Nieuw vennootschapsrecht : welke gevolgen voor de burgerlijke maatschap ? 

@Pexels

Door Filip Van Aerden, Senior Wealth Planner chez Puilaetco Dewaay Private Bankers

Op 27 april 2018 werd de wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht gepubliceerd. Het ondernemingsrecht werd grondig gemoderniseerd. De wet spreekt niet langer van ”handelaar” en “koopman”. Het begrip “onderneming” staat centraal. Voortaan zullen vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid ook kwalificeren als onderneming. De Memorie van Toelichting vermeldt expliciet de maatschap als voorbeeld.

Algemeen gesteld worden alle ondernemingen (dus ook de burgerlijke maatschap) onderworpen aan twee basisverplichtingen, met name (i) de principiële verplichting om zich in te schrijven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) en (ii) de onderwerping aan een (strengere) boekhoudverplichting.

  • De principiële verplichte inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen

De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een databank van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen verzameld zijn. Momenteel is inschrijving in de KBO enkel verplicht voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid.

Voor vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid dienen de specifieke regels met betrekking tot de inschrijvingsverplichting in de KBO nog bepaald te worden bij Koninklijk Besluit.

De verplichte registratie van burgerlijke maatschappen in de KBO geldt vanaf 1 november 2018. Bestaande burgerlijke maatschappen krijgen echter de tijd om dit te doen tot 30 april 2019.

  • De onderwerping aan de boekhoudwetgeving

Vanaf 1 november 2018 zullen burgerlijke maatschappen in principe onderworpen zijn aan de boekhoudwetgeving. Bestaande maatschappen zouden echter voor het eerst een boekhouding moeten voeren vanaf het eerste volledige boekjaar dat aanvangt na 30 april 2019.

Indien de jaaromzet van de burgerlijke maatschap echter minder bedraagt dan 500 000 Euro dient zij in  principe een vereenvoudigde boekhouding (aankoop- en verkoopboek; financieel dagboek en inventarisboek) te voeren.  Bovendien is de verplichting om de boekhouding gedurende 7 jaar bij te houden wellicht ook van toepassing op de burgerlijke maatschappen. Zij zouden echter geen  jaarrekening moeten neerleggen.

Praktische gevolgen

Vanaf 1 november 2018 zullen nieuw op te richten burgerlijke maatschappen rekening dienen te houden met de gewijzigde regels. Voor op 1 november 2018 bestaande burgerlijke maatschappen geldt nog een extra termijn van zes maanden om zich te conformeren aan deze nieuwe bepalingen.

Desgevallend zal een Koninklijk Besluit nog het een en ander verduidelijken.

De aangekondigde wijzigingen van enerzijds het vennootschapsrecht en anderzijds de invoering van het UBO-register (waar voor de concrete uitvoering ook nog de nodige regels bij Koninklijk Besluit dienen te worden bepaald) zullen ongetwijfeld nog de nodige nuances aanbrengen. Wij volgen deze materie op de voet en zullen u berichten zodra terzake het een en ander duidelijk is.

Lees ook

De juiste toepassing van de maatschap

Corner Overdracht

Dit bericht is geplaatst in Overdracht met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *