Bekend maakt bemind bij beleggen

Door Fidelity

Uit psychologische experimenten blijkt dat het simpelweg herhalen van een woord of prikkel ons een positievere kijk kan geven. Dit wordt het mere exposure effect genoemd.

Voor beleggers is dit een belangrijk punt om rekening mee te houden. Vooral beleggers die via een constante stroom nieuws regelmatig worden blootgesteld aan verrassingen, trends en momentumeffecten. Het wijst erop dat de ontwikkeling van beleggingstrends – en de wijze waarop media hierover berichten – alleen al door de bekendheid ermee onze besluitvorming kan beïnvloeden. Het kan onze voorkeur voor een bepaalde beleggingscategorie, aandelenmarkt of specifiek fonds kleuren.

De onderbouwing van het mere exposure effect is stevig verankerd in de wereld van de psychologie, dankzij het werk van Robert Zajonc. In een beroemd experiment met een studentenkrant ontdekte Zajonc dat respondenten nonsenswoorden, zoals zebulons en worbus, gunstiger beoordeelden simpelweg door ze te herhalen.

Volgens Zajonc kan dit positieve bekendheidseffect optreden zonder bewuste besluitvorming. Met andere woorden: onze “preferences need no inferences”. Dit staat haaks op de traditionele aannames dat we beschikbare informatie rationeel verwerken. In plaats daarvan lijken we sterk te leunen op intuïtie en bekendheid. Zajonc ontdekte ook dat zodra we iets op dit onbewuste, emotionele niveau ‘leuk’ vinden, het lastig wordt ons daar nog van af te brengen.1

Het effect van bekendheid op iets leuk vinden, is uiteraard een nuttig evolutionair trekje. Alle levende wezens reageren verontrust op nieuwe dreigingen, maar raken gewend aan het veilige en vertrouwde. We blijven biologisch ingesteld op het wantrouwen van nieuwigheden. In onze moderne wereld, met een beperktere dreiging vanuit de natuur, wordt deze neiging overgebracht naar de sfeer van denkbeelden en opvattingen. We kunnen opschrikken bij de gedachte aan nieuwe beleggingsideeën die niet goed aansluiten op ideeën die ons vertrouwd zijn.

Het cruciale punt is dat bekendheid de cognitieve verwerking vergemakkelijkt. Onze hersenen hebben dit veel liever dan de spanning die gepaard gaat met veel complexere kwesties. Uit studies blijkt dat wanneer een taak cognitief gezien gemakkelijk is, dit ons een glimlach op het gezicht brengt. Een complex vraagstuk doet ons echter fronsen. Bij het nemen van vele beslissingen, worden we instinctief aangetrokken tot de (cognitief) gemakkelijke keuzes.

Het interessante is dat fronsen het bewuste, berekenende gedeelte van onze hersenen activeert. Onderzoekers hebben aangetoond dat studenten betere resultaten behaalden bij examenopgaven met een klein, vaag grijs lettertype dan met een gemakkelijk leesbaar lettertype. Dit lijkt misschien vreemd, maar de reden is dat het moeilijk leesbare lettertype mensen stimuleert de berekenende hersendelen in te schakelen. Ze maken minder slordige fouten op basis van misplaatste intuïtie en bekendheid. Als bekendheid ontbreekt, moet je letterlijk je ‘hersenen laten kraken’.

Toepassingen van het mere exposure effect zijn te vinden in de reclamewereld. Vooral in vervelende reclamespots waar een merk of productnaam veelvuldig wordt gebruikt in jingles. Subliminale reclame onderkent dat het mere exposure effect in feite groter is op een onbewust niveau. Deze vorm van reclame gaat uit van het principe dat blootstelling aan een prikkel voldoende is om bij de consument een ‘geheugenspoor’ te maken, dat het gedrag bij het verkooppunt beïnvloedt.

Het mere exposure effect kan ook beleggers in financiële markten beïnvloeden. Om te beginnen reageert de algemene markt als een levend organisme op nieuwe prikkels. Schokken kunnen een emotionele, voorspelbare reactie op koersen teweegbrengen, voordat de feiten zijn verwerkt en de koersen zich herstellen. Veel commentatoren signaleerden een bekendheidseffect naarmate de financiële crisis zich voortsleepte. Toen beleggers ongevoelig werden voor de regelmatige stroom somber nieuws, leek de paniek bij elke nieuwe wending af te nemen. Zo had het reddingsplan voor Cyprus een opvallend minder uitgesproken effect op de markt dan het in normale omstandigheden zou hebben gehad.

Trekt pure blootstelling aan een beleggingscategorie met een sterke performance kopers aan? Kan dit gebeuren zonder dat beleggers bewust weloverwogen cognitieve keuzes maken? De geschiedenis van zeepbellen in de beleggingswereld wijst daar zeker op. Naarmate markttrends zich verder ontwikkelen en beleggers vertrouwd raken met de positieve richting die is ingezet, lijkt pure blootstelling aan de trend verdere beleggingen aan te trekken. Dit blaast meer lucht in de zeepbel, totdat deze knapt wanneer de laatste koper is gevonden.

Pure blootstelling zou mede het verschijnsel home bias bij beleggen kunnen verklaren. Dit verschijnsel heeft betrekking op de marktvoorkeur die veel beleggers vertonen voor aandelen uit eigen land. Dit ondanks het feit dat internationale markten een beter alternatief én een betere spreiding van de portefeuille kunnen bieden.

Onderstaande tabel geeft de mate van home bias aan in de VS, het VK en Australië. Het afgelopen decennium is de home bias afgenomen. Dit wijst op een toenemende bereidheid om internationaal te beleggen, al blijft het een belangrijk punt. Gelet op het grote belang van de VS in de wereldaandelenmarkt, hebben beleggers daar meer reden voor een zware weging van Amerikaanse aandelen. Toch maken ze zich schuldig aan een te grote voorkeur voor aandelen uit het eigen land. In het VK en Australië heeft de sterke voorkeur voor eigen aandelen een nog zwaardere overweging in binnenlandse aandelen tot gevolg gezien het geringere gewicht dat deze markten in de schaal leggen qua wereldwijde marktkapitalisatie.

Home bias is nog steeds wijd verspreid, al neemt het af in belang.

Bron: Coordinated Portfolio Investment Survey (2011) van het Internationaal Monetair Fonds, Barclays Capital en Thompson Reuters Datastream.

Verschillende wetenschappelijke studies staven deze bevinding. Coval en Moskowitz hebben aangetoond dat home bias van toepassing kan zijn in binnenlandse markten, waarbij beleggers een voorkeur vertonen voor lokale ondernemingen.2 Gur Huberman ontdekte dat aandeelhouders van regionale nutsbedrijven vaak in het voorzieningengebied van deze bedrijven wonen.3

Het effect van home bias doet zich ook voor in andere beleggingscategorieën. Vastgoedbeleggers hebben van oudsher vaak een voorkeur voor lokale of regionale markten. Financiële instellingen staan dikwijls positief tegenover staatsobligaties uit eigen land. Beleggers die bescherming zoeken tegen inflatie geven de voorkeur aan inflatiegerelateerde obligaties uit eigen land. Dit ondanks aanwijzingen dat mondiale portefeuilles van inflatiegerelateerde effecten fondsbeheerders zowel bescherming als een grotere kans op meerwaarde kunnen bieden. Er kunnen andere gegronde redenen zijn voor deze voorkeuren, al speelt bekendheid hier ongetwijfeld een rol.

De voordelen van het aanhouden van een breed gespreide portefeuille met beleggingen in verschillende vermogenstitels en regio’s worden door de meeste beleggers wel ingezien. Maar in werkelijkheid zijn veel portefeuilles niet zo gespreid als ze zouden moeten zijn. Dit is althans ten dele te wijten aan bekendheid en home bias. Op dit moment leiden de VS en Japan de huidige rally op de aandelenmarkten, in tegenstelling tot de leiders uit de opkomende markten van 2003 tot 2007. Deze wisseling van marktleiderschap onderstreept hoe waardevol een breed gespreide, dynamisch beheerde mondiale portefeuille kan zijn.

Bekendheid kan onze beleggingsbesluiten schijnbaar gemakkelijker maken. Bij beleggen is dit doorgaans echter niet gewenst en leidt het vaak tot resultaten die rationeel noch optimaal zijn. De volgende keer dat u uw beleggingsportefeuille evalueert, wees dan alert op het maken van makkelijke keuzes die gebaseerd zijn op het vertrouwde en overweeg of u voldoende posities in internationale markten hebt ingenomen.

1. Zajonc, Robert (1968). ‘Attitudinal effects of mere exposure’, Journal of Personality and Social Psychology, 9 (2, Pt. 2), 1-27. Zajonc, R.B. (1980). “Feeling and thinking: Preferences need no inferences”. American Psychologist 35 (2): 151–175

2. Coval, Josua D. en Moskowitz, Tobias J. (1999) “Home Bias at Home: Local Equity Preference in Domestic Portfolios.” Journal of Finance, 1999, 54(6), pp. 2045-73.

3. Huberman, G. (2001). ‘Familiarity Breeds Investment’. Review of Financial Studies 14 (3): 659–680.

Dit bericht is geplaatst in Aandelen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *