Beroemde economen: Welke zijn de theorieën van John Maynard Keynes?

Bron: Wikipedia

Doorheen de geschiedenis hebben economen telkens in hun specifieke tijdperk fenomenen beschreven, verklaringen gegeven en daaruit theorieën afgeleid. Soms werden die theorieën herzien naar aanleiding van gebeurtenissen die zich later hebben voorgedaan.

Om de economie en de financiën beter te begrijpen of gewoon om het geheugen op te frissen, nemen we u mee op enkele korte trips in het land van de grote economen. Met toelichting door Etienne de Callataÿ, Gastdocent aan de Universiteit van Namen en Voorzitter van Orcadia Asset Management, nemen we u mee op reis met John Maynard Keynes. Hierna volgt een korte synthese van zijn ideeën.

Welke zijn zijn belangrijkste theorieën?

J.M. Keynes is geboren in 1883 en wiskundige van opleiding. Nadat hij gestart was als ambtenaar bij de overheid, is hij nog economie gaan studeren. J.M. Keynes is één van de meest befaamde economen. Hij heeft zijn naam gegeven aan het keynesianisme. Zijn belangrijkste theorieën zijn beschreven in zijn boek “The General Theory of Employment, Interest and Money”. Door een nieuwe theorie uit te werken, beïnvloedde hij de naoorlogse politieke en economische beslissingen over de verzorgingsstaat.

Volgens Keynes zijn de markten niet zelfregulerend: er bestaat geen automatisch mechanisme dat ervoor zorgt dat een markt leidt naar volledige tewerkstelling. Een markt overgelaten aan zichzelf kan dus haar potentieel niet volledig bereiken. Dus moet de overheid ingrijpen. Voor Keynes bepaalt de effectieve vraag het productieniveau en dus ook het tewerkstellingsniveau. In een macro-economisch kader gaat bij een zwakke vraag de productie vertragen en de vraag naar arbeidskrachten verminderen. Keynes’ voorstel is om in dergelijke situatie de overheid te laten tussenkomen met een herstelbeleid in de vorm van uitgaven en investeringen. Hij merkt ook op dat het verdiende geld niet noodzakelijkerwijs ook wordt uitgegeven en dat sparen afhangt van het inkomen en niet van de rentevoeten. Loon moet dus niet enkel gezien worden als een kost, maar ook als een determinant van de vraag. De keynesianen verkiezen dus een beleid dat gericht is op het behoud van tewerkstelling, eerder dan een beleid dat probeert inflatie te bedwingen. Aangezien de markt er niet in slaagt economisch optimaal te worden, moet de overheid optreden op de markt zodat deze tot bepaalde evenwichten kan komen (zoals volledige tewerkstelling, bijvoorbeeld).

Keynes heeft ook theorieën naar voren gebracht over geld. Daarin verdedigde hij zijn standpunt dat de rentevoet de prijs is van het geld en niet van het kapitaal. Uit de theorie van Keynes vloeit voort dat de vraag naar geld afhangt van drie factoren: behoefte aan handel (verhandelen van goederen en diensten), behoefte aan voorzorg (veiligheid) en behoefte aan speculatie. Hij merkt op dat de omvang van de geldmassa wordt vastgesteld door de overheid. Hij stelt voor de markten in goede banen te leiden met een economisch en monetair beleid, waarbij er toch nog enige vrijheid wordt gegeven aan de burgers. Hij is dus geen aanhanger van planning.

Wat rest nog vandaag van de erfenis van John Maynard Keynes?

Wat J.M. Keynes vandaag nog belangrijk maakt, is zijn invloed zowel op het onderricht van economie, als op de aanbevelingen van het economische beleid. Keynes anno 2017 is dus tegelijk pedagoog en adviseur. J.M. Keynes is zonder enige twijfel de grootste econoom van de twintigste eeuw. Keynes onderscheidt zich ook van de anderen door zijn groot politiek inzicht, of het nu gaat om de vernedering van Duitsland na de eerste wereldoorlog, de gevolgen van massawerkloosheid of de nood aan een internationale coördinatie.

Voor hem moet het monetaire beleid accomoderend zijn en het begrotingsbeleid soepel. Na te zijn verworpen, kan deze visie vandaag opnieuw op bijval rekenen in kringen van het economische beleid. De obsessie voor een begrotingsevenwicht op jaarbasis is nog steeds aanwezig in sommige geesten, zoals met name in Duitsland. Maar vandaag maakt dit standpunt plaats voor een benadering waarbij het evenwicht een doelstelling is geworden over meerdere jaren, rekening houdend met de conjunctuurevolutie. Op die manier komt de Keynesiaanse visie opnieuw op de voorgrond. Terwijl de privésector, die geobsedeerd is door haar resultaten op korte termijn, de neiging heeft te weinig te investeren, wordt van de overheid verwacht dat ze deze situatie rechtzet door een verhoging van de publieke investeringen. Dit standpunt is zeer modern en ondersteunt de oproep van economen vandaag om deze deficiëntie te laten opvullen door de overheid via publieke investeringen.

Keynes heeft ook de aandacht gevestigd op de monetaire illusie, die ervoor zorgt dat economische agenten niet correct de gevolgen van inflatie en de starheid van de nominale lonen opvangen. De situatie in Griekenland toont aan hoezeer dit actueel is. Een land dat niet kan devalueren, kan zijn handelsbalans niet herstellen door middel van een verlaging van de lonen, wat een uiterst moeilijk proces is.

De relevantie van Keynes in 2017 heeft ook betrekking op de financiële markten. Met de financiële crisis is ook opnieuw het keynesiaanse idee van de irrationaliteit van beleggers aan de orde. Die irrationaliteit werd tijdens de decennia voorafgaand aan de crisis doodgezwegen door de hypothese van de sterke marktefficiëntie.

Uiteindelijk hebben de financiële crisis en de staatsschuldencrisis in de monetaire unie Keynes uit de kast gehaald, waar de monetaristen en de theses van de zogenaamde aanbodeconomie hem hadden opgesloten. In 2017 wordt er nog naar hem “geluisterd” en sommige van zijn theorieën zijn vandaag nog steeds actueel.

Lees ook:

Wat is keynesianisme en monetarisme?

Welke zijn de theorieën van Adam Smith?

Welke zijn de theorieën van David Ricardo?

Welke zijn de theorieën van Thomas Malthus?

Welke ziin de theorieën van Milton Friedman en de monetaristen? 

Dit bericht is geplaatst in Club der wijzen met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *