Brazilië: een stand van zaken

@Pexels

Door Tiago Cesar, beleggingsspecialist, Braziliaanse en Latijns-Amerikaanse producten, BNP Paribas AM

Mei was een lastige maand voor de opkomende markten doordat beleggers wereldwijd uit risicovolle beleggingsklassen stapten ten voordele van veiligere activa. In de afgelopen twee maanden kelderden Latijns-Amerikaanse valuta’s doordat alle ogen gericht waren op de toekomstige koers van het monetaire beleid van de Amerikaanse Federal Reserve (komt er een krapper beleid dan verwacht?) en op het tempo van de inflatie in de Verenigde Staten.

Ook Brazilië veroorzaakte turbulentie. Na een zorgwekkende week waarin de centrale bank van het land de toon verhardde en de SELIC-rente op 6,5% handhaafde hoewel de markt een verlaging met 25 bp had verwacht, gingen de vrachtwagenchauffeurs op 21 mei in staking om te protesteren tegen de hogere benzineprijzen waardoor de volatiliteit opflakkerde en de ongerustheid sterk toenam. Dit trof de volledige bevoorradingsketen en het goederentransport. Eind mei werd de toestand geleidelijk weer normaal met nog enkele smeulende conflicten en nieuwe overeenkomsten met de transportsector.

Onderhandelingen met de regering

Het tariefbeleid van Petrobras (het bedrijf dat centraal stond in het onderzoek naar corruptie van de operatie ‘Lava Jato’) ligt aan de basis van de crisis. De vorige regering had de benzineprijzen op de binnenlandse markt bevroren via aanzienlijke subsidies die gefinancierd werden door het staatsoliebedrijf. Die maatregel beschermde consumenten tegen de schommelingen van de internationale energieprijzen, maar heeft Petrobras met een kolossale schuld opgezadeld. Twee jaar geleden zette de Braziliaanse president Michel Temer een punt achter de subsidies.

De recente stijging van de internationale prijzen in combinatie met turbulentie in de valuta’s van de opkomende landen stuurde de Braziliaanse real echter lager waardoor de benzineprijzen op de binnenlandse markt stegen. De vrachtwagenchauffeurs legden het werk neer om die toestand aan te klagen wat het hele land heeft lamgelegd.

In het kader van de nieuwe overeenkomst tussen de regering en de transporteurs kondigde president Temer een verlaging van de dieselprijs gedurende 60 dagen aan. Die verlaging is gesubsidieerd en zal de federale begroting circa 9,5 miljard real kosten (wat neerkomt op 2,6 miljard Amerikaanse dollar) omdat de staat de winstderving van Petrobas moet vergoeden.

Tijdens een telefoonconferentie voorbehouden voor beleggers gaf Pedro Parente, algemeen directeur van Petrobras, te verstaan dat de staat hem niet gevraagd had om de tarieven van de onderneming te wijzigen en dat de groep niet van plan was om dit te doen. Vraag is nu tot op welke hoogte de federale overheid zich kan mengen in de bedrijfsvoering van openbare ondernemingen. Dit onderwerp verdient de komende weken onze onverdeelde aandacht.

Marktrendement van Brazilië

Over de maand mei gaf de Ibovespa-index circa 11% prijs (in lokale valuta). Op de valutamarkten leed de real onder de versteilende rentecurve als gevolg van de beslissing van de centrale bank en onder de val van het aandeel Petrobras. Andere largecaps zoals Bradesco (bank), Itau (bank) en Ambev (brouwer) kregen eveneens een zware tik door de massale verkoop, vooral door binnenlandse beleggers (hedgefondsen) die in hoge mate in liquide indices met een hoge bèta handelen.

Op de Braziliaanse obligatiemarkten versteilde de rentecurve (correctie in korte looptijden doordat de ingeprijsde renteverlaging met 25 bp er niet kwam en stijging met 200 bp van de rente op tienjarig staatspapier). De Amerikaanse dollar steeg met 6% tegenover de real. De daling van de real werd deels afgeremd door een sterke tussenkomst van de centrale bank die de volatiliteit wilde beperken.

De verklaring van de centrale bank van Brazilië heeft kwaad bloed gezet (de instelling had eerst te verstaan gegeven dat ze de rente binnenkort zou verlagen en liet uiteindelijk na om dit te doen). Ook de begroting van het land blijft een punt van zorg na de recente toegevingen van de regering. Die factoren verklaren de sterke stijging van de obligatierente en de volatiliteit.

Onder de stijgers vermelden we drie bedrijven met robuuste rendementen: Vale (mijnbouw) dat profiteerde van de wereldwijd stijgende grondstoffenprijzen, terwijl de exportbedrijven Suzano en Fibria (pulp- en papiersector) profiteerden van de daling van de real.

Lees ook de corner Markten 

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *