COP 23: technisch maar in de spirit van Parijs

@Pexels

De eerder technische COP 23 heeft als doelstelling om de spelregels van het Klimaatakkoord van Parijs te bepalen. De structuur en de agenda van de verbintenissen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen staat voorop. Daartoe hebben de staten die het akkoord hebben goedgekeurd, zich verbonden.

Onder het voorzitterschap van Fiji, een eilandengroep die sterk is blootgesteld aan de gevolgen van klimaatverandering, is er een engagement. De kosten van klimaatverandering voor deze archipel worden de kosten van de klimaatverandering geschat op 4% van het bbp per jaar. Het is een grote uitdaging om de ambities van Parijs overeind te houden, en het gaat zelfs verder dan dat: er is een meer ambitieuze doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden. Er is heel wat solidariteit tussen de ontwikkelingslanden en de geïndustrialiseerde landen die als eerste de gevolgen van de klimaatverandering aan den lijve zullen ondervinden.

De tweede doelstelling van de COP is om de dialoog te vergemakkelijken. Er wordt een balans opgemaakt van alle inspanningen om klimaatverandering te temperen. Er is gesproken over de doelstellingen van na 2020 met betrekking tot het vijfjarenplan dat voorzien werd door het Klimaatakkoord van Parijs.

Maatregelen en behoeften: een spreidstand

Het jongste verslag van de UNEP (VN Milieuprogramma) rond de wereldwijde uitstoot[1] bevestigt de bezorgdheid van de wetenschappers: de doelstelling om de klimaatverandering te beperken tot 2 graden Celsius zal niet gehaald worden. Er wordt eerder gemikt op 3 graden Celsius op basis van de huidige ambities.

Hetzelfde geldt voor de financiering. Hoewel de uitstap van de Verenigde Staten eerder een symbolische ‘njet’ is – zeker nu Nicaragua in oktober het akkoord heeft geratificeerd en Syrië op 7 november – blijft het een uitstap van een van de belangrijkste spelers. Er wordt geschat dat er tegen 2020 minimaal 100 miljard USD nodig zal zijn voor infrastructuurwerken. Daar zijn we vandaag nog niet, integendeel! De subsidies voor fossiele brandstoffen nemen niet af. Ondertussen blijft de koolstofprijs op een dieptepunt staan. De balans is dus overwegend negatief. En sommige denken zelfs dat er een subprimecrisis zit aan te komen voor de exploitanten van schaliegas aan deze bodemprijzen. Daarom ontstaat er steeds meer het idee om de ontginningen te belasten en de externe uitstootbronnen, in plaats van de uitstoot zelf.

Koolstofprijs en andere alternatieven

Vandaag is 85% van de uitstoot niet onderworpen aan enige koolstofbelasting. En drie vierde van de uitstoot die wel belast wordt, gebeurt tegen een koolstofprijs die minder dan 10 USD per ton bedraagt. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te bereiken, zou deze prijs op wereldvlak moeten stijgen tot een niveau van 40 à 80 USD per ton tegen 2020, en 50 à 100 USD per ton tegen 2030.

De koolstofprijs weerspiegelt in realiteit wat de gemeenschap bereid is te betalen om het klimaat te beschermen.

In een omgeving waarin iedereen zijn bijdrage aan het collectief uitstelt en wacht tot de eerste zijn uitstoot vermindert,[2] is een uitstoottaks niet echt stimulerend. Het feit dat er geen wereldmarkt bestaat voor de koolstofprijs, die complex is, zorgt ervoor dat hij omzeild wordt en dat de spelers geen langetermijninvesteringen aangaan (30-50 jaar) die noodzakelijk zijn voor de omslag naar een lagekoolstofeconomie.

Een andere hinderpaal is eveneens de noodzakelijke financiering, die afkomstig is van de overheden, terwijl er veel zijn die zonder middelen zitten en/of diep in de schulden zitten. Hierdoor hebben sommige zich afhankelijk gemaakt van andere overheden, die voortaan beschikken over een de facto vetorecht voor elke beslissing op wereldwijd niveau. In het kader van deze aangekondigde mislukking is het alternatief ontstaan van een accijnsrecht dat zou worden geheven op private of publieke ontginningsbedrijven en dat zou worden herverdeeld in de vorm van subsidies voor concrete maatregelen en een meetbare impact inzake de vermindering van uitstoot. Dat zou gelden voor gunstig evoluerende projecten zoals vastgoed, transport en infrastructuur, bij gebrek aan een taks op geïmporteerde CO2. Dat is naïef, hoor ik u al denken. Dat is best mogelijk, want het vraagt reeds de oprichting van een internationale instelling die verantwoordelijk is voor het ophalen en herverdelen van de accijns met een perfecte governance. Vervolgens is het vrij typisch dat economische en politieke stakeholders van ontwikkelde landen vrij weigerachtig staan tegenover verandering. Ondertussen blijft de uitstoot van broeikasgassen verder toenemen. Vorig jaar vestigden we een droevig record met de grootste concentratie van koolstofdioxide. En dan spreken we nog niet over de nieuwe records inzake de uitstoot van broeikasgassen.

Hoewel de COP 23 technisch is, is de urgentie op het vlak van klimaatverandering nog steeds bedroevend.

De spirit van Parijs behouden en het momentum overeind houden

Parijs en de COP 21 hebben duidelijk de wereld aan het denken gezet over het koolstofrisico. Het is noodzakelijk dat alle partijen hierbij betrokken worden, niet alleen overheden, maar ook ondernemingen en beleggers. Hoewel de stoel van Donald Trump uiteraard leegt bleef tijdens de conferentie in Bonn, toont het initiatief ‘We are still in’ dat bijna 1700 ondernemingen en beleggers samenbrengt, aan dat de oppositie tegen de beslissing van het Witte Huis aan het toenemen is. Toch hopen we dat er meer ambitie zal zijn dan louter in het Akkoord te blijven. Op 12 december zal de top ‘One Planet Summit’, op initiatief van Emmanuel Macron, de wereldleiders samenbrengen om de tweede verjaardag van het Klimaatakkoord van Parijs te vieren. Dit momentum, dat ontstaat dankzij alle landen die willen meewerken, is vandaag cruciaal. Door de terugtrekking van de Verenigde Staten en het feit dat Europa steeds meer nationalisme en onafhankelijkheidsbewegingen ziet opduiken, is er een gebrek aan leiderschap met betrekking tot klimaaturgentie. China zou een sterkhouder kunnen zijn, maar op het vlak van spelregels, transparantie en kwantitatieve doelstellingen rond de vermindering van uitstoot is het niet echt een voorbeeldland.

Bovendien is het nog belangrijker dat de ambitie overeind blijft, want Warschau zal waarschijnlijk een minder geëngageerde gast zijn tijdens de COP 24. Polen blijft immers de belangrijkste blokkerende factor voor de hervorming van de Europese koolstofmarkt (EU ETS).

De COP 23 zal waarschijnlijk minder in het nieuws komen dan de 21e editie. Deze editie is niet minder belangrijk, gelet op de ambities die twee jaar geleden werden beloofd.

Kijk ook op de corner Duurzame Beleggingen

[1] UNEP The emissions gap report

[2] « Waiting Game » – Gollier & Tirole – effective institutions against climate change, April 6 2015

Ce contenu a été publié dans Actualiteit, Duurzame beleggingen, avec comme mot(s)-clé(s) , , . Vous pouvez le mettre en favoris avec ce permalien.

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *