Dringend gevraagd: hervorming van het pensioensysteem!

Micael Castanheira, Onderzoeker bij het FNRS (Fonds de la Recherche Scientifique), prof. economie ULB, Bruno Colmant, Prof. dr. Vlerick Business School, UCL, Lid van de Koninklijke Academie van België , Etienne de Callataÿ, Econoom, Bank Degroof en gastdocent universiteit van Namen, Alexandre de StreelProf. universiteit van Namen, Pierre Pestieau, Prof. ULg, CORE

Opgetekend door Isabelle de Laminne

Het is allang geen geheim meer dat ons pensioensysteem aan een grondige hervorming toe is. Al decennialang vertoont ons pensioensysteem leemtes, zonder dat ooit een hervorming werd doorgevoerd die de gebreken in de kern aanpakte. Maar nu dringt de tijd.

Er bestaan wel oplossingen, maar die vergen vaak onpopulaire hervormingen. Nochtans zijn ze onvermijdelijk als we redelijke pensioenen willen blijven uitkeren, zonder dat de last hiervan op de schouders van de volgende generaties terechtkomt. Vijf economen met elk een verschillende achtergrond hebben zich tijdens een bezinningsweekend hierover gebogen. Hun concrete voorstellen zijn gebundeld in een document dat ze samen hebben opgesteld op basis van een consensus.

Hoe staat het met ons pensioensysteem?

Vooreerst kunnen we constateren dat het bedrag van de pensioenen van de eerste pijler vandaag de dag vrij laag is in België, zelfs voor mensen die meer dan 40 jaar hebben bijgedragen. Voor heel wat gepensioneerden ligt hun pensioen niet eens zo ver boven de armoedegrens. Bij de oudere bevolking zien we een stijging van de armoede. Een tweede duidelijke vaststelling is dat de pensioenleeftijd in België één van de laagste is in Europa. De effectieve pensioenleeftijd ligt onder 60 jaar. Hierdoor dragen minder werknemers bij tot het systeem, terwijl meer uitkeringsgerechtigden ervan profiteren.

Een derde element dat we kunnen aanhalen is de verscheidenheid en de complexiteit van het pensioensysteem in België. De gemiddelde uitkeringen voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen verschillen sterk van elkaar. We stellen tevens vast dat de aanvullende pensioensystemen geen grote rol spelen in de sociale rechtvaardigheid. Het zijn immers de meest bemiddelde mensen die een aanvullend pensioen kunnen aanleggen, terwijl heel wat gepensioneerden zelfs nog niet eens voor dergelijke comfortzone kunnen zorgen. Bovendien is België kampioen op het vlak van afgeleide rechten, dit wil zeggen pensioenrechten die worden toegekend aan mensen die niet hebben bijgedragen (koppel waarvan slechts een partner gewerkt heeft, bijvoorbeeld). Ons pensioensysteem gaat tevens de impact voelen van de bevolkingsevolutie. Al deze factoren zorgen ervoor dat ons pensioensysteem een echte tijdbom geworden is.

Welke hervormingen?

Hervormingen kunnen worden doorgevoerd op verschillende vlakken. We moeten ons ervan bewust zijn dat als we niet onmiddellijk concrete maatregelen nemen, we een onhoudbare uitholling van de eerste pijler zullen kennen. Maar we moeten, in het kader van die eerste pijler, een minimale pensioenlimiet behouden, een minimumbedrag dat aan elkeen wordt uitgekeerd. Dit minimumpensioen moet worden afgesteld op de armoedegrens.

We zullen ook onvermijdelijk de wettelijke pensioenleeftijd moeten verhogen tot na 65 jaar. Het is niet de bedoeling alle Belgische werknemers vanaf bijvoorbeeld 67 jaar – de wettelijke pensioenleeftijd in verschillende landen – op pensioen te laten vertrekken. Wat we uiteindelijk willen is een verhoging van de effectieve pensioenleeftijd. We zouden, enerzijds, voor bruggepensioneerden maatregelen kunnen treffen voor de werklast. Daarnaast zouden we de invoering van een systeem kunnen overwegen waarbij de pensioenen individueel worden aangepast aan de duur van de loopbaan en waarbij ook werkgevers die het brugpensioen als ontslagmiddel gebruiken, worden gesanctioneerd. Het lijkt ons ook noodzakelijk de activiteitsgraad van oudere werknemers te verhogen door, onder andere, een herziening van de regels te onderzoeken om de cumul te vergemakkelijken voor diegenen die de wettelijke pensioenleeftijd overschreden hebben. Ook het vooruitzicht van een laatste loopbaanperiode die minder zou worden vergoed dan de voorgaande periodes, zou aanvaard moeten worden. Deze maatregel zou ongetwijfeld gepaard moeten gaan met een hervorming van de lonen en van de loonprogressie op basis van anciënniteit en met een ondersteuning aan oudere werknemers om hen te helpen hun job te behouden (opleiding, bijscholing, ondersteuning, …).

Hoe kunnen de pensioenongelijkheden tussen bepaalde groepen van de bevolking worden weggewerkt?

Het Belgische pensioensysteem bestaat uit verschillende stelsels. De verschillen tussen de uitgekeerde pensioenen in elk van die stelsels zijn zeer groot. Het systeem is dus niet rechtvaardig en geeft ook aanleiding tot sociale ongelijkheid. De mensen die het meest  getroffen worden door armoede zijn hoogbejaarde vrouwen. Alleenstaanden moeten beter worden behandeld, maar er moet ook een systeem komen om hun statuut van alleenstaande beter te controleren. Voor vrouwen die geen volledige loopbaan achter de rug hebben en voor de armsten zou een universeel basispensioen de ongelijkheden kunnen verminderen. Om dit systeem rechtvaardiger te maken, zal het ook in een eerste tijd nodig zijn om de systemen van de privésector en de overheidssector uniform te maken. In dit kader zou het bedrag van de eerste pijler voor ambtenaren moeten worden verlaagd door dit te koppelen aan een verplicht aanvullend pensioensysteem waaraan tegelijkertijd werkgever (hier de staat) en werknemer zouden bijdragen. Dit systeem zou worden ingevoerd voor nieuwe ambtenaren en zou gepaard moeten gaan met een herwaardering van het loon die moet worden bestudeerd en geanalyseerd op basis van het inkomstenverlies, als dat verlies gebleken is, ten opzichte van de inkomens in de privésector voor gelijkaardige functies. De tweede pijler zou bovendien moeten worden aangemoedigd in alle sectoren en bij zelfstandigen, zodat er een aanvaardbare vervangingsratio is voor mensen met een laag inkomen. Een uitbreiding van die tweede pijler is wenselijk, ook naar KMO’s en zelfstandigen. Het verplichte karakter van die tweede pijler zou moeten worden bestudeerd. We staan ook terughoudend tegenover de toekenning van fiscale cadeaus. In een omgeving van budgettaire beperkingen mag geen voorkeur worden gegeven aan fiscale niches. Uit academische studies blijkt dat die fiscale voordelen vooral een substitutie-effect hebben: uiteindelijk verandert de belastingbetaler van een spaarder die niet profiteert van een bepaalde stimulans in een spaarder die wél van dergelijke stimuli kan profiteren. Bovendien zouden die aftrekken psychologisch een verkeerd effect kunnen hebben: spaarders die gebruik maken van die aftreksystemen kunnen het gevoel hebben dat het aftrekbare bedrag voldoende is om een bijkomend pensioen op te bouwen. We staan dus terughoudend tegenover de toekenning van fiscale voorzieningen die het niveau van de aanvullende pensioenen maar beperkt beïnvloeden. Maar het lijkt ons wel noodzakelijk structuren op te zetten voor informatie, educatie en sensibilisering om het langetermijnsparen aan te moedigen. Deze hervormingen moeten globaal en zo snel mogelijk worden doorgevoerd om het sociale en budgettaire evenwicht in ons land te vrijwaren. Klik hier voor toegang tot het volledige document « Economische denkpistes en inzichten  – Nieuwe structurele richtingen voor België »

De vertaling in het Nederlands werd uitgevoerd met steun van Bank Degroof

Dit bericht is geplaatst in Club der wijzen met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *