Budgettaire relance in de eurozone: hoop en beperkingen

William hand high-rDoor William De Vijlder, Directeur Economisch Onderzoek van BNP Paribas Groep

De boodschap van Mario Draghi in Jackson Hole eind augustus was klaar en duidelijk: het monetaire beleid bereikt stilaan zijn limieten, nu is de politieke wereld aan zet om met maatregelen te komen die de groei stimuleren. Dat dit nodig is, lijdt geen twijfel. Vanaf het tweede kwartaal verslechterde de economische context in de eurozone en op een verbetering is het wellicht wachten tot de tweede helft van 2015.

Zoals altijd zal de activiteit pas met een aanzienlijke vertraging reageren op de stimulansen vanuit het monetaire beleid en op de verzwakking van de euro. Een extra impuls lijkt dus wenselijk. Over hoe dit moet gebeuren lopen de meningen echter uiteen. Structurele hervormingen blijken nodig, maar dit is een lastige opdracht en het effect ervan kan lang op zich laten wachten. Een aantal waarnemers interpreteerde de uitlatingen van de ECB-voorzitter als een zinspeling op budgettaire stimuleringsmaatregelen. In werkelijkheid wikte en woog hij zijn woorden en sprak hij over vier hefbomen in het begrotingsbeleid. De eerste hefboom is de soepele interpretatie van de Europese regels: wat is het ultieme doel en binnen welke termijn moet het worden behaald. Een aantal landen – Frankrijk bijvoorbeeld – ­­­kan die flexibiliteit inderdaad goed gebruiken, maar echt gunstig voor de activiteit is dit niet. In het beste geval voorkomt het een extra rem op de activiteit. De tweede hefboom is een gelijktijdige verlaging van de belastingen en de uitgaven wat in een ongewijzigd begrotingstekort resulteert. Als dit oordeelkundig gebeurt, kan het netto-effect op de groei gunstig zijn. De derde as is de coördinatie van het begrotingsbeleid in de verschillende landen. Wat dit betreft zijn de ogen nu op Duitsland gericht, zeker sinds de vrije tribune van Benoît Cœuré van de ECB en van Jorg Asmussen, Duits staatssecretaris voor werkgelegenheid en sociale zaken, in Les Echos. Zij schoven dit land expliciet naar voren als een land met bewegingsruimte. Het is inderdaad het enige grote land dat hierop kan bogen (de twee andere landen in die situatie zijn Estland en Luxemburg). Bovendien is er zonder enige twijfel nood aan investeringen in infrastructuur. Toch zal Berlijn voorzichtig zijn: een land dat dicht bij een begrotingsevenwicht zit, kan moeilijk aanvaarden om zijn tekort in het algemene belang weer te vergroten, tenzij de andere landen zich er vast toe verbinden om hun tekorten verder terug te dringen. De vierde as is een extra maatregel op Europees niveau. De nieuwe voorzitter van de Europese commissie Jean-Claude Juncker sprak onomwonden over zijn ambitie om hier 300 mld EUR aan te besteden, d.w.z. 2,3% van het bbp van de eurozone. Dat bedrag zou deels uit supranationale hoek komen (onder meer van de Europese Investeringsbank ) en deels uit de privésector. 2,3% is inderdaad aanzienlijk, maar dit integreert een deelname van de privésector waardoor er een vervangingseffect kan optreden met investeringen die er anders ook waren gekomen. Bovendien zal de omzetting van dit plan wellicht tijd vergen.

Kortom, als het monetaire beleid zijn grenzen bereikt tegen de achtergrond van een vertragende conjunctuur, richten de ogen zich vanzelf op het begrotingsbeleid. De uitdaging is groot: de gulden middenweg vinden tussen een geloofwaardig engagement om de tekorten terug te dringen enerzijds en een budgettaire relance op nationaal en supranationaal niveau anderzijds. Al blijft de onmiddellijke impact om meerdere redenen mogelijk beperkt, de gezinnen en bedrijven zouden die politieke wil alvast toejuichen. Een vastberaden beleid kan immers bijdragen aan een duurzaam herstel van het vertrouwen.

Lees ook: corner markten

 

Ce contenu a été publié dans Actualiteit, avec comme mot(s)-clé(s) , , . Vous pouvez le mettre en favoris avec ce permalien.

Laisser un commentaire

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *