De opwekkingscapaciteit van hernieuwbare energiebronnen blijft voortdurend toenemen

@pexels

Door Degroof Petercam

In 2017 was 70% van de netto bijkomende opwekkingscapaciteit van elektriciteit op wereldvlak afkomstig van hernieuwbare stroom. Dat is 3,5 keer meer dan tien jaar geleden, en twee keer meer dan vijf jaar geleden. In totaal werd er 178 megawatt hernieuwbare elektriciteitsopwekkingscapaciteit geïnstalleerd in de wereld (het equivalent van de opwekkingscapaciteit van Brazilië). Dat is een historisch record.

In 2017 is er in de wereld meer zonne-fotovoltaïsche elektriciteitscapaciteit geïnstalleerd dan de opwekkingscapaciteit van steenkool, aardgas en kernenergie samen.

De wereldwijde investeringen in hernieuwbare opwekkingscapaciteit (310 miljard dollar) lagen drie keer hoger dan de investeringen die werden gedaan in centrales op basis van fossiele of kernenergie (145 miljard dollar).

Deze cijfers tonen aan dat hernieuwbare elektriciteit bijzonder belangrijk is geworden en een verregaande disruptie inhoudt voor de volledige productie- en transportsector van elektriciteit.

Het nieuwe paradigma: groene elektriciteit is competitief

Die doorbraak van hernieuwbare elektriciteit is op de eerste plaats te verklaren door één factor: wind- en zonne-energie zijn vandaag goedkoper dan andere elektriciteitsbronnen, en dat in steeds meer landen.

In de Verenigde Staten ligt de drempel voor de winstgevendheid van fotovoltaïsche projecten drie keer lager dan in 2011.

Voor windenergie is de drempel voor de winstgevendheid over dezelfde periode met meer dan een derde gezakt.

Ook in India en China is groene energie aan het uitgroeien tot de goedkoopste elektriciteitsbron, nog voor steenkool. Deze tweede landen zijn de grootste verbruikers van steenkool ter wereld.

Met betrekking tot fotovoltaïsche elektriciteit is de snelle daling van de productiekost vooreerst te danken aan de belangrijke investeringen die werden gedaan in productiecapaciteit, waardoor aanzienlijke schaalvoordelen kunnen worden behaald.

Hernieuwbare energie wordt niet meer gesubsidieerd dan andere elektriciteitsbronnen!

De critici van hernieuwbare elektriciteit halen vaak aan dat het zogezegd afhankelijk is van subsidies.

Nochtans zijn zonne- en windprojecten in realiteit niet afhankelijk van subsidies.

Dankzij de gedaalde installatie- en onderhoudskosten is zonne- en windenergie competitief en zijn de projecten winstgevend.

In realiteit kan hernieuwbare elektriciteit nog altijd genieten van steunmaatregelen, maar die willen er alleen voor zorgen dat de projecten beschermd zijn tegen de sterk schommelende inkoopprijzen van de elektriciteit.

Bovendien hebben de overheden de steunmaatregelen aangepast aan de boom van de groene elektriciteit. Hierdoor zijn ze minder duur geworden voor de openbare financiën.

De gegarandeerde prijsmechanismen, die vaak kritiek kregen door hun stijgende kostprijs, worden geleidelijk aan vervangen door mechanismen van een aanvullende vergoeding, die overeenkomen met het prijsverschil tussen de marktprijs en een prijs die gedurende 15 tot 20 jaar gegarandeerd is.

Dankzij de voortdurende daling van de drempel voor de winstgevendheid van zonne- en windprojecten en dankzij de concurrentie rond de gegarandeerde elektriciteitsprijs worden nieuwe projecten vrijwel altijd toegekend tegen een gegarandeerde prijs die dicht in de buurt ligt van de marktprijs.

Dit systeem is dus aanzienlijk goedkoper voor de overheden en even doeltreffend.

Over het algemeen is hernieuwbare elektriciteit niet meer gesubsidieerd dan andere energievormen. Bovendien is zij nu al de goedkoopste energiebron.

Waarom zouden we dus niet gaan voor een 100% hernieuwbare elektriciteitsmix?

Er zijn nog verschillende hinderpalen alvorens deze doelstelling wereldwijd kan worden bereikt.

Het voornaamste obstakel voor de ontwikkeling van hernieuwbare elektriciteit is dat de elektriciteitsproductie niet constant is.

Gedurende een jaar draait een fotovoltaïsche zonnecentrale aan gemiddeld 11 tot 29% van zijn maximale capaciteit.

Voor een windpark bedraagt die benuttingsratio doorgaans 23 tot 46%.

Het beheren van die niet-constante productie vereist op de eerste plaats dat de nationale elektriciteitsnetwerken met elkaar verbonden worden.

De ontwikkeling van verbindingen tussen nationale elektriciteitsnetwerken, en meer algemeen investeringen in de transport- en distributie-infrastructuur van elektriciteit (de zogenaamde smart grids) is een belangrijke stap naar de energieomslag van de overheden.

Het stijgende aandeel van hernieuwbare elektriciteit in de energiemix van landen en de niet-constante productie ervan zorgen er ook voor dat het onmisbaar is om belangrijke opslagcapaciteit van energie aan te leggen.

De opslagtechnologie die over de wereld het meeste ingang vindt (95% van de huidige opslagcapaciteit) zijn de zogenaamde pumped energy transfer stations (STEP).

De opslag van capaciteit via batterijen is een tweede oplossing voor het probleem van de niet-constante opwekking van hernieuwbare elektriciteit.

De kostprijs van de batterijen ligt echter nog te hoog om grote opslagcapaciteit te bouwen, alsook gecentraliseerde opslag, een soort ‘batterijenboerderijen’ die hoofdzakelijk worden geïnstalleerd om de elektriciteitsbevoorrading te verzekeren van geïsoleerde elektriciteitsnetwerken, doorgaans op eilanden.

Zonne- en windenergie zal tegen 2030 onmisbaar worden

Het jongste verslag van de IPCC van oktober 2018 toont aan dat om de opwarming van de planeet tegen het einde van deze eeuw te beperken tot 1,5°C en om een klimaatverandering met mogelijk catastrofale gevolgen te vermijden, hernieuwbare elektriciteit minimaal 48% moet bedragen van de wereldwijde bruto elektriciteitsproductie tegen 2030 en tussen 70 en 85% tegen 2050 (gegevens van het IPCC en het Internationaal Energie Agentschap).

Dat is een toename van meer dan 60% van de brutoproductie van hernieuwbare elektriciteit over de komende 13 jaar.

Een dergelijke verandering is technisch haalbaar, maar vereist aanzienlijke investeringen (het IPCC spreekt over 2.400 miljard dollar tussen 2016 en 2035) zowel op het vlak van de elektrische opwekkingscapaciteit als op het vlak van de transport en distributie van elektriciteit, en inzake de opslaginfrastructuur van elektriciteit.

De overheden zullen dus een ongeziene inhaalbeweging moeten maken, en zware beslissingen moeten nemen met een structurele impact op de wereldwijde sector van de elektriciteitsopwekking (sluiting van zo goed als alle steenkoolcentrales, sterke daling van het verbruik van aardgas en olie), om deze doelstelling te behalen.

Zelfs in een scenario waarin de temperatuur met meer dan 1,5°C stijgt is het erg waarschijnlijk dat de opwekkingscapaciteit van zonne- en windenergie tegen 2050 en daarna fors zal stijgen.

In alle scenario’s die het Internationaal Energie Agentschap heeft bestudeerd, heeft fotovoltaïsche zonne-elektriciteit het grootste ontwikkelingspotentieel van alle opwekkingstechnologieën, gevolgd door windenergie.

Het lijdt geen twijfel dat zonne- en windenergie de hoeksteen vormt van de energiemix van de toekomst.

Lees ook corner Duurzame Beleggingen

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *