Wie zijn de favorieten van het economische WK?

Door Deutsche Bank Belgium

Het WK voetbal in Rusland, van 14 juni tot 15 juli, is een goed moment om de deelnemende landen met een economische bril te bekijken. De machtsverhoudingen zijn er vaak helemaal anders dan wat men op het voetbalveld te zien krijgt… Lees ons speciaal dossier.

Samengevat:

 

Het ziet ernaar uit dat de competitie tussen de verschillende nationale economieën meedogenloos wordt.

De toename van het protectionisme, het voorzienbare einde van de economische cyclus en de progressieve vermindering van het genereuze monetaire beleid zorgen voor redelijk wat uitdagingen voor de landen die elkaar zullen treffen op het WK.

Zie hier een paar economische pronostieken voor de landen die – al dan niet – meedoen aan de voetbalcompetitie.

Het WK voetbal in Rusland, van 14 juni tot 15 juli, is een goed moment om de deelnemende landen met een economische bril te bekijken. De machtsverhoudingen zijn er vaak helemaal anders dan wat men op het voetbalveld te zien krijgt…

Twee grote scheidsrechters… die schitteren door hun afwezigheid op het wereldkampioenschap.

Gezien door een economische bril zijn de grote afwezigen op het wereldkampioenschap de Verenigde Staten en China, samen goed voor 40% van de wereldeconomie. Deze twee zwaargewichten zullen in de komende maanden voor de groei een belangrijke scheidsrechtersrol spelen.

Verwacht wordt dat de Amerikaanse economie zich verder zal herstellen en zijn expansie zelfs zal versnellen. De werkloosheidsgraad zou verder dalen. De grote uitdaging voor de Verenigde Staten is echter zijn dubbel tekort: zowel de handelsbalans als de overheidsfinanciën zijn nog nooit zo diep in het rood gegaan. De vrijgevige belastingpolitiek van president Trump zal het overheidstekort allicht geen goed doen. Wat het handelsonevenwicht betreft, wijst niets erop dat de protectionistische maatregelen van het Witte Huis het verwachte effect zullen opleveren, namelijk een terugkeer van bedrijfsactiviteiten naar het land.

China zou dan weer zijn overgang naar een meer consumptiegerichte economie verder zetten, wat volgens de laatste prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gepaard zou gaan met een lichte vertraging van de groei. De Chinese groei bedroeg vorig jaar 6,9% en zal sowieso hoog blijven in vergelijking met de andere wereldmachten. Het blijft ook afwachten hoe de Aziatische reus zal evolueren nu de VS een handelsoorlog heeft ontketend.

We mogen er dus van uitgaan dat de twee scheidsrechters van de wereldeconomie de komende maanden in goede conditie blijven. Hoe ze er echter zullen voorstaan bij het volgende wereldkampioenschap, in 2022 in Qatar, is nog onduidelijk. Men zegt immers dat de grootste economie ter wereld zich aan het einde van een cyclus bevindt…

Japan en zijn vergrijzende ploeg

Japan, na de VS en China de derde grootste economie ter wereld, maakt wel zijn opwachting voor het wereldkampioenschap van 2018. Het land van de rijzende zon koestert evenwel geen grote economische ambities. De Japanse groei zou dit jaar immers vertragen tot 1,2%. Vorig jaar bedroeg die nog 1,7%. De economische expansie van Japan wordt ingetoomd door de demografie van het land. Zoals het IMF het formuleert “blijven de vooruitzichten op middellange termijn matig, vooral als gevolg van het teruglopen van de actieve bevolking”.

Ook al heeft Japan een vergrijzingsprobleem, toch heeft het nog steeds een zwakke inflatie. Dit kan de Bank van Japan, de centrale bank van het land, ertoe aanzetten om zijn aankoopbeleid van overheidsobligaties nog een tijdlang te voort te zetten om de langetermijnrente onder controle te houden. Als gevolg van deze terugkerende zwakheden heeft het land de gewoonte gekweekt om alles in te zetten op de aanval in de vorm van zijn grootste troef: exporterende bedrijven. Het spreekt voor zich dat dit het land erg afhankelijk maakt van de wereldconjunctuur. In dat opzicht stemt een handelsoorlog, die bovendien ingeleid werd door hun oude vriend Amerika, niet bepaald tot optimisme…

De Europese landen: niet allemaal op dezelfde lijn

Naast de drie economische grootmachten zijn de grootste teams van de economische competitie van Europese kom af. Zowel Duitsland, Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk zijn vertegenwoordigd op het WK in Rusland, ook al is het Engeland dat voor de Britten de honneurs waarneemt. Het laatste dat we echter kunnen zeggen is dat hun conditie vergelijkbaar is.

De Duitse kampioenen, die zich in 2014 nog tot wereldkampioen voetbal kroonden liggen nu al uit het tornooi. Op economisch vlak zetten ze nog steeds de toon. De Duitse groei bereikte vorig jaar 2,5% van het BBP en zou dat niveau volgens het IMF dit jaar moeten aanhouden. Het land laat ook een begrotingsoverschot van 38 miljard euro optekenen, of 1,2% van het BBP. De werkloosheidsgraad heeft er een diepte punt bereikt en bedraagt 3,4% van de actieve bevolking. Maar zoals bij alle grote teams is het net in goede tijden dat men problemen mag verwachten.

Als coach van een natie met een hele reeks troeven, zit kanselier Angela Merkel met een luxeprobleem. De Duitse kapitein werd aangevallen door extreem-rechts voor haar immigratiebeleid en tegelijk getackeld door de eurosceptici. Om haar land toch te kunnen besturen zag ze zich verplicht een grote ploeg samen te stellen en konden de socialisten niet op de bank blijven zitten. Een dergelijke ploeg valt echter moeilijker te leiden. Op Europees en mondiaal niveau krijgt de sterkste economie van de eurozone regelmatig kritiek voor het overschot op zijn handelsbalans, dat anderen lager willen zien.

In haar lentevooruitzichten benadrukt het IMF dat “Duitsland over een begrotingsmarge beschikt die het zou moeten gebruiken om de overheidsinvesteringen te verhogen in de domeinen die de potentiële groei zullen versnellen (…)”. Meer overheidsinvesteringen in Duitsland zou als belangrijk gevolg hebben dat de import van de rest van de eurozone stijgt, wat het makkelijker zou maken om binnen de eurozone opnieuw een evenwicht van de vraag te bereiken. De sterke punten van de Duitse Mannschaft zouden wel eens zijn zwakheden kunnen worden.

Frankrijk: gouden toekomst als het zijn hervormingen verderzet

Frankrijk van zijn kant, dat erin slaagde de dubbel WK en EK van 1998 en 2000 op zijn naam te schrijven, lijkt momenteel één bouwwerf. Onder impuls van president Emmanuel Macron zijn de lang uitgestelde maar broodnodige hervormingen eindelijk in gang gezet. Hierover zegt het IMF in haar jaarlijkse overzicht van de Franse economie dat Frankrijk de “aanvoerder is van de hervormingen in Europa”, en moedigt het land aan om zo verder te gaan. Frankrijk zou zo zijn overheidstekort kunnen verminderen.

We mogen niet vergeten dat Frankrijk nog niet zo lang geleden het laatste land was van de eurozone dat een gele kaart riskeerde wegens een buitensporig overheidstekort. Het handelstekort – Frankrijk is een netto-importeur – wordt geleidelijk aan kleiner. Voor dit wereldkampioenschap is het nog wat vroeg maar de Franse economie lijkt een gouden toekomst tegemoet te gaan als het land zijn inspanningen volhoudt.

Dat geldt helemaal niet voor het Verenigd Koninkrijk, in het wereldkampioenschap vertegenwoordigd door Engeland. Nu de gevolgen van de Brexit zich steeds duidelijker aftekenen (een groei die het laat afweten, bedrijven die het nationale grondgebied verlaten, de nationale munt onder druk, enz.), wordt het land geconfronteerd met te lage bedrijfsinvesteringen als gevolg van de onzekerheid over de handelsakkoorden die van toepassing zullen zijn nadat het land de Europese Unie heeft verlaten.

Spanje onzeker, België stagneert

Achter de drie grootste Europese economieën lijken de andere formaties ter plaatse te blijven trappelen.

Spanje, altijd kandidaat voor een wereldtitel, zou zijn economische groei kunnen zien vertragen. Italië, dat zich deze keer zelfs niet kon kwalificeren voor het wereldkampioenschap, doet het nauwelijks beter. Het voornaamste probleem van deze twee landen is welbekend: de werkloosheidsgraad blijft er veel te hoog (15,9% in Spanje en 11,2% in Italië). Te veel jongeren blijven op de reservebank zitten. De jeugdwerkloosheid loopt in Italië op tot 33,1%, in Spanje is zelfs tot 34,4%. Deze variabelen hebben de bal klaargelegd voor een reeks populistische partijen die met name Italië in grote politieke onzekerheid hebben gestort. De vraag stelt zich dan ook hoe deze landen er tegen het volgende wereldkampioenschap zullen voorstaan…

Overigens zien we de kleinere economieën niet het voortouw nemen, niet tijdens dit WK en evenmin erna. Zo zal België net zoals veel andere landen zijn groei zien stagneren. Is het niet dit jaar, dan toch in 2019. België heeft een kleine, open economie, en riskeert te lijden onder de toename van het protectionisme, dat de wereldhandel dreigt te vertragen. België zou ook last kunnen hebben van de aanhoudende stijging van de energiekosten in het kielzog van de heropleving van de olieprijzen. Dat komt vooral omdat de Belgische inflatie nog steeds hoog is in vergelijking met het gemiddelde van de eurozone.

Energie: een te bedwingen parameter

Olie kreeg in de aanloop naar het wereldkampioenschap al meteen veel aandacht: het WK begon met een interessante Russisch-Saoedische aftrap op 14 juni, nog geen week voor de langverwachte bijeenkomst van de OPEC-landen (de organisatie van olie-exporterende landen). Met een productie van zo’n 11 à 11,5 miljoen vaten ruwe olie per dag zijn Rusland en Saoedi-Arabië concurrenten van de Verenigde Staten voor de titel van grootste olieproducent ter wereld.

Olie blijft in de komende maanden en jaren een cruciale rol spelen. Meer nog dan het monetaire beleid van de centrale banken is het de prijs van een vat ruwe olie die op het gebied van inflatie voor regen of zonneschijn zorgt. We weten ook hoe hoog de kosten zijn van energie-import voor de groeilanden. Nu de olieprijzen sneller stijgen dan ze willen, zouden Saoedi-Arabië en Rusland het wel eens op een akkoord kunnen gooien om hun productie te verhogen. De twee landen lieten verstaan bezorgd te zijn dat een te hoge prijs per vat uiteindelijk de vraag naar ruwe olie zou kunnen drukken.

Er zal ook gepoogd worden om een tegengewicht te bieden aan de verlaging van de olieproductie van Iran, dat van de Verenigde Staten een rode kaart kreeg in de vorm van nieuwe sancties. De vermindering van de Iraanse export wordt geschat op een miljoen vaten per dag, ook al produceert het land in weerwil van de situatie 4 miljoen vaten olie per dag. Met dat land, waarvan de economie sterk afhankelijk is van zijn handelsoverschot, valt dus weinig zaken te doen. Iran blijft overigens kampen met een bijzonder hoge werkloosheidsgraad.

De Afrikaanse landen spelen in een andere divisie

Met een productie van net geen 2 miljoen vaten per dag speelt Nigeria misschien niet mee met de grote jongens, maar tekende zijn nationale ploeg wel present op het wereldkampioenschap, net zoals Senegal. Maar ondanks de dollarinkomsten uit de olie-export blijft de armoede in Nigeria drie mensen op vier treffen. De Nigeriaanse economie kan geen grote ambities koesteren zolang de corruptie er welig tiert.

Deze vaststelling geldt overigens voor heel wat Afrikaanse naties die meedingen in deze editie van het wereldkampioenschap. Noord-Afrika was dankzij Marokko, Tunesië en Egypte, goed vertegenwoordigd in de competitie. Deze landen blijven na de ‘Arabische lentes’ evenwel tegen gigantische economische uitdagingen aankijken. De werkloosheid is er namelijk bijzonder hoog. Het IMF merkt overigens op dat de stijging van de olieprijzen voor deze landen tot slechtere prognoses heeft geleid. Ze importeren immers allemaal olie.

Het juiste moment voor Brazilië?

De vooruitzichten lijken beter vooreen aantal Latijns-Amerikaanse landen die meedoen aan het WK. Het IMF stelt vast dat “het herstel in Latijns-Amerika zich doorzet”. De groei zou in 2018 stijgen naar 2,0% en naar 2,8% in 2019. Dat is een aantrekkelijk vooruitzicht. De Zuid-Amerikanen, beroemd voor hun behendigheid met de bal, zouden bijgevolg ook op economisch vlak wel eens in rang kunnen stijgen. Daarbij mogen we echter een aantal terugkerende zwakheden niet uit het oog verliezen: problematische overheidstekorten, een hoge werkloosheid in landen zoals Brazilië, Colombia en Argentinië, en, vooral dan voor dit laatste land, een inflatie die dringend onder controle gebracht moet worden…

Bovendien kan de stijging van de dollar een handicap van formaat worden voor economieën die de gewoonte hebben om voor hun schulden te kiezen voor de munt van de Verenigde Staten. We denken hier met name aan Argentinië en aan Mexico. Tegelijk kent Brazilië een windstilte die mooi samenvalt met het WK. Na de lange recessie in 2015 en 2016, vond de Braziliaanse economie de weg terug naar de groei (+1% vorig jaar). Die groei zou in 2018 stijgen tot 2,3% en volgend jaar zelfs 2,5% bereiken dankzij de gestegen privéconsumptie en de hogere investeringen. Brazilië lijkt dus een uitgelezen kans te hebben, ook al kan de politieke onzekerheid de komende maanden roet in het eten gooien.

En de outsiders?

Ver van de favorieten in de competitie die in Rusland wordt uitgevochten, zijn er een aantal Europese groeilanden met goede troeven. Los van hun structurele werkloosheid genieten Kroatië en Servië van meer dan redelijke economische vooruitzichten. Het is echter vooral Polen dat zich als een serieuze concurrent profileert. De Poolse economie, gedragen door een sterke binnenlandse consumptie, profiteert van een beleid dat de bedrijven erg goed gezind is, wat een groei zou moeten opleveren van boven de 3% over een periode van ten minste twee jaar.

Tijdens dit wereldkampioenschap en erna houden we ook de economieën in het oog die afhankelijk zijn van scheidsrechter China, zoals Zuid-Korea of Australië, waar de grondstoffen vooral China ten goede zijn gekomen. Met groeicijfers rond de 3% voor de komende jaren, zijn dit twee landen die kunnen meetellen.

De glorieuze onzekerheid van de… dollar

Wat is een sportcompetitie zonder zijn traditionele onverwachte gebeurtenissen? Hetzelfde geldt voor de economie, waar rekening gehouden moet worden met de dollar, die zowat de weersvoorspeller is van het WK der economieën.

Het scheidsrechterteam zal een hartig woordje meepraten over het financiële veld mocht zich op de deviezenmarkt zwaar weer voordoen: De Federal Reserve (Fed), de centrale bank van de Verenigde Staten, zou zijn rentetarieven in de komende kwartalen verder verhogen, wat de groene bankbriefjes uiteraard een duw in de rug moet geven. De vraag is hoe snel de Amerikaanse munt in waarde gaat toenemen en wat hiervan de invloed zal zijn op onder meer de grondstofprijzen. Ziedaar een mooie economische onzekerheid, minstens even mooi als de glorieuze onzekerheid van de sport…

Lees ook corner Nuttige Tips

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *