Aandeelhoudersactivism : Moet men stemmen om verantwoordelijk te zijn?

Door Petercam

Zouden beleggers – in navolging van de stemplicht in België om onze burgerplicht te vervullen – verplicht hun stem moeten uitbrengen om verantwoordelijk te zijn?

De jongste jaren hebben aandeelhouders steeds vaker hun democratische stem uitgebracht; institutionele beleggers nemen steeds vaker deel aan de algemene vergaderingen van bedrijven waarin ze investeren.

Die verhoogde interesse in de deelname aan aandeelhoudersvergaderingen wordt onder meer verklaard door het groeiende succes van de Principes voor Verantwoord Beleggen van de Verenigde Naties (UNPRI). Een van die zes principes houdt immers in om een actieve belegger te zijn die rekening houdt met ESG-vraagstukken (ecologische, sociale en bestuurskwesties) in zijn aandeelhoudersbeleid en -praktijken.  Met meer dan 1.200 leden die de PRI ondertekend hebben en samen zowat 34.000 miljoen dollar vertegenwoordigen, neemt het aantal activistische asset owners en asset managers elke dag toe.

Toch heeft het begrip ‘actieve aandeelhouder’ in de ene cultuur een andere invulling dan in de andere. Zo is er een verschil tussen een belegger van het Europese vasteland of een Angelsaksische. Terwijl een Europese institutionele belegger vaker op aandeelhoudersvergaderingen stemt dan vroeger, blijft het Angelsaksische engagement, waarbij directe communicatie met het bedrijfsmanagement vooropstaat om er druk op uit te oefenen, erg beperkt.

Het behoort tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een belegger om ook voor zijn beleggingen zijn verantwoordelijkheid te nemen. Deelnemen aan algemene vergaderingen is dus noodzakelijk. Moet de overheid dit in de wetgeving opnemen en aandeelhouders verplichten om te stemmen? In de Verenigde Staten gaat de Dodd-Frank Act in die richting met betrekking tot de vergoedingen van bedrijfsleiders. Frankrijk zou een gelijkaardig ontwerp kunnen aannemen op basis van de Afep-Medef-code, die voorziet in een raadplegende stem over de vergoeding van bedrijfsleiders. Dit onderwerp is essentieel als het gaat over verantwoorde beleggingen en het voortbestaan van bedrijven op lange termijn. Blijft nog de vraag of aandeelhouders op dat niveau van betekenis kunnen zijn. Volgens een recente studie[i] die nagaat of het uitoefenen van stemrechten een invloed heeft op het bedrijfsmanagement, is het antwoord bevestigend. Vooral met betrekking tot de vergoeding van de bedrijfsleiders hebben bedrijven de neiging om hun verloningsbeleid vóór de formele stemming aan te passen volgens de aanbevelingen van gespecialiseerde agentschappen. Zo vermijden ze een ongunstig stemadvies. Een recente studie van Mercer Human Resource Consulting bevestigt dat. Steeds meer bedrijven wijzigen hun verloningsbeleid nadat hun Say on Pay-resolutie werd verworpen. Dat heeft ervoor gezorgd dat het gemiddelde aantal gunstige stemmingen na een verwerping gestegen is tot 41 % in 2012. Dichter bij huis was de goedkeuring door de Zwitsers van het voorstel van Minder tegen overmatige verloningen ook het gevolg van de verwerping door de aandeelhouders van het rapport over de verloning van de managers van de Zwitserse privébank Julius Baer. En dat terwijl het gaat om een raadplegende stem.

 Nochtans mogen we niet vergeten dat het uitoefenen van stemrechten een bepaalde procedure vereist die een bepaalde kostprijs met zich meebrengt, vooral op het niveau van de bewarende banken. Het stemrecht is dus eerder een voorkeursrecht dat weggelegd is voor grote beleggers. Nochtans kan collaborative engagement een oplossing bieden met voldoende kritische massa. Zo kan er steeds een stembeleid worden overwogen en toegepast dat de relevantie van de stem en de kosten die eraan verbonden zijn tegen elkaar afweegt.

Wanneer een bedrijf een bepaalde weging heeft in de portefeuilles van een belegger, moet die laatste beseffen dat hij een aanzienlijke invloed kan hebben door zijn stemrecht uit te oefenen. Hoewel het meestal de goedkeuring van de resultaten van het vorige boekjaar betreft, komen er ook regelmatig essentiële zaken op tafel zoals een kapitaalverhoging, een benoeming in de Raad van Bestuur, enz.: dat zijn eveneens erg belangrijke onderwerpen voor de toekomstige ESG-strategie van een bedrijf. Het is dus belangrijk om zijn stem uit te brengen. Er zijn verschillende mogelijkheden om zijn stemrecht uit te oefenen: men kan een directe stem uitbrengen of een beroep doen op een dienstverlener.

De aandeelhouder hoeft niet per se zijn verantwoordelijkheid te nemen door gebruik te maken van engagement, dat in West-Europa soms als agressief wordt beschouwd. Hoewel Angelsaksische partijen vaak formele brieven sturen om informatie te verkrijgen of zelfs druk uit te oefenen op de raad van bestuur, kan er ook een dialoog worden opgestart via een meeting met het bedrijfsmanagement. Financieel analisten en portefeuillebeheerders stellen nog te vaak geen ESG-vragen. Hun excuus is dat niemand zulke vragen stelt en dat het bedrijf toch geen antwoord zal geven. Anderzijds, wanneer we met communicatieverantwoordelijken spreken over de duurzaamheid van bedrijven, klagen deze dat de beleggers geen vragen stellen over die strategieën. Door bedrijven vaker te ondervragen over hun ESG-uitdagingen zullen ze vaker antwoorden, en dat vervolgens doen op een systematische en spontane manier. De aandeelhoudersdialoog over ESG-vraagstukken heeft een toegevoegde waarde aangezien ze winst oplevert en tegelijkertijd de negatieve ESG-risico’s en -invloeden vermindert.

Aandeelhoudersengagement – of het nu gaat over Angelsaksisch engagement, het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en/of een geëngageerde dialoogvoering met bedrijven – is een unieke beheerstool die de belegger moet gebruiken. Hierdoor kan hij risico’s beter inschatten, waarden en goede praktijken verdedigen en zo bijdragen tot duurzamere bedrijven. Het is dus een langetermijnproces dat – als het gestructureerd wordt toegepast – via een sneeuwbaleffect steeds meer toegevoegde waarde creëert en een positieve invloed heeft op de prestaties van een bedrijf en het langetermijnsucces van een belegging.

Lees ook:

– niet alleen voor institutionele beleggers

– en corner duurzame beleggingen

 


[i] “Outsourcing shareholder voting to proxy advisory firms”, Rock center for corporate governance at Stanford University Working Paper nr. 119, 10 mei 2013.

Dit bericht is geplaatst in Duurzame beleggingen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *