de fundamenten voor een wezenlijke toename van de overnameactiviteit nu eindelijk zijn gelegd.

De uiteindelijke vraag is welk effect dit allemaal heeft op de markt in het algemeen. Een toename van de fusie- en overnameactiviteit kan bijdragen aan de herwaardering van aandelen aan de andere kant van de grote plas. De echte winnaars zijn echter waarschijnlijk beleggers die bedrijven eruit weten te pikken die een sterke balans en een solide kasstroom combineren met groeipotentieel, waardoor ze een geschikt overnamedoelwit vormen. En dat is, nog een reden waarom aandelenselectie dit jaar weer helemaal in de mode zal komen.

Dit bericht is geplaatst in Aandelen met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.