Hoe is het met de “super core” inflatie in de eurozone gesteld?

@Pexels

Door BNP Paribas AM

Dit jaar zijn alle ogen van Europese beleggers wellicht vooral op de inflatieverwachtingen gericht. En terecht, want die worden waarschijnlijk bepalender voor de richting die het monetaire beleid van de ECB uitgaat dan de groeiverwachtingen die vooralsnog hun stempel op het debat hebben gezet.

De totale inflatie is opnieuw onder de doelstelling van de ECB, namelijk een inflatie “onder of dicht bij 2%”, gezakt. In december kwam dit cijfer uit op 1,6% naarmate de prijzen voor energie en voedsel daalden. Aangezien de prijzen voor ruwe olie zich nu onder het niveau van de eerste helft van 2018 bevinden, gaat de inflatie de komende maanden wellicht nog verder onderuit.

Zijn er tekenen dat de prijzen voor goederen en diensten gaan aantrekken?

Analisten die op zoek gaan naar de onderliggende trends kijken doorgaans naar de onderliggende inflatie. Die weerspiegelt de prijzen van een mandje van consumentengoederen (en -diensten) zonder voedsel en energie en lag recent rond de 1% en dus nog verder onder de doelstelling.

Het verloop van de onderliggende inflatie op middellange termijn zou uiteindelijk bepalend moeten zijn voor de eerstvolgende beleidsmaatregelen van de centrale bank. Tegelijk kunnen we ons afvragen of dit wel de beste indicator is om het verband tussen de onderbenutting van de productiecapaciteit in de economie en de inflatiedrukte beoordelen.

In een andere benadering, die de voorkeur van onder meer de ECB geniet, maken analisten in het basismandje een onderscheid tussen producten waarvan de prijzen sneller op de economische voorwaarden reageren (zogeheten ‘super core’-producten) en producten die minder gevoelig zijn voor bijvoorbeeld onbenutte capaciteit in de arbeidsmarkt. Meer werkgelegenheid geeft het vertrouwen van consumenten doorgaans een zetje waardoor ze geneigd zijn om meer uit te geven. Een aantrekkende vraag van consumenten geeft producenten dan weer veelal meer ruimte om hun prijzen te verhogen wat op zijn beurt de inflatie een impuls geeft. Niet alle types van producten en diensten reageren echter op dezelfde manier op dit mechanisme.

Wat met de ‘super core’ inflatie?

Een focus op super-core goederen kan de ECB helpen om accurater te beoordelen of de betere economische voorwaarden de prijzen inderdaad omhoog stuwen of anders gezegd, wat het effect van het economische herstel op de inflatie is.[1]De prijzen voor ‘super-core’ diensten zijn overigens doorgaans gevoeliger voor binnenlandse economische trends, terwijl de internationale concurrentie een grotere impact op goederen heeft.

Erg volatiele prijzen uitsluiten en meer gewicht aan diensten geven in een super-core inflatie-index blijkt de volatiliteit van die index te verlagen. Een super-core index volgen, helpt beleidsmakers bijgevolg mogelijk om echte keerpunten in de inflatie te ontdekken.

In de eurozone stijgt de super-core inflatie – en vooral de dienstencomponent –sinds de herfst van 2016 slechts geleidelijk. Op het eerste gezicht zijn er dus geen tekenen dat een sterkere economie een herstel van de aan de binnenlandse vraag gerelateerde en conjunctuurgevoelige inflatie in de hand werkt.

De inflatie trekt kennelijk niet echt aan, maar wat met de lonen?

De ontwikkeling van de super-core inflatie is vooralsnog al met al niet bijzonder spectaculair. We kunnen dus besluiten dat de ECB nog heel wat geduld zal moeten oefenen voor haar inflatiedoel weer in zicht komt. De super-core inflatie vertegenwoordigt slecht een klein deel van het hele mandje waardoor de inflatie in dit deel van het mandje tot ver boven het doel van de ECB moet stijgen om de totale inflatie omhoog te stuwen. Anders gezegd, de kans is groot dat de inflatie in de eurozone in de nabije toekomst onder de 2% bivakkeert.

De inflatiedruk op de lonen neemt echter wel geleidelijk toe naarmate ze sneller stijgen. Geven de aantrekkende lonen de prijzen een impuls waardoor ze de verwachtingen van de ECB op de middellange termijn bevestigen en haar toestaan om de rente voor het eerst sinds 2011 weer te verhogen? Of zullen de bedrijven er niet in slagen om hun hogere loonkosten door te berekenen wat druk op hun winstmarges kan zetten of hen kan aanmoedigen om banen te schrappen? Dat is de cruciale vraag waar Europa zich in 2019 moet buigen, veeleer dan over het debat rond de groeiverwachtingen.

Lees ook de corner Markten

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *