Obligaties: Welke beleggingsklasse kiezen?

@Pexels

Door BNP Paribas AM

De rol van obligaties als bescherming tegen een terugval van aandelen staat ter discussie.Beleggers wisten nog amper waarheen ze konden vluchten in 2018, want de meeste toonaangevende beleggingsklassen rendeerden negatief (zie onderstaande grafiek 1).

Grafiek 1 – Een lastig laatste kwartaal voor aandelen in 2018

Opvallend in het licht van de terugval van aandelen was dat de markt voor obligaties eveneens verslechterde waardoor de obligatierentes op jaarbasis zijn gestegen, zelfs als we de aanzienlijke daling tijdens de laatste weken van het jaar dankzij een vlucht naar veilige havens in aanmerking nemen. Een klassieke portefeuille met 60% aandelen en 40% obligaties uit de Verenigde Staten verloor zo in 2018 iets meer dan 1%, meteen ook het eerste negatieve rendement voor die portefeuilles sinds 2008. Hun gemiddelde jaarlijkse rendement bedroeg sinds de jaren ‘80 immers circa 9%. De marktdynamiek is dus duidelijk aan het wijzigen.

Een analyse van de koersontwikkeling van obligaties levert interessante resultaten op (grafiek 2). De nominale obligatierentes gingen het overgrote deel van 2018 omhoog als gevolg van de stijgende reële rentes en de zijwaartse beweging van de break-eveninflatie. Zelfs de sterke rally in obligaties tijdens de laatste weken van het jaar was een gevolg van een forse daling van de break-eveninflatie terwijl de reële rendementen dicht bij hun hoogste niveaus bleven.

Grafiek 2 – Amerikaanse obligaties: stijging van de reële rentes, (recente) daling van de break-eveninflatie

Bron: Bloomberg en BNPP AM. Cijfers per 9/01/2019

Jarenlang vierden de centrale banken de teugels, maar nu verwachten de obligatiemarkten dat er een einde aan de kwantitatieve versoepeling (‘QE’ of Quantitative Easing in het Engels) komt en dus wellicht ook een ommekeer in de lage termijnpremies en reële rendementen.

Nu de vastrentende markten structureel wijzigen, staat de rol van obligaties als ‘beschermingsinstrument’ voor de portefeuilles opnieuw ter discussie. In dat kader was het overigens al enige tijd interessant om onderwogen te zijn in obligaties en de portefeuilles met andere beleggingsklassen af te dekken.

Eén mogelijke afdekking is een shortpositie op hoogrentende obligaties die een beter rendement bieden dan de gebruikelijke vluchtwaarden in obligaties die samen met (of misschien zelfs voorafgaand aan) aandelen zijn gedaald. Hoogrentend papier is in deze fase van de cyclus kwetsbaar. De spreads zijn krap vergeleken met hun historische niveaus en de beleggingsklasse is gevoelig voor kwantitatieve verkrapping en een vertragende groei.

Verkrappend beleid van centrale banken wakkert volatiliteit aan

 De volatiliteit flakkert wellicht op. Het agressieve en onconventionele monetaire beleid van de grote centrale banken heeft aandelen en andere risicovolle beleggingsklassen sinds de financiële crisis sterk ondersteund. Dat beleid heeft tot ongebruikelijke vertekeningen in de markt geleid zoals een hardnekkig lage volatiliteit in de assetprijzen, hoge voor risico gecorrigeerde rendementen en historisch lage termijnpremies, zowel voor aandelen als obligaties.

Die onevenwichtigheden verdwijnen wellicht nu de centrale banken hun balans verkorten, hun richtrentes verhogen en de monetaire teugels aanhalen.

De reactie van de markten na de vergadering van het monetaire beleidscomité van de Fed (FOMC – Federal Open Market Committee) van december is daar een goed voorbeeld van. In het licht van de dalende aandelenmarkten hoopten de beleggers op een inschikkelijk rentebeleid. Een aantal onder hen verwachtte zelfs dat de Fed haar cyclus van renteverhogingen zou onderbreken. Uit de ‘dot plot’ (voorspellingen van de Fed-leden voor het beleidstarief in de toekomst) bleek inderdaad dat de Fed nu uitgaat van minder rentestappen dan verwacht, maar het commentaar van voorzitter Jerome Powell bij de hogere beleidsrentes was allerminst inschikkelijk wat de volatiliteit in de markten heeft aangewakkerd. Andere FOMC-leden spraken vervolgens mildere taal en op die gewijzigde toon volgde een licht opleving van de markten.

Naarmate in de markten het besef groeit dat de centrale banken het magisch toverstokje van QE waarmee ze de activaprijzen steunden willen opbergen, worden die bruuske en sterkere bewegingen, waarschijnlijk de nieuwe norm. Het tijdperk van lage volatiliteit dankzij QE waaraan veel marktpartijen gewend waren geraakt ligt stilaan achter ons.

In zekere zin keren we hiermee naar een ‘normale’ toestand terug (het tijdperk van QE was immers een historische aberratie). In het nieuwe normaal krijgen beleggers waarschijnlijk weer meer aandacht voor de fundamentele factoren: macro-economische cijfers en fundamentals van bedrijven krijgen opnieuw meer impact hebben op de koersontwikkelingen. Vermeldenswaard in dit opzicht is dat de Amerikaanse macro-economische cijfers per saldo op een verslechtering wijzen: ze waren positief sinds 2012, maar bevinden zich nu op een neutraal niveau. De markten hebben die terugval al duidelijk ingeprijsd. Of die indicator vanaf nu verder verslechtert of verbetert, wordt dus van doorslaggevend belang. Volgens ons zullen alle ogen nu gericht zijn op de publicatie van de bedrijfsresultaten over het vierde kwartaal die zopas van start is gegaan.

Lees ook corner Markten

 

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit, Beleggingen, Obligaties met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *