Investeringen

Schroders

De rol van de dollar in de wereldhandel is vele malen groter dan beleggers denken

Door Craig Botham, econoom opkomende markten bij Schroders

13/8/2018

Algemeen wordt aangenomen dat een sterke dollar slecht is voor opkomende markten. De traditionele redenen hiervoor, zoals de risicobereidheid van beleggers of de op dat moment geldende financiële omstandigheden, worden echter steeds vaker betwijfeld. Er zijn namelijk meer aanwijzingen dat het eigenlijk de rol van de dollar als dominante “facturatievaluta” in de wereldhandel is die de impact van de dollar op de opkomende markten verklaart.

Dollar als facturatievaluta

Uit recent wetenschappelijk onderzoek (Gopinath, 2015) blijkt dat veel exporteurs ervoor kiezen om de prijzen van hun producten in de valuta van een derde land vast te stellen. Dat wil zeggen dat ze de prijs bepalen in een valuta die noch zij, noch hun handelspartner gebruiken. Hiervoor wordt de dollar verreweg het meest gebruikt. De dominantie van de dollar als derde valuta land gaat verder dan de dominantie van de VS in de wereldwijde vraag. volgens Gopinath is de facturatie in dollars 4,7 keer zo hoog als het aandeel van de VS in de wereldwijde invoer. Het vergelijkbare cijfer voor de euro is slechts 1,2 keer.

Deze dominantie beperkt zich ook niet tot de opkomende markten: Japan, Frankrijk en andere ontwikkelde markten factureren ook veel in dollars. Opvallend is dat Gopinath ontdekte dat voor veel landen het aandeel van hun eigen munt in hun eigen handel dicht bij nul ligt. Simpel gezegd, landen handelen met elkaar met dollars als facturatievaluta, zelfs als geen van beide landen de dollar als binnenlands ruilmiddel gebruikt.

Volgens deze interpretatie vermindert een sterkere dollar de wereldwijde importvraag omdat simultaan de importprijzen voor alle landen worden verhoogd behalve de VS. Tegelijkertijd verhoogt een sterkere dollar de kredietkosten, met name in economieën waar in dollars luidende schulden overheersen. Een sterkere dollar is daarom een duidelijke tegenwind voor de groei van opkomende markten, die inflatoire druk genereert, ongeacht wat de handelsgewogen wisselkoersen kunnen doen. Het betekent ook dat centrale banken een goede reden hebben om de depreciatie van hun valuta’s ten opzichte van de dollar tegen te gaan, aangezien dit weinig voordelen biedt voor de export en tegelijkertijd een hogere inflatie genereert.

Consequenties voor beleggers

Beleggers kunnen hieruit lessen trekken. Een daarvan is dat beleggers zich, in het geval van opkomende markten, misschien beter kunnen focussen op de koers van de lokale valuta ten opzichte van de dollar in plaats van op de handelsgewogen wisselkoers bij het waarderen van de lokale valuta om te bepalen of een valutakoerscorrectie externe onevenwichtigheden zal corrigeren en om inflatoire effecten te beoordelen. Vertrouwen op koopkrachtpariteit, reële effectieve wisselkoersen en andere “fair value” maatstaven zullen minder stevige conclusies voor beleggers opleveren.

Mogelijk moet ook de gedachte over hoe centrale banken in opkomende markten moeten reageren, worden bijgesteld. Hun aandacht zou meer naar monetaire stabiliteit kunnen uitgaan dan naar inflatie en groei. Een sterke dollar kan leiden tot meer aanscherping van het monetaire beleid dan normaal verwacht mag worden. Dit heeft met name gevolgen voor obligatie- en valutabeleggers, maar mag ook niet worden genegeerd door aandelenbeleggers in opkomende markten, gezien de rol die monetaire voorwaarden spelen op aandelenmarkten.

Deze nieuwe theorie over de dollar als “facturatievaluta” vormt een uitdaging voor de manier waarop economen en markten tot nu toe over valuta’s hebben nagedacht en heeft een forse impact op economische en financiële variabelen. Hiermee wordt een vollediger beeld verschaft over waarom de dollar zo belangrijk is voor opkomende markten, en waarom de dollar een grotere invloed heeft op de wereldhandel en de inflatie dan algemeen wordt verondersteld. Voor beleggers heeft dit belangrijke gevolgen voor beleggingen in alle opkomende markten beleggingscategorieën.

Lees meer in “Why investors are wrong about the role of the dollar”, van Craig Botham, econoom opkomende markten bij Schroders.

_____________________________________________

Belgen onderschatten de kosten van levensonderhoud na pensionering

10/7/2018

Niet-gepensioneerde Belgen verwachten gemiddeld 34% van hun pensioeninkomen aan levensonderhoud[1]uit te geven, maar in werkelijkheid zijn gepensioneerden daar gemiddeld 50% aan kwijt.

Volgens de Global Investor Study 2018 van Schroders bestaat er een flinke kloof tussen enerzijds de verwachtingen die mensen hebben over hun financiële situatie na pensionering en anderzijds de werkelijkheid.

In verhouding tot hun laatste salaris hebben Belgische gepensioneerden een lager inkomen (gemiddeld 54%) dan mensen die de pensioenleeftijd naderen denken nodig te hebben om comfortabel te leven (gemiddeld 75%).

Uit het onderzoek – waarin meer dan 22.000 mensen uit 30 landen werden ondervraagd[2]– blijkt dat 30% van de Belgische gepensioneerden denkt niet voldoende inkomen te hebben om comfortabel te leven; in heel Europa is dat 14% en wereldwijd 15%.

Fig. 1 Verwachte verdeling van de uitgaven (niet-gepensioneerden)
Gestelde vraag: Als u denkt aan uw jaarinkomen in de actieve jaren van uw gepensioneerde leven (het bedrag dat u jaarlijks ontvangt), hoeveel procent daarvan verwacht u dan ongeveer uit te geven aan elk van de volgende bestemmingen?

Fig. 2 Werkelijke verdeling van de uitgaven (gepensioneerden)
Gestelde vraag: Als u denkt aan uw jaarinkomen in de actieve jaren van uw gepensioneerde leven (het bedrag dat u jaarlijks ontvangt), hoeveel procent daarvan geeft u dan ongeveer uit aan elk van de volgende bestemmingen?

 

37% van de Belgische gepensioneerden gaf aan dat ze wel wat meer inkomen zouden kunnen gebruiken, terwijl 33% verklaarde dat ze voldoende inkomen hebben om comfortabel te leven.

Ook Belgen die de pensioenleeftijd naderen, de 55-plussers, verwachten vaak te veel van hun pensioeninkomen en kunnen daardoor straks voor een onaangename verrassing komen te staan. Zij voorspelden dat ze gemiddeld 75% van hun huidige salaris of inkomen nodig zouden hebben om na hun pensioen comfortabel te leven.

Gemiddeld percentage nodig om

na pensioen comfortabel te leven:

België Europa Wereldwijd
Alle niet-gepensioneerden & 55+ 75,1% (n=97) 72,4% (n=1.465) 73,9% (n=2.947)
Gemiddeld percentage van het laatste salaris in werkelijkheid ontvangen als pensioen

Alle gepensioneerden & 55+

54,1% (n=114) 63,0% (n=1.382) 60,8% (n=2.820)


Fig. 3 Pensioeninkomen (gevraagd aan 55+-ers)
Gestelde vragen: Hoeveel jaarlijks inkomen denkt u na pensionering nodig te hebben om comfortabel te leven, als percentage van uw huidige salaris of inkomen?
Hoeveel jaarinkomen ontvangt u sinds uw pensionering, als percentage van uw laatste salaris?

In werkelijkheid bedraagt het jaarinkomen van Belgische gepensioneerden gemiddeld 54% van hun laatste salaris, tegen 61% wereldwijd. Wereldwijd werd het kleinste verschil gemeten voor Europa als geheel: Europese gepensioneerden ontvangen gemiddeld 63% van hun laatste salaris, terwijl degenen die de pensioenleeftijd naderen verwachten 72% nodig te hebben. Dit betekent dat Belgische gepensioneerden gemiddeld 9% minder pensioeninkomen hebben dan andere Europeanen, vergeleken met hun laatst verdiende jaarsalaris.

Opmerkelijk daarbij is dat Belgische gepensioneerden vaak doorgaan met beleggen: zij gebruiken gemiddeld 23% van hun totaal opgebouwde pensioenvermogen[3]om te beleggen, tegen 19% wereldwijd en 18% in Europa. Dit kan erop wijzen dat hun uiteindelijke inkomen niet voldoende is.

In tegenstelling daarmee verwachten Belgen die nog niet gepensioneerd zijn 8% van hun opgebouwde pensioenvermogen te beleggen.

Niet-gepensioneerden in Azië hadden de meest realistische verwachtingen over het deel van hun pensioeninkomen dat ze waarschijnlijk kwijt zullen zijn aan levensonderhoud. Zij schatten dit op 32%; de resultaten in Europa (gemiddeld 35%) en België (gemiddeld34% zijn vergelijkbaar. Gepensioneerden in Azië geven in werkelijkheid maar een beetje meer uit dan verwacht : gemiddeld 38%. Ter vergelijking : Europese en Belgische gepensioneerden geven in werkelijkheid 50% uit aan levensonderhoud.

Er bestaat een reëel risico dat mensen onderschatten hoeveel van hun pensioeninkomen ze nodig zullen hebben voor de kosten van levensonderhoud en hoeveel geld ze nodig hebben om na hun pensioen comfortabel te leven, zeker nu de rendementen op spaargeld en beleggingen zo laag zijn en de inflatie oploopt.

Er is geen toverformule. Om te voorkomen dat ze na hun pensioen krap bij kas komen te zitten, zullen mensen de noodzaak moeten erkennen om zo jong mogelijk te beginnen zo veel mogelijk te sparen.

Wie tot zijn vijftigste of zestigste wacht, is waarschijnlijk te laat om het spaartekort aan te vullen.

Uit het onderzoek blijkt dat gepensioneerden doorgaan met beleggen, en vaak meer dan ze van te voren hadden verwacht. Dat komt misschien doordat ze te weinig pensioeninkomen hebben.

Het volledige verslag van de Schroders Global Investor Study 2018, Sparen voor een comfortabel pensioen”,kunt u vinden op www.schroders.be/gisnl.

[1]Dagelijkse uitgaven zoals voeding, kleding en huur/hypotheek.

[2]In opdracht van Schroders voerde Research Plus Ltd in april 2018 een onafhankelijk online onderzoek uit onder meer dan 20.000 mensen die beleggen uit 30 landen in alle delen van de wereld waaronder Australië, Brazilië, Canada, China, Duitsland, Frankrijk, India, Italië, Japan, Nederland, België, Spanje, het VK en de VS. “Mensen” wordt in dit onderzoek gedefinieerd als mensen die de komende 12 maanden minstens €10.000 (of het equivalent daarvan) willen beleggen en die de laatste 10 jaar veranderingen in hun beleggingen hebben aangebracht

[3]Alle soorten spaargeld die bedoeld zijn om pensioeninkomen te genereren, bv. bedrijfspensioenfonds, staatspensioenfonds, persoonlijk pensioen, ander spaar- en beleggingsvormen, kapitaal vrijmaken uit huis, geld/toelage van familie, erfenis

______________________________________________________________

Defensieve en cyclische aandelen : defensieve zijn niet zonder risico!

Door Andrew Evans, fondsbeheerder bij Schroders.

4/6/2018

Veel beleggers worden aangetrokken door de gepercipieerde ‘veiligheid’ van bepaalde bedrijfssectoren. Maar ‘veiligheid’ komt voort uit de prijs die je betaalt voor een aandeel, niet uit de onderliggende dynamiek van het bedrijf.

Defensieve aandelen

Aandelenbeleggers groeperen ondernemingen in sectoren om hun prestaties op verschillende momenten in de economische cyclus te meten. Zo vallen producenten van voedings- en genotmiddelen onder de categorie basisconsumptiegoederen, een sector die vaak ‘defensief’ wordt genoemd. De reden hiervoor is dat de vraag naar voedsel, sigaretten, enz. in het algemeen stabiel blijft, ongeacht de prestaties van de economie. Daarom houden de inkomsten en winsten van dit soort bedrijven doorgaans goed stand, zelfs als de economie een neergang doormaakt. Als gevolg hiervan worden deze defensieve bedrijven vaak gezien als veilige, betrouwbare investeringen.

Cyclische aandelen

Hiertegenover staan de ‘cyclische’ sectoren die het best presteren in economisch goede tijden, maar de vraag zien teruglopen wanneer de economie vertraagt. Auto- en detailhandelsbedrijven zijn klassieke cyclische consumentensectoren, omdat mensen meer besteden als ze vertrouwen hebben in de economische vooruitzichten. Industriële aandelen vallen in dezelfde categorie omdat bedrijven meer investeren wanneer ze een stijging van de vraag verwachten. De inkomsten en winsten, en dus de aandelenkoersen, van deze cyclische bedrijven kunnen echter volatiel zijn, omdat de vraag fluctueert met de prestaties van de economie in het algemeen.

Wat betekent risico eigenlijk?

De fout die veel beleggers maken, is dat ze dagelijkse volatiliteit van de aandelenkoers gelijkstellen aan risico. Risico betekent in beleggingsopzicht het risico van permanent kapitaalverlies. Uit onderzoek blijkt dat de prijs die een belegger betaalt, de belangrijkste bepalende factor is voor het rendement dat hij behaalt. Het meest kritieke risico is daarom in de eerste plaats het gevaar dat er te veel betaald wordt voor een belegging.

Natuurlijk zijn sommige aandelen goedkoop om verschillende redenen. Het is moeilijk om een onderscheid te maken tussen deze aandelen en aandelen die goedkoop zijn, maar ruimte hebben voor herstel. Hier komen de voordelen van actief stockpicking om de hoek kijken. Actieve beleggers die bereid zijn om research te doen, zijn in staat om bedrijven te vinden die tegen aantrekkelijke prijzen verhandeld worden en voldoende balanskracht hebben om moeilijke periodes te doorstaan.

Dit wil niet zeggen dat een hoger rendement gegarandeerd is als een belegger in goedkopere bedrijven stapt. Er zijn geen garanties bij aandelen. Hun waarde kan volatiel zijn en beleggers kunnen de oorspronkelijk geïnvesteerde bedragen niet terugkrijgen. Het kan enige tijd en veel geduld vergen voordat de markt een aandeel op zijn werkelijke waarde schat. Dat is ook de reden waarom beleggen in aandelen het beste past bij beleggers met een langetermijnhorizon.

‘Total income’-benadering

Voor beleggers die op zoek zijn naar inkomsten, zijn de consistente dividenden die worden aangeboden door gezondheidszorg-, voedsel- en drankenbedrijven aantrekkelijk. Als beleggers echter een te hoge prijs betalen voor dergelijke aandelen, kunnen ze vermogensgroei missen of zelfs verlies lijden.

Een manier om dit risico te beperken, is te kiezen voor een ‘total income’-benadering. Hierbij wordt zowel rekening gehouden met de prijs die voor een aandeel is betaald, als met het dividend. Beleggers die een dergelijke strategie volgen, zullen niet alleen aandacht besteden aan het huidige dividend van een aandeel, maar ook aan zijn potentieel om dat dividend te laten groeien. In sommige gevallen kunnen zij zelfs aandelen bezitten die op dit moment geen dividend uitkeren, maar dat naar verwachting in de toekomst wel zullen doen.

Een dergelijke aanpak heeft misschien geen toegang tot het hoogste dividend op een specifiek moment, maar biedt wel zicht op een potentiële vermogensgroei en op dividendinkomsten.

Lees ook:

Wat is het verschil tussen cyclische en defensieve effecten?

______________________________________________________________

Waarom komen er niet genoeg nieuwe bedrijven naar de beurs?

Door Schroders

3/5/2018

We nemen de aandelenmarkten als een gegeven. Zelden doen beleggers een stap terug om ze van een afstand te bekijken en zich af te vragen wat de bestaansreden van aandelenmarkten is. Publieke markten fungeren om bedrijven van kapitaal te voorzien voor de financiering van toekomstige groei. Zo was het, maar nu niet meer.

Eenvoudiger alternatieven voor financiering

Het aantal beursgenoteerde bedrijven daalt in de VS , het VK en West-Europa. De behoefte aan het maken van een beursgang neemt af en het aantal bedrijven dat van de beurs af gaat, neemt toe, voornamelijk door fusies en overnames. Toch is dit geen teken dat de ondernemingszin tanende is. Nieuwe bedrijven worden in grote aantallen opgericht, maar alleen kiezen ze vaker voor een andere manier van financiering. Goedkope kredieten en een betere toegang tot private equity eisen hun marktaandeel op. De bedrijven schrikken terug voor de kosten en hectiek van een publieke notering. De financiering kan goedkoper en eenvoudiger, zonder alle regels die bij een beursnotering horen. Het gevolg is dat de beurzen bevolkt worden door meer volwassen bedrijven. De beleggers dreigen daardoor de sterke groeifase van een relatief jong bedrijf te missen.

Opkomende markten zijn de uitzondering

Het bovenstaande geldt niet voor alle aandelenmarkten. Sommige aandelenmarkten zijn juist zeer succesvol. De opkomende markten hebben het veel beter gedaan dan ontwikkelde markten, dankzij het groeiende aantal beursnoteringen in opkomende markten in Azië en Europa. China staat bovenaan. Ook de aandelenmarkten in ontwikkelde Aziatische landen zijn gegroeid. Op deze markten lijken de baten nog steeds groter te zijn dan de kosten.

Meer aandelenemissies dan beursgangen

Ook al doen de aandelenmarkten niet meer op grote schaal datgene waarvoor zij in de eerste plaats in het leven waren geroepen, daarmee is niet gezegd dat zij geen andere belangrijke functies hebben. Zo bestaat er de mogelijkheid voor beursgenoteerde bedrijven om nieuw kapitaal op te halen. Sinds 2001 is het aantal aandelenemissies van beursgenoteerde bedrijven in de VS viermaal zo hoog als het aantal beursgangen. Hetzelfde patroon is ook elders zichtbaar, zelfs in China dat toch bekend staat om zijn grote hoeveelheid beursgangen.

Aandelenmarkt versus schuldenmarkt

De afnemende belangstelling voor een beursnotering heeft gevolgen. De vereisten voor een beursnotering verhogen de norm voor corporate governance. Ook zorgen de markten dankzij actieve beleggers voor een efficiënte kapitaalallocatie. Bedrijven in problemen worden op een transparante manier afgewaardeerd. Dit proces van creatieve destructie is essentieel voor een gezond functionerende economie. De schuldenmarkten daarentegen spelen een contrasterende rol. De verleiding is groot om de schuldvoorwaarden op te rekken om verliezen te verdoezelen.

Er is nog een reden waarom de verminderde aantrekkelijkheid van een beursnotering van belang is, namelijk de negatieve impact op spaarders. De publieke markten zijn een goedkope en toegankelijke manier voor spaarders om te profiteren van de groei van de bedrijvensector. Als kwaliteitsbedrijven geen beursnotering nastreven, bestaat het gevaar dat de kwaliteit van de aandelenmarkten afneemt en dus de rendementen op aandelen lager uitkomen in vergelijking met private equity markten. Daar zijn spaarders de dupe van.

Omarm publieke en private markt

De beleggers moeten hun scope verbreden en ook private equity omarmen. Een meer holistische benadering van publieke en private markten lijkt vandaag de dag meer aangewezen.

De volledige tekst leest u in What is the point of the equity market?, door Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders. http://www.schroders.com/en/uk/adviser/insights/markets/what-is-the-point-of-the-equity-market/

_____________________________________________

Minder suiker in het eten : wat zijn de gevolgen voor uw beleggingsportefeuille ?

Door Elly Irving, ESG analist bij Schroders

9 april 2018

Suiker zou ‘Big Food’  in de volgende ‘Big Tobacco’ kunnen veranderen. De voedings- en drankenindustrie heeft grote veranderingen ondergaan en de vraag is hoe beleggers hiermee rekening kunnen houden bij de samenstelling van hun beleggingsportefeuille.

Drie katalysatoren verklaren het veranderde bedrijfsklimaat voor voedsel- en drankenproducenten:

  1. Groeiend bewustzijn bij stakeholders

Media, consumenten en regelgevers hebben steeds meer aandacht voor de rol van suiker in voeding. De regelgeving op het gebied van reclame en etikettering werd uitgebreid en er kwamen vrijwillige richtlijnen voor de vermindering van de suikerconsumptie.

  1. Demografische en gezondheidstrends

De toename van obesitas, diabetes en andere niet-overdraagbare ziektes zet druk op de budgetten voor gezondheidszorg. Volgens de WHO is obesitas wereldwijd sinds 1980 verdubbeld. In dezelfde periode is de consumptie van suiker ook toegenomen. De stijgende gezondheidskosten hebben overheden overtuigd om suikerbelastingen in te voeren. Sinds 2015 zijn er 17 nieuwe suikerbelastingen ingevoerd.

  1. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek verhoogt kans op juridische processen

Het wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van de consumptie van suiker voor de gezondheid neemt toe. Daarmee groeit ook de kans op een gerechtelijke vervolging van de voedings– en drankenproducenten, vooral als het aantal gevallen van obesitas blijft stijgen. Onder druk van Public Health England liggen een aantal voedsel- en drankencategorieën onder het vergrootglas: frisdranken, ontbijtgranen, snoep, yoghurt en ijs. Alleen de frisdranken zijn al goed voor 28% van de dagelijkse suikerconsumptie van kinderen.

Willen voedingsbedrijven overleven, dan moeten ze zich aanpassen aan de veranderende houding bij consumenten. Er zijn vier trends in deze sector:

  1. Fusies en overnames door vraag naar gezondere producten

Grote voedselproducenten trachten via fusies en overnames van kleinere producenten, die beter inspelen op de vraag naar gezondere producten, in dit segment te groeien. Bedrijven die zich niet snel genoeg weten aan te passen, vallen ten prooi aan activistische aandeelhouders.

  1. Aanpassing en innovatie

Grote voedsel- en drankenproducenten passen hun bestaande productaanbod aan, enerzijds om beter te kunnen inspelen op de veranderende vraag van de consument, en anderzijds omwille van de suikerheffingen die hen boven het hoofd hangen. Succes is echter niet gegarandeerd. Een aanpassing van het productaanbod  kan een dure aangelegenheid zijn en zelfs het merk schaden als het niet aan de verwachtingen van de consument voldoet.

  1. Meer promotie

De verschuiving naar gezondere alternatieven leidt tot hogere promotie-uitgaven om de dalende verkopen van ongezonde producten te compenseren. De reclamesector bestrijdt ook de demonisering van suiker door de media, geholpen door de invoering van een suikerbelasting.

  1. Meer transparantie op bedrijfsniveau

De druk op bedrijven in de voedselsector neemt toe om uit te leggen hoe zij reageren op deze trends. De bedrijven voeren voedingsdoelstellingen in. De suikerheffingen krijgen ook meer aandacht in de jaarverslagen.

Wat betekent dit voor uw portefeuille ?

In uw bedrijfs- en sectoranalyse dient u af te wegen hoe bedrijven en sectoren omgaan met de uitdagingen die de suikerconsumptie met zich meebrengt. Dit leidt tot aanpassingen in de samenstelling van de portefeuille om het risico dat een blootstelling aan de voedsel- en drankensector met zich meebrengt, beter te beheersen.

De volledige tekst leest u in Sugar: current state of play, door  Elly Irving, ESG analist bij Schroders, uit het Sustainable Investment Report (annual report 2017).

____________________________________________

Hoe duurzaam zijn Google, Amazon en Facebook?

12/3/2018

Door Katherine Davidson, fondsbeheerder bij Schroders

Door hun enorme omvang, macht en rijkdom trekken Big Tech-bedrijven zoals Google, Amazon of Facebook de aandacht van toezichthouders en regelgevers. Dreigen de internetreuzen te worden gekortwiekt? Vormen zij echt zo’n bedreiging voor de markt en waar liggen op de lange termijn de risico’s voor beleggers in Big Tech.

Het tij keert voor Big Tech

Het voelt alsof het tij begint te keren in de maatschappij tegen Big Tech-bedrijven. Google is door Brussel fors beboet voor machtsmisbruik in de EU en topfunctionarissen uit Silicon Valley verschenen voor de Amerikaanse Senaat en het Britse parlement om verantwoording af te leggen voor het misbruik van hun platforms door extremisten en Russische hackers. De introductie van GDPR-wetgeving (General Data Protection Regulation) in de EU zal de complexiteit en het risico verhogen voor bedrijven die met gebruikersdata werken. Tel daarbij op de zorgen over te hoge aandelenwaarderingen en een paar scherpe dalingen van de Nasdaq-index, en je kunt gerust stellen dat het de afgelopen maanden nagelbijten is geweest voor beleggers met significante posities in FAANG-aandelen (Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google).

Weldoeners, of data-misbruikers?

Wat Big Tech-bedrijven kenmerkt, is het netwerk-effect. De waarde van hun diensten neemt toe naarmate het aantal gebruikers groeit. Social media platforms zijn hiervan een goed voorbeeld. Bij elke nieuwe gebruiker neemt het aantal potentiële verbindingen en de mogelijkheden voor het delen van content toe. Als eenmaal een kritische massa is bereikt, wordt het moeilijk voor concurrenten om gebruikers weg te lokken bij de marktleiders. Dit natuurlijke monopolie maakt beleidsmakers achterdochtig. Maar bekeken door de ogen van anti-kartelwaakhonden, die met een traditionele blik kijken naar prijsvorming en mogelijke benadeling van de consument, is het lastig om Big Tech-bedrijven te beschuldigen van machtsmisbruik.

De meeste online diensten worden gratis door hen aangeboden. De gebruikers van die gratis diensten creëren waarde voor de ondernemingen. Zij maken de gebruikersdata data te gelde door ze te verkopen aan adverteerders. Consumenten beweren in onderzoeken dat hun gegevens niet zomaar voor uiteenlopende diensten mogen worden verhandeld, maar de praktijk wijst anders uit. Onbedachtzaam kruisen gebruikers toestemmingsboxen aan en staan zij liever cookies toe in plaats van hun browse experience te onderbreken. Gegevensinbreuken lijken weinig tot geen invloed te hebben op hun surfgedrag. De GDPR-regelgeving staat gebruikers in theorie toe om hun data niet af te geven, maar in hoeverre is dit mogelijk als zij vervolgens worden afgesneden van gratis diensten?

Er zijn ook geen tekenen dat adverteerders benadeeld worden door een monopoliepositie van de techgiganten. De prijzen om te adverteren op Google worden bepaald door middel van een veiling, dus worden de prijzen op dit gebied niet uitgehold. De prijzen om te adverteren op Facebook worden door Facebook zelf vastgesteld maar de huidige “kosten per duizend vertoningen” (CPM) bedraagt nog steeds slechts rond de 2 US dollar, goedkoper dan bijna alle andere media.

Het business model van Amazon is anders, maar de consument lijkt er geen schade van te ondervinden. Integendeel, door de ontwrichtende impact van Amazon hebben producenten en bedrijfssectoren hun prijzen moeten verlagen en is innovatie erdoor gestimuleerd. Vanuit  een traditioneel perspectief lijkt het er niet op dat de consumenten benadeeld zijn door de dominantie van de techgiganten.

Creatieve destructie

Een andere beschuldiging luidt dat de techbedrijven juist innovatie hinderen door veelbelovende start-ups op te kopen en talent weg te kapen. Maar bedrijven als Google en Amazon zijn zeer innovatief, zorgen voor de opkomst van nieuwe bedrijven en helpen gevestigde bedrijven door te groeien. Net zoals Amazon de retailsector in de 21ste eeuw heeft binnengesleept, zo heeft Google telecombedrijven gestimuleerd de uitrol van breedband te versnellen en de auto-industrie om te investeren in de ontwikkeling van zelfbesturende auto’s.

De kartelwaakhonden hadden kritischer hadden moeten zijn bij de overname van WhatsApp en Instagram door Facebook. Ontwrichtende concurrentie kan niet ontstaan als deze techgiganten mogelijke rivalen mogen opkopen.

Gebruikersmanipulatie

Het gebruik van gebruikersdata maakt doelgerichte benadering van gebruikers op social media mogelijk op een manier die veel effectiever is dan voor mogelijk werd gehouden met conventionele media. Kwaadwillig gebruik van gebruikersdata kan tot manipulatie van gebruikers leiden, door te manipuleren wat gebruikers lezen en zien. Daartegenover staat dat social media juist ook een platform kan zijn voor vrije meningsuiting en de maatschappelijke betrokkenheid kan verhogen.

De vraag is in hoeverre social media platforms gezien moeten worden als platforms of als uitgevers, die verantwoordelijk zijn voor de inhoud op hun platform. Dat zou, gezien de enorme hoeveelheid aan data, een enorme uitdaging vormen. Nu al wordt het equivalent van 65 jaar video dagelijks op YouTube geplaatst. Facebook, en in mindere mate YouTube, vergroten nu al proactief hun kennis van hun content, verbeteren hun kunstmatige intelligentie en huren ‘echte’ mensen in om vals en extremistisch materiaal te identificeren en te verwijderen.

Voordeel van de twijfel

Het is niet zo eenvoudig om uit te rekenen hoeveel sociale waarde Big Tech-bedrijven hebben gecreëerd of vernietigd. Vooralsnog kan men positief blijven, omdat deze bedrijven meer bijdragen aan de maatschappij met hun gratis diensten en innovatie, dan dat zij hun monopoliepositie misbruiken. Maar er liggen risico’s op de loer die op de lange termijn de duurzaamheid van hun businessmodel bedreigen. De belangrijkste risico’s zijn regulering en een omslag bij consumenten.

_____________________________________________

Houdt reflatie aan in 2018 of niet? Drie factoren zijn bepalend

Door Johanna Kyrklund, hoofd multi-asset investments bij Schroders

22 februari 2018

Er zijn drie factoren die bepalen of de reflatoire omstandigheden dit jaar aanhouden:

  • De wereldwijde groei van het BBP zal de komende twee jaar rond de 3% zal blijven. De belastinghervorming in de VS zou voor een grote verrassing kunnen zorgen. Maar men verwacht niet dat de Amerikaanse bedrijven de voordelen van hun belastingverlaging in het geheel zullen besteden.
  • Amerikaanse 10-jaars obligatierente. De waarderingen van Amerikaanse aandelen zijn houdbaar zolang de Amerikaanse 10-jaarsrente niet hoger is dan 3%. Dit vereist dat de inflatie gematigd blijft.
  • De technologische ontwrichting en vergrijzing drukken op de inflatie, men verwacht dat 3% de bovengrens blijft en dat het proces van monetaire normalisatie geleidelijk verloopt. Tegen deze achtergrond remmen de waarderingen de rendementen op de middellange termijn. Maar een periode met lagere rendementen is waarschijnlijker dan een berenmarkt.

Wat kan de spelbreker zijn?

Inflatie kan de spelbreker worden. De wereldhandel trekt aan, waardoor de groei opwaarts kan verrassen en zo de inflatie kan oplopen. De lonen zijn een andere factor. Onderzoek van de Fed wijst uit  dat als de werkloosheid onder een bepaalde drempel daalt, de correlatie tussen werkloosheid en inflatie nieuw leven kan worden ingeblazen en daarmee de inflatie stijgt . Een dergelijk scenario – toenemende wereldhandel en inflatieversnelling –  leidt tot een hogere inflatieverwachting: van 2,3% naar 3%. Dit veroorzaakt volatiliteit op de staatsobligatiemarkten, maar biedt ook kansen in cyclische en door waarde gedreven sectoren van de aandelenmarkten.

Een tegenvallende groei zou verontrustender zijn. De ontwikkelde markten bevinden zich in de expansiefase; de economie groeit en de inflatie stijgt. De volgende fase is die van vertraging en dat is de slechtste fase voor rendementen. De uitdaging is dat een groeivertraging aanvankelijk goed aanvoelt: de productie ligt nog steeds boven de trend en hoewel de groei vertraagt, is deze nog steeds positief. Maar in deze fase zijn de rendementsverwachtingen en de waarderingen van aandelen aan de hoge kant, met de kans op een teleurstelling en negatief rendement. Vooralsnog staan de seinen op groen maar de volgende drie trends moet men in de gaten houden:

  • De VS en China reduceren de liquiditeit. Normalisatie heeft altijd het risico dat te snel verkrapt wordt.
  • De rendementscurves vlakken af. De obligatiemarkten prijzen een tragere groei in. Dat staat enigszins op gespannen voet met het optimisme op de aandelenmarkten.
  • Schroders verwacht dat de dollar zwak blijft als de rest van de wereld aanhaakt op de Amerikaanse economische groei. Indien de dollar sterker wordt, dan drukt dat op de Chinese groei en verkrapt de liquiditeit.

We kunnen dus op reflatoire omstandigheden rekenen, waarbij activa uit de opkomende markten relatief goedkoop lijken. Later in 2018 nemen de zorgen toe over een gesynchroniseerde verkrapping van de liquiditeit. De grootste verrassing zou zijn als aan het einde van dit jaar de staatsobligatierente lager koerst dan nu.

_____________________________________________

Wat zijn de vooruitzichten voor grondstoffen en goud in 2018 ?

Door Mark Lacey, specialist in energie en edelmetalen bij Schroders

12/1/2018

Als de wereldwijde inflatie aantrekt, dan is de tijd aangebroken om de blootstelling te verhogen aan grondstoffen, schrijft, in een commodities outlook voor 2018. Een sterke US dollar pakte negatief uit voor grondstoffen tijdens de berenmarkt die in 2016 eindigde. De depreciatie van de US dollar in 2017 lijkt het begin te zijn van een nieuwe berenmarkt voor de US dollar. Een zwakkere US dollar zal in 2018 een positieve factor zijn op de grondstoffenmarkten.

Vooruitzichten per categorie:

  • De outlook voor olie en energie in het algemeen is verbeterd. De belangrijkste risico’s zijn nu opwaarts. De productie blijft in een aantal landen achter, terwijl wereldwijd de consumptie hoog blijft. De olievoorraden zullen in 2018 scherp dalen. De prijzen voor aardgas zullen ook stijgen in 2018. De markt voor Amerikaans aardgas kent een te laag aanbod, terwijl de vraag structureel groeit. Een prijsstijging kan dus niet uitblijven.
  • De fundamentals van een aantal belangrijke agrarische grondstoffen verbeteren in 2018. De tarwemarkten lijken te hebben gebodemd en veel soft commodities krijgen steun van structurele groei van de vraag op de lange termijn.
  • De vooruitzichten zijn positief voor basismetalen zoals aluminium en nikkel, waar een mogelijke impact van het aanbod het grootst is. Koper en ijzererts zijn het meest gevoelig voor een potentiële daling van de vraag in 2018.
  • Edelmetalen kunnen profiteren, als de euforie over de aandelenmarkten in 2018 wegebt. De waarderingen van de aandelenmarkten zijn hoog. Bij toenemende geopolitieke spanningen en meer volatiliteit op de financiële markten profiteren goud en zilver doorgaans. In beide edelmetalen zijn de beleggers onderwogen, ondanks solide rendementen in 2016 en 2017. Vanwege hun lage waardering kunnen de goudaandelen op de langere termijn beter presteren dan het edelmetaal zelf.

Verwachtingen gunstig voor energie en goud

De prestaties van energiegerelateerde aandelen zijn sterk achtergebleven, ondanks de verbetering van de fundamentals van grondstoffen. De teleurstelling van beleggers over slechte en zelfs negatieve rendementen en de aanhoudende kapitaalvernietiging hebben ertoe geleid dat de beleggers grondstoffenaandelen mijden. Zij wachten het moment af waarop grondstoffengerelateerde bedrijven, en met name energiebedrijven, een passend rendement laten zien en een consistente vrije kasstroom genereren. Zodra beleggers er vertrouwen in hebben dat de obsessie met ‘groei’ tot het verleden behoort, zou er opnieuw kapitaal naar de sector moeten vloeien. Energie en edelmetalen zullen aan aantrekkingskracht winnen in 2018.

Zeldzaam goedkoop

De waarderingen van grondstoffengerelateerde aandelen zijn zelden zo (relatief) goedkoop geweest als nu. Veel bedrijven met name in de energie- en edelmetalensector zijn in 2018 aantrekkelijk om in te beleggen, dankzij hun focus op vrije kasstroom, versterking van de balans en kapitaalrendement. De stijgende grondstoffenprijzen en goedkope waarderingen bieden beleggers een aantrekkelijke kans om de risico’s te spreiden en bescherming tegen inflatie te verkrijgen.

_____________________________________________

Outlook 2018: Welke groei en inflatie ?

Keith Wade, hoofdeconoom bij Schroders

11/12/2017

De wereldeconomie groeit op het hoogste tempo sinds 2011 en die opleving verloopt in toenemende mate wereldwijd synchroon. Reden genoeg om de wereldwijde groeiverwachtingen naar boven bij te stellen tot 3,2% in 2018. Na die piek zakt de groei af tot 3% in 2019.

Verliest Goudlokje-scenario zijn glans?
De grote vraag is of de robuuste opleving ook de inflatie zal aanjagen en dus een krapper monetair beleid met zich meebrengt. Tot nu heeft de versnelling in activiteit nog niet geleid tot een hogere inflatie, maar het is de vraag of het Goudlokje-scenario – waar een hogere groei gepaard gaat met een lage inflatie – blijft bestaan.

De wereldwijde economische opleving betreft zowel de ontwikkelde als de opkomende economieën. De groeiverwachting voor 2018  voor de Amerikaanse economie is verhoogd van 2% naar 2,5%, voor de eurozone van 2% naar 2,3% en voor Japan van 1,5% naar 1,8% (voorheen 1,5%). De groeiprognose voor opkomende markten is bijgesteld naar 4,9% (was 4,8%).

De inflatieverwachtingen voor 2018 zijn daardoor licht verhoogd naar 2,3%, veroorzaakt door hogere olie- en grondstoffenprijzen en door een stijging van de producentenprijzen. Cyclische krachten stuwen de inflatie in de VS weer richting de 2% stuwen. De vertraging tussen groei en inflatie is aanzienlijk en de opleving van de economische activiteit in 2017 steunt een versnelling van de inflatie in 2018. Daarom ebben de Goudlokje-omstandigheden weg en komt de wereldeconomie in een situatie van sterkere groei, maar ook hoger dan verwachte inflatie.

Monetair beleid kantelt naar verkrapping

Dit betekent dat het monetaire beleid kan verkrappen. In de VS voorspelt Wade drie renteverhogingen in 2018 na een rentestap deze maand. De beleidsrente staat eind 2017 op 1,5% en eind 2018 op 2,25% om in 2019 nog een laatste keer verhoogd te worden tot 2,5%.

De ECB zal een krapper beleid voeren dan de meeste mensen verwachten. Groei en inflatie zullen robuust genoeg zijn om het beleid van kwantitatieve verruiming al in september 2018 te beëindigen. In 2019 is dan een eerste renteverhoging in Europa te verwachten.

De Japanse centrale bank staat ook voor een beleidsverandering. De Bank of Japan zal de doelstelling voor de tienjaarsrente verhogen als gevolg van een robuuste economische groei. Het is een gematigde stap, maar deze zal door de markten wel ervaren worden als een kantelpunt richting een krapper beleid.

Reflatiescenario’s

Het reflatiescenario, ‘global trade boom’, resulteert in een sterkere groei en inflatie. De opleving zal leiden tot een verhoging van de grondstoffenprijzen. Het ‘American fiscal reflation’-scenario voorziet in een budgettaire impuls met forse belastingverlagingen en hogere infrastructuuruitgaven, waardoor de inflatie stijgt. De effecten van het ‘American fiscal reflation’-scenario doen zich vooral in de VS voor.

Een sterkere economische activiteit is ook een kenmerk van het ‘productivity revival’-scenario, hoewel hierbij de inflatie niet versnelt omdat de extra groei wordt opgevangen door een hogere productiviteit. Er zijn de laatste tijd bemoedigende tekenen dat de productiviteit in de VS verbetert en dit scenario gaat ervan uit dat het in de prognoseperiode doorzet.

Risico’s: deflatie en stagflatie

Twee scenario’s kunnen de wereldeconomie in een deflationaire richting kunnen brengen: ‘secular stagnation’ en ‘bond yields surge’. In het eerste scenario neemt de huidige cyclische opleving af en valt de wereldeconomie terug in een zwakke deflatoire trend. Hoewel dit onwaarschijnlijk lijkt, is het belangrijk om te beseffen dat er nog wel nog altijd sprake is van aanzienlijke structurele tegenwind voor de wereldwijde economische groei (bijvoorbeeld hoge schuldniveaus en verslechterde demografische gegevens). Het ‘bond yields surge’-scenario ziet een scherpe verkrapping van de financiële omstandigheden, aangezien de Fed en ECB hun QE-beleid afwikkelen, wat leidt tot een deflatoire omgeving.

Twee scenario’s hebben een stagflatoire uitkomst (zwakke groei, maar oplopende inflatie): ‘inflation accelerates’ en ‘protectionism rises’. Zoals de naam al doet vermoeden, voorziet het ‘inflation accelerates’-scenario in een hogere inflatie maar een langzamere economische groei, doordat centrale banken het beleid in reactie hierop verkrappen. In het ‘protectionism rises’-scenario verhogen landen hun handelstarieven als reactie op het toegenomen protectionisme. Dit resulteert op zijn beurt in een vertraging van de economische activiteit en een hogere inflatie naarmate handelsprijzen en invoertarieven stijgen.

Van Goudlokje naar reflatie

2017 werd gekenmerkt door een combinatie van gestage groei en lage inflatie: een ‘Goudlokje’-scenario. Dit lijkt in 2018 te veranderen. Voor volgend jaar verwacht men dat de inflatie hand in hand zal oplopen met een groeiende economie en een krapper monetaire beleid. Volgens de scenario-analyses zijn de risico’s eerder gericht op reflatie dan op een deflatoire omgeving gezien een verhoogde kans op budgettaire ondersteuning en een mogelijke wereldwijde groei van de handel.

De volledige tekst leest u in From goldilocks to reflation/ Outlook 2018: Global Economy, door Keith Wade, hoofdeconoom bij Schroders.

_____________________________________________

Beleggen en sparen belangrijker dan uitgeven

27/11/2017

Uit een onderzoek onder meer dan 22.000 beleggers uit 30 landen blijkt dat de respondenten hun geld liever beleggen dan dat ze het op de bank zetten, in vastgoed steken, uitgeven aan luxe (zoals vakanties of een nieuwe auto) of gebruiken om schuld af te lossen. Ze hebben echter nog steeds onrealistisch hoge rendementsverwachtingen, wat duidt op een gebrek aan beleggingskennis. Bemoedigend is dat er overal ter wereld een sterke behoefte aan meer kennis over beleggen blijkt te bestaan.

Beleggen krijgt voorrang boven sparen, luxe aankopen en schuld aflossen

Als het gaat om de prioriteiten voor het geld dat ze in het komende jaar over hebben, is de meerderheid van de respondenten van plan te beleggen. 23% van de respondenten wereldwijd wil beleggen in effecten zoals aandelen, grondstoffen, obligaties en dergelijke. Op de tweede plaats (20% wereldwijd) komt sparen, door het geld ofwel op de bank te zetten (16% wereldwijd) of thuis te bewaren (4% wereldwijd), hoewel dat weinig of geen rente oplevert.

In België is beleggen even belangrijk geworden als sparen (beide 22%), wat hoopgevend is omdat Belgische beleggers nu beseffen dat ze hun beleggingsgedrag moeten veranderen. Dat neemt niet weg dat de Belgen nog steeds achterblijven bij de wereldwijde beleggers.

Schuld aflossen (inclusief hypotheken) is een prioriteit voor slechts 9%, hoogst waarschijnlijk vanwege de lage rentes.

77% van de Belgen is bereid geld van zijn spaarrekening te halen als de fiscale vrijstelling verandert

Belgen hebben ongeveer 19 miljoen spaarrekeningen waar 230,77 miljard EUR aan spaargeld op staat (juli 2017). Tot dusver hoeft over de eerste 1880 euro rente die op een spaarrekening wordt ontvangen, geen belasting te worden betaald. Afgelopen zomer echter heeft de Belgische federale regering een plan aangenomen om de vrijgestelde rente met ingang van 2018 te beperken tot 940 EUR en de eerste schijf van 627 EUR dividend vrij te stellen van belasting.

In de Global Investor Survey vroeg Schroders de Belgische beleggers of ze geld van hun spaarrekening naar een ander type belegging zouden overhevelen als fiscale vrijstelling werd verleend voor andere beleggingsproducten.

In totaal antwoordde 77% positief. Er was geen verschil tussen mannen en vrouwen, wel een klein verschil tussen millennials (73%) en 36+-beleggers (79%). Ook waren er kleine regionale verschillen: beleggers uit Brussel en Wallonië waren vaker geneigd naar andere producten over te stappen (Brussel 80%, Wallonië 81%), terwijl Vlaamse beleggers minder geneigd waren te veranderen (74%).

Op de vraag of ze zouden beleggen in nutsbedrijven, die nu vaak door intercommunales worden beheerd, als deze beursgenoteerd waren, antwoordde 53% van de Belgen positief (mannen 56%, vrouwen 48%). Uit het onderzoek kwam een opmerkelijk regionaal verschil naar voren. 63% van de Vlaamse beleggers zou in nutsbedrijven beleggen, tegen 54% van de beleggers uit Brussel en slechts 35% van die uit Wallonië. Dit opmerkelijke verschil tussen enerzijds Vlaanderen en Brussel en anderzijds Wallonië kan worden verklaard door het feit dat er plannen waren voor de beursgang van een nutsbedrijf in Vlaanderen.

Onrealistische rendementsverwachtingen

Het onderzoek maakt duidelijk dat beleggers onrealistisch hoge rendementsverwachtingen hebben. Zo rekenen de wereldwijde beleggers de komende vijf jaar op een gemiddeld jaarlijks rendement van 10,2% (8,7% in Europa, 7,7% in België, 11,7% in Azië en 11,7% in Noord-/Zuid-Amerika). Ter vergelijking: het rendement van de MSCI World Index over de afgelopen 30 jaar is 7,2% per jaar. [1]

Vertrouwen

Op de vraag naar het huidige geopolitieke landschap en de invloed daarvan op hun beleggingsbeslissingen, gaven de beleggers gemengde en soms tegenstrijdige antwoorden.

Gevraagd op welke manier de huidige onzekerheid rond de internationale politiek/wereldwijde gebeurtenissen invloed had op hun beleggingen, gaf meer dan helft van de wereldwijde beleggers (59%) wereldwijd, 56% in België) aan niet meer zo veel risico te willen nemen. Bijna evenveel respondenten gaven echter aan deze gebeurtenissen als beleggingskansen te zien (57%) of zich door politiek en wereldwijde gebeurtenissen niet te laten afleiden van hun beleggingsdoelen (54%). Dit kan betekenen dat beleggers, hoewel ze relatief optimistisch zijn en geld dat ze over hebben bij voorkeur beleggen, ook op hun hoede zijn voor zelfgenoegzaamheid.

Belgische beleggers blijken voorzichtiger te zijn : 42% vond dat deze gebeurtenissen beleggingskansen bieden, en 44% laat zich door politiek en wereldwijde gebeurtenissen niet afleiden.

[1]Bron: Thomson Reuters, MSCI World Index, samengesteld jaarlijks groeicijfer voor de MSCI World op basis van totaal rendement tussen 1987 en 2017, per 22 september 2017.

____________________________________________

Einde desinflatie in opkomende markten in zicht

24/10/2017

De omslag van kwantitatieve verruiming (quantative easing of QE) naar kwantitatieve verkrapping (quantative tightening of QT) is een volgende stap in de richting van normalisering van het beleid.

Als de markten efficiënt zijn, dan is deze omslag van QE naar QT reeds ingeprijsd door de financiële markten en zou het effect minimaal moeten zijn. De Fed heeft de afgelopen maanden zeer transparant gecommuniceerd over haar intenties en niemand kan daarom verrast zijn door haar aankondiging van 20 september dat de balans zal worden afgebouwd.  Maar de andere grote centrale banken lopen achter. De Bank of Japan (BoJ) en de Europese Centrale Bank (ECB) zitten nog volop in QE. Het zorgt er wel voor dat de wereldwijde liquiditeit voorlopig nog zal blijven toenemen.

Toch vertraagt de lquiditeitsgroei

  • Het tempo van de liquiditeitsgroei zal in 2018 halveren en tot stilstand komen in 2019, aangezien de Fed in de komende maanden haar QT zal uitbreiden en de ECB haar QE verder zal afbouwen.
  • Daarnaast kan men niet van een mondiale liquiditeit spreken, omdat internationale beleggers rekening moeten houden met valuta- en hedgekosten bij het beoordelen van rendementen. De huidige configuratie van de rentetarieven kan kapitaal vasthouden in plaats van vrij te laten stromen vanuit landen of regio’s met QE naar die met QT.

Einde desinflatie in opkomende markten in zicht, gunstig voor aandelenbeleggers

Rusland, India en Brazilië kennen een sterk gedaalde inflatie. Deze desinflatie speelt in meer opkomende markten. Het leidde tot een aanzienlijke instroom in obligaties van opkomende markten, vanwege de verwachting dat de centrale banken in opkomende markten hun beleid zullen verruimen. Het lijkt erop dat de daling van de inflatie tot stilstand is gekomen.

  • De valuta uit de opkomende markten verliezen momentum en brengen de inflatie weer op gang.
  • Er zijn tekenen dat de groei in opkomende markten zijn bodem heeft bereikt en dat de groei in ieder geval volgend jaar stabiel blijft. Ook hier lijkt dus de desinflatoire druk te verdwijnen.
  • De olieprijzen stijgen dit jaar weer en de agrarische grondstoffen zijn redelijk stabiel. Het lijkt erop dat de grootste impact van de prijsdalingen van 2012-2016 achter de rug is.

Implicaties voor beleggers in opkomende markten

Inflatie speelt een belangrijk rol bij het vaststellen van de reële rente en raakt daarmee de monetaire omstandigheden in een land en de speelruimte die een centrale bank heeft. Dit kan op zijn beurt de aandelen- en obligatiemarkten in beweging zetten. Ook daar blijken grote onderlinge verschillen in de opkomende markten. In sommige landen is het beleid veel krapper dan elders. Brazilië en Rusland voeren het krapste beleid,  Turkije het meest verruimende.

De desinflatoire trend zijn langste tijd gehad heeft, net als de renteverlagingen die daarmee gepaard gaan. Als de inflatie stabiliseert of weer aantrekt, is het voor de meeste centrale banken niet mogelijk om nog meer te verruimen. Landen met een hoge reële rente hebben wel nog ruimte voor renteverlagingen. In sommige gevallen kan de inflatie nog verder dalen als gevolg van specifieke binnenlandse factoren. Aandelen kunnen nog steeds profiteren van de sterkere groei en de aantrekkende inflatie kan gunstig uitpakken voor bedrijfswinsten.

De volledig tekst leest in de jongste Economic and Strategy Viewpoint, met bijdragen van van Keith Wade, hoofdeconoom bij Schroders, en van Craig Botham, econoom opkomende markten bij Schroders.

_____________________________________________

Toename antibioticaresistente infecties : een onzichtbaar risico voor beleggers

Door Seema Suchak, ESG analist bij Schroders

26 september 2017

De kosten van resistente infecties zijn potentieel hoog. Economen schatten dat de toenemende resistentie kan zorgen voor 10 miljoen sterfgevallen per jaar en dat de kosten 100 biljoen US dollar tegen 2050 bedragen als er geen actie wordt ondernomen. De toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica is een van de belangrijkste uitdagingen voor de medische wetenschap. Toch is er nog weinig nagedacht over de risisco’s en kansen voor bedrijven en wat de implicaties zijn voor beleggers.

Een toenemend aantal soorten bacteriën is in staat antibiotica te weerstaan. Artsen hebben hierdoor steeds vaker moeite met het genezen van patiënten met een infectie. De antimicrobiële resistentie (AMR) is versneld door een verkeerd en overmatig gebruik van antibiotica bij mens en dier. Zo krijgen jaarlijks 480.000 mensen wereldwijd tuberculose die resistent is tegen verschillende antibiotica. En in 2016 brak het nieuws door dat bacteriën resistentie ontwikkelen tegen colistine, een ‘laatste redmiddel’-antibioticum.

AMR kan de waarde van industrieën ondermijnen die betrokken zijn bij de productie of het gebruik van conventionele antimicrobiële middelen, omdat wetgevende instanties in toenemende mate het excessieve gebruik en de beschikbaarheid hiervan aan banden leggen.

Implicaties voor gezondheidszorgsector

De gezondheidszorgsector krijgt niet de schuld in de schoenen geschoven van de groeiende resistentie, maar de sector is wel de leverancier van antibiotica voor zowel mensen als dieren. Daarom zal ze uiteindelijk te maken krijgen met een restrictieve wet- en regelgeving. Bestaande producenten van antibiotica, met name producenten die aan de agrarische sector leveren, zullen zeer strenge restricties op zich af zien komen.

Anderzijds liggen er kansen en een forse financiële beloning voor innovatieve bedrijven die nieuwe vormen van antibiotica weten te ontwikkelen, hoewel ook zij tegen marketingrestricties aan zullen lopen. De grootste kansen zijn weggelegd voor bedrijven die alternatieven voor antimicrobia ontwikkelen, zoals vaccins en probiotics, of voor dienstverlenende bedrijven die diagnoses voor infecties kunnen stellen of de hygiëne kunnen verbeteren.

Implicaties voor voedingsindustrie

Veel studies hebben betrekking op de rol van de agrarische en de voedingsindustrie in AMR. Daarbij wordt vooral gewezen op toenemende regulering en een kritischer houding bij consumenten. Voedingsproducenten die afhankelijk zijn van antibiotica om infecties onder controle te houden, zullen het zwaarst worden getroffen. Er liggen kansen voor bedrijven die voedingssupplementen leveren aan voedsel voor dieren, omdat zij van de gelegenheid gebruik zullen maken om te innoveren en de afhankelijkheid van antibiotica willen terugdringen. Winkels en restaurants zullen ook een kritischer houding van consumenten op het gebruik van antibiotica merken en veel spelen hier alvast op in.

Gezien de grote impact die AMR heeft op diverse sectoren, kunnen we een eerste vaststelling doen : bij zeven van de tien bedrijven met de grootste antibiotica-verkopen in de Verenigde Staten staat AMR niet op de risicoradar.

_____________________________________________

Schroders: Zijn ‘slimme steden’ de oplossing voor klimaatverandering?

31/8/2017

Bijna een kwart van de wereldbevolking leeft in steden. Dat percentage kan naar verwachting verdubbelen tegen 2030. Technologische ontwikkelingen en big data helpen steden om slimmer met deze (milieu)problematiek om te gaan. In de jongste versie van de Global Cities ranking blijkt Los Angeles op de eerste plek van wereldsteden terecht te zijn gekomen, verrassend genoeg gevolgd door Londen, dat sterk gestegen is.

De rol van universiteiten in het succes van steden blijkt enorm te zijn. Daarom is het hebben van succesvolle universiteiten binnen de stadsgrenzen ook een nieuwe factor in de jaarlijkse beoordeling geworden.

Connectiviteit is de sleutel

De urbanisatie en een groeiende wereldbevolking leggen een grote druk op steden vanwege verkeer, vervuiling, armoede en overbevolking. Steden vormen dan ook een belangrijke factor in het klimaatbeleid. Het concept van slimme steden, waar een netwerk van mensen een enorme hoeveelheid aan data verschaft, biedt de mogelijkheden om de efficiëntie te verbeteren en milieutechnische voordelen te behalen. Connectiviteit is een sleutel. Slimme steden zijn goed voor 40% van de economische voordelen van het internet of things. Transport, energie, data management en infrastructuur zijn de belangrijkste terreinen waar veranderingen plaats zullen vinden.

Als de populatie toeneemt, moet er een efficiënte transportinfrastructuur komen. Investeringen zijn nodig in infrastructuur en dienstverlening. Elektrische voertuigen spelen een rol in het terugdringen van de luchtvervuiling, maar vereisen een uitgebreid laadnetwerk. Slimme energiesystemen maken de energievoorziening groener, een van de grote uitdagingen is nog om vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten.

Nieuwe steden, nieuwe kansen

Een groot deel van de groeiende wereldbevolking woont straks in nieuwe steden. Meer dan 100 nieuwe steden met meer dan 1 miljoen inwoners ontstaan in de komende tien jaar. Die ontwikkeling biedt grote kansen om de wereldwijde energie-infrastructuur te herscheppen in overeenstemming met klimaatdoelen op lange termijn. Opkomende markten zullen hierin voorop lopen. Het is ook eenvoudiger om slimme technologieën in nieuwe steden te integreren, dan bestaande steden aan te passen daaraan.

De wereldwijde markt voor deze toepassingen kan een omvang bereiken van 400 mrd dollar in 2020. Daar liggen kansen voor beleggers die weten in te spelen op deze expansie.

__________________________________________

Welke rol speelt ESG bij beleggen in staatsobligaties?

Door Jessica Ground, Schroders

31/7/2017

Hoe kan de integratie van ESG bovengemiddelde rendementen genereren voor beleggers in staatsobligaties? In een uitgebreid rapport gaat Jessica Ground, Global Head of Stewardship bij Schroders, in op de rol die ESG kan spelen voor beleggers in staatsobligaties.

Bij aandelen en ook op de bedrijfsobligatiemarkten wordt al volop gekeken naar milieu, sociale en governance factoren. Bedrijven moeten zich verantwoorden voor hun beleid op ESG-gebied. Maar er is nog weinig discussie in hoeverre ESG geïntegreerd kan worden in de markt voor staatsobligaties, terwijl deze vastrentende waarden vaak wel een fundamenteel deel van de portefeuille uitmaken. Ground is ervan overtuigd dat het belang van ESG voor overheden zal toenemen, mede omdat sociale en milieutechnische uitdagingen groter worden.

ESG-analyse vooral voor risico’s op (middel)lange termijn

ESG-analyse wordt vaak toegepast als instrument om risico’s te beheersen. De relatie tussen ESG-risico’s en de prestaties van staatsobligaties is niet lineair. Stijgende ESG-risico’s kunnen zelfs leiden tot outperformance van staatsobligaties. Dit speelt met name bij staartrisico’s op de korte termijn, zoals bijvoorbeeld een cyberaanval of een orkaan, wanneer beleggers hun toevlucht zoeken bij het veilige staatspapier.

Beleggers die een bovengemiddeld rendement met ESG willen genereren moeten daarom meer focussen op de staartrisico’s op de middellange en lange termijn. Dat zijn veranderingen die zich in de loop der tijd opbouwen, impact hebben op de groei van het BBP en uiteindelijk de houdbaarheid van de schuld raken. Bij de staartrisico’s op de lange termijn ligt het zwaartepunt bij de analyse van governance en sociale aspecten.

ESG in breder raamwerk

Japan vormt een goede case study voor de evaluatie van ESG-staartrisico’s op de lange termijn. Het land kampt met vergrijzing, deflatie en een aanhoudende lage groei, waardoor de schuld ten opzichte van het BBP tot ongekende hoogte is gegroeid. Toch blijven Japanse staatsobligaties goed presteren en wordt het staatspapier zelfs als een safe haven beschouwd. Dat is te danken aan de kracht van de overheid, sterke nationale instituties, zoals de Bank of Japan, het valutabeleid en de sociale cohesie, die samen ervoor hebben gezorgd dat het land zijn hoge kredietwaardigheid handhaaft, ondanks de eerder beschreven problemen.

De uitdaging voor beleggers is dus om niet alleen maar te kijken naar het effect dat milieutechnische of sociale trends hebben op de economie, maar om dat te zien in het licht van het nationale governance raamwerk, om zo de risico’s op juiste waarde te schatten.

Opkomende landen zijn kwetsbaarder 

Het zal per land verschillen wat de impact is van ESG-factoren die op de lange termijn spelen. Opkomende markten zijn kwetsbaarder, vanwege hun zwakkere institutionele raamwerk. Veel studies naar de link tussen ESG en staatsobligaties gaan echter over ontwikkelde markten. Dankzij de instrumenten die hun ter beschikking staan en de institutionele infrastructuur zijn zij min of meer immuun voor de staartrisico’s op de lange termijn. Bij opkomende landen is het belangrijk om te kijken in welke richting zij zich bewegen. Om de risico’s in kaart te brengen, moeten zaken als  onderwijsontwikkeling, bevolkingsgroei en binnenlandse maatregelen worden meegenomen.

Trendherkenning

De focus ligt dan ook bij het herkennen van de trends in de risico’s, meer dan bij het definiëren van een kantelpunt. Verbeteringen zijn even belangrijk als verslechteringen bij het genereren van alpha.

Betrokkenheid tussen houders van staatsobligaties en emittenten is minder dan die tussen houders van bedrijfsobligaties en emittenten, maar hij is wel aanwezig. Hij komt eerder tot uiting bij opkomende markten omdat de impact daar groter is.  Om echt ESG-veranderingen te bewerkstelligen, moeten zorgen van obligatiehouders niet alleen kenbaar gemaakt worden bij de nationale agentschappen die de uitgifte van staatsobligaties verzorgen, maar direct bij de bestuurders van de overheid.

Betrokkenheid op geopolitiek vlak

Betrokkenheid kan ook een geopolitiek karakter krijgen. China is bijvoorbeeld de grootste houder van Amerikaanse staatsobligaties. Zou dan wellicht in de toekomst de ene overheid ‘toezicht’ houden op de andere overheid en aanspreken op zijn ESG-gedrag?

Naarmate het economisch groeiklimaat uitdagender wordt, wordt het in toenemende mate belangrijk om de kracht van de fundamenten te doorgronden waar landen op gebouwd zijn. Het toepassen van ESG-analyse in het fundamentele beleggingsproces is onmisbaar voor beleggers om structurele veranderingen daarin te herkennen en ervan te profiteren.

Het uitgebreide rapport Sustainability and sovereign fixed income” , van Jessica Ground, kunt u hier downloaden.

____________________________________________

Hoe goedkoop (of duur) zijn aandelenmarkten eigenlijk? Vijf graadmeters

13/6/2017

Wat is de beste graadmeter om goedkoop geprijsde aandelenmarkten te vinden? Waardering is de sleutel tot het nemen van beleggingsbeslissingen. Maar om bewegingen van aandelenmarkten op de korte termijn te voorspellen, is waardering geen goede indicator, dan domineren angst, hebzucht en andere ruis veroorzakende factoren.

  1. Voorspellende koers-winstverhouding 

Een algemene graadmeter is de voorspellende koers-winstverhouding, ook wel bekend als forward P/E. Daarbij wordt de totale beurswaarde gedeeld door de verwachte winst per aandeel van alle bedrijven met een beursnotering voor de komende twaalf maanden. Hoe lager de ratio, des te beter de waardering. Nadeel is dat niemand de toekomst kent en weet hoe hoog de bedrijfswinsten zullen zijn. Analisten proberen dat in te schatten, maar zitten er regelmatig naast. Ze overschatten de bedrijfswinsten en daardoor lijken aandelen goedkoper dan ze in werkelijkheid zijn.

  1. Voortschrijdende koers-winstverhouding

Daarom wordt vaker gebruik gemaakt van de voortschrijdende  koers-winstverhouding of trailing P/E, waarbij de waarde van de beurs wordt gedeeld door de winst die alle bedrijven met een beursnotering in de afgelopen twaalf maanden hebben gerealiseerd. Maar ook dat kan een scheef beeld geven, met name als de winsten een dip vertonen en, naar verwachting, weer aantrekken.

  1. Cyclisch-gewogen koers-winstverhouding (CAPE)

De CAPE of Shiller P/E is een cyclisch gewogen koers-winstverhouding. Daarbij wordt de beurswaarde vergeleken met de gemiddelde winst over de afgelopen tien jaar, waarbij de winsten zijn gecorrigeerd voor inflatie. Dat filtert de fluctuaties in de winsten op de korte termijn eruit. Als de ratio hoog is dan zijn de rendementen op de korte termijn laag. Maar het is een slechte voorspeller van  omslagpunten in de markten. De Amerikaanse aandelenmarkten zijn volgens deze indicator al jaren erg duur, maar dat vormt geen belemmering nog duurder te worden.

  1. Koers-boekwaarde

Deze graadmeter vergelijkt de marktwaarde van de aandelenmarkt met zijn boekwaarde of wat er overblijft voor de aandeelhouders nadat de onderneming aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Een hoge koers-boekwaarde duidt dan op een dure markt. Bijvoorbeeld omdat hoge groei in de toekomst wordt verwacht. Door de link met de intrinsieke waarde van een onderneming is de koers-boekwaarde populair bij beleggers, met name bij waardebeleggers. Maar bij technologiebedrijven of bedrijven in de dienstverlenende sector speelt de koers-boekwaarde minder een rol, omdat zij over weinig fysieke activa beschikken. Ook kunnen verschillen in boekhoudmethodes wereldwijd voor afwijkingen zorgen.

  1. Dividendrendement

Het dividendrendement is een veelgebruikte factor om een toekomstig rendement te berekenen. Een laag dividendrendement wordt dan gezien als signaal voor een laag toekomstig rendement. Maar de graadmeter is op zijn retour. Een van de redenen hiervoor is de grootschalige aandeleninkoop die bedrijven toepassen om cash terug te geven aan aandeelhouders in plaats van dividend uit te keren (en die aandeleninkoop drijft aandelenprijzen op). Ook functioneert deze indicator niet bij een aantal grote groeibedrijven, die geen of een laag dividend uitkeren, maar hun inkomsten investeren in toekomstige groei.

Regio’s vergelijken

Beleggers moeten niet simpelweg regio’s vergelijken op basis van een waarderingsindicator. Er zijn verschillen in boekhoudkundige regels, of samenstelling van aandelenmarkten. Technologieaandelen zijn bijvoorbeeld duurder dan andere sectoren, vanwege hun hoge groeiverwachtingen. Een markt met relatief veel van dit soort aandelen zal tegen een hogere waardering aanlopen. Om markten te vergelijken kiest Schroders ervoor om elke markt tegen zijn eigen historische gemiddelde af te meten en zo te vergelijken.

VS te duur, Europa wordt duurder en Japan oogt aantrekkelijk

Als men afgaat op de waarderingen dan kan men alleen concluderen dat er moeilijke tijden wachten voor de Amerikaanse aandelenmarkten. Maar tegelijkertijd is het de markt met de sterkste groei en wellicht ligt er nog meer groei in het verschiet als Trump zijn belastinghervormingsplan weet te realiseren. Er is moed voor nodig om als belegger de VS de rug toe te keren.

Europa wordt wat aan de dure kant, maar in Japan lijken de waarderingen gunstiger, de koers-boekwaarde van 1,3 ziet er op het eerste gezicht aantrekkelijk uit. De andere kant is dat Japanse bedrijven notoir inefficiënt zijn. Opkomende markten lopen wat van hun achterstand in, maar bieden nog steeds aantrekkelijke relatieve waarderingen.

De volledige tekst leest u in How cheap are world stockmarkets? Five key tests, door Duncan Lamont, hoofd research en analyse bij Schroders.

__________________________________________

Krijgt Trump toch zijn zin en daalt de dollar?

Door Keith Wade, chief eceonomist, Schroders

11/5/2017

Donald Trump lijkt ook te breken met de traditie dat een president voor een sterke dollar staat. Volgens hem is de dollar te sterk en vormt deze een bedreiging voor de concurrentiepositie van de Amerikaanse bedrijven. De mogelijkheden voor de president om de koers van de munt te beïnvloeden zijn beperkt. De koers van de dollar wordt bepaald door een aantal factoren, maar er valt wel wat te zeggen voor een verzwakking van de dollar. De interventie van Trump komt misschien wel op het juiste moment.

Sterke dollar drukt op activiteit

Zonder twijfel is de dollar sterk. Internationaal opererende Amerikaanse bedrijven hebben daar last van. Als we kijken naar het tekort op de lopende rekening van de VS, dan lijkt er niets aan de hand. Het tekort staat op 1,5% van het BBP en is stabiel sinds 2014. Maar als we kijken naar de bijdrage van de handel aan de reële groei van de Amerikaanse economie, dan blijkt de netto export zich stabiel te houden tot 2014, waarna hij verslechtert en drukt op de groei van de economie.

Komt munt terug van snelle opmars?

De dollar is in waarde gestegen door de verkrapping van het monetaire beleid van de Fed, terwijl tegelijkertijd andere centrale banken in de wereld een ruim monetair beleid voeren. Relatieve rentetarieven zijn een belangrijke koersbepalende factor op de valutamarkten. Dit zou betekenen dat de renteverhogingen van de Fed steun verlenen aan de dollar zolang andere centrale banken on hold blijven. De relatie tussen de rente en de wisselkoers is niet zo voor de hand liggend. De waarde van een munt heeft de neiging om vooruit te lopen op renteschommelingen, omdat beleggers hun verwachte rendement aanpassen. Als de rente daalt, dan daalt de munt tot het punt dat er genoeg potentieel is voor een appreciatie om het evenwicht te herstellen. Hiermee wordt de basis voor overshooting gelegd. De munt loopt dan te ver vooruit op de rentewijziging, maar zal vervolgens stabiliseren of appreciëren als de rentewijziging plaatsvindt.

Een analyse van acht rentecycli wijst uit dat de dollar de neiging heeft iets te verzwakken of vlak te blijven nadat de Fed gestart is met renteverhogingen. Vandaag de dag is eenzelfde ontwikkeling waarneembaar. De dollar steeg scherp voordat de Fed aan zijn verkrappingscyclus begon, maar valt nu terug nadat hij zijn langetermijn waarde heeft overschreden. Wellicht krijgt Trump toch zijn zin en verzwakt de dollar eerder dan dat hij sterker wordt als er een overshooting plaatsvindt.

Opkomende markten hebben baat bij zwakke dollar, Europa en Japan niet

Een dollar die aan kracht inboet, neemt een deflatoire factor weg uit de Amerikaanse economie. Duurdere importgoederen dragen bij aan de inflatie. Gezien vanuit het perspectief van de Fed houdt dit een verruiming van de monetaire omstandigheden in die zij zal moeten meenemen bij het bepalen van het monetaire beleid. Aan de andere zijde zullen monetaire omstandigheden krapper worden, problematisch kunnen uitpakken voor de ECB en de BoJ. In Europa en Japan zijn de deflatoire zorgen nog altijd aanwezig. De beleggers moeten dan ook rekening houden met negatieve reacties in de euro en de yen.

Voor de opkomende markten zou een zwakkere dollar een verademing betekenen. De sterke dollar viel samen met een periode van achterblijvende prestaties van aandelen uit opkomende markten ten opzichte van de rest van de wereld. Het zou kunnen dat deze stemming omslaat als de dollar verzwakt.

De volledige tekst leest u in Has the dollar turned?, door Keith Wade, hoofdeconoom van Schroders.

_____________________________________________

Hebben financiële markten baat bij verkiezingsoverwinningen van populisten?

21/4/2017

Na een kortstondige dip – volgend op de uitkomst van het referendum in het Verenigd Koninkrijk en de verkiezingen in de VS – hebben de financiële markten de weg omhoog gevonden. Het roept bij Keith Wade, hoofdeconoom bij Schroders, de vraag op of verkiezingsoverwinningen van populisten goed zijn voor financiële markten.

Het analyseren van de onderliggende oorzaken voor de recente rally op de financiële markten is niet eenvoudig. Wade wijst er op dat de omstandigheden voor een rally al voor de politieke gebeurtenissen van 2016 waren geschapen. De Fed verhoogde namelijk de rente minder agressief dan verwacht en sloeg een gematigde toon aan. Daarmee ondersteunde ze de verwachting dat er voldoende liquiditeit op de markten zou zijn. Daarnaast stabiliseerden de markten dankzij de openheid van China over haar wisselkoersbeleid en was er aan het einde van de zomer van 2016 sprake van een synchroon herstel van de wereldeconomie.

Toen de uitslagen van het Britse EU-referendum en van de Amerikaanse presidentsverkiezingen de markten verrasten, vreesden veel analisten dat het economisch herstel en de markten zouden ontsporen. Maar die vrees werd niet bewaarheid. Wat is de verklaring voor de manier waarop markten reageerden en voor de aanhoudende economische groei ? En zitten er nog meer positieve verrassingen in het vat?

Uitslag EU referendum heeft VK (nog) niet in problemen gebracht

Een gevreesde sterke terugval van de consumentenbestedingen in het VK na het referendum bleef uit. Maar de oplopende onzekerheid voor en na het referendum kan wel degelijk een impact hebben op de economie. Het effect was echter niet groot genoeg om echt een impact te hebben mede door het ruime monetaire beleid van de Bank of England dat na de referendumuitslag werd ingezet en de val het Britse pond.

Voor wat betreft de verwachtingen voor de economie van het VK zal veel afhangen van de uitkomst van de onderhandelingen over de Brexit. De onzekerheid over de toekomstige handelsrelaties met de EU en met landen daarbuiten zal het VK kunnen treffen. Het kan de kapitaalbestedingen, die in de tweede helft van 2016 wel zijn teruggelopen, verder ondermijnen. In die zin heeft de keuze voor een Brexit een uithollend effect op de bedrijfsinvesteringen en economische prestaties en ondermijnt dit in samenhang met afnemende migratie het productiepotentieel van het VK.

Markten hebben veel geloof in Trump

In de VS is de situatie minder dubbelzinnig. Zowel het sentiment onder de consumenten als in het bedrijfsleven is opgeveerd na de verkiezing van Trump. De kapitaalinvesteringen lijken in de VS juist aan te trekken. De aandelenmarkten zijn gestegen op de verwachting van een sterkere economische groei. Maar omdat de cyclus van de Amerikaanse economie reeds vergevorderd is, leidt een hogere vraag onherroepelijk tot hogere lonen en inflatie en die zullen de economische groei niet veel goeds doen. De beleggers moeten daarom rekening houden met een hogere inflatie en hogere rente. Een periode van stagflatie, waarbij de inflatie stijgt en de groei vertraagt, luidt doorgaans een moeilijke periode in voor beleggers. Die zorgen nemen toe als Wade de waarderingen op de Amerikaanse aandelenmarkten daarbij in ogenschouw neemt.

Populisme heeft anti-globalisatie als gemene deler

Het populisme in het VK verschilt van dat in de VS, omdat de omstandigheden variëren. Een aantal thema’s komt wel overeen en verklaart ook de wereldwijde opkomst van het populisme, zoals de roep om meer soevereiniteit, meer handelsbarrières en een beperking van immigratie. Ze kunnen onder de noemer ’anti-globalisatie’ worden samengevat.

Populisme kan beschouwd worden als het terugdraaien van globalisatie. Een wereldeconomie waarin populisten het voor het zeggen hebben, zal meer beperkingen kennen in handel en arbeidsmobiliteit. De wereldhandel valt lager uit en de economische groei zal zwakker zijn. Globalisatie heeft geholpen om de cycli te verlengen. Zo gezien betekent een wereld waarin anti-globalisatie de boventoon voert, dat de cycli korter worden, de inflatie stijgt en de centrale banken een actievere rol moeten spelen en de rentetarieven dus volatiel zijn. De bedrijven staan voor grotere uitdagingen en de loongroei zal hoger zijn, waardoor de marges onder druk komen, tenzij de productiviteit verhoogd kan worden.

Een aantal van dit soort trends ziet Wade al in de VS en het VK. Het beleid van Trump duidt meer op stagflatie. In het VK dreigt de inflatie hoger uit te vallen door de lage koers van het Britse pond als het land over een aantal jaar te maken krijgt met hogere invoertarieven.

Focus op verkiezingen in Europa

De focus ligt nu op Europa, waar populistische partijen deelnemen aan de aanstaande verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en Italië. Een vertrek van Frankrijk of Italië uit de EU zal een enorme chaos veroorzaken, omdat het ook het opbreken van de eurozone inhoudt. De markten zullen daar niet positief op reageren.

Intussen blijft Azië relatief gevrijwaard van populistische tendensen. Japan blijft zich inzetten voor een open economie en China tracht een regionaal economisch partnerschap tussen 16 landen in de regio op te zetten. Terwijl het Westen meer protectionistisch wordt, kan het Oosten, onder leiding van het communistische China, de kampioen van de vrije handel worden.

De volledige tekst leest u in Global strategy: Is populism good for markets?, een hoofdstuk uit het rapport Global Markets Perspective – Q2 2017 van Keith Wade, hoofdeconoom bij Schroders.

__________________________________

Waar gaat de inflatie heen?

Door Ben Arnold, Investment writer bij Schroders

13/3/2017

De meeste centrale banken en beleggers rekenen op een hogere inflatie in 2017. Een analyse van de wereldwijde situatie.

Waarom is inflatie zo belangrijk voor beleggers?

Inflatie holt in de loop der tijd de waarde van spaargeld uit. Hoe hoger de inflatie, des te harder de koopkracht van het spaargeld achteruit loopt. Daarom proberen beleggers door te beleggen in effecten een hoger rendement te behalen dan de inflatie. Dit ‘reële rendement’ zorgt voor de echte groei van de beleggingsportefeuille. Als de inflatie stijgt, zijn beleggers eerder geneigd hun deposito’s aan te spreken en te beleggen om zo een rendement te behalen dat de inflatie overstijgt.

Waar staat de inflatie tegenwoordig?

De inflatie is sinds de financiële crisis van 2008-09 uitzonderlijk laag in ontwikkelde landen. Sommige landen hebben zelfs met deflatie te maken gehad. De laatste maanden heeft de algemene inflatie voor de G7-landen weer een stijgende lijn te pakken. De kerninflatie, waarin voedsel- en energieprijzen niet zijn meegenomen, beweegt stabieler.

Inflatie in de VS

Inflatieverwachting Schroders : 2,6% in 2017, 2,3% in 2018

Sinds de zomer stijgt de inflatie in de VS en noteert ze momenteel boven het streefpercentage van 2% van de Amerikaanse centrale bank, de Fed. De stijgende energieprijzen stuwen de inflatie op, terwijl voedselprijzen juist dalen. De Fed heeft de rente al tweemaal verhoogd. Als Trump zijn plannen, die hij tijdens zijn verkiezingscampagne heeft verkondigd, ten uitvoer kan brengen, wordt de inflatie verder aangejaagd. Een conflict tussen de regering en de Fed ligt dan ook in de lijn der verwachtingen. Met Trump aan het roer moet men zich grote zorgen maken over de ontwikkeling van de inflatie in de VS.

Inflatie in de Eurozone 

Inflatieverwachting Schroders: 1,6% in 2017, 0,9% in 2018

De inflatie in Europa is gestegen van 0,2% in augustus 2016 naar 1,8% in januari dit jaar door met name de gestegen energieprijzen. In 2017 krijgt Europa te maken met verkiezingen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië, die gevolgen kunnen hebben voor de economische groei en daarmee de inflatie. De oplopende inflatie holt waarschijnlijk de koopkracht van huishoudens uit. Hoewel de politieke risico’s van 2016 weinig economische impact hebben gehad, is de situatie in Europa meer fragiel en kunnen de politieke risico’s van 2017 wel gevolgen hebben voor de Europese economie. Desalniettemin ziet men ook dat de fundamentals in Europa aantrekken en dat er momentum wordt opgebouwd in de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid groeit en vooralsnog blijven lonen nog achter, maar ze kunnen een inhaalslag maken. Ondanks de politieke onrust overheerst het optimisme over Europa bij de beleggers.

Inflatie in China

Inflatieverwachting Schroders : 2,5% in 2017, 2,3% in 2018

De inflatie in China steeg naar 2,5% in januari. China kan tot een deflatoire kracht in de wereldeconomie uitgroeien. De verhouding met het Westen is danig verstoord, nu Trump China ervan beschuldigt zijn munt te devalueren om zodoende de internationale concurrentiekracht van de VS te ondermijnen. Maar het tegenovergestelde is het geval. Door haar buitenlandse reserves af te bouwen, steunt China juist haar munt. Indien China daarmee stopt dan is een daling van 10% tot 20% van de renminbi mogelijk, met als gevolg dat de kosten van de Chinese export flink dalen. Dit kan een sterk deflatoir effect op de wereldeconomie hebben. Let daarom goed op wat China gaat doen.

Hoe verder?

Een stijgende inflatie in de VS kan de Fed aanzetten tot een renteverhoging in een poging de economie af te koelen. Einde 2018 kan de rente op 2% staan. De markten reageren op de stijgende inflatie. De obligatieprijzen dalen, omdat bij een hogere inflatie de rendementen minder aantrekkelijk zijn, waardoor de prijzen dalen. Aandelenbeleggers hopen juist op een verbetering van de bedrijfswinsten door de oplopende inflatie.

De volledige tekst leest u in What next for inflation?, door Ben Arnold, Investment writer bij Schroders, met bijdragen van Keith Wade en Johanna Kyrklund.

_________________________

Beter klantbewustzijn om het vertrouwen terug te winnen

Februari 2017

Het vertrouwen van de consument in financiële dienstverleners is in de afgelopen jaren op de proef gesteld. In de belangrijkste economieën is de balans verschoven van het faciliteren van marktwerking naar een toegenomen consumentenbescherming. Kan de financiële sector op die manier het vertrouwen van de consument herwinnen?

Risicobewustheid bij beleggers

Deze extra aandacht voor regulering is een factor die beleggers niet kunnen negeren. Hoewel het niet mogelijk is misstappen in de toekomst te voorspellen, is het wel het wel van belang om de beleggingsrisico’s goed in te schatten. Dat gebeurt door te onderzoeken welke ondernemingen de grootste druk gaan voelen van de toezichthouders en welke stappen individuele bedrijven hebben genomen om de blootstelling aan een striktere regelgeving rond consumentenbescherming te managen.

Klantgerichtheid moet weer focus worden van banken en kredietverleners 

Uit een analyse van Schroders blijkt dat banken en kredietverleners het hoogste risico lopen om geconfronteerd te worden met strenge regulering op het gebied van consumentenbescherming. De toezichthouders leggen steeds striktere eisen aan hen op. Het is dus de hoogste tijd dat banken en kredietverleners hun strategische focus opnieuw bij de klant leggen en ervoor zorgen dat zijn belangen centraal komen te staan en worden beschermd.

Geografische verschillen: Britten lopen voorop

Binnen de ontwikkelde markten loopt de ontwikkeling op het gebied van consumentenbescherming uiteen. De druk van de Britse overheid op Britse banken heeft de consumentenbescherming in het VK naar een hoger plan getild. In de VS is het beeld gemengd. Slechts een paar kredietverleners hebben stappen gezet om de klant weer centraal te stellen, maar nog niet om de bescherming echt te verbeteren. Ook in Europa zijn banken traag met het implementeren van nieuwe regelgeving ter bescherming van de consument.

Er werd een model ontworpen om de blootstelling van financiële instellingen aan toenemende consumentenbescherming te meten. Daarbij kijkt de vermogensbeheerder naar de blootstelling van die instellingen aan kredietproducten met een hoog maatschappelijk risico (zoals high leverage, controversiële en complexe financiële producten) en naar de wijze waarop zij de bescherming van consumenten managen. De evaluatie van dit laatste gebeurt in dialoog aan met financieel dienstverleners. Deze dialoog spitst zich toe op :

  • Heroverweging van de marketing- en salescultuur door sales targets weg te nemen bij werknemers met klantcontact.
  • Grotere producttransparantie door duidelijk en helder marketingmateriaal.
  • Vereenvoudiging van producten- en dienstenportfolio’s zelf.
  • Verbetering van klantbetrokkenheid en openbaar maken van de score op het gebied van klanttevredenheid.
  • Terugbrengen van klachten van klanten en verbeteren van de klachtenafhandeling.

Dit artikel maakt deel uit van het Responsible Investment Report Q4 2016 van Schroders.

__________________________________

Wat kunnen beleggers van goud verwachten in 2017?

Door David Brett, investment writer bij Schroders

18/1/2017

Drie redenen om goud te kopen, vier om te verkopen. De goudprijs was in 2016 tamelijk volatiel. Goud wordt begeerd door beleggers voor zijn zeldzaamheid. Omdat het aanbod van goud beperkt is, wordt het gezien als een waardeopslag. Maar fundamenteel wordt de hoge waarde van goud ondersteund door zijn bruikbaarheid en aantrekkelijkheid. Goud is makkelijk vervormbaar en geleidt ook elektriciteit, waardoor het edelmetaal vele industriële toepassingen kent. Meer voor de hand liggend is de visuele aantrekkingskracht van goud, dat al millennia als sieraad wordt gedragen.

Drie redenen om in goud te beleggen

  • Goud is schaars, duurzaam en waardevast. Het wordt gezien als een safe haven-belegging.
  • Bescherming van mondiale koopkracht. In tijden van inflatie of deflatie wordt goud gezien als een stabiele waardefactor. Wereldwijd wordt de waarde erkend, het is een soort mondiale valuta.
  • Portfolio diversificatie. De goudprijs beweegt vaak tegengesteld aan die van aandelen en obligaties.

Vier redenen om goud te verkopen 

  • Stijgende rente. De hogere rente raakt de vraag naar goud. Het edelmetaal wordt gezien als een bescherming tegen inflatie. Als centrale bankiers daar succesvol in zijn, dan drukt dit de goudprijs.
  • Sterke US dollar. Goud wordt in US dollars gewaardeerd, een sterke dollar maakt het duurder voor internationale beleggers.
  • Goudproductie. Overaanbod kan de prijs bederven, net als bij andere grondstoffen.
  • Behoefte aan inkomen. Goud biedt geen inkomen en kan uit de gratie raken als bij lage rente beleggers op zoek gaan naar rendement. Met name deze factor kan hebben bijgedragen aan de prijsdaling in de laatste jaren.

Moeilijk te waarderen

Goud is moeilijk om te waarderen. Het biedt geen rendement, couponrente, of winstuitkering. Het valt moeilijk te vergelijken met aandelen of obligaties. Daarom worden vaak alternatieve waarderingsmethoden toegepast, zoals de goud-zilver-ratio. Net als bij andere activa is een gebalanceerde blootstelling in de portefeuille raadzaam. De World Gold Council ziet een blootstelling tussen 2% en 10% als ideaal om de portfolio bescherming te bieden en de prestaties te verbeteren.

Vooruitzichten goud 2017

De goudprijs noteerde hoog tijdens de millenniumwisseling en kwam op recordhoogte net na de financiële crisis. Sindsdien is de prijs gedaald. Als inflatie of deflatie flink gaat opspelen of als een marktschokkende gebeurtenis plaatsvindt, dan kan goud goed presteren. Minder dramatische scenario’s hebben een minder positieve uitwerking op het edelmetaal. Uiteindelijk wordt de goudprijs vooral bepaald door de stemming van beleggers. Er is een aantal redenen voor beleggers om in goud te stappen: onzekerheid, potentieel significante inflatie of valutazwakte.

Er heerst nu een mondiale berenstemming rond goud. Met stijgende energieprijzen, een krappere arbeidsmarkt in de VS en de verwachting dat de VS een agressief handelsbeleid gaat voeren, kan de inflatieverwachting snel toenemen, wat steun verleent aan de goudprijs.

De markten prijzen wel de positieve effecten van de verkiezing van Trump in, maar de potentiële negatieve effecten – hogere inflatie, oplopende geo-politieke risico’s en toenemend protectionisme – worden tot nu toe genegeerd. Goud is een hedge als de geloofwaardigheid van de centrale banken wankelt en risico’s te laag ingeschat worden. De mogelijke uitkomsten voor inflatie, valuta’s en financiële markten zijn nu meer extreem dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog.

De volledige tekst leest u in A short history of investing in gold – and what to expect for 2017, van David Brett, investment writer bij Schroders.

__________________________________

Hoe een lage rente de waarderingen en rendementen beïnvloedt

Door Duncan Lamont, Schroders

21/12/2016

Momenteel gaat de wereldeconomie al een jaar of acht gebukt onder een extreem lage rente. Maar zulke perioden zijn niet uniek. Zowel de VS als het VK kenden rond de Tweede Wereldoorlog twee decennia waarin de rente vaker onder de 1% dan erboven noteerde. En Japan weet sinds 1995 niet beter dan dat de rente onder de 1% staat. Maar de aandelenmarkten reageerden in elke situatie weer heel verschillend. De Amerikaanse aandelenmarken presteerden sterk, die in het VK matig en in Japan is nauwelijks een positief rendement te behalen. Toch meent Lamont dat de lessen uit het verleden opvallende gelijkenis vertonen.

Waarderingen en bedrijfswinsten bepalen prestaties

De prestaties van de aandelenmarkten worden grotendeels bepaald door de waarderingen, maar ook door de groeiruimte die er bestaat voor de bedrijfswinsten. 

    Lage rente in de VS 1933 – 1950. De Amerikaanse beurzen leverden een rendement op jaarbasis van 11,6% gedurende deze periode. De omstandigheden werden gekenmerkt door lage aandelenwaarderingen aan het begin, een groei die werd aangejaagd door overheidsbestedingen en de lage bedrijfswinsten die veel ruimte hadden om te stijgen. De waarderingen op dit moment duiden echter op een dure markt en de winstmarges bevinden zich nu op een hoog niveau met weinig opwaarts potentieel. Dat lijkt te wijzen op meer uitdagende tijden in de toekomst.

    Lage rente in het VK 1933 – 1950. Het rendement in het Verenigd Koninkrijk bedroeg in deze periode slechts 5,6% op jaarbasis. De aandelenmarkten in de VS waren dieper gekelderd dan in Londen, waardoor zij ook goedkoper geprijsd waren. Daarnaast deed het VK het economisch minder goed tijdens en na de oorlog. Het land torste een forse staatsschuld met zich mee na twee wereldoorlogen..

    Lage rente in Japan 1995 – 2016. De periode van lage rente in Japan is totaal anders dan in de VS en het VK. Sinds 1995 hebben de Japanse aandelen slechts een rendement van 1,2% per jaar opgeleverd. De wortel van de problemen in Japan ligt in de zeepbel van de jaren tachtig en die aan het einde van het decennium. Toen verhoogde de BoJ de rente snel, omdat ze beducht was voor een oververhitte economie. Dit beleid werd vervolgens snel teruggedraaid. De waarderingen kelderden snel, maar bleven nog altijd op een hoog niveau. De combinatie van een lage rente en een gebrek aan wil, zorgden ervoor dat slechte leningen niet herkend werden en er weinig werd gedaan om banken te herkapitaliseren. Het leidde tot misallocatie van kapitaal, omdat gezonde bedrijven verstoken bleven van financiering. Het droeg ook bij aan de relatieve afname van de Japanse productiviteit. Het Japanse BBP ligt in 2016 nauwelijks hoger dan in 1995, wat nog eens versterkt wordt door de vergrijzing in het land. De economische problemen worden versterkt door de aanhoudende deflatie. Daarnaast waren Japanse bedrijven ook nog eens zeer inefficiënt, maar er zijn tekenen van verbetering.

Lage rente nu

Waarderingen zijn een belangrijke factor. Lamont gebruikt diverse rekenmethoden en allen wijzen uit dat de Amerikaanse markten momenteel duur geprijsd zijn. CAPE, K/W en K/B, liggen allen boven het historisch gemiddelde, maar de economie staat er ook beter voor dan in andere delen van de ontwikkelde wereld. De groei in Europa is zwak, de demografische ontwikkelingen verslechteren snel en de financiële sector is zwak. De Japanse waarderingen lijken redelijk ten opzichte van het eigen verleden, maar niet ten opzichte van de rest van de wereld. Het is meer een gevolg van de structurele problemen in het land. Aandelen uit opkomende markten lijken goedkoper, de demografische ontwikkeling is gunstiger, net als de overheidsfinanciën. Wel vertraagt de groei en is de schuldenberg in China zorgwekkend. Kredietbubbels eindigen zelden goed, en dat belooft niet veel goeds voor de opkomende en de ontwikkelde markten.

Conclusie: het kan vriezen en dooien

De langetermijnrendementen zijn zwak als de waarderingen hoog zijn, tenzij de bedrijfswinsten sterk verbeteren. De overheidsfinanciën, het fiscaal beleid, de demografische ontwikkelingen, de bankensector en inflatie, ze vragen onze aandacht. En daaraan gemeten is niet één markt attractief te noemen. Als de groei van de wereldeconomie stabiliseert of verbetert, dan zijn de opkomende markten en Japan goed gepositioneerd, terwijl de dure Amerikaanse markt het moeilijker gaat krijgen. Maar bij een groeiverslechtering kunnen opkomende markten, Japan en Europa onder nieuwe druk komen te staan en lijkt de VS over het meeste weerstandsvermogen te beschikken.

De volledige tekst leest u in How low rates affect stockmarket returns, door Duncan Lamont, research-specialist bij Schroders.

Belangrijke informatie: De meningen en standpunten in deze artikels dit document zijn die van de auteur van het desbetreffende artikel, en zij vertegenwoordigen niet noodzakelijk de meningen die worden uitgedrukt of weerspiegeld in andere berichten, strategieën of fondsen van Schroders. Deze artikels zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en zijn niet bedoeld als promotiemateriaal. Het is geen aanbod of verzoek om een financieel instrument te kopen of te verkopen. Het materiaal is niet bedoeld als en mag niet worden gebruikt als basis voor boekhoudkundig, juridisch of fiscaal advies of beleggingsadvies. De opvattingen en informatie in deze artikels zijn niet bedoeld als basis voor afzonderlijke beleggings- en/of strategische beslissingen.