Samenwonen of huwen ? Deel II

Door Anouck LEJEUNE & Martin DESIMPEL, Puilatco Dewaay Private Bankers

In de vorige bijdrage werd een overzicht gegeven van de gevolgen en aandachtspunten van een feitelijke dan wel wettelijke samenwoning. Vandaag gaan wij dieper in op de verschillende mogelijkheden die u heeft als u in het huwelijk wenst te treden.

Welnu, het grote voordeel van een huwelijk is dat er reeds veel door de wet zelf is geregeld (itt feitelijke of wettelijke samenwoning).

Eerst en vooral is er het primair stelsel dat van toepassing is op alle huwelijken, ongeacht het gekozen huwelijksstelsel. Het primaire stelsel omvat niet alleen beschikkingen van persoonlijke aard (verplichting tot samenwonen, getrouwheid, bijstand en hulp) maar ook van vermogensrechtelijke aard (bescherming van de gezinswoning, verplichting om in de schulden bij te dragen in functie van de mogelijkheden, …).

Daarnaast is er het secundair stelsel dat gekozen kan worden door de echtgenoten.

Er zijn twee grote stelsels : het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen)en het stelsel van zuivere scheiding van goederen.

Deze stelsels kunnen verder genuanceerd worden aan de hand van bijzondere bepalingen. Hierna staan we kort stil bij de verschillende stelsels.

Bij gebrek aan huwelijkscontract (of als er uitdrukkelijk voor wordt gekozen in een huwelijkscontract) is het wettelijk stelsel van toepassing. Dit stelsel voegt aan de twee eigen vermogens van de echtgenoten een derde toe: het gemeenschappelijk vermogen.

Het eigen vermogen van de echtgenoten is samengesteld uit de goederen waarvan elk van hen eigenaar was op het ogenblik van het huwelijk en de goederen verkregen bij wijze van schenking of erfenis tijdens het huwelijk.

Het gemeenschappelijk vermogen bestaat uit de inkomsten (en schulden) van beide echtgenoten, zoals wedden, tantièmes, dividenden, werkloosheidsuitkeringen, etc. Ook de inkomsten uit eigen goederen zijn gemeenschappelijk.

Als gevolg hiervan zal niet enkel het eigen vermogen maar tevens het gemeenschappelijk vermogen dienst doen als onderpand van eventuele schuldeisers.

Bovendien voorziet de wet in een vermoeden van gemeenschap: alle goederen (en schulden) waarvan het eigen karakter niet bewezen kan worden, zijn gemeenschappelijk.

Het wettelijk stelsel viseert de solidariteit tussen de echtgenoten en de samenwerking voor bepaalde beschikkingsdaden aangaande het gemeenschappelijk vermogen.

Beoogt u evenwel een strikte scheiding van de vermogens dan kan geopteerd (noodzakelijkerwijze met een huwelijkscontract) worden voor het stelsel van de scheiding van goederen, dat in principe slechts 2 vermogens kent namelijk het eigen vermogen van elk der echtgenoten.

Kopen de echtgenoten iets samen aan dan is er sprake van een onverdeeldheid : beide echtgenoten hebben dezelfde rechten op een goed in verhouding tot hun respectievelijke bijdrage in de prijs.

Er bestaat ook een wettelijk vermoeden van onverdeeldheid ingeval het exclusief eigendomsrecht niet kan bewezen worden in hoofde van één der echtgenoten. In dit geval worden beiden echtgenoten geacht eigenaar te zijn en dit elk ten belope van de helft.

Met dit stelsel wordt meestal de nadruk gezet op de zelfstandigheid van de echtgenoten en de bescherming van het vermogen van een der echtgenoten tegenover de mogelijke schuldeisers van de andere[1].

Nu kan een zekere solidariteit ingebouwd worden in een dergelijk stelsel.

Bij voorbeeld zou aan het stelsel van zuivere scheiding van goederen een intern gemeenschappelijk vermogen toegevoegd kunnen worden. Dit betekent dat bepaalde bestanddelen van het eigen vermogen in deze “gemeenschap” gebracht worden maar dat voor het overige de regels van de scheiding van goederen blijven geldig (om een ontaarding van het stelsel te vermijden).

Ook het wettelijk stelsel kan gemoduleerd worden.

Wenst u alles te delen met uw echtgeno(o)t(e) dan kunt u de gemeenschap uitbreiden en kiezen voor de algehele gemeenschap van goederen waar het grootste deel van de huidige en toekomstige goederen evenals de inkomsten zich bevinden in het gemeenschappelijk vermogen.

Er zijn wel twee eigen vermogens doch deze zijn eerder beperkt (bijvoorbeeld goederen gekregen via schenking of testament, gedaan/opgemaakt onder het uitdrukkelijk verbod om deze goederen in een gemeenschappelijk vermogen in te brengen).

Op het vlak van erfrecht zijn gehuwde personen, ongeacht het gekozen regime, steeds erfgenamen ten opzichte van elkaar. Bij een overlijden ontvangen zij in principe het vruchtgebruik op de nalatenschap van de eerststervende.

Bovendien beschikt de langstlevende der echtgenoten eveneens over een beschermd erfdeel, de zogenaamde reserve. Deze reserve bestaat uit het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap of tenminste het vruchtgebruik op de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad.

Uit hetgeen voorafgaat, blijkt dat de langstlevende der echtgenoten bij een overlijden in principe steeds recht heeft op het vruchtgebruik van de nalatenschap van de eerststervende, inclusief de in het verleden gedane schenkingen.

Welnu, aangezien een dergelijk gesplitst eigendomsrecht vruchtgebruik – blote eigendom niet altijd praktisch noch gewenst is in wedersamengestelde gezinnen laat de wet de kinderen uit een eerste huwelijk toeeen de omzetting van het vruchtgebruik in kapitaal of rente te vorderen, behalve voor wat de gezinswoning betreft.

Met dezelfde gedachtengang indien een van de echtgenoten een of meer afstammelingen heeft uit een vorige relatie, kunnen de echtgenoten dat erfrechtelijk vruchtgebruik beperken, met dien verstande dat het vruchtgebruik op de gezinswoning en het stofferend huisraad mag niet ontnomen.

Deze beperking van het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtegenoot dient niet wederkerig te zijn doch vereist wel steeds de instemming van beide echtgenoten. Het moet trouwens vastgesteld worden bij huwelijkscontract of bij wijzigingsakte in het zogenaamde Valkeniersbeding.

Het Valkeniersbeding belet overigens niet dat een financiële bescherming van de langstlevende echtgeno(o)t(e) zou ingebouwd worden.

Gehuwde partners -en hun stiefkinderen- kunnen bovendien erven aan relatief gunstige tarieven. Afhankelijk van het Gewest bedraagt het maximumtarief 27% dan wel 30% en zijn er bijzondere regimes voorzien m.b.t. de vererving van de gezinswoning.

U ziet het al : zoals met alles in het leven is ook voor het aangaan van een duurzame relatie het advies “bezint eer ge begint” van toepassing.

Lees ook corner Overdracht

[1] Let op het feit dat het primair huwelijkstelsel in de mogelijkheid voorziet voor een schuldeiser onder bepaalde voorwaarden om het vermogen van de niet contracterende echtgenoot aan te spreken.

Dit bericht is geplaatst in Overdracht met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *