Azië: een evenwichtig risico-rendementsprofiel voor een positionering in aandelen uit de opkomende markten

IMG_4431Door Hue Lu, Senior Investment Specialist, aandelen Zuidoost-Azië, BNP Paribas Investment Partners

Azië biedt beleggers kansen om zich in bedrijven in deze regio met de snelst groeiende economie ter wereld te positioneren. Tal van Aziatische landen halen voordeel uit verregaande structurele hervormingen, een inschikkelijk monetair beleid en begrotingsuitgaven voor infrastructuurprojecten. De relatief aantrekkelijke waarderingen van Aziatische aandelen en de lage grondstoffen- en olieprijzen zijn eveneens gunstige factoren.

Aandelen uit de Aziatische landen bewogen lange tijd in lijn met die van de opkomende landen, maar doen het nu beter dan die laatste categorie. Hoe kunnen we die ontkoppeling van de rendementen tussen de twee indices, de MSCI Emerging Market (EM) en de MSCI AC Asia ex-Japan sinds 2012 verklaren? We herinneren eraan dat de Chinese vraag naar grondstoffen verbonden met enorme infrastructuurprojecten pas na de eeuwwisseling echt in een stroomversnelling kwam. Die investeringen in vaste activa werden ook na de crisis voortgezet omdat de overheden ingrijpende herstelplannen op tafel bleven leggen om een harde landing van de economie te voorkomen.

In 2012 zette China echter stilaan een rem op de kredietgroei en daarmee ook op de ‘supercyclus van grondstoffen’.

Bovendien wakkerden de geopolitieke spanningen de laatste jaren de risicoaversie in meerdere opkomende landen buiten Azië aan. De verwachting dat er nog voor eind dit jaar een Amerikaanse renteverhoging komt, maakt de massale vlucht uit aandelen van de opkomende markten begrijpelijker. Omdat Azië deel uitmaakt van de categorie uit de opkomende markten is het begrijpelijk dat beleggers alle aandelen uit die regio over dezelfde kam scheerden. Volgens ons kan Azië zijn kaarten echter goed uitspelen met een risico-rendementsprofiel dat een goede bescherming tegen blootstelling aan de opkomende markten biedt.

Enkele hinderpalen niet te na gesproken zullen de vooruitzichten voor Azië beter blijven dan die voor de wereldwijde groei. De opkomende economieën moeten inderdaad duidelijk enkele hindernissen overwinnen. Denken we maar aan de aanpassing aan de ‘nieuwe normaliteit’ en aan de nakende normalisering van de Amerikaanse Fed Funds-rente. Nu de Aziatische landen op zoek zijn naar een nieuw economisch evenwicht moeten we ons op de korte termijn aan enige volatiliteit van de groei-indicatoren verwachten. Volgens de consensusverwachtingen voor de bbp-groei (waaronder die van het IMF) zou de Aziatische regio het de volgende jaren ondanks de verwachte vertraging van zijn groeitempo vergeleken met de vorige decennia beter moeten doen dan de wereldwijde groei.

De hervormingen zouden ook de hinderpalen voor het groeipotentieel van Azië uit de weg moeten ruimen. Meerdere Aziatische regeringen hebben hervormingen immers beloofd om te garanderen dat ze hun groeipotentieel volledig kunnen benutten. Zo troffen de overheden tal van maatregelen om de staatsbedrijven te herstructureren, om nieuwe activiteiten aan te moedigen en om hun financieel systeem verder te liberaliseren.

De zwakke grondstoffen- en olieprijzen zijn eveneens een gunstige factor. Als netto-importeur van grondstoffen en energieproducten profiteert Azië aanzienlijk van het feit dat de prijzen recent fors zijn gedaald. In het licht van de structurele krachten die we momenteel wereldwijd vaststellen in vraag en aanbod van grondstoffen en van de nieuwe normen voor de wereldwijde groei blijven de grondstoffenprijzen volgens ons nog enige tijd zwak. Die zwakke grondstoffenprijzen drukten onder meer de kosten voor nieuwe Aziatische bedrijven en leidden tot een herstel van hun marges. De forse daling van de grondstoffenprijzen werkte wereldwijd desinflatie in de hand en in Azië opende de zwakke inflatie de deur voor hervormingen van de tarieven van nutsbedrijven verbonden met energie en natuurlijke rijkdommen.

Bovendien konden tal van centrale banken in Azië dankzij die zwakke inflatie hun basisrente verlagen om de groei te stimuleren. Omdat de inflatie in de hele regio vertraagt, schakelden veel Aziatische landen over naar een inschikkelijk monetaire beleid (Japan, Australië, China, India, Zuid-Korea, Thailand, Indonesië en Singapore).

Azië biedt nog altijd aantrekkelijke waarderingen vergeleken met de andere regio’s. De index MSCI Asia ex-Japan wordt verhandeld tegen een benedengemiddelde koers-winstverhouding (K/W) van 11,6x over een periode van 5 jaar (op basis van consensusverwachtingen voor het boekjaar 2015 per 31 augustus 2015). Dat is aanzienlijk lager dan de gemiddelde K/W voor de VS en Europa. Bovendien bedraagt het dividendrendement over een periode van 12 maanden voortschrijdend gemiddeld 2,9% in de regio. De vrees voor een vertraging van de Chinese economie mag dan al gerechtvaardigd zijn, met een K/W van 9x (consensusverwachtingen voor het boekjaar 2015) is het risico-rendementsprofiel van Chinese aandelen ook opnieuw duidelijk aantrekkelijk. Zeker nu de Chinese autosector tekenen van herstel toont met een opleving van het verkoopvolume en de prijzen sinds het tweede kwartaal van 2015. Vergeten we ook niet dat de vastgoedsector een kwart van de Chinese economische activiteit vertegenwoordigt. Een stabilisering van die sector zou volgens ons een grote vooruitgang zijn en het gevaar voor een harde landing van de economie tot een minimum beperken.

Het huidige sentiment van de markt tegenover de Aziatische regio benadert niveaus die we sinds de zomer van 2013 niet meer hebben gezien. In dat jaar veroorzaakte de verwachting van een renteverhoging door de Fed risicoaversie tegenover Aziatische aandelen en valuta’s. Meerdere economieën die destijds in lastig vaarwater terecht kwamen (vooral Indonesië en India) zijn nu financieel slagkrachtiger en hun regeringen voeren een voorzichtiger begrotingsbeleid. Bovendien is de inflatie-omgeving gunstig in meerdere landen van de regio (met uitzondering van Indonesië) wat hen bewegingsruimte geeft om een eventuele stijging van de inflatie verbonden met valutadalingen op te vangen. Doordat de grondstoffenprijzen wellicht zwak blijven, hebben centrale banken bovendien weinig of geen redenen om hun beleid op de korte termijn te verstrakken.

Volgens ons blijven aandelen en valuta’s erg volatiel, deels door onzekerheid over het monetaire beleid in de VS, maar zullen de voorwaarden verbeteren zodra de Federal Reserve haar cyclus van renteverhogingen heeft aangevat en beleggers overtuigd zijn dat Azië die test goed heeft doorstaan.

Lees ook corner Markten

Dit bericht is geplaatst in Actualiteit met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *